Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

WET  MARKTORDENING  GEZONDHEIDSZORG  (Wmg)

Tekst zoals deze geldt op 21 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Besluit uitbreiding en beperking werkingssfeer Wmg

 

 

WET van 7 juli 2006, houdende regels inzake marktordening, doelmatigheid en beheerste kostenontwikkeling op het gebied van de gezondheidszorg (Wet marktordening gezondheidszorg)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regels te stellen inzake de ontwikkeling en ordening van markten op het gebied van de gezondheidszorg en het toezicht daarop, mede met het oog op een doelmatig en doeltreffend stelsel van de zorg en de beheersing van de kostenontwikkeling van de zorg, en dat het tevens wenselijk is in verband met de informatieachterstand van de consument en het machtsverschil tussen partijen in de zorg, de positie van de consument te beschermen en te bevorderen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

b. zorg:

1°. zorg of dienst als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;

2°. handelingen op het gebied van de gezondheidszorg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, voor zover uitgevoerd, al dan niet onder eigen verantwoordelijkheid, door personen, ingeschreven in een register als bedoeld in artikel 3 van die wet of door personen als bedoeld in artikel 34 van die wet en voor zover die handelingen niet zijn begrepen onder 1°;

c. zorgaanbieder:

1°. de natuurlijke persoon of rechtspersoon die beroeps- of bedrijfsmatig zorg verleent;

2°. de natuurlijke persoon of rechtspersoon voor zover deze tarieven in rekening brengt namens, ten behoeve van of in verband met het verlenen van zorg door een zorgaanbieder als bedoeld onder 1°;

d. zorgverzekeraar: een zorgverzekeraar als bedoeld in de Zorgverzekeringswet;

e. AWBZ-verzekeraar: een zorgverzekeraar die zich overeenkomstig artikel 33 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten als zodanig heeft aangemeld voor de uitvoering van die wet;

f. ziektekostenverzekeraar:

1°. een zorgverzekeraar;

2°. een AWBZ-verzekeraar;

3°. een particuliere ziektekostenverzekeraar, zijnde een financiėle onderneming die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van verzekeraar mag uitoefenen;

g. verzekerde: degene die een verzekeringsovereenkomst betreffende het risico van ziektekosten heeft gesloten met een ziektekostenverzekeraar dan wel van rechtswege verzekerd is op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;

h. verzekeringsplichtige: degene die op grond van artikel 2 van de Zorgverzekeringswet verplicht is zich krachtens een zorgverzekering te verzekeren of te laten verzekeren;

i. consument: verzekeringsplichtige, verzekerde of patiėnt;

j. prestatie: de levering van zorg door een zorgaanbieder als bedoeld in onderdeel c, onder 1°;

k. tarief: prijs voor een prestatie, een deel van een prestatie of geheel van prestaties van een zorgaanbieder;

l. zorgautoriteit: de Nederlandse Zorgautoriteit, genoemd in artikel 3;

m. Zorginstituut: het Zorginstituut Nederland, genoemd in artikel 58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet;

n. College bouw: het College bouw zorginstellingen, genoemd in de Wet toelating zorginstellingen;

o. College sanering: het College sanering zorginstellingen, genoemd in de Wet toelating zorginstellingen;

p. FIOD-ECD: de Belastingdienst/Fiscale Inlichtingen- en opsporingsdienst en Economische Controledienst van het Ministerie van Financiėn;

q. Zorgverzekeringsfonds: het fonds, genoemd in artikel 39 van de Zorgverzekeringswet;

r. het CAK: het CAK, genoemd in artikel 48, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.

Artikel 2

1.Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, indien dat voor een goede uitvoering van deze wet nodig is, werkzaamheden die geheel of gedeeltelijk liggen op het gebied van de gezondheidszorg of geheel of gedeeltelijk ten behoeve van de gezondheidszorg worden verricht, worden aangewezen als zorg in de zin van deze wet.

2.Bij algemene maatregel van bestuur kan een vorm van zorg worden uitgezonderd van deze wet of een deel daarvan.

Hoofdstuk 2. De Nederlandse Zorgautoriteit

Paragraaf 2.1. Algemene bepalingen

Artikel 3

1. Er is een Nederlandse Zorgautoriteit, die rechtspersoonlijkheid bezit.

2. De zorgautoriteit is gevestigd in een door Onze Minister te bepalen plaats.

3. De zorgautoriteit is belast met de taken die haar bij of krachtens wet zijn opgedragen.

4. De zorgautoriteit stelt bij de uitoefening van haar taken het algemeen consumentenbelang voorop.

5. De zorgautoriteit wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door de voorzitter.

6. De Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is op de zorgautoriteit van toepassing, met uitzondering van artikel 17 van die wet.

Artikel 4

1. De zorgautoriteit bestaat uit ten hoogste drie leden, onder wie de voorzitter.

2. Benoeming vindt plaats op grond van de deskundigheid die nodig is voor de uitoefening van de taken van de zorgautoriteit alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring.

3. De leden worden benoemd voor ten hoogste vier jaar. Herbenoeming kan twee maal en telkens voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden.

