|
REGELING van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van
5 juli 2006, nr. TRCJZ/2006/1534, houdende regels betreffende eisen,
administratie, registratie inzake uitoefening visserij (Regeling eisen,
administratie en registratie inzake uitoefening visserij)
De Minister van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit;
Handelende in overeenstemming met de Minister
van Verkeer en Waterstaat;
Gelet op:
- Verordening (EEG) nr. 2807/83 van de Commissie van de Europese
Gemeenschappen van 22 september 1983 houdende uitvoeringsbepalingen
inzake de registratie van gegevens over de visvangst van de Lid-Staten (PbEG
L 276);
- Verordening (EEG) nr. 1381/87 van de Commissie van de Europese
Gemeenschappen van 20 mei 1987 inzake uitvoeringsbepalingen met
betrekking tot kentekens voor vissersvaartuigen en met betrekking tot
documenten aan boord van die vaartuigen (PbEG L 132);
- Verordening (EEG) nr. 1382/87 van de Commissie van de Europese
Gemeenschappen van 20 mei 1987 tot vaststelling van
uitvoeringsbepalingen voor de inspectie van vissersvaartuigen (PbEG
L 132);
- Verordening (EEG) nr. 2847/93 van de Raad van de Europese
Gemeenschappen van 12 oktober 1993 tot invoering van een
controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid (PbEG
L 261);
- Verordening (EG) nr. 1093/94 van de Raad van de Europese Unie van 6
mei 1994 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder vissersvaartuigen
van derde landen vangsten rechtstreeks mogen aanlanden en verkopen in de
havens van de Gemeenschap (PbEG L 121);
- de artikelen 4 en 17 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad
van de Europese Unie van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de
duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het
gemeenschappelijk visserijbeleid (PbEG L 358);
- de artikelen 13 en 15 van Verordening (EG) nr. 423/2004 van de Raad
van de Europese Unie van 26 februari 2004 tot vaststelling van
herstelmaatregelen voor bepaalde kabeljauwbestanden (PbEU L 70);
- de artikelen 10 en 12 van Verordening (EG) nr. 811/2004 van de Raad
van de Europese Unie van 21 april 2004 tot vaststelling van
herstelmaatregelen voor het noordelijke heekbestand (PbEU L 185);
- Verordening (EG) nr. 356/2005 van de Commissie van de Europese
Gemeenschappen van 1 maart 2005 houdende uitvoeringsbepalingen voor het
merken en identificeren van passief vistuig en boomkorren (PbEU L
56);
- Verordening (EG) nr. 51/2006 van de Raad van de Europese Unie van 22
december 2005 tot vaststelling, voor 2006, van de vangstmogelijkheden
voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren
van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere
wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling
van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften (PbEU L
16);
- de artikelen 3, 4 en 5 van het Reglement zee- en kustvisserij 1977;
- de artikelen 3, 5 en 6, tweede en derde lid, van het Besluit
registratie vissersvaartuigen 1998;
Besluit:
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Definities
1. In deze regeling wordt verstaan onder:
a. Registratiebesluit: Besluit registratie vissersvaartuigen
1998;
b. vissersvaartuig: vaartuig als bedoeld in het
Registratiebesluit;
c. buitenlands vissersvaartuig: vissersvaartuig dat de vlag
voert van en geregistreerd is in een andere lidstaat van de
Europese Gemeenschap dan Nederland;
d. AID: Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van
Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;
e. functionaris: functionaris als bedoeld in artikel 1 van de
Regeling stelselmatige controle bij aanlanding 1988;
f. divisie Scheepvaart: divisie Scheepvaart van de Inspectie
Verkeer en Waterstaat;
g. schipper: elke gezagvoerder van een vissersvaartuig,
buitenlands vissersvaartuig onderscheidenlijk een vissersvaartuig
dat de vlag voert van, dan wel geregistreerd is in een derde land,
of degene die de schipper vervangt;
h. ondernemer: degene te wiens naam het vissersvaartuig in het
visserijregister, bedoeld in artikel 4 van het Registratiebesluit,
is geregistreerd;
i. deelgebied, sector of deelsector: zeegebied als omschreven
in artikel 4 van de verordening inzake vangstmogelijkheden;
j. [vervallen;]
k. logboek-, tevens vangstopgaveformulier: het in Verordening (EEG)
nr. 2807/83 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 22
september 1983 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de
registratie van gegevens over de visvangst van de Lid-Staten (PbEG
L 276) voorgeschreven formulier overeenkomstig het model dat als
bijlage I bij voornoemde verordening is opgenomen;
l. meetbrief: Internationale Meetbrief (1969) dan wel
bijzondere meetbrief als bedoeld in artikel 4 van de
Meetbrievenwet 1981, die is afgegeven overeenkomstig de bij of
krachtens die wet gegeven bepalingen;
m. verordening inzake vangstmogelijkheden: Verordening van 14
december 2010 van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling,
voor 2011, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en
groepen visbestanden welke in de EU-wateren en, voor
EU-vaartuigen, in andere wateren met vangstbeperkingen van
toepassing zijn;
n. vangstopgavebus: vangstopgavebus zoals aanwezig in iedere
aangewezen haven op grond van de Regeling stelselmatige controle
bij aanlanding 1988, waarvan de exacte plaats gepubliceerd is op
het LNV-loket;
o. minister: de Minister van Economische Zaken, Landbouw en
Innovatie.
