Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             

 
vorige

 

WET  BEňDIGDE  TOLKEN  EN  VERTALERS

Tekst zoals deze geldt op 18 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Besluit beŽdigde tolken en vertalers

 

 

WET van 11 oktober 2007, houdende regels inzake de beŽdiging van tolken en vertalers en de kwaliteit en de integriteit van beŽdigde tolken en vertalers (Wet beŽdigde tolken en vertalers)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een wet tot stand te brengen waarin regels worden gesteld inzake de beŽdiging van tolken en vertalers en de kwaliteit en integriteit van beŽdigde tolken en vertalers, waarin de Wet van 6 mei 1878, houdende bepalingen omtrent de beŽedigde vertalers opgaat;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Hoofdstuk I. Begripsbepalingen

Artikel 1

Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:

a. Onze Minister: Onze Minister van Justitie;

b. register: het register bedoeld in artikel 2;

c. beŽdigde tolk: degene die als zodanig is ingeschreven in het register;

d. beŽdigde vertaler: degene die als zodanig is ingeschreven in het register.

Hoofdstuk II. Register

ß 1. Instelling register

Artikel 2

1.Er is een register voor beŽdigde tolken en vertalers. Het register bevat ten aanzien van iedere ingeschreven tolk of vertaler in elk geval de volgende gegevens:

a. de personalia;

b. de aanduiding of betrokkene tolk of vertaler is;

c. de bron- of doeltaal dan wel bron- of doeltalen waarin de tolk of vertaler zijn werkzaamheden verricht; en

d. de overige specifieke bekwaamheden waarvan de tolk of vertaler vermelding in het register wenselijk acht.

2.Onze Minister is verantwoordelijk voor het register. Onze Minister kan een bewerker aanwijzen.

3.Onze Minister kan een lijst houden waarop de gegevens worden bijgehouden van tolken en vertalers die beschikken over een recente verklaring omtrent het gedrag en die wegens het ontbreken van opleidingen of het ontbreken van onafhankelijke deskundigen die de kennis kunnen toetsen, niet kunnen aantonen te beschikken over de vereiste competenties taalvaardigheid in de bron- of de doeltaal of kennis van de cultuur van het land of gebied van de bron- of doeltaal. Onze Minister kan een instelling aanwijzen die deze lijst bijhoudt.

4.Aan een ieder die dit verzoekt, wordt, met inachtneming van de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen, informatie verstrekt uit het register en uit de in het derde lid bedoelde lijst.

5.Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het bepaalde in het eerste tot en met vierde lid.

ß 2. Inhoud van en inschrijving in het register

Artikel 3

Om voor inschrijving in het register in aanmerking te komen dient de tolk dan wel de vertaler te voldoen aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen eisen ten aanzien van de volgende competenties:

Ė attitude van een tolk voor de tolk;

Ė attitude van een vertaler voor de vertaler;

Ė integriteit;

Ė taalvaardigheid in de brontaal;

Ė taalvaardigheid in de doeltaal;

Ė kennis van de cultuur van het land of gebied van de brontaal;

Ė kennis van de cultuur van het land of gebied van de doeltaal;

Ė tolkvaardigheid voor de tolk;

Ė vertaalvaardigheid voor de vertaler.

Artikel 4

1. Een aanvraag tot inschrijving geschiedt bij Onze Minister.

2. Bij de aanvraag tot inschrijving, bedoeld in het eerste lid, legt de tolk of vertaler een verklaring omtrent het gedrag over, als bedoeld in de Wet justitiŽle en strafvorderlijke gegevens.

3. De tolk of vertaler die minder dan vijf jaar in Nederland woonachtig is, legt naast de verklaring omtrent het gedrag tevens een integriteitsverklaring over die is afgegeven door een daartoe bevoegde instantie in het land van herkomst. Onze Minister weigert inschrijving van betrokkene in het register indien hij niet overtuigd is dat de overgelegde integriteitsverklaring voldoende waarborg biedt inzake de integriteit.

4. In afwijking van het tweede lid legt een tolk of vertaler die niet in Nederland woonachtig is een integriteitsverklaring over die is afgegeven door een daartoe bevoegde instantie in het land van herkomst. Onze Minister weigert inschrijving van betrokkene in het register indien hij niet overtuigd is dat de overgelegde integriteitsverklaring voldoende waarborg biedt inzake de integriteit.

5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld inzake:

a. de bij de aanvraag over te leggen gegevens of bescheiden die nodig zijn voor de beoordeling van de aanvraag;

b. de wijze van indiening van de aanvraag;

c. het bedrag dat bij behandeling van de aanvraag verschuldigd is.

6. Onze Minister neemt binnen zes weken een beslissing op de aanvraag tot inschrijving.

7. Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een verzoek tot inschrijving als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 5

De aanvraag tot inschrijving wordt afgewezen indien:

a. de aanvrager niet voldoet aan de in artikel 3 bedoelde eisen;

b. de aanvrager vreemdeling is en geen rechtmatig verblijf heeft in Nederland in de zin van artikel 8, aanhef en onder a tot en met e, dan wel l, van de Vreemdelingenwet 2000, of niet gerechtigd is in Nederland arbeid te verrichten;

c. de aanvrager ingevolge een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld wegens zijn lichamelijke of geestelijke toestand; of

d. een op grond van deze wet jegens de aanvrager genomen maatregel van doorhaling van de inschrijving zich daartegen verzet.

Artikel 6

In afwijking van artikel 5, onderdeel a, wordt de aanvraag van een tolk of vertaler die niet voldoet aan de daar bedoelde eisen, niet afgewezen indien:

a. aan hem ten aanzien van het betrokken beroep een erkenning van beroepskwalificaties is verleend als bedoeld in de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties;

b. hij in het buitenland een door Onze Minister aangewezen getuigschrift heeft verkregen dat geldt als bewijs van een verworven vakbekwaamheid die geacht kan worden gelijkwaardig te zijn aan de vakbekwaamheid welke uit het voldoen aan de in artikel 3 bedoelde eisen mag worden afgeleid, of

c. Onze Minister, gelet op een door de betrokkene in het buitenland verkregen getuigschrift, hem op aanvraag een verklaring heeft afgegeven, inhoudende dat

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x