Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             


vorige

 

RIJKSWET  CASSATIERECHTSPRAAK  IN  UITLEVERINGSZAKEN  VOOR  ARUBA,  CURAÇAO  EN  SINT  MAARTEN ¹

Tekst zoals deze geldt op 14 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Geen

 

RIJKSWET van 8 mei 2003, houdende regeling van cassatie in Antilliaanse en Arubaanse uitleveringszaken (Cassatieregeling in uitleveringszaken voor de Nederlandse Antillen en Aruba) ¹

1. Redactie: ingevolge artikel 2.5, onderdeel B, van de Rijkswet aanpassing rijkswetten aan de oprichting van de nieuwe landen is de Cassatieregeling in uitleveringszaken voor de Nederlandse Antillen en Aruba met ingang van 10 oktober 2010 voorzien van een nieuwe citeertitel, luidende: Rijkswet cassatierechtspraak in uitleveringszaken voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is overeenkomstig de artikelen 3 en 23 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden een regeling te geven tot invoering van het rechtsmiddel van cassatie door de Hoge Raad der Nederlanden ten aanzien van einduitspraken omtrent de toelaatbaarheid van verzoeken tot uitlevering gedaan door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State van het Koninkrijk gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, de bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Algemene bepalingen

 

Artikel 1

In deze rijkswet wordt verstaan onder:

a. Gemeenschappelijk Hof: het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

b. einduitspraak: het advies van het Gemeenschappelijk Hof, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van het Uitleveringsbesluit van Aruba, Curaçao en Sint Maarten (Pb. 1983, 84), voor zover dit advies betreft de toelaatbaarheid van de uitlevering en de afgifte dan wel teruggave van in beslag genomen voorwerpen;

c. Gouverneur: de Gouverneur van Aruba, de Gouverneur van Curaçao en de Gouverneur van Sint Maarten die op grond van artikel 18, eerste lid, van het Uitleveringsbesluit van Aruba, Curaçao en Sint Maarten over het verzoek tot uitlevering beslissen;

d. Wetboek: het Wetboek van Strafvordering van het Europese deel van het Koninkrijk.

 

Artikel 2

1.De Hoge Raad der Nederlanden neemt in uitleveringszaken kennis van het beroep in cassatie tegen de einduitspraken van het Gemeenschappelijk Hof ingesteld door de procureur-generaal van een van de landen of door de opgeëiste persoon.

2.Artikel 31, vijfde en zesde lid, van de Uitleveringswet alsmede de artikelen 431, 432, 434, eerste lid, 438, 439, 440, eerste lid, 442, 443, 444, 450, eerste lid, 451, 451a, 452, 453, 454, eerste, tweede en derde lid, 455, eerste lid en artikel 557 van het Wetboek zijn van overeenkomstige toepassing.

3.Als raadsman van de opgeëiste persoon kunnen bij de Hoge Raad ook optreden advocaten, ingeschreven bij het Gemeenschappelijk Hof.

 

Het aanwenden van het rechtsmiddel

 

Artikel 3

1.Het beroep in cassatie wordt ingesteld door een verklaring, af te leggen door degene die het rechtsmiddel aanwendt op de griffie van het Gemeenschappelijk Hof. Van verklaringen waarbij afstand wordt gedaan van het recht om

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x