Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

 

WET  DIEREN

Tekst zoals deze geldt op 18 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Besluit diergeneeskundigen
- Besluit diergeneesmiddelen
- Besluit dierlijke producten
- Besluit diervoeders 2012
- Besluit houders van dieren
- Regeling diergeneeskundigen
- Regeling diergeneesmiddelen
- Regeling dierlijke producten
- Regeling diervoeders 2012
- Regeling houders van dieren

 

 

WET van 19 mei 2011, houdende een integraal kader voor regels over gehouden dieren en daaraan gerelateerde onderwerpen (Wet dieren)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is ter uitvoering van Europese verplichtingen en in het belang van de gezondheid en het welzijn van dieren en in dat van de volksgezondheid, regels te stellen betreffende dieren, in het bijzonder door de mens gehouden dieren, onder erkenning van de intrinsieke waarde van het dier en acht slaand op ethische aspecten in relatie tot biotechnologie, en daarbij, uitdrukking gevend aan de samenhang met die regels, te betrekken regels omtrent diervoeders, diergeneesmiddelen en de diergeneeskunde, en aldus mede te kunnen voorzien in effectieve en eenduidige maatregelen teneinde de naleving van deze regels te bevorderen, dat het voorts wenselijk is regels te stellen ter bevordering van de zuiverheid van de in Nederland gefokte rassen en de afzet van dierlijke producten, en ter bescherming van het milieu in relatie tot het gebruik van diervoeders en het toepassen van diergeneesmiddelen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Hoofdstuk 1. Algemeen deel

§ 1. Algemeen

Artikel 1.1. Begripsbepalingen

1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

– beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen: het als economische activiteit verlenen van diensten aan derden in de vorm van het verrichten van diergeneeskundige handelingen;

– biologisch diagnosticum: diergeneesmiddel dat is bereid uit of met behulp van micro-organismen of parasieten en dat al dan niet vermengd met andere substanties is bestemd voor gebruik ter onderkenning van een dierziekte, zoönose of ziekteverschijnsel of de immunologische status van dieren;

– dierenarts: degene die is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 4.3, en:

1°. aan wie op grond van het afleggen van een examen van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs door een universiteit dan wel de Open Universiteit waarop de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek betrekking heeft, de graad Master op het gebied van de diergeneeskunde is verleend;

2°. die in het bezit is van een getuigschrift waaruit blijkt dat hij het afsluitend examen van de opleiding diergeneeskunde, bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, met goed gevolg heeft afgelegd, of

3°. die in het bezit is van een door een bevoegde instelling van een lidstaat van de Europese Unie, van een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of van Zwitserland verleende titel na een opleiding op het gebied van de diergeneeskunde, welke voldoet aan bij ministeriële regeling gestelde eisen;

– diergeneeskundige handeling: een van de volgende handelingen bij of met betrekking tot dieren:

1°. het voorschrijven of uitvoeren van een behandeling of het onderzoeken van een dier, met het oog op het voorkomen, genezen, verzachten, onderkennen of opheffen van een aandoening, dierziekte, zoönose, ziekteverschijnsel, gebrek, of van in- of uitwendig letsel of pijn;

2°. het voorschrijven of toepassen van een diergeneesmiddel of diervoeder met medicinale werking;

3°. het voorschrijven of toepassen van een verdoving of bedwelming;

4°. het verlenen van hulp met betrekking tot de geboorte of verwijdering van een vrucht;

5°. het onvruchtbaar maken;

6°. het winnen en overzetten van embryo’s of eicellen, en

7°. het verrichten van lichamelijke ingrepen ter uitvoering van de handelingen, bedoeld in de onderdelen 1° tot en met 6°, alsmede andere lichamelijke ingrepen;

– diergeneesmiddel: elke samenstelling van enkelvoudige of meervoudige substanties die:

1°. op enigerlei wijze wordt gepresenteerd als te beschikken over therapeutische of profylactische eigenschappen met betrekking tot ziekten bij dieren, of

2°. bij dieren kan worden toegepast om:

a. fysiologische functies te herstellen, te verbeteren of te wijzigen door een farmacologisch, immunologisch of metabolisch effect te bewerkstelligen, of

b. een medische diagnose te stellen;

