Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

 

WET  WEDERZIJDSE  BIJSTAND  IN  DE  EUROPESE  UNIE  BIJ  DE  INVORDERING  VAN  BELASTINGSCHULDEN  EN  ENKELE  ANDERE  SCHULDVORDERINGEN  2012

Tekst zoals deze geldt op 22 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Geen

 

WET van 8 december 2011 tot wederzijdse bijstand in de Europese Unie bij de invordering van belastingschulden en enkele andere schuldvorderingen 2012

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is voorzieningen te treffen tot uitvoering van de op 16 maart 2010 door de Raad van de Europese Unie vastgestelde Richtlijn 2010/24/EU betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit belastingen, rechten en andere maatregelen (PbEU 2010, L 84);
     Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

1. Deze wet strekt tot uitvoering van de op 16 maart 2010 door de Raad van de Europese Unie vastgestelde Richtlijn 2010/24/EU betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit belastingen, rechten en andere maatregelen (PbEU 2010, L 84) en geeft regels over de door Nederland te verlenen en te vragen bijstand bij de invordering van de in het tweede lid bedoelde schuldvorderingen die in een andere lidstaat onderscheidenlijk in Nederland ontstaan.

2. Deze wet is van toepassing op schuldvorderingen die voortvloeien uit:

a. alle vormen van belastingen en rechten, geheven door of ten behoeve van een lidstaat of zijn territoriale of staatkundige onderdelen, lokale overheden daaronder begrepen, dan wel ten behoeve van de Europese Unie;

b. restituties, interventies en andere maatregelen die deel uitmaken van het stelsel van volledige of gedeeltelijke financiering door het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO), met inbegrip van in het kader van deze maatregelen te innen bedragen;

c. heffingen en andere rechten uit hoofde van de gemeenschappelijke marktordening voor suiker;

d. bestuursrechtelijke sancties, boetes, heffingen en toeslagen die verband houden met de schuldvorderingen waarvoor om wederzijdse bijstand kan worden verzocht overeenkomstig de voorgaande onderdelen, en:

1°. die zijn opgelegd door de administraties die bevoegd zijn om de desbetreffende belastingen of rechten te heffen dan wel om administratieve onderzoeken daarnaar te verrichten, of

2°. die op verzoek van de in onderdeel 1° genoemde administraties zijn bevestigd door administratieve of gerechtelijke instanties;

e. heffingen voor in het kader van administratieve procedures in verband met belastingen en rechten afgegeven verklaringen en soortgelijke documenten;

f. interesten en kosten die zijn verbonden aan de schuldvorderingen waarvoor om wederzijdse bijstand kan worden verzocht op overeenkomstig de voorgaande onderdelen.

3. Deze wet is niet van toepassing op:

a. verplichte socialezekerheidsbijdragen, te betalen aan een lidstaat, een onderdeel van die lidstaat of een publiekrechtelijke socialezekerheidsinstelling;

b. heffingen die niet genoemd worden in het tweede lid;

c. contractueel verschuldigde bedragen, zoals betalingen voor openbare nutsvoorzieningen;

d. strafrechtelijke sancties die zijn opgelegd op grond van een strafvordering en andere niet onder het tweede lid, onderdeel d, vallende strafrechtelijke sancties.

Artikel 2

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. lidstaat: lidstaat van de Europese Unie;

b. richtlijn: Richtlijn 2010/24/EU van de Raad van 16 maart 2010 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit belastingen, rechten en andere maatregelen (PbEU 2010, L 84);

c. bevoegde autoriteit: de door een lidstaat als zodanig aangewezen autoriteit;

d. verzoekende autoriteit: een centraal verbindingsbureau, een verbindingsbureau of een verbindingsdienst van een lidstaat die een verzoek om bijstand indient ter zake van een schuldvordering als bedoeld in artikel 1, tweede lid;

e. aangezochte autoriteit: een centraal verbindingsbureau, een verbindingsbureau of een verbindingsdienst van een lidstaat waaraan een verzoek om bijstand wordt gericht ter zake van een schuldvordering als bedoeld in artikel 1, tweede lid;

f. centraal verbindingsbureau: een door een bevoegde autoriteit van een lidstaat aangewezen bureau dat primair verantwoordelijk is voor de contacten met de andere lidstaten op het gebied van de onder de richtlijn vallende wederzijdse bijstand;

g. verbindingsbureau: een door een bevoegde autoriteit van een lidstaat aangewezen bureau dat verantwoordelijk is voor de contacten met andere lidstaten ten behoeve van de wederzijdse bijstand betreffende een of meer specifieke vormen of categorieėn van de in artikel 1 bedoelde belastingen en rechten;

h. verbindingsdienst: een door een bevoegde autoriteit van een lidstaat aangewezen dienst die op grond van de richtlijn verzoekt om wederzijdse bijstand of die deze verleent in verband met zijn specifieke territoriale of functionele bevoegdheid;

i. Onze Minister: Onze Minister van Financiėn;

j. persoon:

1°. een natuurlijk persoon;

2°. een rechtspersoon;

3°. indien de geldende wetgeving in een lidstaat in die mogelijkheid voorziet, een vereniging van personen die bevoegd is rechtshandelingen te verrichten, maar niet de wettelijke status van rechtspersoon bezit, of

4°. een andere juridische constructie, ongeacht de aard of vorm ervan, met of zonder rechtspersoonlijkheid, die activa bezit of beheert die, met inbegrip van de daardoor gegenereerde inkomsten, aan een onder deze wet vallende belasting zijn onderworpen;

k. langs elektronische weg: door middel van elektronische apparatuur voor gegevensverwerking, met inbegrip van digitale compressie, en gegevensopslag, met gebruikmaking van draden, radio, optische of andere elektronisch magnetische middelen;

l. CCN-netwerk: het op het gemeenschappelijke communicatienetwerk (common communications network – CCN) gebaseerde gemeenschappelijke platform dat de Europese Unie ontwikkeld heeft voor het elektronische berichtenverkeer tussen autoriteiten die bevoegd zijn op het gebied van douane en belastingen.

Artikel 3

Onze Minister wordt voor Nederland aangewezen als bevoegde autoriteit en centraal verbindingsbureau. Onze Minister is tevens verantwoordelijk voor de

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x