|
Nadere regelgeving:
- Besluit
basisregistraties adressen en gebouwen
WET van 24 januari 2008, houdende regels omtrent de basisregistraties
adressen en gebouwen (Wet basisregistraties adressen en gebouwen)
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der
Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen,
saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
ter bevordering van een goede vervulling van publiekrechtelijke taken
wenselijk is om een basisregistratie adressen en een basisregistratie
gebouwen tot stand te brengen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. adres: door het bevoegde gemeentelijke orgaan aan een
verblijfsobject, een standplaats of een ligplaats toegekende
benaming, bestaande uit een combinatie van de naam van een openbare
ruimte, een nummeraanduiding en de naam van een woonplaats;
b. adressenregister: gemeentelijk register dat brondocumenten met
betrekking tot woonplaatsen, openbare ruimten, nummeraanduidingen en
feitelijk gebruik van een benaming of aanduiding als bedoeld in
artikel 10, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, bevat;
c. adressenregistratie: gemeentelijke registratie van alle
woonplaatsen, openbare ruimten, nummeraanduidingen en feitelijk
gebruik van een benaming of aanduiding als bedoeld in artikel 10,
eerste lid, onderdeel b, onder 1°, op het grondgebied van de
gemeente;
d. authentiek gegeven: in een basisregistratie opgenomen gegeven
dat bij of krachtens de wet als authentiek is aangemerkt;
e. basisregistratie: verzameling gegevens waarvan bij wet is
bepaald dat deze een basisregistratie vormt;
f. brondocument: document waarin rechtsfeiten en andere voor de
registraties relevante feiten zijn neergelegd;
g. Dienst: Dienst voor het kadaster en de openbare registers,
genoemd in artikel 2 van de Organisatiewet Kadaster;
h. gebouwenregister: gemeentelijk register dat brondocumenten met
betrekking tot panden, verblijfsobjecten, standplaatsen, ligplaatsen
en feitelijk gebruik van een terrein of plaats in het water als
bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, onder 2°
respectievelijk 3°, bevat;
i. gebouwenregistratie: gemeentelijke registratie van alle
panden, verblijfsobjecten, standplaatsen, ligplaatsen en feitelijk
gebruik van een terrein of plaats in het water als bedoeld in
artikel 10, eerste lid, onderdeel b, onder 2° respectievelijk 3°,
op het grondgebied van de gemeente;
j. landelijke voorziening: landelijke voorziening als bedoeld in
artikel 26;
k. ligplaats: door het bevoegde gemeentelijke orgaan als zodanig
aangewezen plaats in het water al dan niet aangevuld met een op de
oever aanwezig terrein of een gedeelte daarvan, die bestemd is voor
het permanent afmeren van een voor woon-, bedrijfsmatige of
recreatieve doeleinden geschikt vaartuig;
l. nummeraanduiding: door het bevoegde gemeentelijke orgaan als
zodanig toegekende aanduiding van een verblijfsobject, een
standplaats of een ligplaats;
m. Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer;
n. openbare ruimte: door het bevoegde gemeentelijke orgaan als
zodanig aangewezen en van een naam voorziene buitenruimte die binnen
één woonplaats is gelegen;
o. pand: kleinste bij de totstandkoming functioneel en
bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam
met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is;
p. standplaats: door het bevoegde gemeentelijke orgaan als
zodanig aangewezen terrein of gedeelte daarvan dat bestemd is voor
het permanent plaatsen van een niet direct en niet duurzaam met de
aarde verbonden en voor woon-, bedrijfsmatige, of recreatieve
doeleinden geschikte ruimte;
q. verblijfsobject: kleinste binnen één of meer panden gelegen
en voor woon-,bedrijfsmatige, of recreatieve doeleinden geschikte
eenheid van gebruik die ontsloten wordt via een eigen afsluitbare
toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde
verkeersruimte, onderwerp kan zijn van goederenrechtelijke
rechtshandelingen en in functioneel opzicht zelfstandig is;
r. woonplaats: door het bevoegde gemeentelijke orgaan als zodanig
aangewezen en van een naam voorzien gedeelte van het grondgebied van
de gemeente.
Artikel 2
Burgemeester en wethouders houden:
a. een basisregistratie adressen, bestaande uit een
adressenregister en een geautomatiseerde adressenregistratie, en
b. een basisregistratie gebouwen, bestaande uit een
gebouwenregister en een geautomatiseerde gebouwenregistratie.
Artikel 3
De basisregistraties, bedoeld in artikel 2, worden gehouden met als
doel het aan eenieder beschikbaar stellen van de bij of krachtens deze
wet in die basisregistraties opgenomen gegevens over adressen en
gebouwen.
Artikel 4
1. Ten aanzien van de verwerking van persoonsgegevens ter
uitvoering van deze wet zijn burgemeester en wethouders
respectievelijk is het bestuur van de Dienst, ieder voor zover die
verwerking onder hun respectievelijk zijn verantwoordelijkheid
plaatsvindt, verantwoordelijke in de zin van artikel 1, onderdeel d,
van de Wet bescherming persoonsgegevens.
