Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

RIJKSWET  ONDERZOEKSRAAD  VOOR  VEILIGHEID

Tekst zoals deze geldt op 14 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Besluit Onderzoeksraad voor veiligheid
- Regeling Onderzoeksraad voor veiligheid

 

 

RIJKSWET van 2 december 2004, houdende instelling van een Onderzoeksraad voor veiligheid (Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een algemene onafhankelijke raad in te stellen voor het onderzoek van rampen, ongevallen en incidenten teneinde de oorzaken of vermoedelijke oorzaken van het voorval of de categorie voorvallen en van de omvang van hun gevolgen vast te stellen en daaraan aanbevelingen te verbinden;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State van het Koninkrijk gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, de bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

 

Artikel 1

1. In deze rijkswet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

b. Onze Minister van Justitie: Onze Minister van Justitie van Nederland, tenzij anders wordt bepaald;

c. de raad: de Onderzoeksraad voor veiligheid, genoemd in artikel 2, eerste lid;

d. de leden van de raad: zowel de leden van de raad, bedoeld in artikel 6, eerste lid, als de buitengewone leden van de raad, bedoeld in artikel 6, tweede lid;

e. het bureau: het bureau, bedoeld in artikel 11, tweede lid;

f. voorval: gebeurtenis die de dood of letsel van een persoon dan wel schade aan een zaak of het milieu veroorzaakt, alsmede een gebeurtenis die gevaar voor een dergelijk gevolg in het leven heeft geroepen;

g. schip: zaak, geen luchtvaartuig zijnde, die blijkens zijn constructie bestemd is om te drijven en drijft of heeft gedreven;

h. zeeschip: schip dat blijkens zijn constructie uitsluitend of in hoofdzaak voor drijven in zee is bestemd;

i. Nederlands zeeschip: zeeschip dat op grond van de voor Nederland geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden te voeren;

j. Curaçaos zeeschip: zeeschip dat op grond van de voor Curaçao geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden te voeren;

k. Arubaans zeeschip: zeeschip dat op grond van de voor Aruba geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden te voeren;

l. Sint-Maartens zeeschip: zeeschip dat op grond van de voor Sint Maarten geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk der Nederlanden te voeren;

m. ro-ro-veerboot: ro-ro-veerboot als omschreven in artikel 2, onderdeel a, van richtlijn nr. 1999/35/EG van de Raad van de Europese Unie van 29 april 1999 betreffende een stelsel van verplichte onderzoeken voor de veilige exploitatie van geregelde diensten met ro-ro-veerboten en hogesnelheidspassagiersvaartuigen (PbEG L 138);

n. hogesnelheidspassagiersvaartuig: hogesnelheidspassagiersvaartuig als omschreven in artikel 2, onderdeel b, van richtlijn nr. 1999/35/EG van de Raad van de Europese Unie van 29 april 1999 betreffende een stelsel van verplichte onderzoeken voor de veilige exploitatie van geregelde diensten met ro-ro-veerboten en hogesnelheidspassagiersvaartuigen (PbEG L 138);

o. luchtvaartuig: toestel dat in de dampkring kan worden gehouden ten gevolge van krachten die de lucht daarop uitoefent, anders dan de krachten van de lucht tegen het aardoppervlak;

p. Nederlands luchtvaartuig: een in Nederland geregistreerd luchtvaartuig;

q. oorzaken: handelingen, verzuimen, gebeurtenissen, omstandigheden of een combinatie daarvan die tot het voorval hebben geleid;

r. aanbeveling: voorstel van de raad op basis van uit onderzoek van de raad voortvloeiende informatie met de bedoeling toekomstige voorvallen te voorkomen of de gevolgen daarvan te beperken;

s. vluchtrecorder: elk soort, ter vergemakkelijking van onderzoeken van ongevallen en incidenten, in het luchtvaartuig geïnstalleerd registratietoestel;

2. Onder een voorval als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, wordt niet verstaan:

a. een verstoring van de openbare orde als bedoeld in artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet of artikel 174, derde lid, van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, een oproerige beweging of een andere ernstige wanordelijkheid als bedoeld in artikel 175, eerste lid, van de Gemeentewet of artikel 178, eerste lid, van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, dan wel een situatie die ernstig doet vrezen voor het ontstaan van een van deze gebeurtenissen;

b. een optreden van bevoegde autoriteiten ter handhaving van de rechtsorde;

c. een optreden van de krijgsmacht of een onderdeel daarvan:

