Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

 

TIJDELIJKE  EXPERIMENTENWET  STEMBILJETTEN  EN  CENTRALE  STEMOPNEMING

Tekst zoals deze geldt op 18 juli 2014
Wet vervalt m.i.v. 1 januari 2018

 

 

 

 
Nadere regelgeving:
- Geen

 

WET van 19 juni 2013 inzake tijdelijke regels voor experimenten met stembiljetten en een centrale stemopneming (Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming)

 

     WIJ WILLEM-ALEXANDER, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is tijdelijke regels vast te stellen voor experimenten met stembiljetten, ter bevordering van de mogelijkheid voor kiezers buiten Nederland hun stem tijdig uit te brengen, alsmede tijdelijke regels vast te stellen voor experimenten met een centrale opzet van de stemopneming, ter bevordering van de efficiency, transparantie en controleerbaarheid van de stemopneming;
     Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

 

Artikel 2

1. Onze Minister kan besluiten dat experimenten plaatsvinden bij een stemming of stemopneming tijdens verkiezingen als bedoeld in de Kieswet en de Wet algemene regels herindeling met als doel de invoering van:

a. een stembiljet, waardoor de mogelijkheid voor kiezers buiten Nederland hun stem tijdig uit te brengen wordt bevorderd, doordat het stembiljet eerder kan worden toegezonden of van de elektronische weg gebruik kan worden gemaakt; of

b. een centrale opzet van de stemopneming op gemeentelijk niveau op één of meer locaties, waardoor de efficiency, transparantie en controleerbaarheid van de stemopneming worden bevorderd.

2. Onze Minister kan, na instemming van de betrokken gemeenteraden, gemeenten aanwijzen waar een experiment wordt gehouden.

3. Onze Minister wijst de voorzieningen aan die bij een experiment worden gebruikt.

 

Artikel 3

1. De experimenten vinden voor zover mogelijk plaats overeenkomstig hetgeen bij en krachtens de Kieswet is bepaald.

2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de experimenten en de daarbij te gebruiken voorzieningen. Deze regels kunnen op het naastlagere niveau afwijken van het bepaalde bij en krachtens de volgende onderdelen van de Kieswet:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x