2. In deze regeling wordt voorts verstaan onder:
a. verordening nr. 2807/83: Verordening (EEG) nr. 2807/83 van
de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 22 september 1983
houdende uitvoeringsbepalingen inzake de registratie van gegevens
over de visvangst van de Lid-Staten (PbEG L 276);
b. verordening nr. 1381/87: Verordening (EEG) nr. 1381/87 van
de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20 mei 1987 inzake
uitvoeringsbepalingen met betrekking tot kentekens voor
vissersvaartuigen en met betrekking tot documenten aan boord van
die vaartuigen (PbEG L 132);
c. verordening nr. 1382/87: Verordening (EEG) nr. 1382/87 van
de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20 mei 1987 tot
vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor de inspectie van
vissersvaartuigen (PbEG L 132);
d. verordening nr. 1224/2009: Verordening (EG) nr. 1224/2009
van de Raad van de Europese Unie van 20 november 2009 tot
vaststelling van een communautaire controleregeling die de
naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid
moet garanderen, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 847/96,
(EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr.
2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr.
509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr.
1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van Verordeningen
(EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (PbEU L
343);
e. verordening nr. 2371/2002: Verordening (EG) nr. 2371/2002
van de Raad van de Europese Unie van 20 december 2002 inzake de
instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in
het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (PbEG L 358);
f. verordening nr. 1342/2008: Verordening (EG) nr. 1342/2008
van de Raad van de Europese Unie van 18 december 2008 tot
vaststelling van een langetermijnplan voor kabeljauwbestanden en
de bevissing van deze bestanden, en tot intrekking van Verordening
(EG) nr. 423/2004 (PbEU L 348);
g. verordening nr. 811/2004: Verordening (EG) Nr. 811/2004 van
de Raad van de Europese Unie van 21 april 2004 tot vaststelling
van herstelmaatregelen voor het noordelijke heekbestand (PbEU L
185);
h. verordening nr. 356/2005: Verordening (EG) nr. 356/2005 van
de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 1 maart 2005
houdende uitvoeringsbepalingen voor het merken en identificeren
van passief vistuig en boomkorren (PbEU L 56);
i. verordening inzake weegprocedures: Verordening (EG) nr.
1542/2007 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20
december 2007 betreffende aanvoer- en weegprocedures voor haring,
makreel en horsmakreel (PbEU L 337);
j. verordening nr. 1077/2008: Verordening (EG) nr. 1077/2008
van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 3 november
2008 tot vaststelling van toepassingsbepalingen voor Verordening
(EG) nr. 1966/2006 van de Raad betreffende de elektronische
registratie en melding van visserijactiviteiten en een systeem
voor teledetectie en tot intrekking van Verordening (EG) nr.
1566/2007 (PbEU L 295);
k. verordening nr. 1005/2008: Verordening nr. 1005/2008/EG van
de Raad van de Europese Unie van 29 september 2008 houdende de
totstandbrenging van een communautair systeem om illegale,
ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te
gaan en te beëindigen, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr.
2847/93, (EG) nr. 1936/2001 en (EG) nr. 601/2004 en tot intrekking
van Verordeningen (EG) nr. 1093/94 en (EG) nr. 1447/1999 (PbEU L
286);
l. verordening nr. 1010/2009: Verordening nr. 1010/2009/EG van
de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 22 oktober 2009
tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening nr.
