Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             


vorige

 

WET  TOEZICHT  FINANCIňLE  VERSLAGGEVING  (Wtfv)

Tekst zoals deze geldt op 22 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Besluit toezicht financiŽle verslaggeving

 

 

WET van 28 september 2006, houdende regels inzake het toezicht op en de handhaving van de voorschriften voor financiŽle verslaggeving van effectenuitgevende instellingen alsmede tot wijziging van enige wetten (Wet toezicht financiŽle verslaggeving)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat een verbetering van het toezicht op de naleving en de handhaving van de voorschriften voor de financiŽle verslaggeving van effectenuitgevende instellingen gewenst is;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Hoofdstuk 1. Definities en reikwijdte

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt Ė voor zover niet anders is bepaald Ė verstaan onder:

a. Autoriteit FinanciŽle Markten: de Stichting Autoriteit FinanciŽle Markten;

b. effectenuitgevende instelling: uitgevende instelling als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht waarvan Nederland de lidstaat van herkomst is als bedoeld in artikel 5:25a, eerste lid, onderdeel c, van die wet:

1į. met statutaire zetel in Nederland waarvan effecten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt, als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, of de handel op een met een gereglementeerde markt vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is, als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, die gelegen is of functioneert in een staat die niet een lidstaat is van de Europese Unie;

2į. Met statutaire zetel in een andere lidstaat of een staat die geen lidstaat is waarvan effecten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht;

c. IAS-verordening: verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen (PbEG L 243);

d. financiŽle verslaggeving:

1į. de vastgestelde jaarrekening, bedoeld in artikel 361 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

2į. het jaarverslag, bedoeld in artikel 391 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

3į. de gegevens die op grond van artikel 392 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek aan de jaarrekening en het jaarverslag worden toegevoegd;

4į. indien de effectenuitgevende instelling zetel heeft in een andere lidstaat, de overeenkomstig artikel 5:25c, eerste en vierde lid, van de Wet op het financieel toezicht algemeen verkrijgbaar gestelde en opgestelde jaarrekening en het overeenkomstig artikel 5:25c, eerste en vierde lid, van de Wet op het financieel toezicht algemeen verkrijgbaar gestelde en opgestelde jaarverslag;

5į. indien de effectenuitgevende instelling zetel heeft in een staat die geen lidstaat is, de overeenkomstig artikel 5:25c, eerste en vijfde lid, van de Wet op het financieel toezicht algemeen verkrijgbaar gestelde jaarrekening en jaarverslag dan wel de op grond van artikel 5:25c, eerste lid, jo. artikel 5:25v, eerste lid, algemeen verkrijgbaar gestelde jaarlijkse financiŽle verslaggeving;

6į. de algemeen verkrijgbaar gestelde verklaringen inzake de jaarrekening en het jaarverslag, bedoeld in artikel 5:25c, tweede lid, onderdeel c, van de Wet op het financieel toezicht; en

7į. de algemeen verkrijgbaar gestelde halfjaarrekening, het algemeen verkrijgbaar gestelde halfjaarverslag en de algemeen verkrijgbaar gestelde verklaringen, bedoeld in artikel 5:25d van de Wet op het financieel toezicht dan wel de op grond van artikel 5:25d, eerste lid jo. artikel 5:25v, eerste lid algemeen verkrijgbaar gestelde halfjaarlijkse financiŽle verslaggeving.

e. Onze Minister: Onze Minister van FinanciŽn.

Artikel 1a

1. Deze wet is niet van toepassing op effectenuitgevende instellingen die uitsluitend obligaties of effecten zonder aandelenkarakter als bedoeld in artikel 5:1, onderdeel e, van de Wet op het financieel toezicht uitgeven met een nominale waarde per eenheid van ten minste Ä 100 000.

