Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             

 
vorige

 

WET  KENBAARHEID  PUBLIEKRECHTELIJKE  BEPERKINGEN  ONROERENDE  ZAKEN

Tekst zoals deze geldt op 18 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Aanwijzingsbesluit Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken
- Uitvoeringsbesluit Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken

 

 

WET van 17 juni 2004, houdende regels ter vergroting van de kenbaarheid van publiekrechtelijke beperkingen ten aanzien van onroerende zaken (Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken)
 
 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is ter bevordering van de rechtszekerheid ten aanzien van onroerende zaken, de toegankelijkheid van overheidsinformatie en een goede vervulling van publiekrechtelijke taken, de kenbaarheid van publiekrechtelijke beperkingen ten aanzien van onroerende zaken te vergroten;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

§ 1. Algemene bepalingen

 

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. publiekrechtelijke beperking:

1ŗ. beperking van de bevoegdheid tot gebruik van of beschikking over een onroerende zaak of een recht waaraan die zaak is onderworpen, niet zijnde een privaatrechtelijke beperking,

2ŗ. schuldplichtigheid die rust op een onroerende zaak of een recht waaraan die zaak is onderworpen;

b. beperkingenbesluit:

1°. op grond van artikel 2 aangewezen schriftelijke publiekrechtelijke rechtshandeling waaruit een publiekrechtelijke beperking voortvloeit dan wel waarbij deze wordt gewijzigd of komt te vervallen;

2°. een mededeling van een adviesaanvraag door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Monumentenwet 1988 betreffende de aanwijzing van een binnen het grondgebied van een gemeente gelegen onroerend monument als beschermd monument;

3°. een afschrift van een inschrijving door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van een als beschermd monument aangewezen onroerend monument in het register, bedoeld in artikel 6, eerste lid, of artikel 7, derde lid, van de Monumentenwet 1988;

4°. een schriftelijke handeling, niet zijnde een besluit, van een bestuursorgaan van een provincie of gemeente op grond van een provinciale respectievelijk gemeentelijke verordening, waardoor, voordat op grond van die verordening een besluit tot aanwijzing van een onroerende zaak als beschermd monument is genomen, op die onroerende zaak de in de betreffende verordening opgenomen bepalingen ten aanzien van krachtens die verordening aangewezen beschermde monumenten van overeenkomstige toepassing worden;

5°. een afschrift van een inschrijving op dan wel in een provinciale of gemeentelijke monumentenlijst respectievelijk een provinciaal of gemeentelijk monumentenregister door een bestuursorgaan van een provincie of gemeente van een besluit tot aanwijzing van een onroerende zaak als beschermd monument, indien door die inschrijving de in de betreffende provinciale of gemeentelijke verordening opgenomen bepalingen ten aanzien van krachtens die verordening aangewezen beschermde monumenten rechtstreeks van toepassing worden;

c. gemeentelijk beperkingenregister: openbaar gemeentelijk register waarin een beperkingenbesluit van een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt ingeschreven;

d. gemeentelijke beperkingenregistratie: openbare gemeentelijke registratie die gegevens omtrent in het gemeentelijke beperkingenregister ingeschreven beperkingenbesluiten bevat;

e. openbare registers: openbare registers als bedoeld in artikel 16 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek;

f. basisregistratie kadaster: basisregistratie kadaster als bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Kadasterwet;

g. Dienst: Dienst voor het kadaster en de openbare registers als bedoeld in artikel 2 van de Organisatiewet Kadaster;

h. persoonsgegeven: persoonsgegeven als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet bescherming persoonsgegevens.

 

Artikel 2

1. Bij algemene maatregel van bestuur worden in het belang van een doelmatige kenbaarheid van publiekrechtelijke beperkingen categorieėn van beperkingenbesluiten als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 1°, aangewezen, waarop deze wet van toepassing is.

2. De aanwijzing kan bij ministeriėle regeling plaatsvinden indien het betreft beperkingenbesluiten die worden vastgesteld op grond van een verordening van respectievelijk een gemeente, waterschap of provincie als bedoeld in respectievelijk artikel 149 van de Gemeentewet, artikel 56, eerste lid, van de Waterschapswet of artikel 145 van de Provinciewet.

3. Tenzij bij de in het eerste of tweede lid bedoelde aanwijzing anders is bepaald, behoren tot de aangewezen categorieėn van beperkingenbesluiten mede die beperkingenbesluiten die dezelfde publiekrechtelijke beperkingen hebben doen ontstaan als de tot de aangewezen categorieėn behorende beperkingenbesluiten en als wettelijke grondslag hebben een inmiddels gewijzigde of vervallen wet, waarvan de werking ten aanzien van de op die wet gebaseerde beperkingenbesluiten ingevolge een latere wet is geėerbiedigd.

4. Tot de aangewezen categorieėn van beperkingenbesluiten behoren verder mede die beperkingenbesluiten waarbij een publiekrechtelijke beperking die is voortgevloeid uit een beperkingenbesluit als vermeld in een aangewezen categorie, wordt gewijzigd of komt te vervallen. De eerste zin is van overeenkomstige toepassing op de beperkingenbesluiten, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 2° tot en met 5°.

5. Bij de in het eerste of tweede lid bedoelde aanwijzing kan ten aanzien van een categorie van beperkingenbesluiten onderscheid worden gemaakt naar:

a. de vorm waarin een beperkingenbesluit beschikbaar is,

b. de aard van het object waarop een beperkingenbesluit betrekking heeft,

c. de periode gedurende welke een beperkingenbesluit van kracht is,

d. de kring van personen jegens wie een beperkingenbesluit geldt.

 

Artikel 3

1. In het gemeentelijke beperkingenregister worden ingeschreven een beperkingenbesluit van een bestuursorgaan van de desbetreffende gemeente, van het bestuur van een openbaar lichaam als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen waarin de desbetreffende gemeente deelneemt of van een gemeenschappelijk orgaan in laatstbedoelde zin, alsmede een daarop betrekking hebbende beslissing in administratief beroep of rechterlijke uitspraak, indien daarbij het beperkingenbesluit wordt herroepen, vernietigd, ingetrokken of gewijzigd.

2. In de openbare registers worden ingeschreven een beperkingenbesluit van een ander bestuursorgaan dan een bestuursorgaan als bedoeld in het eerste lid, niet zijnde een beslissing in administratief beroep als bedoeld in het eerste lid, alsmede een daarop betrekking hebbende beslissing in administratief beroep of rechterlijke uitspraak, indien daarbij het beperkingenbesluit wordt herroepen, vernietigd, ingetrokken of gewijzigd.

3. Ingeschreven wordt het origineel dan wel een gewaarmerkt afschrift van een beperkingenbesluit, beslissing in administratief beroep of rechterlijke uitspraak.

 

§ 2. Gemeentelijke publiekrechtelijke beperkingen

 

Artikel 4

1. Voorzover burgemeester en wethouders ter uitvoering van deze wet persoonsgegevens verwerken, doen zij dat uitsluitend ten

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x