Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

WET  VOOR  HET  RESERVEPERSONEEL  DER  KRIJGSMACHT

Tekst zoals deze geldt op 17 juli 2007

Vervallen m.i.v. 1 januari 2008

 

 

 

 
WET van 20 november 1985, houdende herziening en hernieuwde vaststelling van de wettelijke bepalingen inzake het reserve-personeel der krijgsmacht en o.a. inzake de bevordering en het ontslag van reserve-officieren

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in het kader van de herziening van het militair rechtspositierecht wenselijk is wijziging te brengen in de mede ter voldoening aan artikel 98 van de Grondwet gestelde bepalingen inzake het reserve-personeel der krijgsmacht en onder andere inzake de bevordering en het ontslag van reserve-officieren der krijgsmacht;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze wet wordt verstaan onder:

a. Onze Minister: Onze Minister van Defensie;

b. personeel: de militairen, behorende tot het reserve-personeel der krijgsmacht;

c. werkelijke dienst: dienst gedurende de tijd welke het personeel onder de wapenen doorbrengt;

d. groot verlof: de tijd gedurende welke het personeel zich niet in werkelijke dienst bevindt of moet bevinden.

Artikel 2

Deze wet is van toepassing op hen, die krachtens bij de wet te stellen regelen verplicht, dan wel volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regelen vrijwillig tot het personeel behoren.

Artikel 3

1. De autoriteiten, colleges en ambtenaren, daartoe bij koninklijk besluit of door de minister aangewezen, zijn verplicht tot het verstrekken van opgaven, inlichtingen en adviezen en het verlenen van medewerking in verband met de uitvoering van deze wet.

2. Alle stukken, welke in verband met de bepalingen van deze wet of van te harer uitvoering gegeven voorschriften worden gevorderd, ingediend, overgelegd of uitgereikt, zijn vrij van legesheffing, van kosten van legalisatie en van griffiekosten.

Hoofdstuk 2. Werkelijke dienst

Artikel 4

1. Zij die tot het personeel behoren kunnen – onverminderd de verplichtingen op hen rustende krachtens deze of enige andere wet alsmede onverminderd die, welke zij vrijwillig op zich hebben genomen – worden verplicht:

a. om in geval van buitengewone omstandigheden in werkelijke dienst te komen of te blijven, zolang Onze Minister dit vanwege die buitengewone omstandigheden nodig oordeelt;

b. om, voorzover zulks door Onze Minister nodig wordt geoordeeld, in elk tijdvak van drie jaren in het belang van hun geoefendheid in werkelijke dienst te komen en te blijven voor ten hoogste zestig dagen, verdeeld over ten hoogste zes perioden;

c. om, voorzover zulks door Onze Minister in het belang van hun verdere vorming nodig wordt geoordeeld, mondelinge of schriftelijke cursussen te volgen, dan wel daartoe in elk tijdvak van drie jaren in werkelijke dienst te komen en te blijven voor een periode van ten hoogste vijf dagen;

2. Onze Minister kan een personeelslid vergunning verlenen om in werkelijke dienst te komen of te blijven buiten de tijd, welke verplicht in werkelijke dienst moet worden doorgebracht.

Artikel 4a

Zij die tot het personeel behoren kunnen zich voorts verplichten tot:

a. het in werkelijke dienst komen en blijven voor het volgen van functietrainingen en opleidingen voor ten hoogste twee weken per jaar;

b. het zich gedurende ten hoogste één jaar beschikbaar houden voor werkelijke dienst in het kader van een crisisbeheersings-, vredes- of humanitaire operatie en tot het voor inzet in een dergelijke operatie in werkelijke dienst komen en blijven voor zolang Onze Minister dit nodig oordeelt.

Artikel 5

De oproeping in werkelijke dienst geschiedt door Onze Minister.

Artikel 6

Onze Minister kan op aanvraag ontheffing van de verplichting tot opkomst in werkelijke dienst verlenen, tenzij het dienstbelang, afgewogen tegen het persoonlijk belang, zich om operationele redenen daartegen verzet. Aan de ontheffing is de verplichting verbonden de door Onze Minister in het belang van de dienst te geven voorschriften op te volgen.

Hoofdstuk 3. Groot verlof

Artikel 7

1. Zij die tot het personeel behoren zijn gedurende het groot verlof verplicht de bij ministeriële regeling te geven administratieve voorschriften na te leven.

2. Degenen, die niet aan de in het vorige lid bedoelde verplichting voldoen, kunnen door Onze Minister worden opgeroepen om voor de tijd, nodig om aan die verplichting te voldoen, doch ten hoogste voor een periode van vijf dagen, in werkelijke dienst te verblijven.

Artikel 8

Het verlenen van groot verlof geschiedt door Onze Minister.

Artikel 9

Deze wet wordt aangehaald als: Wet voor het reservepersoneel der krijgsmacht.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-1990]

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-1990]

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-1990]

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-1990]

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-1990]

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-1990]

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-1990]

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-1990]

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-1990]

Artikel 19 [Vervallen per 01-01-1990]

Artikel 20 [Vervallen per 01-01-1990]

Artikel 21 [Vervallen per 01-01-1990]

Artikel 22 [Vervallen per 01-01-1990]

Artikel 23 [Vervallen per 01-01-1990]

Artikel 24 [Vervallen per 01-01-1990]

Artikel 25 [Vervallen per 01-01-1990]

Artikel 26 [Vervallen per 01-01-1990]

Artikel 27 [Vervallen per 01-01-1990]

Artikel 28 [Vervallen per 01-01-1990]

Artikel 29 [Vervallen per 01-01-1990]

Artikel 30 [Vervallen per 01-01-1990]

Artikel 31 [Vervallen per 01-01-1990]

Artikel 32 [Vervallen per 01-01-1990]

Artikel 33 [Vervallen per 01-01-1990]

Artikel 34 [Vervallen per 01-01-1990]

Artikel 35 [Vervallen per 01-01-1990]

Artikel 36 [Vervallen per 01-01-1990]

Artikel 37 [Vervallen per 01-01-1990]

Artikel 38 [Vervallen per 01-01-1990]

Artikel 39 [Vervallen per 01-01-1990]

Artikel 40 [Vervallen per 01-01-1990]

Artikel 41 [Vervallen per 01-01-1990]

 

 

     Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven te Het Oude Loo, 20 november 1985

 

BEATRIX

 

De Staatssecretaris van Defensie,
W.K. Hoekzema

 

Uitgegeven de tiende december 1985
De Minister van Justitie,
F. Korthals Altes

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x