Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             

 
vorige

 

WET  WEDERZIJDSE  ERKENNING  EN  TENUITVOERLEGGING  GELDELIJKE  SANCTIES  EN  BESLISSINGEN  TOT  CONFISCATIE ¹

Tekst zoals deze geldt op 22 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Uitvoeringsbesluit wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties

 

 

WET van 27 september 2007 tot implementatie van het kaderbesluit nr. 2005/214/JBZ van de Raad van de Europese Unie van 24 februari 2005 inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op geldelijke sancties (PbEG L 76) (Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties) ¹

1. Redactie: met ingang van 1 juni 2009 is de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties voorzien van een nieuwe citeertitel, luidende: Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties 2008. Met ingang van 1 november 2012 is de wet wederom voorzien van een nieuwe citeertitel, luidende: Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie.

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de implementatie van het Kaderbesluit nr. 2005/214/JBZ van de Raad van de Europese Unie van 24 februari 2005 inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op geldelijke sancties (PbEG L 76) noodzaakt tot het stellen van regels voor de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van geldelijke sancties en voorts dat het wenselijk is een algemeen kader op te stellen waarin toekomstige kaderbesluiten inzake de wederzijdse erkenning van einduitspraken kunnen worden geïmplementeerd;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

 

Artikel 1. (begripsbepalingen)

In deze wet wordt verstaan onder:

a. rechterlijke uitspraak: een onherroepelijke beslissing van een rechter wegens een strafbaar feit;

b. beschikking: een onherroepelijke beslissing van een bestuurlijke autoriteit wegens een strafbaar feit of een feit dat wordt bestraft als vergrijp tegen de voorschriften betreffende de orde, voor zover tegen de beslissing beroep op een met name in strafzaken bevoegde rechter is opengesteld;

c. uitvaardigende lidstaat: lidstaat van de Europese Unie waarin een rechterlijke uitspraak of beschikking is gewezen;

d. uitvoerende lidstaat: lidstaat van de Europese Unie waaraan een rechterlijke uitspraak of beschikking met het oog op tenuitvoerlegging is of wordt toegezonden;

e. sanctie: een bij rechterlijke uitspraak of beschikking opgelegde straf of maatregel;

f. geldelijke sanctie: sanctie houdende de verplichting tot betaling van:

1°. een geldboete;

2°. een geldbedrag ten behoeve van het slachtoffer van het strafbare feit, voor zover deze verplichting is opgelegd door de strafrechter;

3°. een geldbedrag voor een schadefonds of instelling ten behoeve van slachtoffers van strafbare feiten voor zover deze verplichting is opgelegd bij rechterlijke uitspraak of beschikking;

4°. proceskosten;

g. voorwerpen: alle zaken en alle vermogensrechten ten aanzien waarvan de rechter van de uitvaardigende lidstaat heeft beslist dat zij:

1°. de opbrengst zijn van een strafbaar feit dan wel met de gehele of gedeeltelijke waarde van die opbrengst overeenstemmen, of

2°. een hulpmiddel voor dat strafbaar feit vormen, of

3°. vatbaar zijn voor confiscatie door de toepassing, in de uitvaardigende lidstaat, van een van de verruimde confiscatiebevoegdheden in de zin van artikel 3, eerste en tweede lid, van het Kaderbesluit 2005/212/JBZ van de Raad van 24 februari 2005 inzake de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, alsmede van de daarbij gebruikte hulpmiddelen en de door middel daarvan verkregen voorwerpen (PbEU L 68 van 15 maart 2005), of

4°. vatbaar zijn voor confiscatie op grond van andere rechtsvoorschriften van de uitvaardigende lidstaat betreffende verruimde confiscatiebevoegdheden;

h. opbrengst: elk economisch voordeel dat uit strafbare feiten is verkregen. Dit kunnen alle voorwerpen zijn;

i. hulpmiddelen: alle voorwerpen die op enigerlei wijze, geheel of gedeeltelijk, zijn gebruikt of bestemd om te worden gebruikt om één of meer strafbare feiten te begaan;

j. cultuurgoederen: cultuurgoederen als bedoeld in artikel 3:86a, eerste lid, BW;

k. beslissing, houdende een geldelijke sanctie: een rechterlijke uitspraak of een beschikking, waarbij een geldelijke sanctie als bedoeld in onderdeel f van dit artikel is opgelegd;

l. beslissing tot confiscatie: een rechterlijke uitspraak die leidt tot het blijvend ontnemen van een voorwerp;

m. veroordeelde: degene aan wie een sanctie is opgelegd;

n. officier van justitie: de ingevolge de artikelen 4 en 5 bevoegde officier van justitie, tenzij in deze wet uitdrukkelijk anders is bepaald.

 

Artikel 2. (beginsel wederzijdse erkenning buitenlandse sancties)

Rechterlijke uitspraken en beschikkingen gewezen in een andere lidstaat van de Europese Unie en aan Nederland gezonden worden overeenkomstig de bepalingen van deze wet in Nederland erkend en ten uitvoer gelegd.

 

Artikel 3. (beginsel erkenning Nederlandse sancties)

In Nederland gewezen rechterlijke uitspraken en beschikkingen kunnen overeenkomstig de bepalingen van deze wet worden gezonden aan een andere lidstaat van de Europese Unie met het oog op de tenuitvoerlegging aldaar.

 

Artikel 4. (bevoegde autoriteiten inkomend)

Bevoegd tot erkenning en tenuitvoerlegging van een in een andere lidstaat van de Europese Unie opgelegde beslissing, houdende een geldelijke sanctie of een beslissing tot confiscatie, is de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Leeuwarden.

 

Artikel 5. (bevoegde autoriteiten uitgaand)

Bevoegd tot het verzenden van een in Nederland opgelegde beslissing, houdende een geldelijke sanctie of een beslissing tot confiscatie, aan een andere lidstaat van de Europese Unie met het oog op de tenuitvoerlegging aldaar is de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Leeuwarden.

 

Artikel 6. (voor erkenning en tenuitvoerlegging vatbare sancties)

1.Vatbaar voor erkenning en tenuitvoerlegging in Nederland zijn:

A. beslissingen, houdende een geldelijke sanctie genomen in een andere lidstaat van de Europese Unie:

1°. bij rechterlijke uitspraak;

2°. bij beschikking;

3°. bij onherroepelijke rechterlijke beslissing genomen in beroep tegen een beschikking.

B. beslissingen tot confiscatie genomen in een andere lidstaat van de Europese Unie en strekkende tot:

1°. betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel;

2°. verbeurdverklaring, waarbij de rechter heeft bepaald op welke voorwerpen deze sanctie ten uitvoer moet worden gelegd.

2.Het eerste lid is van toepassing in het geval de veroordeelde een natuurlijke persoon is, voor zover deze inkomsten of vermogen of zijn vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft dan wel in het geval de veroordeelde een rechtspersoon is, voor zover deze inkomsten of vermogen of zijn statutaire zetel in Nederland heeft, dan wel

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x