|
BESLUIT van 26 januari 1998, houdende vaststelling van
het Besluit registratie vissersvaartuigen 1998
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van
4 december 1997, nr. J. 9713365, Directie Juridische Zaken;
Gelet op artikel 3 van de Visserijwet 1963;
De Raad van State gehoord (advies van 17
december 1997, nr. W11.97.0777);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 19 januari 1998, nr. J. 98360,
Directie Juridische Zaken;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In afwijking in zoverre van artikel 1,
eerste lid, van de Uitvoeringwet Visserijverdrag 1967 wordt in dit
besluit en de daarop berustende bepalingen verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van
Economische Zaken;
b. vissersvaartuig:
1°. vaartuig als bedoeld in
artikel 3, onderdeel c, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 van
de Raad van de Europese Unie van 20 december 2002 inzake de
instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in
het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (PbEG L 358),
dat geldt als Nederlands op grond van artikel 1, tweede lid, van
de Uitvoeringswet Visserijverdrag 1967, of
2°. vaartuig dat is uitgerust
voor de commerciėle exploitatie van vis in het IJsselmeer;
c. eigenaar: natuurlijke of
rechtspersoon die de eigendom heeft;
d. visserijregister: het register,
bedoeld in artikel 4.
Artikel 2 [Vervallen per 14-09-2007]
Artikel 3
1.Bij regeling van Onze Minister worden
de gemeenten aangewezen die in aanmerking komen als thuishaven voor
vissersvaartuigen en worden de lettertekens vastgesteld waarmee die
gemeenten worden aangeduid.
2.In de regeling, bedoeld in het eerste
lid, worden regels gesteld omtrent de grootte, de kleur en de plaats
van de lettertekens en nummers.
Artikel 4
Onze Minister houdt een register bij
waarin de vissersvaartuigen worden ingeschreven onder vermelding van hun
thuishaven, de overige gegevens, bedoeld in bijlage II van Verordening
(EG) nr. 26/2004 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 30
december 2003 betreffende het communautaire gegevensbestand over de
vissersvloot (PbEU L 5) en andere gegevens waarvan Onze Minister
vermelding noodzakelijk acht op grond van communautaire verplichtingen.
Artikel 5
Het is verboden een vissersvaartuig te
gebruiken indien dat vaartuig niet het letterteken voert dat in de
regeling, bedoeld in artikel 3, is bepaald voor de gemeente waar dat
vaartuig zijn thuishaven heeft, en het nummer waaronder het vaartuig in
het visserijregister is ingeschreven, danwel indien het vaartuig niet is
ingeschreven in het visserijregister, bedoeld in artikel 4.
Artikel 6
1.De eigenaar van een vaartuig dient,
alvorens het als vissersvaartuig in gebruik te nemen, een aanvraag in
voor inschrijving in het visserijregister op een door Onze Minister
vast te stellen en beschikbaar te stellen formulier.
2.Onze Minister kan regels stellen
omtrent het in het eerste lid bedoelde formulier en de bescheiden die
overgelegd worden bij de in het eerste lid bedoelde aanvraag.
3.Inschrijving in het visserijregister
vindt slechts plaats indien:
a. het formulier, bedoeld in het
eerste lid, volledig en naar waarheid is ingevuld en is
ondertekend;
b. is voldaan aan het tweede lid,
en
c. Onze Minister geen reden heeft
de juistheid van de bij de aanvraag vermelde opgaven of verstrekte
gegevens in twijfel te trekken.
4.Onze Minister kan besluiten tot
doorhaling van een inschrijving in het visserijregister indien blijkt
dat de door de eigenaar van het desbetreffende vissersvaartuig bij
zijn aanvraag vermelde opgaven of verstrekte gegevens niet
overeenstemmen met de werkelijkheid.
Artikel 6a
1. Onze Minister doet de eigenaar van
een vaartuig een bewijs van inschrijving in het visserijregister
toekomen.
