Nadere regelgeving:
- Besluit
termijnen Rijkswet cassatierechtspraak voor Aruba, Curaçao, Sint
Maarten en voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba
RIJKSWET van 20 juli 1961, houdende de
"Cassatieregeling voor de Nederlandse Antillen" ¹
1. Ingevolge artikel 2.6, onderdeel F, van de Rijkswet aanpassing rijkswetten aan de oprichting van de
nieuwe landen is de Cassatieregeling voor de
Nederlandse Antillen en Aruba met ingang van 10 oktober 2010
voorzien van een nieuwe citeertitel, luidende: Rijkswet
cassatierechtspraak voor Aruba, Curaçao, Sint Maarten en voor
Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is
overeenkomstig artikel 23 van het Statuut voor het Koninkrijk der
Nederlanden een regeling te geven voor cassatie door de Hoge Raad der
Nederlanden ten aanzien van burgerlijke en strafzaken in de Nederlandse
Antillen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State van het Koninkrijk gehoord, en
met gemeen overleg der Staten-Generaal, de bepalingen van het Statuut
voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
§ 1. Algemene bepaling
Artikel 1
1. De Hoge Raad der Nederlanden neemt ten aanzien van burgerlijke
en strafzaken in Aruba, Curaçao en Sint Maarten en in de openbare
lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, voor zover in deze Rijkswet
niet anders is bepaald, in overeenkomstige gevallen, op
overeenkomstige wijze en met overeenkomstige rechtsgevolgen als ten
aanzien van burgerlijke en strafzaken in het Europese deel van het
Koninkrijk, kennis van een beroep in cassatie, ingesteld hetzij door
partijen, hetzij «in het belang der wet» door de procureur-generaal
bij de Hoge Raad.
2. Ook verkeerde toepassing of schending van de Nederlandse wet
levert in burgerlijke en strafzaken in Aruba, Curaçao en Sint Maarten
en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba grond tot
vernietiging op.
Artikel 1a [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
De Hoge Raad neemt in belastingzaken met betrekking tot Aruba,
Curaçao, Sint Maarten en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius
en Saba kennis van een beroep in cassatie, ingesteld hetzij door de
belanghebbende of door Onze Minister van Financiën van
onderscheidenlijk Aruba, Curaçao, Sint Maarten of Nederland, hetzij
«in het belang der wet» door de procureur-generaal bij de Hoge Raad.
§ 2. Cassatie in burgerlijke zaken ingesteld door partijen
Artikel 2
Beroep in cassatie kan in burgerlijke zaken door partijen slechts
worden ingesteld, indien het betreft een vonnis dan wel een beschikking
en indien niet blijkt dat:
a. het onderwerp van de vordering een waarde heeft van duizend
gulden of minder in Nederlands-Antilliaans of Arubaans courant of
een waarde heeft van minder dan USD 560 of
b. het een beslissing betreft over een aangifte of over een
aanvrage tot faillietverklaring, over homologatie van een akkoord of
over het verlenen van voorlopige of definitieve surseance van
betaling.
Artikel 3 [Vervallen per 10-10-2010]
Artikel 4
De termijn voor het beroep in cassatie is drie maanden. In de
gevallen, waarin de termijn voor het hoger beroep korter is dan één
maand, is de termijn voor het beroep in cassatie het drievoud van de
voor het hoger beroep bepaalde termijn met een minimum van één maand.
Artikel 5
1. De termijnen van dagvaarding worden bij algemene maatregel van
rijksbestuur vastgesteld.
2. Het exploit van dagvaarding zal door de deurwaarder bij het
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten
en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba worden gedaan op de wijze als
voorgeschreven is voor het doen van exploiten in de eerste Afdeling
van de eerste titel van het eerste boek van het in Aruba, Curaçao,
Sint Maarten en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba
geldende Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
3. De eiser tot cassatie is verplicht, op straffe van verval van
het exploit van dagvaarding, om binnen een bij algemene maatregel van
rijksbestuur te bepalen termijn na het tijdstip, waarop het exploit
van dagvaarding is gedaan, daarvan ter griffie van het
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten
en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba in een daartoe bestemd register
aantekening te doen houden. Een door de griffier van het
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten
en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba ondertekend afschrift van deze
aantekening wordt, tegelijk met de aanbieding van de dagvaarding, ter
inschrijving op de rol aan de griffie van de Hoge Raad overgelegd.
Artikel 6
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint
Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba mag of moet de voorlopige
tenuitvoerlegging van een vonnis dan wel een beschikking
niettegenstaande cassatie gelasten in dezelfde gevallen en op dezelfde
wijze, waarin dit in eerste aanleg is toegelaten of bevolen
niettegenstaande verzet of hoger beroep.
Artikel 7
Bij de overeenkomstige toepassing van artikel 22 van de wet van 4
juli 1957, Stb. 233, treedt de president van de Hoge Raad in de plaats
van de president van de rechtbank.
Artikel 8
De zaak kan bij de Hoge Raad ook worden bepleit door advocaten,
ingeschreven bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba,
Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 9
1. Indien verwijzing der zaak naar een andere rechter moet plaats
hebben, geschiedt deze verwijzing steeds naar het Gemeenschappelijk
Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire,
Sint Eustatius en Saba.
2. Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint
Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba is bij de behandeling
van een zaak, als bedoeld in het vorige lid, zoveel mogelijk
samengesteld uit rechters die nog niet over de zaak hebben geoordeeld.
3. Indien de Hoge Raad ten principale recht heeft gedaan, wordt
deze beslissing ten uitvoer gelegd als een eindbeslissing in Aruba,
Curaçao en Sint Maarten en in de openbare lichamen Bonaire, Sint
Eustatius en Saba in hoger beroep gegeven.