2. Artikel 35 van de Wet bescherming persoonsgegevens is niet van
toepassing.
3. Gegevens uit de basisregistraties, bedoeld in artikel 2, die
kunnen worden herleid tot een geďdentificeerde of identificeerbare
natuurlijk persoon worden slechts verstrekt indien dit voortvloeit uit
het doel, genoemd in artikel 3, en de afnemer bevoegd is die gegevens
te verwerken op één van de gronden, genoemd in artikel 8, onderdelen
a en c tot en met f, van de Wet bescherming persoonsgegevens.
Artikel 5
In de basisregistratie gebouwen worden geen gegevens opgenomen met
betrekking tot panden, verblijfsobjecten, standplaatsen of ligplaatsen
die in gebruik zijn bij de krijgsmacht of bij een krijgsmacht van een
bondgenootschappelijke mogendheid, voor zover tegen het opnemen van die
gegevens naar het oordeel van Onze Minister van Defensie bezwaar
bestaat.
Artikel 6
1. De gemeenteraad deelt het grondgebied van de gemeente in een of
meer woonplaatsen in, stelt de openbare ruimten vast en kent
nummeraanduidingen toe aan de op het grondgebied van de gemeente
gelegen verblijfsobjecten, standplaatsen en ligplaatsen.
2. De gemeenteraad stelt de standplaatsen en de ligplaatsen vast.
3. De gemeenteraad stelt de afbakening van panden,
verblijfsobjecten, standplaatsen en ligplaatsen vast.
4. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven ten
aanzien van de indeling, de vaststelling en de toekenning, bedoeld in
het eerste en tweede lid, en kunnen regels worden gegeven ten aanzien
van de afbakening, bedoeld in het derde lid.
Artikel 6a
Burgemeester en wethouders dragen er in het belang van een goede
registratie zorg voor dat van elke feitelijke situatie waarvan een
krachtens artikel 10 aangewezen brondocument kan worden opgemaakt dat
een constatering of verklaring van een daartoe aangewezen ambtenaar
behelst, een zodanig brondocument wordt opgemaakt.
Artikel 7
Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat de definitieve
geometrie van panden en verblijfsobjecten binnen zes maanden nadat het
pand respectievelijk het verblijfsobject gereed is gekomen dan wel een
wijziging daarvan is gerealiseerd beschikbaar is en in de
gebouwenregistratie is opgenomen.
Artikel 8
1. De door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren die
zijn belast met de vaststelling van de geometrie, bedoeld in artikel
7, zijn bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur en andere
hulpmiddelen, elke plaats te betreden, onverminderd artikel 2 van de
Algemene wet op het binnentreden, en daar waarnemingen of metingen te
verrichten, voor zover dat redelijkerwijs nodig is voor de vervulling
van hun taak.
2. De eigenaar, de beperkt gerechtigde en de gebruiker van een pand
of een verblijfsobject zijn verplicht aan de ambtenaren, bedoeld in
het eerste lid, binnen de door dezen gestelde redelijke termijn alle
medewerking te verlenen die dezen redelijkerwijs kunnen vorderen bij
de uitoefening van de bevoegdheden, genoemd in het eerste lid, met
dien verstande dat toegang slechts wordt verleend tussen acht uur ’s
morgens en zes uur ’s avonds en dat die niet behoeft te worden
verleend op zaterdagen, zondagen en algemeen erkende feestdagen.
3. Indien de toegang wordt geweigerd, verschaffen de ambtenaren,
bedoeld in het eerste lid, zich zo nodig toegang met behulp van de
sterke arm. Indien het verrichten van de handelingen, bedoeld in het
eerste lid, niet wordt toegestaan zijn de ambtenaren, bedoeld in het
eerste lid, bevoegd het verrichten van die handelingen zo nodig met
behulp van de sterke arm mogelijk te maken.
4. De schade die uit de toepassing van het eerste lid voortvloeit,
wordt door burgemeester en wethouders op verzoek vergoed. De vordering
tot schadevergoeding staat ter kennisneming van de kantonrechter bij
de rechtbank van het arrondissement waarin de gemeente is gelegen.
Tegen de uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Hoofdstuk 2. De registers
Artikel 9
1. Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat het
adressenregister en het gebouwenregister zodanig worden opgezet dat de
inhoud daarvan duurzaam kan worden bewaard en te allen tijde binnen
een redelijke termijn raadpleegbaar en beschikbaar is.
2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gegeven omtrent
de administratieve inrichting van het adressenregister en het
gebouwenregister.
