Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

 

WET  TUCHTRECHTSPRAAK  ACCOUNTANTS

Tekst zoals deze geldt op 22 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Geen

 

WET van 27 juni 2008, houdende nieuwe regels inzake tuchtrechtspraak ten aanzien van accountants (Wet tuchtrechtspraak accountants)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een wet tot stand te brengen waarin het tuchtprocesrecht ten aanzien van accountants op uniforme wijze wordt geregeld en waarin voorts regels worden gesteld inzake een klachtenprocedure ten aanzien van accountants;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Hoofdstuk I. Algemeen

Artikel 1

In deze wet wordt verstaan onder:

a. accountant: accountant als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het accountantsberoep;

b. Autoriteit FinanciŽle Markten de Stichting Autoriteit FinanciŽle Markten;

c. betrokkene degene jegens wie een klacht is ingediend op grond van artikel 22 van deze wet;

d. beroepsorganisatie: de Nederlandse beroepsorganisatie van accountants, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet op het accountantsberoep;

e. het College het College van Beroep voor het bedrijfsleven;

f. klager degene die jegens betrokkene een klacht heeft ingediend op grond van artikel 22 van deze wet;

g. Onze Minister Onze Minister van FinanciŽn;

h. Onze Ministers Onze Minister van FinanciŽn en Onze Minister van Justitie;

i. registers: het register, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de Wet toezicht accountantsorganisaties en het accountantsregister, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het accountantsberoep.

Hoofdstuk II. Tuchtrechtelijke maatregelen

Artikel 2

1. De tuchtrechtelijke maatregelen die de accountantskamer kan opleggen bij handelen of nalaten als bedoeld in artikel 42, eerste lid, van de Wet op het accountantsberoep of artikel 31, eerste lid, van de Wet toezicht accountantsorganisaties, zijn:

a. waarschuwing;

b. berisping;

c. geldboete;

d. tijdelijke doorhaling van de inschrijving van de accountant in het register voor ten hoogste ťťn jaar;

e. doorhaling van de inschrijving van de accountant in de registers.

2. Een geldboete kan gezamenlijk met een tuchtrechtelijke maatregel als genoemd in het eerste lid onder a, b, d en e, worden opgelegd.

3. Bij de beslissing tot oplegging van een maatregel als bedoeld in het eerste lid kan worden bepaald dat deze beslissing op kosten van betrokkene wordt openbaar gemaakt op een daarbij voorgeschreven wijze, indien enig door artikel 42, eerste lid, van de Wet op het accountantsberoep of artikel 31, eerste lid, van de Wet toezicht accountantsorganisaties beschermd belang dat vordert.

4. Bij de beslissing tot het opleggen van de maatregel van tijdelijke doorhaling van de inschrijving van de accountant kan de termijn die is gehanteerd ingevolge artikel 41, eerste lid, en 44, eerste lid, op de periode van de tijdelijke doorhaling in mindering worden gebracht.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2013]

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2013]

Artikel 5

1. Het bedrag van de geldboete is ten minste Ä 3,Ė en ten hoogste het bedrag van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

2. De geldboete kan geheel of gedeeltelijk voorwaardelijk worden opgelegd.

3. Een beslissing tot oplegging van een geldboete bevat de termijn waarbinnen deze moet zijn voldaan. Op verzoek van de betrokkene kan de voorzitter de termijn verlengen. De opgelegde boete komt ten bate van de Staat.

4. Wordt de boete niet binnen de gestelde termijn voldaan, dan kan de accountantskamer na het horen van betrokkene of het daartoe behoorlijk oproepen, ambtshalve beslissen een tuchtrechtelijke maatregel als bedoeld in artikel 2, onderdelen d of e, op te leggen.

Artikel 6

1.In het geval waarin de accountantskamer de openbaarmaking van haar uitspraak gelast, bepaalt zij tevens de wijze waarop aan die last uitvoering wordt gegeven.

2.De kosten van de openbaarmaking worden in de uitspraak op een bepaald bedrag geschat.