§ 3. Cassatie in strafzaken ingesteld door partijen
Artikel 10
1. Partijen kunnen in strafzaken geen beroep in cassatie instellen
tegen beschikkingen.
2. De verdachte kan geen beroep in cassatie instellen tegen bij
verstek gewezen vonnissen.
3. Voor het openbaar ministerie wordt een beroep in cassatie
ingesteld door een procureur-generaal bij het Gemeenschappelijk Hof
van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint
Eustatius en Saba.
Artikel 11
1. Voor het instellen van het beroep in cassatie staat de verdachte
en een procureur-generaal bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en
Saba een termijn open van veertien vrije dagen. Bij algemene maatregel
van rijksbestuur kan een langere termijn worden vastgesteld voor de
gevallen, waarin de verdachte geen woonplaats heeft op het eiland waar
de beslissing, waartegen beroep in cassatie wordt ingesteld, is
uitgesproken.
2. Alvorens de stukken van het geding aan de griffier van de Hoge
Raad worden gezonden, wordt aan de raadsman van de verdachte, indien
hij dit verzoekt, gelegenheid gegeven de stukken in te zien.
3. Aanzeggingen en kennisgevingen als voorgeschreven in titel III
van het derde Boek van het Wetboek van Strafvordering van het Europese
deel van het Koninkrijk geschieden op de in Aruba, Curaçao en Sint
Maarten en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba
gebruikelijke wijze, en, voor zover zij moeten uitgaan van de
procureur-generaal bij de Hoge Raad, op diens uitnodiging door de zorg
van een procureur-generaal bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en
Saba.
Artikel 12
Ondanks beroep in cassatie kan bij voorraad verhaal op de goederen en
inkomsten van de veroordeelde ten aanzien van een opgelegde boete
geschieden.
Artikel 13
Als raadsman van de verdachte kunnen bij de Hoge Raad ook optreden
advocaten, ingeschreven bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van
Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 14
1. Indien verwijzing van de zaak naar een andere rechter moet
plaats hebben, geschiedt deze steeds naar het Gemeenschappelijk Hof
van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint
Eustatius en Saba.
2. Indien de Hoge Raad de zaak ten principale kan afdoen, is de
Hoge Raad bevoegd het opleggen van straf geheel of ten dele over te
laten aan het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao,
Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
3. Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint
Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba is in de gevallen in de
beide voorgaande leden bedoeld, zoveel mogelijk samengesteld uit
rechters die nog niet over de zaak hebben geoordeeld.
Artikel 15
1. De griffier van de Hoge Raad zendt de processtukken met een door
de griffier ondertekend en door de voorzitter gewaarmerkt uittreksel
van het arrest van de Hoge Raad, bevattende de beslissing en de
gronden waarop deze berust, zo spoedig mogelijk aan een
procureur-generaal bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van
Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
2. Indien bij het arrest ten principale is recht gedaan, wordt deze
beslissing, voor zover geen termen zijn gevonden tot het verlenen van
gratie, ten uitvoer gelegd als een einduitspraak in Aruba, Curaçao en
Sint Maarten en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en
Saba in hoger beroep gegeven.
§ 3a. Cassatie in belastingzaken ingesteld door de belanghebbende of
de minister [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
Artikel 15a [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
1. De belanghebbende die bevoegd was in belastingzaken hoger beroep
in te stellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba,
Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en Onze
Minister van Financiën van Aruba, Curaçao, Sint Maarten of Nederland
kunnen bij de Hoge Raad beroep in cassatie instellen tegen uitspraken
in belastingzaken van het Gemeenschappelijk Hof. Tegen andere
beslissingen van het Gemeenschappelijk Hof kan slechts tegelijkertijd
met het beroep in cassatie tegen de uitspraak beroep in cassatie
worden ingesteld.
2. Het beroep kan worden ingesteld binnen twee maanden na
dagtekening van het afschrift van de uitspraak van het
Gemeenschappelijk Hof.
3. Afdeling 4 van hoofdstuk V, met uitzondering van artikel 28, van
de Algemene wet inzake rijksbelastingen is van overeenkomstige
toepassing.
4. Indien verwijzing naar een andere rechter moet plaats hebben,
geschiedt deze steeds naar het Gemeenschappelijk Hof.
5. Het Gemeenschappelijk Hof is in het geval, bedoeld in het vierde
lid, zoveel mogelijk samengesteld uit rechters die nog niet over de
zaak hebben geoordeeld.
§ 4. Cassatie in het belang der wet
Artikel 16
In het geval bedoeld in artikel 456, laatste lid, van het Wetboek van
Strafvordering van het Europese deel van het Koninkrijk zendt de
procureur-generaal bij de Hoge Raad het aldaar bedoelde uittreksel aan
een procureur-generaal bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van
Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
§ 5. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 17
De Hoge Raad neemt geen kennis van een beroep in cassatie ingesteld
door partijen tegen eindvonnissen of eindbeschikkingen, die in de
Nederlandse Antillen en Aruba gewezen zijn voordat deze rijkswet aldaar
in werking is getreden.
Artikel 18
[Bevat wijzigingen in andere regelgeving]
Artikel 19
Deze wet wordt aangehaald als: Rijkswet cassatierechtspraak voor
Aruba, Curaçao, Sint Maarten en voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Lasten en bevelen, dat deze rijkswet in het Staatsblad, het Gouvernementsblad
van Suriname en het Publicatieblad van de Nederlandse Antillen
zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen,
Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de
nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven ten Paleize Het Loo, 20 juli 1961
JULIANA
De Minister van Justitie a.i.,
E.H. Toxopeus
Uitgegeven de zevenentwintigste juli 1961
De Minister van Justitie a.i.,
E.H. Toxopeus
|