1005/2008/EG van de Raad van de Europese Unie van 29 september
2008 houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om
illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen,
tegen te gaan en te beëindigen (PbEU L 280);
m. verordening inzake vangstmogelijkheden: Verordening (EU) nr.
53/2010 van de Raad van de Europese Unie van 14 januari 2010 tot
vaststelling, voor 2010, van de vangstmogelijkheden voor sommige
visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de EU
en, voor vaartuigen van de EU, in andere wateren met
vangstbeperkingen van toepassing zijn en tot wijziging van
Verordening (EG) nr. 1359/2008, Verordening (EG) nr. 754/2009,
Verordening (EG) nr. 1226/2009 en Verordening (EG) nr. 1287/2009 (PbEU
L 21);
n. verordening nr. 620/2010: verordening (EU) nr. 640/2010 van
het Europees Parlement en de Raad van De Europese Unie van 7 juli
2010 tot vaststelling van een vangstdocumentatieprogramma voor
blauwvintonijn Thunnus thynnus en tot wijziging van Verordening
(EG) nr. 1984/2003 (PbEU L 194);
o. verordening nr. 1984/2003: verordening (EG) nr. 1984/2003
van de Raad van de Europese Unie van 8 april 2003 tot invoering in
de Gemeenschap van een regeling voor de statistische registratie
van blauwvintonijn, zwaardvis en grootoogtonijn (PbEU L 295);
p. verordening nr. 1035/2001: verordening (EG) nr. 1035/2001
van de Raad van de Europese Unie van 22 mei 2001 tot invoering van
een documentatieregeling voor de vangst van Dissostichus spp. (PbEG
L 145).
Artikel 2. Toepassingsbereik
1.Deze regeling is van toepassing op de vissoorten, bedoeld in:
a. bijlage I van Verordening (EEG) nr. 3880/91 van de Raad van
de Europese Gemeenschappen van 17 december 1991 inzake de
verstrekking van statistieken van de nominale vangsten van
Lid-Staten die in het noordoostelijke gedeelte van de Atlantische
Oceaan vissen (PbEG L 365);
b. bijlage I van Verordening (EEG) nr. 2018/93 van de Raad van
de Europese Gemeenschappen van 30 juni 1993 inzake de indiening
van de vangsten en de visserijactiviteit van de Lid-Staten die in
het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan vissen (PbEG L
186) en
c. bijlage 4 van Verordening (EG) nr. 2597/95 van de Raad van
de Europese Unie van 23 oktober 1995 inzake de verstrekking van
statistieken van de nominale vangsten van Lid-Staten in bepaalde
gebieden buiten de Noordatlantische Oceaan (PbEG L 270).
2.Voor de toepassing van het bepaalde in deze regeling vindt het
aanlanden plaats op het tijdstip waarop het vissersvaartuig,
buitenlands vissersvaartuig of het vissersvaartuig dat de vlag voert
van, dan wel geregistreerd is in een derde land, direct of indirect
verbinding met de wal heeft gekregen.
Artikel 3. Exclusieve 12-mijlszone
1.Er is voor de Nederlandse kust in de Noordzee een exclusieve
12-mijlszone als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van verordening
nr. 2371/2002.
2.De in het eerste lid bedoelde zone strekt zich uit tot 12
zeemijlen, gemeten zeewaarts vanaf de basislijn van de territoriale
zee van Nederland.
Artikel 4. Toegang tot 12-mijlszone
Het is verboden met een buitenlands vissersvaartuig de visserij uit
te oefenen binnen de in artikel 3 bedoelde zone anders dan voortvloeiend
uit artikel 17, tweede lid, van verordening nr. 2371/2002.
Artikel 5. Erkenning aanvoergegevensbestanden
Als registratiesysteem of -bestand als bedoeld in artikel 6, tweede
lid, van het Registratiebesluit worden erkend de
aanvoergegevensbestanden van:
a. het Mosselkantoor van het Productschap Vis;
b. de Coöperatieve Producentenorganisatie van de Nederlandse
Kokkelcultuur U.A.;
c. de Coöperatieve Producentenorganisatie Nederlandse
Vissersbond IJsselmeer U.A.
Paragraaf 2. Eisen aan vissersvaartuigen
Artikel 6. Tonnage-meting
Het is verboden te vissen met een vissersvaartuig, indien de
brutotonnage van dat vaartuig, zoals aangegeven in de op dat vaartuig
betrekking hebbende meetbrief, niet is vastgesteld overeenkomstig
artikel 4 van verordening (EEG) nr. 2930/86 van de Raad van de Europese
Gemeenschappen van 22 september 1986 houdende definities van de
kenmerken van vissersvaartuigen (PbEG L 274).