1°. in een situatie van oorlog of gewapend conflict;

2°. tijdens een operatie ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde;

3°. op grond van de Politiewet 1993, de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba of de Veiligheidswet BES;

4°. in het kader van het verlenen van bijstand ingevolge de Aanwijzingen inzake de inzet van de krijgsmacht in Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

3. Met een Nederlands luchtvaartuig wordt gelijkgesteld een luchtvaartuig dat door een in Nederland gevestigde natuurlijke persoon, rechtspersoon met of zonder winstoogmerk of overheidslichaam met of zonder rechtspersoonlijkheid wordt geëxploiteerd.

 

Hoofdstuk 2. De raad

 

§ 1. Instelling en taak

 

Artikel 2

1. Er is een Onderzoeksraad voor veiligheid.

2. De raad is gevestigd te ‘s-Gravenhage.

3. De raad bezit rechtspersoonlijkheid.

 

Artikel 3

De raad heeft, met het uitsluitende doel toekomstige voorvallen te voorkomen of de gevolgen daarvan te beperken, tot taak te onderzoeken en vast te stellen wat de oorzaken of vermoedelijke oorzaken van individuele of categorieën voorvallen en van de omvang van hun gevolgen zijn en daaraan zo nodig aanbevelingen te verbinden.

 

Artikel 4

1. De raad is bevoegd een onderzoek in te stellen naar:

a. voorvallen op, boven of onder het grondgebied van Nederland met inbegrip van wateren onder Nederlandse jurisdictie;

b. voorvallen op, boven of onder het grondgebied van Aruba, Curaçao of Sint Maarten met inbegrip van wateren onder Arubaanse, Curaçaose of Sint-Maartense jurisdictie, indien de raad door de regering van Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten om een onderzoek daarnaar wordt verzocht;

c. voorvallen waarbij een Nederlands zeeschip op volle zee of in wateren onder andere dan Nederlandse jurisdictie is betrokken;

d. voorvallen waarbij een ro-ro-veerboot of een hogesnelheidspassagiersvaartuig op volle zee is betrokken dat het laatst een haven in Nederland heeft aangedaan;

e. voorvallen waarbij een Nederlands luchtvaartuig is betrokken boven volle zee of in het buitenland;

f. voorvallen waarbij een Arubaans, Curaçaos of Sint-Maartens zeeschip is betrokken op volle zee of in wateren onder andere dan Arubaanse, Curaçaose of Sint-Maartense jurisdictie, indien de raad door de regering van Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten om een onderzoek daarnaar wordt verzocht;

g. voorvallen waarbij een Arubaans, Curaçaos of Sint-Maartens luchtvaartuig is betrokken boven volle zee of in het buitenland, indien de raad door de regering van Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten om een onderzoek daarnaar wordt verzocht.

2. De bevoegdheid tot onderzoek strekt zich tevens uit tot:

a. de wijze waarop in Nederland is omgegaan met de gevolgen van voorvallen in het buitenland waarvan de gevolgen zich uitstrekken tot het grondgebied van Nederland met inbegrip van wateren onder Nederlandse jurisdictie;

b. de wijze waarop in Aruba, Curaçao of Sint Maarten is omgegaan met de gevolgen van voorvallen in het buitenland waarvan de gevolgen zich uitstrekken tot het grondgebied van Aruba, Curaçao of Sint Maarten met inbegrip van wateren onder Arubaanse, Curaçaose of Sint-Maartense jurisdictie, indien de raad door de regering van Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten om een onderzoek daarnaar wordt verzocht;

c. het omgaan met de gevolgen van de voorvallen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, c, d en e;

d. het omgaan met de gevolgen van de voorvallen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b, f en g, indien de raad door de regering van Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten om een onderzoek naar die voorvallen wordt verzocht.

3. De raad is overigens bevoegd een onderzoek in te stellen naar voorvallen en het omgaan met de gevolgen van voorvallen, voor zover het betreft voorvallen waarbij betrokken is een zaak of een persoon, in gebruik bij onderscheidenlijk in de uitoefening van een functie ten behoeve van:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x