– dierlijke producten: van dieren afkomstige producten, al dan niet bewerkt of verwerkt, en daarvan afgeleide producten, met inbegrip van levende producten als broedeieren, sperma, eicellen en embryo’s;

– dierlijke bijproducten: niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke producten;

– diervoeder: elke stof, elk product of elke samenstelling van stoffen of producten die bestemd is om te worden gebruikt voor voedering aan dieren, onverminderd de toepassing van een andersluidende definitie in een EU-verordening;

– diervoeder met medicinale werking: elk mengsel van een diergeneesmiddel en een diervoeder dat vóór het in de handel brengen is bereid en is bestemd om als zodanig vanwege de therapeutische, profylactische of andere onder het begrip diergeneesmiddel bedoelde eigenschappen van het geneesmiddel aan dieren te worden toegediend;

– entstof: diergeneesmiddel dat bereid is uit of met behulp van micro-organismen of parasieten en dat al dan niet vermengd met andere substanties, is bestemd voor gebruik ter voorkoming of genezing van een infectieziekte of een parasitaire ziekte bij dieren door actieve immunisatie;

– EU-besluit: besluit als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;

– EU-rechtshandeling: EU-verordening, EU-richtlijn of EU-besluit;

– EU-richtlijn: richtlijn als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;

– EU-verordening: verordening als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;

– homeopathisch diergeneesmiddel: diergeneesmiddel dat volgens een Europese Farmacopee of, bij ontstentenis daarvan, volgens een in een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte officieel gebruikte farmacopee beschreven homeopathisch fabricageprocédé wordt verkregen uit een uit homeopathische grondstof bestaande substantie;

– houder: eigenaar, houder of hoeder;

– immunologisch diergeneesmiddel: diergeneesmiddel dat wordt toegediend om actieve of passieve immuniteit tot stand te brengen of de mate van immuniteit te bepalen;

– kadavers: lichamen van dode dieren die niet worden verwerkt tot voor menselijke consumptie bestemde producten;

– lichamelijke ingreep: ingreep bij een dier, waarbij de natuurlijke samenhang van levende weefsels wordt verbroken, met inbegrip van het afnemen van bloed en het geven van injecties, en met uitzondering van het doden van een dier;

– Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken;

– Onze Ministers: Onze Minister en Onze Minister van Veiligheid en Justitie gezamenlijk;

– serum: diergeneesmiddel dat bereid is uit bloed of lymfe van dieren dan wel afkomstig is uit dierlijke producten en dat, al dan niet vermengd met andere substanties, is bestemd voor toepassing ter voorkoming of genezing van een infectieziekte of een parasitaire ziekte bij dieren door passieve immunisatie;

– substantie: stof, of een mengsel van stoffen, van menselijke, dierlijke, plantaardige of chemische oorsprong, daaronder begrepen dieren, planten, delen van dieren of planten alsmede micro-organismen en virussen;

– voormengsel voor diervoeder met medicinale werking: elk diergeneesmiddel dat van tevoren is bereid om later verwerkt te worden in diervoeders met medicinale werking;

– ziekteverwekker: micro-organisme dat, onderscheidenlijk parasiet of andere biologische eenheid die, een dierziekte of zoönose kan veroorzaken.

2. Onder handel wordt mede verstaan: het bezit met het oog op verkoop, met inbegrip van het aanbieden, enige vorm van al dan niet gratis overdracht aan derden, alsmede de verkoop en andere vormen van overdracht zelf.

Artikel 1.2. Reikwijdte

1. Het bij en krachtens deze wet gestelde over dieren is van toepassing op gehouden dieren, voor zover niet anders is bepaald.

2. Het bij en krachtens deze wet gestelde over dierlijke producten is tevens van toepassing ten aanzien van dierlijke producten van andere dan gehouden dieren en is, voor zover het product tevens een levensmiddel is, van toepassing op:

a. het keuren, uitsnijden, verpakken, merken, opslaan en vervoeren van vlees;

b. het weren, bestrijden en voorkomen van verspreiding van ziekteverwekkers die schadelijk zijn voor dieren, en

c. het bevorderen van de kwaliteit van dierlijke producten.

3. Het bij en krachtens deze wet gestelde over diergeneesmiddelen en diervoeders is met betrekking tot toepassing, onderscheidenlijk gebruik bij dieren tevens van toepassing ten aanzien van andere dan gehouden dieren.