Artikel 7. Documenten visruimen en tanks voor gekoeld zeewater
1.Het is verboden te vissen met een vissersvaartuig of buitenlands
vissersvaartuig van meer dan 17 meter lengte in andere wateren dan als
bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel d, van de Visserijwet
1963, zonder een document als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van
verordening nr. 1381/87 aan boord te hebben.
2.De bevoegde instantie tot waarmerking van de documenten, bedoeld
in het eerste lid, voor vissersvaartuigen is de divisie Scheepvaart.
Artikel 8. Loodsladders
De schipper is verplicht ervoor zorg te dragen dat:
a. aan boord een loodsladder aanwezig is die schoon is en in
goede staat wordt gehouden;
b. de loodsladder te allen tijde voldoet aan het bepaalde in de
onderdelen 1 tot en met 6 van bijlage II bij verordening nr.
1382/87;
c. aan boord voorzieningen als bedoeld in de onderdelen 7 tot en
met 11 van bijlage II bij verordening nr. 1382/87 worden getroffen
om de met controle belaste ambtenaren veilig en gemakkelijk aan en
van boord te doen gaan.
Paragraaf 3. Registratienummers
Artikel 9. Eisen aan registratienummers
1.Het is verboden een vissersvaartuig bedrijfsmatig te gebruiken
voor de in artikel 3 van de Visserijwet 1963 bedoelde visserij, indien
dit niet voorzien is van een registratienummer dat aangebracht is op
de wijze, omschreven in artikel 1, eerste lid, eerste en tweede
alinea, van verordening nr. 1381/87.
2.Het is verboden in strijd te handelen met artikel 1, derde lid,
van verordening nr. 1381/87.
Artikel 10. Vaststelling lettertekens gemeenten
De gemeenten en de lettertekens waarmee de gemeenten worden
aangeduid, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Registratiebesluit,
zijn vastgesteld in bijlage 1.
Artikel 11. Continuïteit lettertekens
Inschrijving van vissersvaartuigen in het visserijregister vindt niet
plaats onder een letterteken als bedoeld in artikel 10, indien gedurende
tenminste een jaar geen vissersvaartuig onder dat letterteken in het
visserijregister geregistreerd heeft gestaan en vaststaat dat geen
vaartuig meer in de desbetreffende gemeente kan havenen.
Artikel 12. Eisen aan registratienummer buitenlands vissersvaartuig
Artikel 9 is van overeenkomstige toepassing op het registratienummer
waaronder een buitenlands vissersvaartuig in die andere lidstaat is
geregistreerd.
Artikel 13. Kleine vaartuigen
1.Het is verboden kleine vaartuigen aan boord van een
vissersvaartuig of buitenlands vissersvaartuig te houden zonder dat
deze zijn voorzien van het registratienummer van het vaartuig aan
boord waarvan het kleine vaartuig zich bevindt.
2.Het in het eerste lid bedoelde registratienummer:
a. is geplaatst op de romp van het vaartuig aan beide kanten
van de boeg;
b. is met wit geschilderd op een contrasterende ondergrond, en
c. is duidelijk leesbaar.
Artikel 14. Merken en identificeren boomkor, passief vistuig en
markeerboeien
1.Het is verboden in de wateren, bedoeld in artikel 2 van
verordening nr. 356/2005 een boomkor als bedoeld in artikel 3 van
verordening nr. 356/2005 voor de visserij te gebruiken, indien niet
wordt voldaan aan artikel 5 van deze verordening.
2.Het is verboden in de wateren, bedoeld in artikel 2 van
verordening nr. 356/2005 passieve vistuigen als bedoeld in artikel 3
van verordening nr. 356/2005 voor de visserij te gebruiken, indien
niet wordt voldaan aan de artikelen 6 tot en met 8 van deze
verordening.
3.Het is verboden in de wateren, bedoeld in artikel 2 van
verordening nr. 356/2005 een markeerboei die bestemd is om de plaats
waar een vistuig zich bevindt aan te geven, in het water uit te zetten
of aan boord van een vissersvaartuig of buitenlands vissersvaartuig te
houden, indien niet wordt voldaan aan de artikelen 9 tot en met 14 van
verordening nr. 356/2005.