Artikel 7

1. In het geval waarin de accountantskamer tijdelijke doorhaling van de inschrijving van betrokkene in de registers gelast, vermeldt zij in haar uitspraak wanneer de tijdelijke doorhaling ingaat en wanneer deze eindigt.

2. Terstond na het doen van de uitspraak informeert de accountantskamer de Autoriteit FinanciŽle Markten en de voorzitter van de beroepsorganisatie over de naam van de betrokkene, het tijdstip waarop de tijdelijke doorhaling ingaat en het tijdstip waarop deze eindigt.

Artikel 8

1. In het geval waarin de accountantskamer doorhaling van de inschrijving van betrokkene in de registers gelast, bepaalt zij tevens de termijn waarbinnen betrokkene niet opnieuw in de registers kan worden ingeschreven. Deze termijn bedraagt maximaal 10 jaren.

2. Terstond na het doen van de uitspraak informeert de accountantskamer de Autoriteit FinanciŽle Markten en de voorzitter van de beroepsorganisatie over de naam van de betrokkene, het tijdstip waarop de doorhaling ingaat en de termijn waarbinnen betrokkene niet opnieuw in het register kan worden ingeschreven.

Artikel 9

1. De accountantskamer informeert terstond na het doen van de uitspraak de Autoriteit FinanciŽle Marktenen de voorzitter van de beroepsorganisatie omtrent de naam van betrokkene en de aard van de opgelegde tuchtrechtelijke maatregel.

2. De Autoriteit FinanciŽle Marktenen de voorzitter van de beroepsorganisatie dragen na het onherroepelijk worden van de uitspraak, zorg voor opname van de tuchtrechtelijke maatregel in de registers.

Hoofdstuk III. De accountantskamer

Artikel 10

1.Er is een accountantskamer gevestigd te Zwolle.

2.De accountantskamer vormt uit haar midden kamers voor het vervullen van haar taak. Kamers kunnen ook buiten de vestigingsplaats zitting houden.

3.De accountantskamer stelt bij reglement nadere regels vast over haar werkwijze.

Artikel 11

1. De accountantskamer heeft een voorzitter, ten hoogste tien leden en een secretaris.

2. De accountantskamer heeft ten hoogste twintig plaatsvervangende leden.

3. De accountantskamer kan een of meer plaatsvervangend-secretarissen hebben.

4. De voorzitter van de accountantskamer wijst ten hoogste zes personen, bedoeld in artikel 12, tweede lid, eerste volzin, aan als plaatsvervangend voorzitter.

Artikel 12

1. De voorzitter is rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast.

2. Van de leden is de helft rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast. De overige leden zijn accountant of deskundig ter zake van werkzaamheden die accountants verrichten.

3. Van de plaatsvervangende leden is de meerderheid rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast. De overige plaatsvervangende leden zijn accountant of deskundig ter zake van werkzaamheden die accountants verrichten.

4. De secretaris en de plaatsvervangend-secretarissen zijn zijn personen die zijn aangewezen om werkzaamheden te verrichten die bij of krachtens wet aan de griffier bij een gerecht zijn opgedragen.

Artikel 13

1. De voorzitter, de leden, de plaatsvervangende leden en de secretaris worden op voordracht van Onze Minister bij koninklijk besluit benoemd voor een periode van zes jaren.

2. De plaatsvervangend-secretarissen worden benoemd door de voorzitter van de accountantskamer.

Artikel 14

1.De secretaris en de leden zijn voor hun werkzaamheden enkel verantwoording verschuldigd aan de accountantskamer.

2.Artikel 42 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren is ten aanzien van de voorzitter de leden en de secretaris van overeenkomstige toepassing.

Artikel 15

1.De voorzitter, de leden en de secretaris leggen voorafgaand aan de aanvang van hun werkzaamheden voor de accountantskamer de eed of belofte af. Het formulier voor de eed of belofte wordt als bijlage bij deze wet gevoegd.