Artikel 10
1. In het adressenregister respectievelijk het gebouwenregister
worden als brondocument ingeschreven:
a. bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen documenten;
b. een door een daartoe aangewezen ambtenaar opgemaakt
proces-verbaal van constatering van:
1°. een feitelijk gebruik van een benaming of aanduiding
van een woonplaats, openbare ruimte of verblijfsobject, niet
zijnde een adres of deel van een adres in de zin van deze wet;
2°. een feitelijk gebruik van een terrein of gedeelte
daarvan voor het permanent plaatsen van een niet direct en
niet duurzaam met de aarde verbonden en voor woon-,
bedrijfsmatige, of recreatieve doeleinden geschikte ruimte,
niet zijnde een standplaats in de zin van deze wet;
3°. een feitelijk gebruik van een plaats in het water, al
dan niet aangevuld met een op de oever aanwezig terrein of
gedeelte daarvan, voor het permanent afmeren van een vaartuig,
niet zijnde een ligplaats in de zin van deze wet;
4°. een pand, ten aanzien waarvan een krachtens onderdeel
a aangewezen brondocument ontbreekt;
5°. een verblijfsobject, of zodanig gebruik van een ruimte
dat deze feitelijk met een verblijfsobject kan worden
gelijkgesteld, ten aanzien waarvan een krachtens onderdeel a
aangewezen brondocument ontbreekt.
2. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor de inschrijving in
het adressenregister respectievelijk het gebouwenregister van de in
het eerste lid genoemde brondocumenten.
Artikel 11
1. Een krachtens artikel 10aangewezen brondocument dat in het
adressenregister respectievelijk het gebouwenregister wordt
ingeschreven vermeldt in ieder geval:
a. een aanduiding van de rechtsgrond waarop het is gebaseerd,
en
b. de data, bedoeld inartikel 12, onderdeel a of c.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van het
goed functioneren van de adressenregistratie respectievelijk de
gebouwenregistratie nadere regels worden gegeven ten aanzien van
krachtens artikel 10 aangewezen brondocumenten.
Artikel 12
Inschrijving van een krachtens artikel 10 aangewezen brondocument in
het adressenregister respectievelijk het gebouwenregister vindt plaats
binnen vier werkdagen na:
a. de dagtekening van het in dat brondocument opgenomen besluit,
b. de dag waarop de in dat brondocument opgenomen uitspraak
onherroepelijk is geworden, of
c. de dagtekening van het brondocument indien dat brondocument
geen besluit of uitspraak bevat.
Artikel 13
Een krachtens artikel 10 aangewezen brondocument dat is ingeschreven,
wordt niet uit het adressenregister respectievelijk het gebouwenregister
verwijderd.
Hoofdstuk 3. De registraties
§ 1. Algemeen
Artikel 14
1. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor een goede
beschikbaarheid, werking en beveiliging van de adressenregistratie
respectievelijk de gebouwenregistratie.
2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gegeven omtrent
de technische en administratieve inrichting van de adressenregistratie
en de gebouwenregistratie.
Artikel 14a
Burgemeester en wethouders dragen zorg voor de verwerking van de
gegevens opgenomen in een in het adressenregister of het
gebouwenregister ingeschreven brondocument in de adressenregistratie
respectievelijk de gebouwenregistratie.
Artikel 15
Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat de weergave van
een krachtens deze wet in de adressenregistratie respectievelijk de
gebouwenregistratie opgenomen authentiek gegeven overeenstemt met dat
gegeven als opgenomen in het desbetreffende in het adressenregister
respectievelijk het gebouwenregister ingeschreven brondocument.
Artikel 16
Verwerking van de gegevens opgenomen in een in het adressenregister
respectievelijk het gebouwenregister ingeschreven brondocument in de
adressenregistratie respectievelijk de gebouwenregistratie vindt plaats
binnen vier werkdagen na:
a. de dagtekening van het in dat brondocument opgenomen besluit,
b. de dag waarop de in dat brondocument opgenomen uitspraak
onherroepelijk is geworden, of
c. de dagtekening van het brondocument indien dat brondocument
geen besluit of uitspraak bevat.
Artikel 17
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen:
a. andere dan de in deze wet genoemde niet-authentieke gegevens
worden aangewezen die in de adressenregistratie respectievelijk de
gebouwenregistratie worden opgenomen, en
b. regels worden gegeven met betrekking tot de bijhouding van
de adressenregistratie en de gebouwenregistratie.
2. Bij ministeriële regeling wordt voor de adressenregistratie en
de gebouwenregistratie een systeembeschrijving vastgelegd, die in
ieder geval omvat:
a. de gegevensdefinities van de in paragraaf 2 en 3 van dit
hoofdstuk genoemde gegevens, en
b. de beschrijving van het koppelvlak met de landelijke
voorziening ten behoeve van het elektronisch berichtenverkeer met
die voorziening.
Artikel 18 [Vervallen per 01-07-2009]
§ 2. De adressenregistratie
Artikel 19
1. De adressenregistratie bevat de volgende authentieke gegevens
met betrekking tot woonplaatsen:
a. de identificatiecode van de woonplaats, zoals opgenomen in
de landelijke woonplaatsentabel;
b. de naam van de woonplaats zoals opgenomen in het
desbetreffende brondocument;
c. de geometrie van de woonplaats, en
d. een aanduiding waaruit de actuele dan wel de historische
status van de woonplaats blijkt.
