Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             

 
vorige

 

WET  PARTICIPATIEBUDGET  (Wpb)

Tekst zoals deze geldt op 21 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Besluit inburgering
- Besluit participatiebudget
- Regeling inburgering
- Regeling persoonsvolgend budget voor inburgering in de opvang

 

 

WET van 29 december 2008 tot bundeling van het Wwb-werkdeel, budgetten voor inburgeringsvoorzieningen en de middelen voor volwasseneneducatie (Wet participatiebudget)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is dat het Wwb-werkdeel, inburgeringsbudgetten voor zover deze betrekking hebben op de inburgeringsvoorzieningen en de middelen voor volwasseneneducatie worden gebundeld;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

 

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

college: college van burgemeester en wethouders;

doelgroep:

1. iedere in Nederland woonachtige Nederlander van achttien jaar of ouder,

2. iedere in Nederland woonachtige vreemdeling van achttien jaar of ouder die rechtmatig in Nederland verblijf houdt in de zin van artikel 8, onderdelen a tot en met e dan wel l, van de Vreemdelingenwet 2000, en

3. iedere in Nederland woonachtige persoon van zeventien jaar of jonger die heeft voldaan aan de kwalificatieplicht, bedoeld in paragraaf 2a van de Leerplichtwet 1969, dan wel aan wie een vrijstelling van die kwalificatieplicht is verleend;

IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;

IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;

Onze Ministers: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

opleiding educatie: opleiding als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder b tot en met f, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

participatievoorziening: opleiding educatie of re-integratievoorziening;

re-integratievoorziening: een voorziening als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand, artikel 34, eerste lid, onderdeel a, van de IOAZ en artikel 34, eerste lid, onderdeel a, van de IOAW, gericht op arbeidsinschakeling;

regionaal opleidingencentrum: een instelling als bedoeld in artikel 1.3.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs.

 

Hoofdstuk 2. Participatiebudget

 

Artikel 2. Verdeling uitkering

1. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verstrekt aan het college een uitkering ten behoeve van de kosten van participatievoorzieningen, niet zijnde uitvoeringskosten, voor de doelgroep alsmede voor de voorzieningen, bedoeld in artikel 3, tweede lid.

2. De uitkering wordt vastgesteld in september voorafgaande aan het kalenderjaar waarop zij betrekking heeft.

3. Het bedrag van de uitkering is de som van de uitkomsten van drie berekeningen, elk op basis van een verdeelsleutel die bepaalt hoe het voor het kalenderjaar bij begrotingswet vast te stellen bedrag dat Onze Minister wie het aangaat beschikbaar heeft voor de uitkering wordt verdeeld over de colleges.

4. De verdeelsleutels worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgesteld.

5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de betaalbaarstelling van de uitkering.

6. Onder bij algemene maatregel van bestuur te bepalen voorwaarden kan een bij die algemene maatregel van bestuur te bepalen gedeelte van de uitkering worden aangewend voor andere kosten ten behoeve van de bevordering van participatie dan de kosten, bedoeld in het eerste lid, alsmede ten behoeve van de in dat lid bedoelde uitvoeringskosten.

 

Artikel 3. De voorziening

1. Het college kan aan personen uit de doelgroep opleidingen educatie of re-integratievoorzieningen aanbieden. Daarbij geldt dat opleidingen educatie alleen kunnen worden aangeboden aan personen van

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x