Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

RIJKSWET  HOUDENDE  VERDELING  VAN  HET  BEDRAG  BEDOELD  IN  DE  OVEREENKOMST  TUSSEN  HET  KONINKRIJK  DER  NEDERLANDEN  EN  DE  UNIE  VAN  SOCIALISTISCHE  SOWJETREPUBLIEKEN  INZAKE  DE  REGELING  VAN  WEDERZIJDSE  FINANCIňLE  EN  EIGENDOMSVORDERINGEN

Tekst zoals deze geldt op 14 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Geen

 

RIJKSWET van 11 februari 1971, houdende verdeling van het bedrag bedoeld in de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Unie van Socialistische Sowjetrepublieken inzake de regeling van wederzijdse financiŽle en eigendomsvorderingen, van 20 oktober 1967 (Trb. 1967, 195, laatstelijk Trb. 1969, 11)
 
 

     WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een regeling te treffen omtrent de verdeling van het bedrag dat krachtens de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Unie van Socialistische Sowjetrepublieken inzake de regeling van wederzijdse financiŽle en eigendomsvorderingen, van 20 oktober 1967 (laatstelijk Trb. 1969, 11) ten behoeve van Nederlandse belanghebbenden ter beschikking is gesteld;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State van het Koninkrijk gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, de bepalingen van het Statuut van het Koninkrijk in acht genomen, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

Voor de toepassing van deze Rijkswet wordt verstaan onder:

a. Overeenkomst: de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Unie van Socialistische Sowjetrepublieken inzake de regeling van wederzijdse financiŽle en eigendomsvorderingen, van 20 oktober 1967 (laatstelijk Trb. 1969, 11);

b. schuldeiser: de natuurlijke of rechtspersoon, te wiens behoeve bij de Overeenkomst schadeloosstelling is overeengekomen, daaronder begrepen de obligatiehouder als hierna onder c omschreven;

c. obligatiehouder: de schuldeiser terzake van Letse Volkenbondsleningen of andere vůůr 1939 in de gebieden bedoeld in artikel 1 van de Overeenkomst door de overheid uitgegeven, in het buitenland betaalbaar gestelde leningen;

d. Commissie: de Commissie, bedoeld in artikel 3;

e. Vereeniging: de Vereeniging voor den Effectenhandel, gevestigd te Amsterdam;

f. Gerechtshof: het Gerechtshof te 's-Gravenhage.

Artikel 2

Het bedrag van de schadeloosstelling vermeld in artikel 1 van de Overeenkomst, wordt verdeeld als volgt:

a. f 40 000, vermeerderd met de op dit bedrag gekweekte rente, is bestemd voor de obligatiehouders;

b. het resterende bedrag, vermeerderd met de daarop gekweekte rente, is bestemd voor de schuldeisers, niet zijnde obligatiehouders.

Hoofdstuk 2. De Commissie

Artikel 3

1. Onze Minister van Justitie benoemt een Commissie, bestaande uit een voorzitter en ten minste twee leden.

2. De beslissingen, bij deze Rijkswet aan de Commissie opgedragen, worden genomen bij meerderheid van stemmen, bij staking van stemmen beslist de Voorzitter.

3. Met uitzondering van het nemen van een beslissing omtrent het erkennen van een vordering en het vaststellen van het bedrag daarvan, alsmede omtrent het verlagen van een vordering als bedoeld in artikel 13, derde lid, kunnen alle taken, bij deze Rijkswet aan de Commissie opgedragen, door haar worden gedelegeerd aan de Voorzitter of een harer leden.

Artikel 4

Onze Minister van Justitie heeft de bevoegdheid de Voorzitter of een lid der Commissie te allen tijde, na hem gehoord of behoorlijk opgeroepen te hebben, te ontslaan en door een ander te vervangen, of de Commissie met een of meer leden of plaatsvervangende leden uit te breiden.

Artikel 5

De benoeming en het ontslag van de Voorzitter en de leden van de Commissie worden door Onze Minister van Justitie in de Nederlandse Staatscourant bekend gemaakt.

Artikel 6

1. Onze Minister van Justitie benoemt een regeringsvertegenwoordiger bij de Commissie.

2. Op verzoek van de Commissie kan Onze Minister van Justitie aan de Commissie, hetzij voor de gehele duur van haar werkzaamheden, hetzij voor bepaalde werkzaamheden een secretaris toevoegen.

Artikel 7

Het salaris van de Voorzitter, de leden en de secretaris en de

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x