2. De adressenregistratie bevat de volgende niet-authentieke
gegevens met betrekking tot woonplaatsen:
a. de aanduiding dat de opneming in de adressenregistratie is
gebaseerd op een proces-verbaal als bedoeld in artikel 10, eerste
lid, onderdeel b, indien dit het geval is;
b. de aantekening «in onderzoek», indien toepassing is
gegeven aanartikel 39, tweede lid, of 41, tweede lid;
c. de ingangsdatum en in voorkomende gevallen de einddatum van
de geldigheid van een bepaalde combinatie van gegevens over de
woonplaats, en
d. de dagtekening en het inschrijfnummer van het brondocument
dat ten grondslag ligt aan de opneming, een wijziging of het niet
langer geldig zijn van gegevens ten aanzien van de woonplaats.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven met
betrekking tot de landelijke woonplaatsentabel, bedoeld in het eerste
lid, onderdeel a.
Artikel 20
1. De adressenregistratie bevat de volgende authentieke gegevens
met betrekking tot openbare ruimten:
a. de identificatiecode van de openbare ruimte;
b. de identificatiecode van de woonplaats, zoals opgenomen in
de landelijke woonplaatsentabel, waarbinnen de openbare ruimte is
gelegen;
c. de naam van de openbare ruimte zoals opgenomen in het
desbetreffende brondocument;
d. het type openbare ruimte waaraan de benaming is toegekend,
en
e. een aanduiding waaruit de actuele dan wel de historische
status van de openbare ruimte blijkt.
2. De adressenregistratie bevat de volgende niet-authentieke
gegevens met betrekking tot openbare ruimten:
a. de aanduiding dat de opneming in de adressenregistratie is
gebaseerd op een proces-verbaal als bedoeld in artikel 10, eerste
lid, onderdeel b, indien dit het geval is;
b. de aantekening «in onderzoek», indien toepassing is
gegeven aanartikel 39, tweede lid, of 41, tweede lid;
c. de ingangsdatum en in voorkomende gevallen de einddatum van
de geldigheid van een bepaalde combinatie van gegevens over de
openbare ruimte, en
d. de dagtekening en het inschrijfnummer van het brondocument
dat ten grondslag ligt aan de opneming, een wijziging of het niet
langer geldig zijn van gegevens ten aanzien van de openbare
ruimte.
Artikel 21
1. De adressenregistratie bevat de volgende authentieke gegevens
met betrekking tot nummeraanduidingen:
a. de identificatiecode van de nummeraanduiding;
b. de identificatiecode van de openbare ruimte waaraan de
nummeraanduiding is gerelateerd;
c. de identificatiecode van de woonplaats, zoals opgenomen in
de landelijke woonplaatsentabel, waarbinnen het object waaraan de
nummeraanduiding is toegekend gelegen is indien die woonplaats
afwijkt van de woonplaats waarbinnen de openbare ruimte waaraan de
nummeraanduiding is gerelateerd gelegen is;
d. het huisnummer;
e. de huisletter;
f. de huisnummertoevoeging;
g. het type object waaraan een nummeraanduiding is toegekend,
en
h. een aanduiding waaruit de actuele dan wel de historische
status van de nummeraanduiding blijkt.
2. De adressenregistratie bevat de volgende niet-authentieke
gegevens met betrekking tot nummeraanduidingen:
a. de postcode;
b. de aanduiding dat de opneming in de adressenregistratie is
gebaseerd op een proces-verbaal als bedoeld in artikel 10, eerste
lid, onderdeel b, indien dit het geval is;
c. de aantekening «in onderzoek», indien toepassing is
gegeven aanartikel 39, tweede lid, of 41, tweede lid;
d. de ingangsdatum en in voorkomende gevallen de einddatum van
de geldigheid van een bepaalde combinatie van gegevens over de
nummeraanduiding, en
e. de dagtekening en het inschrijfnummer van het brondocument
dat ten grondslag ligt aan de opneming, een wijziging of het niet
langer geldig zijn van gegevens ten aanzien van de
nummeraanduiding.
§ 3. De gebouwenregistratie
Artikel 22
1. De gebouwenregistratie bevat de volgende authentieke gegevens
met betrekking tot panden:
a. de identificatiecode van het pand;
b. de geometrie van het pand;
c. het bouwjaar van het pand, en
d. de status van het pand.
2. De gebouwenregistratie bevat de volgende niet-authentieke
gegevens met betrekking tot panden:
a. de aanduiding dat de opneming in de gebouwenregistratie is
gebaseerd op een proces-verbaal als bedoeld in artikel 10, eerste
lid, onderdeel b, indien dit het geval is;
b. de aantekening «in onderzoek», indien toepassing is
gegeven aanartikel 39, tweede lid, of 41, tweede lid;
c. de ingangsdatum en in voorkomende gevallen de einddatum van
de geldigheid van een bepaalde combinatie van gegevens over het
pand, en
d. de dagtekening en het inschrijfnummer van het brondocument
dat ten grondslag ligt aan de opneming, een wijziging of het niet
langer geldig zijn van gegevens ten aanzien van het pand.