4.Het is verboden in strijd te handelen met artikel 2, tweede lid,
van verordening nr. 1381/87.
Paragraaf 4. Logboek en opgave zeevis
Artikel 15. Algemene verplichting tot invullen logboek
1.Degene die met een vissersvaartuig de visserij uitoefent is
verplicht het logboek-, tevens vangstopgaveformulier, overeenkomstig
het bepaalde inzake het invullen en opnemen van gegevens in
verordening nr. 2807/83 alsmede in bijlage 2, bij te houden en in te
vullen.
2.In aanvulling op het eerste lid is degene die met een
vissersvaartuig met een lengte over alles van minder dan 10 meter de
visserij uitoefent, verplicht alle vangsten van elke soort die aan
boord worden gehouden in het logboek-, tevens vangstopgaveformulier te
vermelden.
3.Degene die met een vissersvaartuig of buitenlands vissersvaartuig
de visserij uitoefent, vult dagelijks vóór 24.00 uur en uiterlijk
bij aankomst in een haven, alsmede bij controle op zee het
logboekgedeelte van het originele exemplaar van het logboek-, tevens
vangstopgaveformulier in.
4.Degene die met een vissersvaartuig met een lengte over alles van
meer dan 10 meter meer dan 50 kg van een bepaalde vissoort aanlandt,
vult deze hoeveelheid in op het vangstopgavegedeelte van het logboek-,
tevens vangstopgaveformulier.
Artikel 16. Verplichtingen op visreis van meer dan 15 dagen
Degene die met een vissersvaartuig een visreis maakt van meer dan 15
dagen is verplicht uiterlijk op de vijftiende dag en, voor zolang de
visreis duurt, om de 15 dagen, op de wijze als bedoeld in bijlage VIII
van verordening nr. 2807/83, de gegevens, bedoeld in die bijlage, te
melden aan de AID ter attentie van het Visserij Controle Centrum
(postbus 234, 6460 AE Kerkrade, telefax (31) 455461011).
Artikel 17. Opgave logboek overeenkomend met aanmelding aanlanding
Indien meer dan 10 ton haring, makreel, horsmakreel of een combinatie
daarvan aan boord wordt gehouden van een vissersvaartuig of buitenlands
vissersvaartuig, komt de opgave in het logboekgedeelte van het logboek-,
tevens vangstopgaveformulier, van de hoeveelheden aan boord gehouden
vis, overeen met de hoeveelheden die zijn opgegeven ingevolge artikel 3,
vijfde lid, onderdeel 9°, van de Regeling stelselmatige controle bij
aanlanding 1988.
Artikel 18. Tolerantiemarge
1. In afwijking van artikel 5, tweede lid, van verordening nr.
2807/83, geldt een tolerantiemarge van 8%, indien het betreft
visreizen gemaakt door vissersvaartuigen of buitenlandse
vissersvaartuigen in de geografische gebieden:
a. bedoeld in artikel 3 van verordening nr. 1342/2008, en het
vaartuigen betreft met een lengte over alles van van ten minste 10
meter;
b. bedoeld in artikel 1 van verordening nr. 811/2004;
c. bedoeld in artikel 2 van verordening (EG) nr. 2115/2005 van
de Raad van de Europese Unie van 20 december 2005 tot vaststelling
van een herstelplan voor zwarte heilbot in het kader van de
visserijorganisatie in het noordwestelijk deel van de Atlantische
Oceaan (PbEU L 430), voor zover aldaar gevangen zwarte heilbot aan
boord wordt gehouden.
2. In afwijking van artikel 5, tweede lid, van verordening nr.
2807/83 geldt een tolerantiemarge van 10%, indien het betreft
visreizen gemaakt door vissersvaartuigen of buitenlandse
vissersvaartuigen in de geografische gebieden, bedoeld in artikel 1
van de verordening inzake weegprocedures, voor zover meer dan 10 ton
haring, makreel of horsmakreel aan boord wordt gehouden.
3. De tolerantiemarge van 8%, bedoeld in het eerste lid, is
eveneens van toepassing op ramingen per soort van hoeveelheden schol
en tong, uitgedrukt in kilogram levend gewicht, aan boord van
vaartuigen die in de Noordzee hebben gevaren.
