| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Penitentiaire
beginselenwet (Pbw)
REGELING
ARBEIDSLOON GEDETINEERDEN
Tekst zoals deze geldt op
25 januari 2013
Volgende actualisering: juli 2013
|
|
|
De Minister van
Justitie;
Gelet op artikel 47, vijfde lid, van de
Penitentiaire beginselenwet;
Gezien het advies van de Centrale Raad voor
Strafrechtstoepassing van 27 april 1998, kenmerk 693657/98;
Besluit:
§ 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. wet:
de Penitentiaire beginselenwet;
b. zaalarbeid:
het verrichten van werkzaamheden op een werkzaal of andere tot
gezamenlijke arbeid aangewezen plaats;
c. taakarbeid:
het verrichten van werkzaamheden die leiden tot het uitvoeren van
een door de directeur nader omschreven taak;
d. arbeid:
zaalarbeid, taakarbeid of buitenarbeid;
e. basisuurloon:
de basisbeloning voor het verrichten van arbeid gedurende een uur;
f. toeslag:
de door de directeur toegekende extra financiële arbeidsbeloning;
g. taakloon:
de beloning voor het uitvoeren van een taak conform de daaraan door
de directeur gestelde eisen;
h. arbeidsloon:
het samenstel van basisuurloon, toeslagen en taakloon;
i. maatschappelijk integratie-programma:
het samenstel van activiteiten gericht op de terugkeer in de
samenleving;
j. buitenarbeid:
werkzaamheden die niet door de inrichting worden aangeboden,
verricht door gedetineerden die verblijven in een zeer beperkt
beveiligde inrichting.
§ 2. Beloning van arbeid in de inrichting
Artikel 2
1. De gedetineerde ontvangt voor verrichte zaalarbeid of taakarbeid
aan arbeidsloon of, in de gevallen, bedoeld in artikel 5, aan
loonvervangende financiële tegemoetkomingen gezamenlijk, minimaal 80%
van het basisuurloon vermenigvuldigd met twintig.
2. Het basisuurloon bedraagt € 0,76.
3. Uitbetaling vindt wekelijks plaats.
Artikel 3
1.De gedetineerde verricht zaalarbeid, tenzij de directeur hem
heeft aangewezen voor het verrichten van taakarbeid.
2.Voor zaalarbeid ontvangt de gedetineerde basisuurloon. De
vaststelling van het aantal uren dat de gedetineerde zaalarbeid heeft
verricht geschiedt op basis van de tijd die de gedetineerde
daadwerkelijk verblijft op de plaats waar hij zijn arbeid verricht,
waarbij delen van een gewerkt uur worden afgerond naar het dichtst bij
gelegen kwartier.
3.De directeur bepaalt voorafgaand aan de uitvoering van de
taakarbeid en rekening houdend met de individuele mogelijkheden van de
gedetineerde, de kwaliteitseisen waaraan de te realiseren taak moet
voldoen en de hoogte van het taakloon. De hoogte van het taakloon is
minimaal gelijk aan het aantal uren waarin de taak naar het oordeel
van de directeur redelijkerwijs gerealiseerd kan worden,
vermenigvuldigd met het basisuurloon.
Artikel 4
1.De directeur kan aan de gedetineerde een toeslag toekennen
indien:
a. de gedetineerde in opdracht of na toestemming van de
directeur op andere tijden zaalarbeid of taakarbeid verricht dan
waartoe hij op grond van het voor hem geldende dagprogramma
gehouden is;
b. de gedetineerde bijzondere werkzaamheden verricht; of
c. bijzondere arbeidsomstandigheden of het niveau van de
zaalarbeid of taakarbeid daartoe aanleiding geven.
2.Het totaal bedrag van de toeslag of toeslagen bedraagt maximaal
100% van het vastgestelde basisuurloon.
§ 2a. Beloning van buitenarbeid en werkzaamheden in de huisdienst
van een zeer beperkt beveiligde inrichting
Artikel 4a
1.Voor verrichtte buitenarbeid, of verrichtte werkzaamheden in de
huisdienst van een zeer beperkt beveiligde inrichting ontvangt de
gedetineerde een vergoeding.
2.De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, bedraagt € 111,36 per
week.
3.De gedetineerde die verblijft in een zeer beperkt beveiligde
inrichting en niet deelneemt aan de buitenarbeid of aan werkzaamheden
in de huisdienst ontvangt eveneens de vergoeding, bedoeld in het
tweede lid indien hij niet aan arbeid heeft kunnen deelnemen als
gevolg van:
zijn deelname aan, met toestemming van de directeur, educatie,
of aan activiteiten in het kader van een maatschappelijk
integratieprogramma,
een algemeen erkende feestdag, als bedoeld in artikel 8, eerste
lid.
4.In de situatie dat de directeur niet kan voorzien in een aanbod
van arbeid of in de situatie dat de gedetineerde wegens onvermijdbaar
verzuim niet werkt, ontvangt de gedetineerde 80% van de vergoeding,
bedoeld in het tweede lid.