Artikel 1.3. Intrinsieke waarde

1. De intrinsieke waarde van het dier wordt erkend.

2. Onder erkenning van de intrinsieke waarde als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan erkenning van de eigen waarde van dieren, zijnde wezens met gevoel. Bij het stellen van regels bij of krachtens deze wet, en het nemen van op die regels gebaseerde besluiten, wordt ten volle rekening gehouden met de gevolgen die deze regels of besluiten hebben voor deze intrinsieke waarde van het dier, onverminderd andere gerechtvaardigde belangen. Daarbij wordt er in elk geval in voorzien dat de inbreuk op de integriteit of het welzijn van dieren, verder dan redelijkerwijs noodzakelijk, wordt voorkomen en dat de zorg die de dieren redelijkerwijs behoeven is verzekerd.

3. Voor de toepassing van het tweede lid wordt tot de zorg die dieren redelijkerwijs behoeven in elk geval gerekend dat dieren zijn gevrijwaard van:

a. dorst, honger en onjuiste voeding;

b. fysiek en fysiologisch ongerief;

c. pijn, verwonding en ziektes;

d. angst en chronische stress;

e. beperking van hun natuurlijk gedrag;

voor zover zulks redelijkerwijs kan worden verlangd.

Artikel 1.4. Algemene zorgplicht [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor dieren.

2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in ieder geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor dieren worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.

Hoofdstuk 2. Dieren

§ 1. Handelingen met dieren

Artikel 2.1. Dierenmishandeling

1. Het is verboden om zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is, bij een dier pijn of letsel te veroorzaken dan wel de gezondheid of het welzijn van het dier te benadelen.

2. Tot de in het eerste lid verboden gedragingen worden in ieder geval gerekend:

a. een dier arbeid doen verrichten die kennelijk zijn krachten te boven gaat of waartoe het uit hoofde van zijn toestand ongeschikt is;

b. een koe met overvolle uier vervoeren of op een markt of openbare verkoping ten verkoop houden;

c. bij de verlossing van een koe gebruikmaken van dierlijke trekkracht of van een niet daarvoor toegelaten krachttoestel, en

d. een hond als trekkracht gebruiken met uitzondering van de sledehondensport, voor zover toegelaten.

3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorts gedragingen worden aangewezen die in ieder geval worden gerekend tot de verboden gedragingen, bedoeld in het eerste lid.

4. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor een toelating als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c en d, of voor de bij algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het derde lid, aangewezen gedragingen.

5. Van de krachtens het derde lid aangewezen gedragingen kan, al dan niet in daarbij aangewezen gevallen, deel uitmaken het gebruik van voorwerpen die bij dieren pijn of letsel kunnen veroorzaken, dan wel de gezondheid of het welzijn kunnen benadelen.

6. Een ieder verleent een hulpbehoevend dier de nodige zorg.

7. Het bij en krachtens het eerste tot en met het zesde lid bepaalde is tevens van toepassing ten aanzien van andere dan gehouden dieren.

Artikel 2.2. Houden van dieren

1. [Dit lid is nog niet in werking getreden.]

2. [Dit lid is nog niet in werking getreden.]

3. [Dit lid is nog niet in werking getreden.]

4. [Dit lid is nog niet in werking getreden.]

5. Het is verboden dieren te houden waarbij in strijd met het bepaalde bij of krachtens artikel 2.25 substanties zijn toegepast.

6. Het is verboden bij ministeriële regeling aangewezen dieren te houden. Een dier als bedoeld in de eerste volzin wordt aangewezen indien het een gevaar kan opleveren voor mens of dier.

7. Het is verboden dieren behorende tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen diersoorten of diercategorieën van het ouderdier te scheiden voordat die dieren een bij die maatregel vastgestelde leeftijd hebben bereikt.

8. Het is houders van dieren verboden aan deze dieren de nodige verzorging te onthouden.

9. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de uitvoering van bindende EG-maatregelen over het houden van dieren behorende tot bij die maatregel aangewezen diersoorten of diercategorieën.

10. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor het onderwerp, bedoeld in het negende lid, voor dieren of voor dieren behorende tot bepaalde diersoorten of diercategorieën, regels worden gesteld die betrekking hebben op onder meer:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x