2.De voorzitter legt de eed of belofte af ten overstaan van een plaatsvervangend-voorzitter.

3.De leden en de secretaris leggen de eed of belofte af ten overstaan van de voorzitter.

4.Bij een opvolgende benoeming binnen de accountantskamer van de voorzitter, een lid of de secretaris blijft de beŽdiging achterwege.

5.De secretaris houdt een register waarin de koninklijke besluiten van de bij de accountantskamer benoemde personen en de formulieren van de eed/belofte worden bewaard.

Artikel 16

1. De voorzitter, de leden en de secretaris zijn geen lid van het bestuur van of werknemer bij de Autoriteit FinanciŽle Markten, een klachtencommissie belast met het behandelen van klachten inzake externe accountants, accountants of de beroepsorganisatie. Onze Minister kan regels stellen ten aanzien van functies of betrekkingen die zich niet verhouden tot het lidmaatschap van de accountantskamer.

2. Tussen de voorzitter, de leden en de secretaris mag niet bestaan een verhouding van werkgever tot werknemer. Zij mogen niet met elkaar in de uitoefening van een beroep voor gemene rekening of onder gemeenschappelijke naam optreden.

3. Tussen de voorzitter, de leden en de secretaris mag niet bestaan de verhouding van echtgenoten of geregistreerde partners, bloed- of aanverwantschap tot de derde graad ingesloten.

Artikel 17

De voorzitter, de leden en de secretaris zijn verplicht tot geheimhouding van de gegevens waarover zij bij de uitoefening van hun taak de beschikking krijgen en waarvan zij het vertrouwelijke karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot mededeling verplicht of uit hun taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.

Artikel 18

1.Het lidmaatschap van de accountantskamer van de voorzitter, de leden en de secretaris vervalt van rechtswege indien zij ophouden te voldoen aan de vereisten voor benoeming. Het lidmaatschap eindigt voorts van rechtswege door het verstrijken van de benoemingstermijn van zes jaar. Na deze termijn is herbenoeming mogelijk.

2.De voorzitter, de leden en de secretaris kunnen op eigen verzoek bij koninklijk besluit worden ontslagen.

3.De voorzitter, de leden en de secretaris worden in ieder geval bij koninklijk besluit ontslagen met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin zij de leeftijd van zeventig jaren hebben bereikt.

4.De voorzitter, de leden en de secretaris kunnen bij koninklijk besluit worden ontslagen op de gronden aangegeven in de artikelen 46c, tweede lid, 46d, tweede lid, 46l, eerste en derde lid, en 46m van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren en indien zij wegens ziekte ongeschikt zijn voor hun taak, mits de ongeschiktheid twee jaar onafgebroken heeft geduurd en herstel binnen zes maanden na de termijn van twee jaar redelijkerwijs niet is te verwachten.

Artikel 19

1. De voorzitter, de leden, de plaatsvervangende leden die rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast zijn, alsmede de secretaris en de plaatsvervangend-secretarissen, worden voor hun werkzaamheden bij de accountantskamer vrijgesteld.

2. Onze Minister compenseert het betrokken gerecht voor de vrijgestelde tijd overeenkomstig de bezoldiging die de personen, bedoeld in het eerste lid, op grond van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren ontvangen. Onze Minister compenseert het betrokken gerecht voorts voor de vrijgestelde tijd overeenkomstig de bezoldiging die de secretaris en de plaatsvervangend-secretarissen ontvangen op grond van het Algemeen Rijksambtenarenreglement dan wel het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.

3. De overige leden en plaatsvervangende leden ontvangen van Onze Minister een vacatiegeld voor hun werkzaamheden voor de accountantskamer volgens bij ministeriŽle regeling te stellen regels.

4. De opgeroepen getuigen en deskundigen ontvangen ten laste van Onze Minister een vergoeding overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de Wet tarieven in strafzaken.

Artikel 20

1.De artikelen 14 tot en met 18 zijn van overeenkomstige toepassing op de plaatsvervangers van de voorzitter, de leden en de secretaris.

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x