Artikel 23
1. De gebouwenregistratie bevat de volgende authentieke gegevens
met betrekking tot verblijfsobjecten:
a. de identificatiecode van het verblijfsobject;
b. de identificatiecode van het pand of de panden waar het
verblijfsobject onderdeel van is;
c. het gebruiksdoel dat of de gebruiksdoelen die in het
desbetreffende brondocument aan het verblijfsobject is
respectievelijk zijn toegekend;
d. de oppervlakte van het verblijfsobject;
e. de identificatiecode of de identificatiecodes van de
nummeraanduiding respectievelijk de nummeraanduidingen die
onderdeel is respectievelijk zijn van het aan het verblijfsobject
toegekende hoofdadres en de aanwezige nevenadressen;
f. de geometrie van het verblijfsobject, en
g. de status van het verblijfsobject.
2. De gebouwenregistratie bevat de volgende niet-authentieke
gegevens met betrekking tot verblijfsobjecten:
a. de aanduiding dat de opneming in de gebouwenregistratie is
gebaseerd op een proces-verbaal als bedoeld in artikel 10, eerste
lid, onderdeel b, indien dit het geval is;
b. de aantekening «in onderzoek», indien toepassing is
gegeven aanartikel 39, tweede lid, of 41, tweede lid;
c. de ingangsdatum en in voorkomende gevallen de einddatum van
de geldigheid van een bepaalde combinatie van gegevens over het
verblijfsobject, en
d. de dagtekening en het inschrijfnummer van het brondocument
dat ten grondslag ligt aan de opneming, een wijziging of het niet
langer geldig zijn van gegevens ten aanzien van het
verblijfsobject.
Artikel 24
1. De gebouwenregistratie bevat de volgende authentieke gegevens
met betrekking tot standplaatsen:
a. de identificatiecode van de standplaats;
b. de identificatiecode of de identificatiecodes van de
nummeraanduiding respectievelijk de nummeraanduidingen die
onderdeel is respectievelijk zijn van het aan de standplaats
toegekende hoofdadres en de aanwezige nevenadressen;
c. de geometrie van de standplaats, en
d. een aanduiding waaruit de actuele dan wel de historische
status van de standplaats blijkt.
2. De gebouwenregistratie bevat de volgende niet-authentieke
gegevens met betrekking tot standplaatsen:
a. de aanduiding dat de opneming in de gebouwenregistratie is
gebaseerd op een proces-verbaal als bedoeld in artikel 10, eerste
lid, onderdeel b, indien dit het geval is;
b. de aantekening «in onderzoek», indien toepassing is
gegeven aanartikel 39, tweede lid, of 41, tweede lid;
c. de ingangsdatum en in voorkomende gevallen de einddatum van
de geldigheid van een bepaalde combinatie van gegevens over de
standplaats, en
d. de dagtekening en het inschrijfnummer van het brondocument
dat ten grondslag ligt aan de opneming, een wijziging of het niet
langer geldig zijn van gegevens ten aanzien van de standplaats.
Artikel 25
1. De gebouwenregistratie bevat de volgende authentieke gegevens
met betrekking tot ligplaatsen:
a. de identificatiecode van de ligplaats;
b. de identificatiecode of de identificatiecodes van de
nummeraanduiding respectievelijk de nummeraanduidingen die
onderdeel is respectievelijk zijn van het aan de ligplaats
toegekende hoofdadres en de aanwezige nevenadressen;
c. de geometrie van de ligplaats, en
d. een aanduiding waaruit de actuele dan wel de historische
status van de ligplaats blijkt.
2. De gebouwenregistratie bevat de volgende niet-authentieke
gegevens met betrekking tot ligplaatsen:
a. de aanduiding dat de opneming in de gebouwenregistratie is
gebaseerd op een proces-verbaal als bedoeld in artikel 10, eerste
lid, onderdeel b, indien dit het geval is;
b. de aantekening «in onderzoek», indien toepassing is
gegeven aanartikel 39, tweede lid, of 41, tweede lid;
c. de ingangsdatum en in voorkomende gevallen de einddatum van
de geldigheid van een bepaalde combinatie van gegevens over de
ligplaats, en
d. de dagtekening en het inschrijfnummer van het brondocument
dat ten grondslag ligt aan de opneming, een wijziging of het niet
langer geldig zijn van gegevens ten aanzien van de ligplaats.
Hoofdstuk 4. De landelijke voorziening
§ 1. Algemeen
Artikel 26
De Dienst houdt een geautomatiseerde landelijke voorziening waarin de
gegevens uit de in de gemeenten gehouden adressenregistraties en de
gebouwenregistraties zijn opgenomen.
Artikel 27
Het bestuur van de Dienst draagt er zorg voor dat de weergave van een
in de landelijke voorziening opgenomen gegeven overeenstemt met het
overeenkomstig artikel 31 door burgemeester en wethouders verstrekte
gegeven.
Artikel 28
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gegeven
omtrent het beheer, de vorm en de inrichting van de landelijke
voorziening.
§ 2. Overleg
Artikel 29
1. De Dienst beheert de landelijke voorziening in overleg met een
representatieve vertegenwoordiging van burgemeester en wethouders van
de gemeenten.
2. Omtrent alle aangelegenheden betreffende het beheer van de
basisregistraties adressen en gebouwen voert een representatieve
vertegenwoordiging van burgemeester en wethouders van de gemeenten
overleg met de Dienst.