2. Deze wet is niet van toepassing op effectenuitgevende instellingen met zetel in een door Onze Minster aangewezen staat die geen lidstaat is en die op grond van artikel 5:25v van de Wet op het financieel toezicht hun financiŽle verslaggeving opmaken overeenkomstig de in die staat geldende wettelijke voorschriften met betrekking tot financiŽle verslaggeving. Onze Minister kan een staat uitsluitend aanwijzen indien het in die staat uitgeoefende toezicht op de naleving van de in de vorige volzin bedoelde wettelijke voorschriften voldoende waarborgen biedt ter bescherming van de belangen die deze wet beoogt te beschermen.

3. In afwijking van het eerste lid is deze wet niet van toepassing op effectenuitgevende instellingen die uitsluitend obligaties of effecten zonder aandelenkarakter uitgeven die tot de handel op een gereglementeerde markt in de Europese Unie zijn toegelaten en waarvan de nominale waarde per eenheid ten minste Ä 50 000 bedraagt of de tegenwaarde daarvan, op de datum van uitgifte, in een andere munteenheid, en die al voor 31 december 2010 tot de handel op een gereglementeerde markt in de Europese Unie zijn toegelaten, zulks voor de looptijd van deze obligaties of effecten zonder aandelenkarakter.

Hoofdstuk 2. Toezicht op de naleving van financiŽle verslaggevingsvoorschriften

Artikel 2

1. De Autoriteit FinanciŽle Markten kan ten behoeve van het toezicht op de financiŽle verslaggeving aan een effectenuitgevende instelling om een nadere toelichting verzoeken omtrent de toepassing van voorschriften ingevolge artikel 3 van de IAS-verordening , Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, of de artikelen 5:25c, tweede, vierde of vijfde lid, 5:25d, tweede of vierde tot en met tiende lid, of artikel 5:25v, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht. Deze nadere toelichting wordt verstrekt binnen een door de Autoriteit FinanciŽle Markten te stellen redelijke termijn.

2. De Autoriteit FinanciŽle Markten is verplicht tot geheimhouding van het in het eerste lid bedoelde verzoek en de naar aanleiding daarvan verstrekte nadere toelichting.

2a. Het tweede lid is niet van toepassing ten aanzien van andere organisatieonderdelen van de Autoriteit FinanciŽle Markten die belast zijn met toezicht uit hoofde van andere wetten.

3. Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van de accountantsverklaring, bedoeld in artikel 393, vijfde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek dan wel de verklaring van de accountant, bedoeld in artikel 5:25c, vierde lid, van de Wet op het financieel toezicht of de verklaring of beoordeling van de accountant, bedoeld in artikel 5:25d, derde lid, van die wet.

4. Het eerste lid en de artikelen 3 en 4 zijn niet van toepassing op belegginginstellingen als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht waarvan de rechten van deelneming op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald.

5. Het bepaalde ingevolge dit artikel en de artikelen 3 en 4 is van overeenkomstige toepassing op jaarrekeningen, jaarverslagen en de daaraan toe te voegen gegevens van een effectenuitgevende instelling die ingevolge artikel 394, tweede lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek openbaar zijn gemaakt.

6. De artikelen 5:13 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing op het bepaalde in dit artikel.

Artikel 3

1. De Autoriteit FinanciŽle Markten kan, nadat de in artikel 2, eerste lid, bedoelde nadere toelichting is verkregen, aan de effectenuitgevende instelling schriftelijk mededelen dat de financiŽle verslaggeving, of een onderdeel daarvan, niet voldoet aan de in artikel 2, eerste lid, genoemde voorschriften. De Autoriteit FinanciŽle Markten kan de in de eerste volzin bedoelde mededeling voorts doen indien de in de eerste volzin bedoelde nadere toelichting niet binnen de door de Autoriteit FinanciŽle Markten gestelde termijn is verkregen.

2. De in het eerste lid bedoelde mededeling kan vergezeld gaan van een aanbeveling aan de effectenuitgevende instelling om binnen een door de Autoriteit FinanciŽle Markten te bepalen redelijke termijn een bericht algemeen verkrijgbaar te stellen en bij de Autoriteit FinanciŽle Markten te deponeren waarin de effectenuitgevende instelling:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x