4. De leden van de zorgautoriteit hebben geen financiėle of andere belangen bij instellingen of bedrijven die hun onpartijdigheid in het gedrang kunnen brengen.

Artikel 5

1. De zorgautoriteit stelt een bestuursreglement vast.

2. Vergaderingen van de zorgautoriteit zijn niet openbaar, behoudens voor zover in het bestuursreglement anders is bepaald.

3. In het bestuursreglement legt de zorgautoriteit in ieder geval vast hoe zij voldoet aan de verplichting ingevolge artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 6 [Vervallen per 01-07-2011]

Artikel 7

1. Onze Minister kan de zorgautoriteit een algemene aanwijzing geven met betrekking tot:

a. de onderwerpen waaromtrent de zorgautoriteit ingevolge deze wet bevoegd is regels vast te stellen;

b. de onderwerpen waaromtrent de zorgautoriteit ingevolge deze wet bevoegd is beleidsregels vast te stellen.

2. Onze Minister kan in een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, onder b, bepalen dat de zorgautoriteit ambtshalve een tarief als bedoeld in artikel 50, eerste lid, onderdeel b of c, of een prestatiebeschrijving vaststelt.

3. Een aanwijzing heeft geen betrekking op een individuele zorgaanbieder, ziektekostenverzekeraar of consument.

Artikel 8

Alvorens Onze Minister overeenkomstig artikel 7, eerste lid, onder b, een aanwijzing vaststelt, deelt hij de zakelijke inhoud van het voorgenomen besluit schriftelijk mede aan de beide kamers der Staten-Generaal. Hij stelt het besluit niet eerder vast dan nadat 30 dagen zijn verstreken na die mededeling. Van de vaststelling doet Onze Minister mededeling door plaatsing in de Staatscourant.

Artikel 9 [Vervallen per 01-07-2011]

Artikel 10 [Vervallen per 01-07-2011]

Paragraaf 2.2. Planning, verslaglegging en financiering

Artikel 11

1. De zorgautoriteit zendt jaarlijks voor 1 oktober tegelijk met de begroting een werkprogramma voor het volgende kalenderjaar aan Onze Minister met een beschrijving van de activiteiten die de zorgautoriteit voornemens is ter uitvoering van haar taken te verrichten.

2. Onverminderd artikel 27 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen bevat de begroting een meerjarenraming van de beheerskosten voor de vier kalenderjaren, volgend op het begrotingsjaar.

Artikel 12

1. Onze Minister stelt jaarlijks voor 1 december het budget voor de beheerskosten van de zorgautoriteit voor het volgende kalenderjaar vast.

2. Onze Minister kan besluiten het budget voor de beheerskosten van de zorgautoriteit te wijzigen.

3. De zorgautoriteit gaat met betrekking tot de beheerskosten geen verplichtingen aan en doet geen uitgaven die leiden tot overschrijding van het vastgestelde budget voor de beheerskosten.

4. Indien het budget voor de beheerskosten niet is vastgesteld voor 1 januari van het kalenderjaar waarop de begroting betrekking heeft, is de zorgautoriteit bevoegd, teneinde haar activiteiten gaande te houden, te beschikken over ten hoogste een derde gedeelte van het budget dat laatstelijk voor haar voor een geheel jaar is vastgesteld.

5. Onze Minister kan besluiten dat de zorgautoriteit in een geval als bedoeld in het vierde lid, kan beschikken over meer dan een derde gedeelte van het budget dat laatstelijk voor haar voor een geheel jaar is vastgesteld.

6. Het door Onze Minister vastgestelde budget voor de beheerskosten van de zorgautoriteit wordt gedekt uit ’s Rijks kas.

Artikel 13 [Vervallen per 01-07-2011]

Artikel 14

1. Het werkprogramma, bedoeld in artikel 11, behoeft de goedkeuring van Onze Minister.

2. In afwijking van artikel 29 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, behoeven wijzigingen in een goedgekeurde begroting geen goedkeuring van Onze Minister, mits:

a. de totale omvang van de begroting geen wijziging ondergaat, en

b. de wijziging per groep van kostensoorten en baten, gerekend over het desbetreffende begrotingsjaar, een bedrag van vijf procent van het in artikel 12 bedoelde budget niet te boven gaat.

3. Bij ministeriėle regeling kunnen regels worden gesteld over:

a. de inhoud en inrichting van het werkprogramma, bedoeld in artikel 11;

b. de inhoud en inrichting van het jaarverslag, de begroting en de jaarrekening, bedoeld in de artikelen 18, 26 en 34 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen;

c. de accountantscontrole van de jaarrekening;

d. de omvang van de egalisatiereserve, bedoeld in artikel 33 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

4. Bij ministeriėle regeling worden regels gesteld over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder het budget, bedoeld in artikel 12 wordt vastgesteld.

5. Onverminderd artikel 35, vierde lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen doet de accountant tevens verslag van zijn bevindingen over de vraag of het beheer en de organisatie van de zorgautoriteit voldoen aan de eisen van rechtmatigheid, ordelijkheid en controleerbaarheid.

Artikel 15

1. Na de goedkeuring, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van deze wet en in de artikelen 29, eerste lid, en 34, tweede lid, van de

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x