Artikel 19. Indienen logboek vissersvaartuig in Nederlandse haven
1. Degene die met een vissersvaartuig in een Nederlandse haven vis
aanlandt, is verplicht:
a. onverwijld, maar uiterlijk een half uur na aanlanding en
vóór de lossing, de eerste kopie van het logboek-, tevens
vangstopgaveformulier waarop de in artikel 15, derde lid, bedoelde
gegevens zijn ingevuld, in te dienen, en
b. terstond na verkoop, maar uiterlijk 48 uur na afloop van de
lossing, het volledig ingevulde originele exemplaar van het
logboek-, tevens vangstopgaveformulier, in te dienen.
2. Het indienen van de exemplaren van het logboek-, tevens
vangstopgaveformulier, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats door
het in de haven van aanlanding:
a. te overhandigen aan een functionaris of aan een ambtenaar
van de AID, of
b. te deponeren in een vangstopgavebus.
3. Indien de vis in een andere haven dan de haven van aanlanding
wordt verkocht, is in afwijking van het eerste lid, onderdeel b, en de
aanhef van het tweede lid, degene die met een vissersvaartuig vis in
een Nederlandse haven heeft aangeland, verplicht terstond na verkoop,
maar uiterlijk binnen 48 uur na afloop van de lossing, het volledig
ingevulde originele exemplaar van het logboek-, tevens
vangstopgaveformulier, in de haven van verkoop in te dienen of te doen
indienen door een daartoe door hem gemachtigde.
4. De exemplaren van het logboek-, tevens vangstopgaveformulier,
bedoeld in het eerste en derde lid:
a. vermelden de vangsthoeveelheden per sector en uitgedrukt in
kilogrammen;
b. hebben betrekking op de periode sinds de vorige aanlanding,
voor zover doorgebracht op zee, en
c. zijn ondertekend door degene die met een vissersvaartuig in
een Nederlandse haven vis aanlandt of, in de situatie, bedoeld in
het derde lid, diens gemachtigde.
5. Degene die met een vissersvaartuig vis aanlandt op een andere
plaats dan de havens, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de
Regeling stelselmatige controle bij aanlanding 1988, waar geen
vangstopgavebus is geplaatst, is verplicht het originele exemplaar van
het logboek-, tevens vangstopgaveformulier terstond na verkoop van de
vis, maar uiterlijk binnen 48 uur na lossing, in te dienen door middel
van toezending aan het dichtstbijzijnde havenkantoor van de AID dan
wel aan het havenkantoor van de AID in de plaats waar de vis wordt
verkocht.
6. Het eerste tot en met vijfde lid zijn van overeenkomstige
toepassing op degene die:
a. vis heeft overgeladen op een ander vaartuig;
b. met zijn vissersvaartuig de visserij in span uitoefent en
geen vis aanlandt.
7. In afwijking van het eerste, tweede en vierde lid geeft een
kapitein of diens vertegenwoordiger van een vissersvaartuig met een
lengte over alles van 12 meter of meer en die op grond van artikel
19a, tweede lid, verplicht is de gegevens opgenomen in de logboek-,
tevens vangstopgaveformulier, elektronisch in te dienen, de gegevens,
bedoeld in artikel 21 en artikel 23 van verordening nr. 1224/2009
binnen 24 uur nadat de aanlanding is voltooid elektronisch door aan de
AID.
Artikel 19a. Elektronische doorgifte
1. In afwijking van artikel 19, tweede, derde, vijfde en zesde lid,
geeft een kapitein of diens vertegenwoordiger die met een
vissersvaartuig vis aanlandt in een Nederlandse haven de gegevens
opgenomen in de logboek-, tevens vangstopgaveformulieren, bedoeld in
artikel 19, eerste lid, elektronisch door aan de AID, met
gebruikmaking van een door de minister beschikbaar te stellen format.
2. Het eerste lid is van toepassing op:
a. vissersvaartuigen als bedoeld in artikel 1, eerste lid,
onderdeel a, van verordening nr. 1077/2008 vanaf 1 januari 2010;
b. vissersvaartuigen als bedoeld in artikel 1, eerste lid,
onderdeel b, van verordening nr. 1077/2008 vanaf 1 juli 2010.
3. De elektronische doorgifte van de gegevens, bedoeld in het
eerste lid, vindt plaats in overeenstemming met de eisen van artikel
6, eerste tot en met vierde en zesde lid, van verordening nr.
1077/2008 met dien verstande dat in het eerste en tweede lid onder ‘bevoegde
autoriteit’ moet worden verstaan: de AID.
