Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

ZEEBRIEVENWET

Tekst zoals deze geldt op 22 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Regeling inzage gegevens en bescheiden Zeebrievenwet
- Regeling tarieven scheepvaart 2005

 

 

WET van 10 juni 1926, houdende nieuwe regeling van de zeebrieven

 

     WIJ WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

     Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten:
     Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het naar aanleiding van de wet van 22 December 1924, Staatsblad n. 573, noodig is de afgifte van zeebrieven en vergunningen tot het voeren van de Nederlandsche vlag opnieuw te regelen;
     Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Artikel 1

In deze wet is onder kapitein begrepen degene, die de kapitein vervangt.

 

Artikel 2

In deze wet worden onder zeeschepen verstaan alle schepen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, met uitzondering van:

a. oorlogsschepen;

b. vaartuigen van zeilverenigingen of jachtclubs, als zodanig erkend door de met de uitvoering van deze wet belaste Minister;

c. schepen, aan het Rijk of enig openbaar lichaam toebehorende, welke tot de openbare dienst zijn bestemd;

d. reddingsvaartuigen;

e. zeevissersschepen;

 

Artikel 3

1.Zeeschepen zijn gerechtigd de Nederlandse vlag te voeren, indien zij voorzien zijn van een zeebrief, afgegeven overeenkomstig de voorschriften dezer wet.

2.De kapitein draagt ervoor zorg dat het schip geen andere vlag voert dan de Nederlandse.

3.De voorwaarde, dat het schip voorzien zij van een zeebrief, geldt niet, wanneer het wordt gebezigd tot de openbare dienst of, voor zover betreft een in Nederland nieuw gebouwd schip, wanneer het een proefvaart doet.

 

Artikel 4

Zeebrieven, met uitzondering van de voorlopige zeebrieven en de buitengewone zeebrieven, bedoeld in de artikelen 11 en 12, worden alleen afgegeven voor zeeschepen die te boek staan in de openbare registers, bedoeld in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.

 

Artikel 4a

Zeebrieven en voorlopige zeebrieven worden voorts afgegeven voor zeeschepen, die zijn ingeschreven in het rompbevrachtingsregister, genoemd in artikel 2 van de Wet nationaliteit zeeschepen in rompbevrachting (Stb. 1992, 541).

 

Artikel 5

Een zeebrief, als bedoeld in artikel 4, vermeldt:

a. de naam van het schip en die van het kantoor, waar het te boek staat in de openbare registers, bedoeld in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek;

b. de inhoud, waarop het volgens de bestaande wettelijke bepalingen is gemeten;

c. de beschrijving van het schip bevattende ten minste de in artikel 85, tweede lid, onder f, van de Kadasterwet bedoelde gegevens, alsmede het in artikel 21, eerste lid, onder c, van die wet bedoelde brandmerk van het schip;

d. de naam van de natuurlijke persoon, de rechtspersoon, de rederij of de vennootschap, waaraan het schip toebehoort.

 

Artikel 5a

Een zeebrief, als bedoeld in artikel 4a, vermeldt:

a. de naam van het schip;

b. de bruto en netto tonnage van het schip volgens de meetbrief;

c. de beschrijving van het schip volgens de inschrijving in het rompbevrachtingsregister, genoemd in artikel 2 van de Wet nationaliteit zeeschepen in rompbevrachting;

d. de naam en het adres van het kantoor, waar het schip buiten Nederland in een eigenaarsregister van zeeschepen teboekstaat;

e. de naam en het adres van de natuurlijke persoon, de rechtspersoon, de rederij of de vennootschap, aan wie het schip in rompbevrachting ter beschikking is gesteld;

f. de tijdsduur waarvoor de zeebrief is afgegeven.

 

Artikel 6

1.Een zeebrief, als bedoeld in artikel 4, wordt in naam van de Koning uitgereikt door de met de uitvoering van deze wet belaste Minister op overlegging van een door de bewaarder van het kadaster en de openbare registers afgegeven verklaring dat het schip te boek staat, alsmede een uittreksel uit de registratie voor schepen als bedoeld in artikel 101, eerste lid, van de Kadasterwet, vermeldende tenminste de gegevens, bedoeld in artikel 85, tweede lid, onder a, c, d, e, f, g en i, van die wet, alsmede de gegevens omtrent niet doorgehaalde voorlopige aantekeningen.

2.De in het eerste lid bedoelde verklaring en het in dat lid bedoelde uittreksel gaan vergezeld van de volgens de bestaande wettelijke voorschriften afgegeven meetbrief. Indien die verklaring en dat uittreksel meer dan twee dagen vr de dag der overlegging zijn afgegeven, moeten op die bescheiden een verklaring van de bewaarder van het kadaster en de openbare registers voorkomen, afgegeven binnen voornoemde termijn van twee dagen, dat sedert de afgifte de op die bescheiden vermelde gegevens geen wijziging hebben ondergaan.

3.De uitreiking van een zeebrief, als bedoeld in artikel 4, alsmede van een voorlopige zeebrief, als bedoeld in artikel 11, eerste en vierde lid, geschiedt tegen betaling van een retributie, berekend volgens een door de met de uitvoering van deze wet belaste Minister vast te stellen tarief.

 

Artikel 6a

1.Een zeebrief, als bedoeld in artikel 4a, wordt in naam van de Koning uitgereikt door de met de uitvoering van deze wet belaste Minister tegen overlegging van een recent afschrift van de inschrijving in het rompbevrachtingsregister, genoemd in artikel 2 van de Wet nationaliteit zeeschepen in rompbevrachting, alsmede de

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x