Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

 

WET  IMPLEMENTATIE  EU-RICHTLIJNEN  ENERGIE-EFFICIňNTIE

Tekst zoals deze geldt op 18 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Geen

 

WET van 26 februari 2011, houdende regels omtrent energie-efficiŽntie (Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiŽntie)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om in het belang van energiebesparing regels te stellen ter uitvoering van Richtlijn 2006/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 april 2006 (PbEG L 114) betreffende energie-efficiŽntie bij het eindgebruik en energiediensten en houdende intrekking van Richtlijn 93/76/EEG van de Raad en deze regels samen te voegen met de Wet energiebesparing toestellen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Hoofdstuk 1. Energiebesparing

ß 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken;

b. energie: alle vormen van in de handel verkrijgbare energie, waaronder elektriciteit, aardgas (met inbegrip van vloeibaar aardgas en LPG), brandstoffen voor verwarming of koeling (met inbegrip van stadsverwarming en -koeling), steenkool en bruinkool, turf, transportbrandstof (met uitzondering van bunkerbrandstoffen voor het lucht- en zeevervoer) en biomassa;

c. biomassa: de biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van de landbouw Ė met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen Ė, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, alsmede de biologisch afbreekbare fractie van industrieel en huishoudelijk afval;

d. warmte: warm water bestemd voor ruimteverwarming en warm tapwater bestemd voor huishoudelijke doeleinden;

e. koude: koud water bestemd voor ruimtekoeling;

f. eindafnemer: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die energie koopt voor eigen eindgebruik;

g. energiegerelateerd product: een in de Europese Unie in de handel gebrachte of in gebruik genomen zaak die tijdens het gebruik een effect heeft op het energieverbruik, met inbegrip van onderdelen die bedoeld zijn om in onder deze wet vallende energiegerelateerde producten te worden ingebouwd en die ten behoeve van eindgebruikers in de handel worden gebracht of in gebruik worden genomen als losse onderdelen waarvan de milieuprestaties onafhankelijk kunnen worden beoordeeld;

h. Autoriteit Consument en Markt: de Autoriteit Consument en Markt, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt.

ß 2. Meetinrichtingen voor levering van koude

Artikel 2

1. Een beheerder van een koudenet heeft tot taak er zorg voor te dragen dat binnen een redelijke termijn aan eindafnemers een individuele meetinrichting ter beschikking wordt gesteld die het actuele energieverbruik van koude kan weergeven en die informatie kan geven over de tijd waarin sprake was van daadwerkelijk verbruik, wanneer:

a. een eindafnemer hierom vraagt, tenzij het ter beschikking stellen technisch onmogelijk is of financieel niet redelijk is;

b. een bestaande meter wordt vervangen, tenzij het ter beschikking stellen technisch onmogelijk is of niet kostenefficiŽnt is in verhouding tot de geraamde potentiŽle besparingen op lange termijn;

c. een nieuwe aansluiting wordt gemaakt in een nieuw gebouw;

d. een gebouw ingrijpend wordt gerenoveerd.

2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent:

a. de eisen waaraan een meetinrichting als bedoeld in het eerste lid ten minste voldoet;

b. de tarieven voor de koop of het gebruik van een meetinrichting als bedoeld in het eerste lid.

3. Een beheerder van een koudenet voorziet in een transparante, eenvoudige en goedkope procedure voor de behandeling van klachten van eindafnemers over de betrouwbaarheid van de meetinrichting.

4. Indien een meetrichting die op afstand uitleesbaar is door een beheerder van een koudenet aan een eindafnemer ter beschikking wordt gesteld, kan die eindafnemer deze meter weigeren. In dat geval wordt door een beheerder van een koudenet een niet op afstand uitleesbare meter ter beschikking gesteld.

5. Een beheerder van een koudenet leest meetgegevens van een eindafnemer, die beschikt over een meetinrichting die op afstand uitleesbaar is, niet op afstand uit indien de eindafnemer hierom verzoekt.

6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de eisen waaraan een meetinrichting ten minste voldoet, waarbij ten aanzien van meetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn in ieder geval regels worden gesteld ten aanzien van de beveiliging van meetgegevens.

Artikel 3 [Vervallen per 05-03-2011]

ß 3. Verbruiks- en indicatief kosten overzicht van koude

Artikel 4

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over:

a. de inrichting van een verbruiks- en indicatief kostenoverzicht inzake het verbruik van koude,

b. de frequentie van een verbruiks- en indicatief kostenoverzicht inzake het verbruik van koude,

c. het verstrekken van gegevens over het verbruik van koude, en

d. degenen die de informatie, bedoeld in de onderdelen a, b en c, verstrekken,

welke regels kunnen verschillen per categorie van ontvangers van de informatie, bedoeld in de onderdelen a, b en c.

ß 4. Informatieverstrekking over energie

Artikel 5

Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de informatie die netbeheerders, leveranciers van of handelaren in energie met uitzondering van elektriciteit en gas als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Gaswet, verstrekken in of bij contracten, facturen of ontvangstbewijzen over energie, welke regels per energiesoort en per categorie eindafnemers kunnen verschillen.

ß 5. Meetinrichtingen voor levering van elektriciteit, gas en warmte, facturering van en informatieverstrekking over elektriciteit en gas

Artikel 6

De artikelen 2, eerste lid en tweede lid, onderdeel a, 3, 4 en 5 zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van elektriciteit, gas en warmte, met dien verstande dat voor dit artikel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. beheerder van een elektriciteitsnet: de netbeheerder, bedoeld in artikel 1, onderdeel k, van de Elektriciteitswet 1998;

b. beheerder van een gasnet: de netbeheerder, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Gaswet;

c. eindafnemer van elektriciteit: een afnemer, niet zijnde een afnemer als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998;

d. eindafnemer van gas: een afnemer, niet zijnde een afnemer als bedoeld in artikel 43, eerste lid, van de Gaswet;

e. eindafnemer van warmte: een persoon die warmte afneemt van een warmtenet en een aansluiting heeft die groter is dan 100 kW.

ß 6. Monitoring

Artikel 7

1. In het kader van het beleid op het gebied van energiebesparing verzamelt, analyseert en bewerkt Onze Minister inlichtingen en gegevens met betrekking tot:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x