4. De kapitein van een vissersvaartuig, bedoeld in het eerste lid,
bewaart een kopie van de in artikel 6, eerste lid, van verordening nr.
1077/2008 bedoelde informatie aan boord van het vissersvaartuig totdat
de aangifte van aanlanding is ingediend.
5. Op verzoek van een andere lidstaat van de Europese Gemeenschap
als bedoeld in artikel 12, derde lid, van verordening nr. 1077/2008
zendt de kapitein of diens vertegenwoordiger de gegevens uit het
logboek en een kopie van de ontvangstbevestiging, bedoeld in artikel 8
van verordening nr. 1077/2008, aan de bevoegde autoriteit van die
lidstaat.
6. Het is verboden te vissen in de wateren van de lidstaat, bedoeld
in het vijfde lid, zolang niet voldaan is aan het verzoek, bedoeld in
het vijfde lid.
7. De gegevens opgenomen in de logboek-, tevens
vangstopgaveformulieren, bedoeld in artikel 19, eerste lid, en de
melding, bedoeld in artikel 3, vijfde lid, van de Regeling
stelselmatige controle bij aanlanding 1988, mogen in één keer
elektronisch worden doorgestuurd.
Artikel 19b. Niet functioneren van het elektronisch meld- en
registratiesysteem
1. Het is verboden uit te varen indien het elektronisch
registratie- en meldsysteem door technisch falen of een
niet-functioneren niet functioneert.
2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing
ingeval de AID toestemming heeft verleend om uit te varen.
3. De AID verleent slechts toestemming als bedoeld in het tweede
lid, nadat is aangetoond dat het elektronisch registratie- en
meldsysteem weer functioneert.
4. In geval het niet mogelijk is door een technisch falen of het
niet functioneren van het elektronisch registratie- en meldsysteem om
de logboek-, tevens vangstopgaveformulieren elektronisch door te geven
aan de AID, deelt de kapitein of de reder van het vaartuig, of diens
vertegenwoordiger, de gegevens uit het logboek, uit de aangifte van
aanlanding en uit de aangifte van overlading dagelijks en niet later
dan 24.00 uur schriftelijk of telefonisch aan de AID mee.
Artikel 19c. visserij-inspanningsverslag
In de gebieden, bedoeld in onderdeel 4.2 van bijlage IIa van de
verordening inzake vangstmogelijkheden, is het verboden te handelen in
strijd met artikel 28, eerste lid, van verordening nr. 1224/2009 voor
zover het betreft vissersvaartuigen als bedoeld in onderdeel 4.2 van die
bijlage IIa.
Artikel 20. Indienen logboek buitenlands vaartuig in Nederlandse
haven
1.Degene die met een buitenlands vissersvaartuig vis in een
Nederlandse haven heeft aangeland, is verplicht terstond na verkoop,
maar uiterlijk binnen 48 uur na afloop van de lossing, een kopie van
het volledig ingevulde logboek-, tevens vangstopgaveformulier, in te
dienen.
2.Degene die met een buitenlands vissersvaartuig met een lengte
over alles van meer dan 59 meter in een Nederlandse haven vis,
afkomstig uit de wateren van een ander derde land dan Noorwegen of
IJsland, aanlandt, is verplicht een kopie van het door dat derde land
voorgeschreven logboek binnen 48 uur na afloop van de lossing in te
dienen.
3.Artikel 19, tweede, vierde en zesde lid, is van toepassing op
buitenlandse vaartuigen, met uitzondering van de verplichting de
vangsthoeveelheden in de eenheid kilogrammen te vermelden.
Artikel 21. Eisen invullen logboek vaartuig uit derde land bij
aanlanding in lidstaat Europese Gemeenschap
1. De schipper van een vaartuig als bedoeld in artikel 2, tweede
lid, van verordening (EG) nr. 1093/94 van de Raad van de Europese
Gemeenschap van 6 mei 1994 tot vaststelling van de voorwaarden
waaronder vissersvaartuigen van derde landen rechtstreeks mogen
aanlanden en verkopen in de havens van de Gemeenschap (PbEG L 121) dat
de vlag voert van, of geregistreerd is, in een andere staat dan een
lidstaat van de Europese Gemeenschap is verplicht:
a. aan boord een logboek bij te houden waarin wordt vermeld:
1°. per vissoort de hoeveelheden die aan boord worden
gehouden;
2°. de datum waarop de vangsten hebben plaatsgevonden en
in welk deelgebied of welke sector;
3°. het gebruikte type vistuig.
b. overeenkomstig artikel 19, vierde lid, binnen 48 uur na
afloop van de lossing een aangifte in te dienen waarin per sector
en per vissoort wordt vermeld:
1°. de datum en de plaats van de vangsten;
2°. de aangevoerde hoeveelheden;
3°. in geval van overlading het letterteken, nummer en
nationaliteit van het vaartuig waarmee de vis is gevangen en
waarvan de vis is overgeladen;
4°. de wijze van verkoop.
