Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

 

WET  FINANCIERING  POLITIEKE  PARTIJEN

Tekst zoals deze geldt op 18 juli 2014

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Geen

 

WET van 7 maart 2013, houdende regels inzake de subsidiëring en het toezicht op de financiën van politieke partijen (Wet financiering politieke partijen)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regels te stellen over de administratie en de openbaarmaking van bijdragen aan politieke partijen;
     Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

b. politieke partij: vereniging die met haar conform artikel G 1 of Q 6 van de Kieswet geregistreerde aanduiding boven de kandidatenlijst heeft deelgenomen aan de laatstgehouden verkiezing van de Tweede Kamer of de Eerste Kamer der Staten-Generaal, waarbij aan die lijst ten minste een kamerzetel is toegewezen;

c. lid van een politieke partij: lid als bedoeld in artikel 7, eerste lid;

d. lid van een politieke jongerenorganisatie: lid als bedoeld in artikel 3, tweede lid;

e. afdeling van een politieke partij: lokale, regionale of provinciale organisatorische eenheid van een politieke partij;

f. neveninstelling: politiek-wetenschappelijk instituut als bedoeld in artikel 2, een politieke jongerenorganisatie als bedoeld in artikel 3, een instelling voor buitenlandse activiteiten als bedoeld in artikel 4 of een rechtspersoon als bedoeld in artikel 5;

g. subsidie: subsidie als bedoeld in artikel 7;

h. bijdrage: geldelijke bijdrage, anders dan subsidie, erfstelling of legaat dan wel bijdrage in natura;

i. bijdrage in natura: zaak of dienst, op verzoek van een politieke partij aan haar geleverd dan wel door deze aanvaard, waar geen of geen evenredige tegenprestatie tegenover staat;

j. kamerzetel: zetel in de Tweede Kamer der Staten-Generaal, dan wel in de Eerste Kamer der Staten-Generaal indien aan de lijst van een politieke partij op grond van de Kieswet geen zetel in de Tweede Kamer, maar wel in de Eerste Kamer der Staten-Generaal is toegewezen;

k. peildatum: de eerste dag van het kalenderjaar.

Artikel 2

1. Een politieke partij kan één politiek-wetenschappelijk instituut aanwijzen als neveninstelling. Een politiek-wetenschappelijk instituut kan slechts door één politieke partij zijn aangewezen en het instituut dient schriftelijk met de aanwijzing in te stemmen. De partij stelt Onze Minister schriftelijk in kennis van de aanwijzing en van de instemming van het instituut.

2. Om een politiek-wetenschappelijk instituut als neveninstelling aan te wijzen is vereist dat het instituut een rechtspersoon is die uitsluitend of in hoofdzaak politiek-wetenschappelijke activiteiten ten behoeve van de politieke partij verricht.

Artikel 3

1. Een politieke partij kan één politieke jongerenorganisatie aanwijzen als neveninstelling. Een politieke jongerenorganisatie kan slechts door één politieke partij zijn aangewezen en de jongerenorganisatie dient schriftelijk met de aanwijzing in te stemmen. De partij stelt Onze Minister schriftelijk in kennis van de aanwijzing en van de instemming van de jongerenorganisatie, bedoeld in het tweede lid, onder d.

2. Om een politieke jongerenorganisatie als neveninstelling aan te wijzen is vereist dat:

a. de organisatie een vereniging is die uitsluitend of in hoofdzaak activiteiten verricht ter bevordering van de politieke participatie van jongeren,

b. de vereniging ten minste honderd leden telt die niet jonger zijn dan 14 jaar en niet ouder zijn dan 27 jaar, die per jaar € 5 of meer contributie betalen,

c. de leden, bedoeld onder b, ten minste tweederde deel van het ledenbestand vormen, en

d. de jongerenorganisatie schriftelijk instemt met de aanwijzing als jongerenorganisatie door de politieke partij.

3. Het lidmaatschap blijkt uit een uitdrukkelijke wilsverklaring van betrokkene.

Artikel 4

1. Een politieke partij kan één instelling voor buitenlandse activiteiten aanwijzen als neveninstelling. Een instelling voor buitenlandse activiteiten kan slechts door één politieke partij zijn aangewezen en de instelling dient schriftelijk met de aanwijzing in te stemmen. De partij stelt Onze Minister schriftelijk in kennis van de aanwijzing en de instemming van de instelling.

2. Om een instelling voor buitenlandse activiteiten als neveninstelling aan te wijzen is vereist dat het een rechtspersoon is die uitsluitend of in hoofdzaak activiteiten verricht ter ondersteuning van zusterpartijen en -organisaties buiten Nederland bij vormings- en scholingsactiviteiten.

Artikel 5

1. Indien een rechtspersoon uitsluitend of in hoofdzaak erop is gericht stelselmatig of structureel ten bate van een politieke partij activiteiten of werkzaamheden te verrichten en de partij daar kennelijk voordeel bij heeft, wijst de partij deze rechtspersoon aan als neveninstelling.

2. Een rechtspersoon kan slechts door één politieke partij als nevenstelling worden aangewezen en de rechtspersoon dient schriftelijk met de aanwijzing in te stemmen. De partij stelt Onze Minister schriftelijk in kennis van de aanwijzing en van de instemming van de rechtspersoon.

3. Indien ten aanzien van een rechtspersoon als bedoeld in het eerste lid ten onrechte geen aanwijzing heeft plaatsgevonden, wijst Onze Minister de rechtspersoon als neveninstelling aan. Onze Minister stelt de rechtspersoon en de politieke partij in de gelegenheid te worden gehoord alvorens tot aanwijzing te besluiten.

Artikel 6

1. Indien van een politieke partij een andere politieke groepering lid is, worden de leden van deze politieke groepering aangemerkt als leden van deze politieke partij, voor zover deze politieke groepering:

a. haar aanduiding heeft laten registreren op grond van artikel G 1, G 2 of G 3 van de Kieswet;

b. bij de laatstgehouden verkiezing van ten minste één orgaan waarvoor haar aanduiding is geregistreerd, een of meer zetels heeft behaald;

c. niet zelfstandig in aanmerking komt voor subsidie en

d. instemming van haar leden heeft om te worden aangemerkt als lid van de politieke partij.

2. Op het lidmaatschap van de leden van de politieke groepering zijn de vereisten, genoemd in artikel 7, eerste lid, van overeenkomstige toepassing.

§ 2. De subsidie

Artikel 7

1. Onze Minister verstrekt na een daartoe strekkende aanvraag subsidie aan een politieke partij indien die partij op de peildatum beschikt over 1 000 leden die vergader- en stemrechten hebben in de politieke partij en elk per jaar minimaal € 12 contributie betalen. Het lidmaatschap blijkt uit een uitdrukkelijke wilsverklaring van betrokkene.

2. De subsidie wordt verstrekt voor uitgaven die direct samenhangen met de volgende activiteiten:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x