Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             


vorige

 

WET  VERNIEUWING  HYPOTHECAIRE  INSCHRIJVINGEN

Tekst zoals deze geldt op 22 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Geen

 

WET van 5 juni 1878 tot vernieuwing der bestaande hypothecaire inschrijvingen

 

     WIJ WILLEM III, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, Groot-Hertog van Luxemburg, enz., enz., enz.

     Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten:
     Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is om, met afwijking van de bepaling van art. 1236 van het Burgerlijk Wetboek, de bestaande hypothecaire inschrijvingen te onderwerpen aan vernieuwing en bepalingen te maken omtrent de vernieuwing der overschrijving van processen-verbaal van inbeslagneming;
     Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Artikel 1

Met afwijking van de bepaling van art. 1236 Burgerlijk Wetboek zijn alle bij het in werking treden dezer wet bestaande hypothecaire inschrijvingen binnen twee jaren na dat in werking treden onderworpen aan vernieuwing.

Artikel 2

[1.] De aanvraag tot vernieuwing geschiedt door den schuldeischer of door een derde namens hem.

[2.] Te dien einde worden ten kantore van bewaring overgelegd twee door hem, die de aanvraag doet, onderteekende borderellen, bevattende:

1. den woordelijken inhoud van het ingeschreven borderel, met vermelding van de dagteekening waarop en het deel en nommer waarin de inschrijving daarvan heeft plaats gehad, zoomede van de nevens die inschrijving gestelde kantteekeningen;

2. het verlangen des schuldeischers tot geheele of gedeeltelijke vernieuwing der inschrijving, met aanduiding van den aard en de ligging der goederen waarop de hypotheek is gevestigd, naar aanleiding van de kadastrale indeeling dier goederen op het tijdstip der vernieuwing, onverminderd het bepaalde bij het tweede lid van art. 1219 Burgerlijk Wetboek, ten aanzien van tiend- en grondrenten;

3. opgaven van de wijze waarop of van de titels uit welke de opvolgende schuldeischer regt op inschrijving heeft verkregen.

[3.] Bij de borderellen wordt overgelegd een uittreksel van den kadastralen legger, waarin

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x