2. Een ten behoeve van het
vissersvaartuig verleende visvergunning als bedoeld in artikel 6,
eerste lid van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20
november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling
die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid
moet garanderen, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG)
nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr.
2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007,
(EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr.
1342/2008 en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG)
nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (PbEU 2009, L 343), geldt als bewijs
van inschrijving in het visserijregister als bedoeld in het eerste
lid.
3. De visvergunning, bedoeld in het
tweede lid, geldt tevens als het document, bedoeld in artikel 2,
eerste lid, van de Uitvoeringswet Visserijverdrag 1967.
Artikel 7
1.Indien een vaartuig:
a. niet meer gebruikt wordt als
vissersvaartuig;
b. niet meer geldt als Nederlands
in de zin van artikel 1, tweede lid, van de Uitvoeringswet
Visserijverdrag 1967, of
c. is vergaan of gesloopt,
doet de eigenaar onder wiens naam het
betrokken vaartuig in het visserijregister is ingeschreven hiervan
mededeling aan Onze Minister op een door Onze Minister vast te stellen
en beschikbaar te stellen formulier, zo spoedig mogelijk, doch
uiterlijk zes weken nadat de desbetreffende verandering heeft
plaatsgevonden.
2.De eigenaar van een vissersvaartuig
doet aan Onze Minister op een daarvoor door Onze Minister vast te
stellen en beschikbaar te stellen formulier mededeling van elke andere
verandering ten aanzien van de gegevens, bedoeld in artikel 4,
uiterlijk zes weken nadat de desbetreffende verandering heeft
plaatsgevonden.
3.Van de omstandigheid, bedoeld in het
eerste lid, onder a, is in elk geval sprake indien het vaartuig een
jaar of langer niet is gebruikt als vissersvaartuig.
Artikel 8
1.Na ontvangst van de mededeling,
bedoeld in artikel 7, hetzij indien anders blijkt dat een verandering
heeft plaatsgevonden besluit Onze Minister:
a. indien het betreft een
verandering als bedoeld in artikel 7, eerste lid, tot doorhaling
van de desbetreffende inschrijving in het visserijregister;
b. indien het betreft een
verandering als bedoeld in artikel 7, tweede lid, tot
dienovereenkomstige aanpassing van de betrokken gegevens in het
visserijregister.
2.Indien Onze Minister een besluit
neemt als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, is artikel 6a,
eerste en tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 9
Onze Minister kan de inschrijving in het
visserijregister, bedoeld inartikel 6, eerste lid, of de aanpassing van
de betrokken gegevens in het visserijregister, bedoeld in artikel 8,
eerste lid, onderdeel b, weigeren, indien hij dit noodzakelijk acht ter
nakoming van communautaire verplichtingen.
Artikel 10
1.Na inwerkingtreding van dit besluit
geldt de registratie van een vissersvaartuig in het centraal
visserijregister, bedoeld in het Registratiebesluit vissersvaartuigen
1964, als een registratie in het visserijregister.
2.Een bewijs, verkregen op grond van
het Besluit nationaliteitsbewijs vissersvaartuigen, wordt beschouwd
als het document, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de
Uitvoeringswet Visserijverdrag 1967.
Artikel 10a
Dit besluit berust mede op artikel 2,
tweede lid, van de Uitvoeringswet Visserijverdrag 1967.
Artikel 11
[Wijzigt het Besluit nationaliteitsbewijs
vissersvaartuigen]
Artikel 12
[Wijzigt het Reglement zee- en
kustvisserij 1977]
Artikel 13
Het Registratiebesluit vissersvaartuigen
1964 wordt ingetrokken.
Artikel 14
Dit besluit treedt in werking met ingang
van 1 maart 1998.
Artikel 15
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit
registratie vissersvaartuigen 1998.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 26 januari 1998
BEATRIX
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
J.J. van Aartsen
Uitgegeven de zeventiende februari 1998
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|