3. De uitkomsten van het overleg, bedoeld in het eerste en tweede
lid, worden medegedeeld aan Onze Minister.
Artikel 30
1. Omtrent de werking van de landelijke voorziening en andere
aangelegenheden betreffende het gebruik van de adressenregistratie en
de gebouwenregistratie, voeren de Dienst en een representatieve
vertegenwoordiging van burgemeester en wethouders van de gemeenten
overleg met een representatieve vertegenwoordiging van de afnemers.
2. De uitkomsten van het overleg, bedoeld in het eerste lid, worden
medegedeeld aan Onze Minister.
§ 3. Verkeer tussen bronhouders en landelijke voorziening
Artikel 31
1. Burgemeester en wethouders verstrekken in de door hen gehouden
adressenregistratie en gebouwenregistratie opgenomen gegevens dan wel
een wijziging van die gegevens binnen een werkdag na de verwerking van
die gegevens respectievelijk de wijziging van die gegevens langs
elektronische weg aan de Dienst ten behoeve van opneming van die
gegevens in de landelijke voorziening.
2. Bij het verstrekken van de gegevens, bedoeld in het eerste lid,
nemen burgemeester en wethouders in acht de beschrijving van het
koppelvlak met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 17,
tweede lid, onderdeel b.
Hoofdstuk 5. Inzage, verstrekking en gebruik van gegevens
§ 1. Inzage en verstrekking van gegevens
Artikel 32
1. Op verzoek:
a. verlenen burgemeester en wethouders eenieder inzage in het
adressenregister, het gebouwenregister, de adressenregistratie en
de gebouwenregistratie, alsmede verstrekken zij aan eenieder de in
de adressenregistratie respectievelijk de gebouwenregistratie
opgenomen gegevens;
b. verleent de Dienst eenieder inzage in de landelijke
voorziening en verstrekt de Dienst aan eenieder de daarin
opgenomen gegevens.
2. Artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur is van
overeenkomstige toepassing op de inzage in en het verstrekken van
gegevens, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat:
a. voor zover aan een bestuursorgaan of andere afnemer inzage
in de adressenregistratie of de gebouwenregistratie dan wel in de
landelijke voorziening wordt verleend met behulp van zoekdiensten,
uitsluitend de gronden, bedoeld in artikel 10, eerste lid,
onderdeel b, tweede lid, onderdeel a, en zevende lid, onderdeel b,
van de Wet openbaarheid van bestuur van overeenkomstige toepassing
zijn;
b. voor zover aan een bestuursorgaan met het oog op het
vervullen van een publiekrechtelijke taak die van invloed kan zijn
op het milieu inzage in de adressenregistratie of de
gebouwenregistratie dan wel in de landelijke voorziening wordt
verleend met behulp van raadpleegdiensten, of aan dat
bestuursorgaan met het oog op het vervullen van die taak uit de
adressenregistratie of de gebouwenregistratie dan wel uit de
landelijke voorziening gegevens worden verstrekt, uitsluitend de
gronden, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, tweede
lid, onderdelen a en c, en zevende lid, onderdeel b, van de Wet
openbaarheid van bestuur van overeenkomstige toepassing zijn.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ter bescherming van de
persoonlijke levenssfeer van personen tot wie de gegevens die zijn
opgenomen in de basisregistraties, bedoeld in artikel 2, herleidbaar
zijn voor daarbij aangewezen gegevens of categorieën van gegevens
beperkingen worden vastgesteld ten aanzien van het bepaalde in het
eerste lid.
4. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gegeven omtrent
de inzage in en het verstrekken van gegevens als bedoeld in het eerste
lid.
Artikel 33
Bij verstrekking van gegevens als bedoeld in artikel 32, eerste lid:
a. is het auteursrecht voorbehouden, en
b. zijn de rechten, bedoeld in artikel 2 van de Databankenwet,
voorbehouden aan burgemeester en wethouders onderscheidenlijk de
Dienst.
Artikel 34
1. Bij ministeriële regeling kunnen tarieven worden vastgesteld
voor het verlenen van inzage in de landelijke voorziening en het
verstrekken van de in de landelijke voorziening opgenomen gegevens.
2. De tarieven, bedoeld in het eerste lid, kunnen verschillend
worden vastgesteld voor:
a. verschillende gegevens, en
b. niet-commercieel en commercieel gebruik van die gegevens.
§ 2. Gebruik van gegevens
Artikel 35
1. Indien een bestuursorgaan bij het vervullen van zijn
publiekrechtelijke taak een gegeven nodig heeft dat krachtens deze wet
als authentiek gegeven in de adressenregistratie respectievelijk de
gebouwenregistratie beschikbaar is, gebruikt het dat authentieke
gegeven.