§ 3. Loonvervangende financiële tegemoetkomingen
Artikel 5
De gedetineerde ontvangt een loonvervangende financiële
tegemoetkoming voor ieder uur waarin het voor hem geldende dagprogramma
in zaalarbeid of taakarbeid voorziet en voorzover hij niet aan
zaalarbeid of taakarbeid heeft kunnen deelnemen als gevolg van:
a. zijn deelname, met toestemming van de directeur, aan
basiseducatie of aan activiteiten in het kader van een
maatschappelijke integratie-programma; de hoogte van de
tegemoetkoming is gelijk aan het basisuurloon, vermeerderd met de
gemiddeld voor de voor hem aangewezen arbeid geldende toeslag;
b. een algemeen erkende feestdag als bedoeld in artikel 8, eerste
lid; de hoogte van de tegemoetkoming is gelijk aan het basisuurloon;
c. de situatie dat de directeur niet kan voorzien in een aanbod
van arbeid; de hoogte van de tegemoetkoming is gelijk aan het
basisuurloon;
d. onvermijdbaar verzuim; de hoogte van de tegemoetkoming
bedraagt 80% van het basisuurloon.
Artikel 6
1.Als onvermijdbaar verzuim wordt aangemerkt, verzuim als gevolg
van:
a. ziekte die ertoe leidt dat de gedetineerde naar het oordeel
van de inrichtingsarts, of de verpleegkundige die handelt in
opdracht van de inrichtingsarts, niet in staat is arbeid te
verrichten;
b. het bijwonen van een gerechtelijke procedure als bedoeld in
artikel 26, vierde lid, van de wet;
c. een verhoor door een ambtenaar belast met de opsporing of
vervolging van strafbare feiten;
d. het ondergaan van een geneeskundig onderzoek in een
ziekenhuis of andere instelling;
e. het mondeling toelichten van een bezwaarschrift,
klaagschrift of beroepschrift, als bedoeld in de hoofdstukken IV,
XI, XII onderscheidenlijk XIII van de wet, voorzover de
gedetineerde daartoe is opgeroepen;
f. overbrenging naar een andere inrichting.
2.De directeur kan in aanvulling op het gestelde in het eerste lid,
in de huisregels bepalen in welke gevallen verzuim van de arbeid
onvermijdbaar is.
3.Deze regeling is van overeenkomstige toepassing op de
gedetineerde die op basis van artikel 42, vierde lid, onder c,
onderscheidenlijk artikel 43, derde lid, van de wet, in verband met
een geneeskundige behandeling, onderscheidenlijk sociale verzorging en
hulpverlening, naar een andere plaats is overgebracht en niet op basis
van een andere regeling een financiële tegemoetkoming ontvangt.
4.De financiële tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid onder f,
en het derde lid komt ten laste van de inrichting van waaruit de
gedetineerde wordt overgebracht.
§ 4. Uitzonderingsbepalingen
Artikel 7
1. Deze regeling is niet van toepassing op:
a. deelnemers aan een penitentiair programma;
b. gedetineerden die niet tot het verrichten van arbeid
verplicht zijn en te kennen hebben gegeven niet aan arbeid te
willen deelnemen.
2. Gedetineerden die de in artikel 7, onderdeel a, van de Algemene
ouderdomswet bedoelde leeftijd hebben bereikt, zijn niet tot het
verrichten van arbeid verplicht. Zij ontvangen, indien zij niet aan de
arbeid deelnemen, een loonvervangende financiële tegemoetkoming ter
hoogte van 80% van het basisuurloon.
Artikel 8
1.De gedetineerde is niet tot arbeid verplicht op zondagen en
algemeen erkende feestdagen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van
de Algemene termijnenwet, of op dagen dat hij met toestemming van de
geestelijk verzorger deelneemt aan een retraite, triduüm, kerkelijke
conferentie of buitenkerkelijke bezinningsbijeenkomst.
2.De Minister van Justitie stelt jaarlijks vast op welke dagen de
gedetineerde die een religie belijdt op grond waarvan hij andere dagen
dan de dagen bedoeld in het eerste lid aanmerkt als rustdag,
godsdienstige feest- of gedenkdag, niet verplicht is tot het
verrichten van arbeid.
Artikel 9
De gedetineerde ontvangt geen loonvervangende financiële
tegemoetkoming of de vergoeding, bedoeld in artikel 4a, tweede en vierde
lid, voor zover hij conform de artikelen 23, eerste lid, onder a, b of
d, 24 of 51, eerste lid onder a of c, van de wet is uitgesloten van
deelname aan de arbeid.
§ 5. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 10
De Loonregeling strafgevangenissen, huizen van bewaring en
rijkswerkinrichtingen van 23 februari 1948, de Experimentele
loonregeling voor penitentiaire inrichtingen voor langgestraften van 19
september 1997, de Regeling arbeidsvrije dagen van 21 februari 1980,
alsmede de Interimregeling gedetineerdenbeloning Werkzame Detentie van
11 maart 1996, de Interimregeling gedetineerdenbeloning langgestraften
PI Sittard van 11 maart 1996 en de Loonregeling gedetineerden PI Breda
van 11 maart 1996, worden ingetrokken.
Artikel 11
1. Deze regeling treedt in werking op 1 januari 1999.
2. De directeur is bevoegd voor gedetineerden, die voorheen
arbeidsloon ontvingen op grond van de ’experimentele loonregeling
voor penitentiaire inrichtingen voor langgestraften’, tot 1 januari
2000 in de inrichting een overgangsregeling te hanteren.
Artikel 12
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling arbeidsloon
gedetineerden.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals.
|
|
|