Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

 

RIJKSWET  KUSTWACHT  VOOR  ARUBA,  CURAÇAO  EN  SINT  MAARTEN  ALSMEDE  VOOR  DE  OPENBARE  LICHAMEN  BONAIRE,  SINT  EUSTATIUS  EN  SABA ¹

Tekst zoals deze geldt op 14 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Uitvoeringsbesluit Kustwacht voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten alsmede voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba

 

 

RIJKSWET van 25 februari 2008, houdende regeling van de taken en bevoegdheden, alsmede het beheer en beleid van de Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba (Rijkswet Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba) ¹

1. Redactie: ingevolge artikel 4.5, onderdeel M, van de Rijkswet aanpassing rijkswetten aan de oprichting van de nieuwe landen is de Rijkswet Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba met ingang van 10 oktober 2010 voorzien van een nieuwe citeertitel, luidende: Rijkswet Kustwacht voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten alsmede voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om, gelet op artikel 38, eerste, tweede en derde lid, alsmede op artikel 3, eerste lid, onderdeel a en b, van het Statuut voor het Koninkrijk, te voorzien in een structurele regeling betreffende de Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State van het Koninkrijk gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, de bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

 

Artikel 1

1. In deze rijkswet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. Onze Minister: Onze Minister van Defensie;

b. Kustwacht: Kustwacht voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten alsmede voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

c. kustwachtschip: enig vaartuig door de Kustwacht gebezigd voor de uitoefening van enige bij deze rijkswet omschreven taak, dat de daarvoor vastgestelde uiterlijke kentekenen voert, dan wel duidelijk kenbaar in gebruik is bij de krijgsmacht van het Koninkrijk;

d. kustwachtluchtvaartuig: enig luchtvaartuig door de Kustwacht gebezigd voor de uitoefening van enige bij deze rijkswet omschreven taak, dat de daarvoor vastgestelde uiterlijke kentekenen voert, dan wel duidelijk kenbaar in gebruik is bij de krijgsmacht van het Koninkrijk;

e. commandant: diegene die krachtens aanstelling of aanwijzing het bevel voert over een kustwachtschip of kustwachtluchtvaartuig;

f. opvarende: ieder die zich aan boord bevindt van een kustwachtschip, met uitzondering van de commandant;

g. gezagvoerder: degene die aan boord van enig vaartuig of luchtvaartuig, niet zijnde een kustwachtschip of kustwachtluchtvaartuig, feitelijk het bevel voert;

h. territoriale zee: de zeewateren, vastgesteld bij of krachtens artikel 1 van de Rijkswet uitbreiding territoriale zee van het Koninkrijk;

i. volle zee: zee als bedoeld in artikel 86 van het zeerechtverdrag;

j. binnenwateren: wateren als bedoeld in artikel 8 van het zeerechtverdrag;

k. zeerechtverdrag: het op 10 december 1982 te Montego Bay tot stand gekomen Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee (Trb. 1984, 55).

2. Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur, op voordracht van Onze Minister, worden regels vastgesteld met betrekking tot de uiterlijke kentekenen van kustwachtschepen en kustwachtluchtvaartuigen.

3. Voor de toepassing van deze rijkswet gelden Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten elk afzonderlijk als een rechtsgebied.

4. Het bij of krachtens deze rijkswet bepaalde met betrekking tot kustwachtschepen onderscheidenlijk vaartuigen en hun opvarenden is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot kustwachtluchtvaartuigen onderscheidenlijk luchtvaartuigen en hun bemanningsleden.

 

Hoofdstuk II. Taken en bevoegdheden

 

Artikel 2

1. Er is een Kustwacht voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten alsmede voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2. De Kustwacht is belast met toezichthoudende en opsporingstaken alsmede met dienstverlenende taken, welke in ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag worden uitgevoerd.

3. De toezichthoudende en opsporingstaken zijn:

a. algemene politietaken, waaronder operaties ter bestrijding van de handel en smokkel in verdovende middelen,

b. terrorismebestrijding,

c. grensbewaking

d. douanetoezicht

e. toezicht op het milieu en de visserij, en

f. toezicht op de scheepvaart, waaronder het verkeer en de uitrusting van schepen.

4. De dienstverlenende taken zijn:

a. afwikkeling van nood-, spoed- en veiligheidsverkeer, en

b. hulpverlening en rampenbestrijding.

5. Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in dit artikel bedoelde taken van de Kustwacht.

 

Artikel 3

De Kustwacht oefent haar taken uit in de volgende wateren en het luchtruim daarboven:

a. de binnenwateren van Aruba, Curaçao en Sint Maarten alsmede van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba,

b. de territoriale zee van Aruba, Curaçao en Sint Maarten alsmede van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, en

c. de aansluitende zone en het overige zeegebied in de Carïbische zee, behoudens het in artikel 11 bepaalde.

 

Artikel 4

1.Ter uitvoering van de toezichthoudende en opsporingstaken is de door Onze Minister aangewezen commandant bevoegd van een gezagvoerder te vorderen:

a. dat deze op eerste aanroep of praaiing het door hem gevoerde vaartuig doet bijdraaien en stilleggen dan wel zodanig manoeuvreert dat toegang tot het vaartuig mogelijk wordt gemaakt,

b. dat deze de noodzakelijke maatregelen neemt om aan de commandant of de door deze aangewezen opvarenden de toegang te verschaffen tot het vaartuig, of

c. dat het aangeroepen of gepraaide vaartuig koers neemt in een door de commandant opgegeven of op te geven richting en dat het op een aangegeven plaats ligplaats doet kiezen, ankert of landt;

2.Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden vastgesteld omtrent de wijze waarop de vorderingen, bedoeld in het eerste lid, worden gedaan.

 

Artikel 5

1.Voor zover zulks redelijkerwijs nodig is voor de uitoefening van de toezichthoudende en opsporingstaken zijn de commandant

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x