Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

             

 
vorige

 

WET  TEGEMOETKOMING  CHRONISCH  ZIEKEN  EN  GEHANDICAPTEN  (Wtcg)

Tekst zoals deze geldt op 21 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten
- Regeling tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten

 

 

WET van 29 december 2008 tot regeling van een tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten (Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is dat chronisch zieken en gehandicapten die worden geconfronteerd met hoge uitgaven in verband met gezondheidsproblemen hiervoor een tegemoetkoming ontvangen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Hoofdstuk 1. Algemene bepaling

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. rechthebbende: persoon die recht heeft op een tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten als bedoeld in paragraaf 2.1 van deze wet;

b. het CAK: het CAK, genoemd in artikel 48, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;

c. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

d. burgerservicenummer: het nummer, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer;

e. inspecteur: inspecteur als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;

f. inkomensgegeven: inkomensgegeven als bedoeld in artikel 21, onderdeel e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

Hoofdstuk 2. Tegemoetkomingen in verband met gezondheidsproblemen

2.1. Algemene tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten

Artikel 2

1. Recht op een van de draagkracht afhankelijke tegemoetkoming van het CAK heeft degene die in het berekeningsjaar behoort tot een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen groep van personen:

a. die gebruik maken van hulpmiddelenzorg, farmaceutische zorg, fysiotherapie, oefentherapie of geneeskundige zorg die behoort tot de verzekerde prestaties op grond van de Zorgverzekeringswet,

b. voor wie ingevolge artikel 9b, eerste of vierde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten is vastgesteld dat zij aanspraak hebben op zorg, of

c. die gebruik maken van een individuele voorziening, die beoogt hen in staat te stellen een huishouden te voeren als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, dan wel zich te verplaatsen in en om de woning als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de Wet maatschappelijke ondersteuning.

2. Bij algemene maatregel van bestuur wordt de hoogte van de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld, waarbij de hoogte van de tegemoetkoming voor verschillende groepen op een verschillend bedrag kan worden vastgesteld.

3. De criteria, genoemd in het eerste lid, onder a tot en met c, kunnen indien dit met het oog op een betere werking van deze wet op korte termijn noodzakelijk wordt geacht, bij algemene maatregel van bestuur worden aangevuld.

4. Na de plaatsing in het Staatsblad van een krachtens het derde lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur wordt een voorstel van wet tot regeling van het betrokken onderwerp zo spoedig mogelijk bij de Staten-Generaal ingediend. Indien het voorstel wordt ingetrokken of indien een van de beide kamers der Staten-Generaal besluit het voorstel niet aan te nemen, wordt de algemene maatregel van bestuur onverwijld ingetrokken. Wordt het voorstel tot wet verheven, dan wordt de algemene maatregel van bestuur ingetrokken op het tijdstip van inwerkingtreding van die wet.

5. In afwijking in zoverre van de tweede en derde volzin van het vierde lid wordt, in geval de wijzigingen in de krachtens het derde lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur meer omvatten dan een aanvulling van de criteria, genoemd in het eerste lid, onder a tot en met c, de algemene maatregel van bestuur niet ingetrokken, maar zodanig gewijzigd dat onverwijld dan wel met terugwerkende kracht tot en met de datum van inwerkingtreding van de wet uitsluitend de criteria waarmee de criteria, genoemd in het eerste lid, onder a tot en met c, zijn aangevuld, vervallen.

Artikel 2a

1. In afwijking van artikel 2, eerste lid, heeft een belanghebbende, die op de laatste dag van het berekeningsjaar meerderjarig is, geen recht op de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, indien:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x