2. Een bestuursorgaan kan een ander gegeven gebruiken dan een
krachtens deze wet beschikbaar authentiek gegeven, ingeval:
a. bij het desbetreffende authentieke gegeven de aanduiding is
geplaatst dat de opneming is gebaseerd op een proces-verbaal als
bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b;
b. bij het desbetreffende authentieke gegeven de aantekening
«in onderzoek» is geplaatst;
c. het met betrekking tot het desbetreffende authentieke
gegeven een melding heeft gedaan als bedoeld in artikel 37;
d. het door toepassing van het eerste lid zijn
publiekrechtelijke taak niet naar behoren zou kunnen vervullen, of
e. bij wettelijk voorschrift anders is bepaald dan in het
eerste lid.
Artikel 36
Degene aan wie door een bestuursorgaan gevraagd wordt om een gegeven
te verstrekken dat krachtens deze wet als authentiek gegeven in de
adressenregistratie respectievelijk de gebouwenregistratie beschikbaar
is, behoeft dat gegeven niet te verstrekken behoudens:
a. ingeval bij het desbetreffende authentieke gegeven de
aanduiding is geplaatst dat de opneming is gebaseerd op een
proces-verbaal als bedoeld inartikel 10, eerste lid, onderdeel b;
b. ingeval bij het desbetreffende authentieke gegeven de
aantekening «in onderzoek» is geplaatst;
c. in geval van opsporing of onderzoek naar overtreding van een
wettelijk voorschrift of van controle op de naleving van een
wettelijk voorschrift;
d. in geval van dreiging van, of het zich voordoen van, een
oproerige beweging, wanordelijkheden, verstoring van de openbare
orde, rampen of zware ongevallen;
e. ingeval bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, of
f. ingeval het desbetreffende authentieke gegeven noodzakelijk is
voor de identificatie van een object.
Hoofdstuk 6. Wijziging van de in de registraties opgenomen gegevens
Artikel 37
1. Een bestuursorgaan dat gegevens heeft verkregen uit de
landelijke voorziening en gerede twijfel heeft over de juistheid van
een in een adressenregistratie respectievelijk een gebouwenregistratie
opgenomen authentiek gegeven of het ontbreken van een authentiek
gegeven in een adressenregistratie respectievelijk een
gebouwenregistratie doet daarvan onder opgaaf van redenen melding aan
de Dienst. De Dienst stuurt de melding binnen een werkdag door aan
burgemeester en wethouders die de betrokken registratie houden.
2. Een bestuursorgaan dat gegevens heeft verkregen van burgemeester
en wethouders en gerede twijfel heeft over de juistheid van een in een
adressenregistratie respectievelijk een gebouwenregistratie opgenomen
authentiek gegeven, of het ontbreken van een authentiek gegeven in een
adressenregistratie respectievelijk een gebouwenregistratie, doet
daarvan onder opgaaf van redenen melding aan burgemeester en
wethouders.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gegeven
omtrent:
a. de gevallen waarin een melding als bedoeld in het eerste of
tweede lid niet hoeft te worden gedaan, en
b. een beperking van de kring van bestuursorganen die verplicht
zijn toepassing te geven aan het eerste of tweede lid.
Artikel 38
De belanghebbende die gerede twijfel heeft over de juistheid van een
in een adressenregistratie respectievelijk een gebouwenregistratie
opgenomen authentiek gegeven of het ontbreken van een authentiek gegeven
in een adressenregistratie respectievelijk een gebouwenregistratie kan
burgemeester en wethouders onder opgaaf van redenen verzoeken dat
gegeven te wijzigen respectievelijk op te nemen in de
adressenregistratie respectievelijk de gebouwenregistratie.
Artikel 39
1. Na ontvangst van een melding als bedoeld inartikel 37 of een
verzoek als bedoeld in artikel 38 besluiten burgemeester en wethouders
over de wijziging respectievelijk opneming van het desbetreffende
authentieke gegeven.
2. Indien burgemeester en wethouders niet binnen twee werkdagen na
de melding, bedoeld in artikel 37, respectievelijk het verzoek,
bedoeld in artikel 38, hebben besloten over de wijziging
respectievelijk opneming van het desbetreffende authentieke gegeven
plaatsen zij in de adressenregistratie respectievelijk de
gebouwenregistratie bij dat gegeven de aantekening «in onderzoek».
3. Burgemeester en wethouders onderzoeken het desbetreffende
authentieke gegeven en nemen zo spoedig mogelijk doch niet later dan
zes maanden na ontvangst van de melding, bedoeld in artikel 37,
respectievelijk het verzoek, bedoeld inartikel 38, een beslissing
omtrent wijziging respectievelijk opneming van het desbetreffende
authentieke gegeven.
Artikel 40
1. Op het moment dat burgemeester en wethouders hebben beslist over
de wijziging respectievelijk opneming van het desbetreffende
authentieke gegeven verwijderen zij de aantekening«in onderzoek» uit
de adressenregistratie respectievelijk de gebouwenregistratie.
2. Burgemeester en wethouders maken hun beslissing over wijziging
respectievelijk opneming van het desbetreffende authentieke gegeven
onverwijld bekend aan het bestuursorgaan dat de melding, bedoeld in
artikel 37, heeft gedaan respectievelijk de belanghebbende die het
verzoek, bedoeld in artikel 38, heeft gedaan.
Artikel 41
1. De beslissing van burgemeester en wethouders over wijziging
respectievelijk opneming van een gegeven naar aanleiding van een
verzoek als bedoeld in artikel 38 is een besluit.
2. Indien tegen een besluit als bedoeld in het eerste lid bezwaar
wordt aangetekend of beroep wordt ingesteld plaatsen burgemeester en
wethouders in de adressenregistratie respectievelijk de
gebouwenregistratie bij dat gegeven de aantekening«in onderzoek».
3. Zodra op het bezwaar respectievelijk het beroep onherroepelijk
is beslist, wijzigen burgemeester en wethouders indien nodig het
gegeven respectievelijk nemen zij dat gegeven op en verwijderen zij de
aantekening «in onderzoek» bij dat gegeven.
Hoofdstuk 7. Toezicht en controle
Artikel 42
1. Burgemeester en wethouders laten eens per drie jaar de
uitvoering van het bij of krachtens deze wet bepaalde controleren door
een bedrijf dat voldoet aan de eisen, bedoeld in het vierde lid,
onderdeel c.
2. Burgemeester en wethouders zenden aan Onze Minister een
afschrift van de controleresultaten. Onze Minister maakt deze
controleresultaten openbaar door terinzagelegging daarvan bij het
Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven omtrent
de elementen van de controle, bedoeld in het eerste lid.
4. Bij ministeriële regeling:
a. worden regels gegeven omtrent de wijze van uitvoering van de
controle, bedoeld in het eerste lid;
b. wordt bepaald welke kosten van die controle aan de betrokken
gemeente worden vergoed;
c. worden eisen gesteld aan de bedrijven die in aanmerking
komen om die controle te verrichten, en
d. kunnen eisen worden gesteld omtrent de uitvoering van de
verplichting, bedoeld in het tweede lid, eerste volzin.
Artikel 43
1. Indien uit de controle, bedoeld in artikel 42, eerste lid,
blijkt dat niet wordt voldaan aan het bij of krachtens deze wet
bepaalde, dragen burgemeester en wethouders er zorg voor om daaraan
alsnog te voldoen en laten zij binnen een jaar een hernieuwde controle
uitvoeren op die onderdelen die bij de eerste controle niet voldeden.
Artikel 42, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
2. De kosten van een hernieuwde controle als bedoeld in het eerste
lid worden niet vergoed aan de betrokken gemeente.
3. Bij ministeriële regeling worden regels gegeven omtrent de
wijze van uitvoering van de hernieuwde controle, bedoeld in het eerste
lid.
Artikel 44
De bedrijven die voldoen aan de eisen, bedoeld in artikel 42, vierde
lid, onderdeel c, hebben ten behoeve van een controle als bedoeld in
artikel 42, eerste lid, respectievelijk artikel 43, eerste lid, toegang
tot de registers en de registraties, bedoeld in artikel 2. Burgemeester
en wethouders verlenen hiertoe de nodige medewerking.
Artikel 45 [Vervallen per 01-10-2012]
Hoofdstuk 8. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 45a
1. In afwijking van artikel 12 vindt inschrijving in het
adressenregister respectievelijk het gebouwenregister van een
krachtens artikel 10, eerste lid, aangewezen brondocument, dat dateert
van vóór het tijdstip van de inwerkingtreding van de hoofdstukken 2
en 3 en de grondslag vormt voor een op dat tijdstip geldend gegeven
als bedoeld in de artikelen 19 tot en met 25, plaats binnen vier
werkdagen na dat tijdstip. Artikel 11, eerste lid, blijft buiten
toepassing ten aanzien van een brondocument als in de eerste volzin
bedoeld.
2. In afwijking van artikel 16 vindt verwerking in de
adressenregistratie respectievelijk de gebouwenregistratie van een
gegeven als bedoeld in het eerste lid plaats binnen vier werkdagen na
het tijdstip van de inwerkingtreding van de hoofdstukken 2 en3.
Artikel 45b
Indien voor een op het tijdstip van de inwerkingtreding van de
hoofdstukken 2 en 3 geldend gegeven als bedoeld in de artikelen 19 tot
en met 25 geen krachtens artikel 10, eerste lid, aangewezen brondocument
beschikbaar is, dan wel een dergelijk brondocument slechts met een
onevenredige inspanning beschikbaar kan worden gesteld, schrijven
burgemeester en wethouders in plaats daarvan binnen de in artikel 45a,
eerste lid, eerste volzin, gestelde termijn in het adressenregister
respectievelijk het gebouwenregister als brondocument in een
schriftelijke verklaring van burgemeester en wethouders waarin het
desbetreffende gegeven wordt vermeld. Artikel 13is op dit brondocument
van overeenkomstige toepassing.
Artikel 46
Onze Minister zendt steeds na vier jaar aan de Staten-Generaal een
verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de
praktijk.
Artikel 47
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk
besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of
onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 48
Deze wet wordt aangehaald als: Wet basisregistraties adressen en
gebouwen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad
zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en
ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand
zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 24 januari 2008
BEATRIX
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer,
J.M. Cramer
Uitgegeven de veertiende februari 2008
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|