2. De aangifte, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt
gesteld in de Nederlandse, Franse, Duitse of Engelse taal.
Artikel 22. Aanlanding vissersvaartuig anders dan in een Nederlandse
haven
1. Degene die met een vissersvaartuig vis aanlandt in een haven van
een andere lidstaat van de Europese Gemeenschap dan Nederland of die
vis heeft overgeladen op een ander vaartuig en die in een haven van
een andere lidstaat van de Europese Gemeenschap dan Nederland aanlandt
of de visserij in span uitoefent en in een haven van een andere
lidstaat van de Europese Gemeenschap dan Nederland aanlandt, is
verplicht:
a. binnen 48 uur na afloop van de lossing het roze exemplaar
van het logboek-, tevens vangstopgaveformulier, dat voldoet aan
het bepaalde in artikel 19, vierde lid, af te geven of toe te
zenden aan de bevoegde instanties van de lidstaat van aanvoer;
b. binnen 48 uur na afloop van de lossing het originele
exemplaar van het logboek-, tevens vangstopgaveformulier, dat
voldoet aan het bepaalde in artikel 19, vierde lid, toe te zenden
aan de AID ter attentie van het Visserij Controle Centrum (postbus
234, 6460 AE Kerkrade, telefax (31) 455461011), en
c. binnen 8 dagen na het tijdstip van aanlanding hiervan
melding te maken door middel van het inleveren van het blauwe
exemplaar van het logboek-, tevens vangstopgaveformulier, dat
voldoet aan het bepaalde in artikel 19, vierde lid, bij de AID ter
attentie van het Visserij Controle Centrum (postbus 234, 6460 AE
Kerkrade, telefax (31) 455461011).
2. De verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b en c,
zijn ook van toepassing op degene die met een vissersvaartuig in een
haven van een derde land vis aanlandt of die vis heeft overgeladen op
een ander vaartuig en die in een haven van een derde land aanlandt of
die de visserij in span uitoefent en die in een haven van een derde
land aanlandt, tenzij het betreffende derde land een ander logboek dan
het logboek-, tevens vangstopgaveformulier heeft voorgeschreven.
3. Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing in het geval
een kapitein of diens vertegenwoordiger de logboek-, tevens
vangstopgaveformulieren, bedoeld in artikel 19, eerste lid,
elektronisch vastlegt en meldt als bedoeld in artikel 19a, eerste lid.
Artikel 23. Logboekverplichtingen in wateren van een derde land
1.Degene die de visserij uitoefent met een vissersvaartuig met een
brutotonnage van meer dan 1.200 BT waarmee de pelagische visserij
wordt uitgeoefend in de wateren van een derde land, met uitzondering
van Noorwegen of IJsland, dat een ander logboek dan het logboek-
tevens vangstopgaveformulier voorschrijft, is verplicht:
a. bij het binnenvaren van de wateren van dat derde land:
1°. door middel van datatransmissie met behulp van de
satellietvolgapparatuur als bedoeld in artikel 10 van de
Regeling technische maatregelen 2000 of door verzending van
een faxbericht aan de meldkamer van de AID ter attentie van
het Visserij Controle Centrum (postbus 234, 6460 AE Kerkrade,
telefax (31) 455461011) voorafgaand aan het binnenvaren van
die wateren melding te maken van:
– het registratienummer van het vissersvaartuig;
– de naam van de schipper van het vissersvaartuig;
– de geografische positie van het vissersvaartuig;
– de wateren van welk derde land het vissersvaartuig gaat
binnenvaren;
– de datum en het tijdstip waarop het vissersvaartuig
vermoedelijk die wateren zal binnenvaren, en
– de vangst aan boord, gespecificeerd naar soort;
2°. het logboek-, tevens vangstopgaveformulier, volledig
in te vullen overeenkomstig artikel 19, vierde lid, waarbij
wordt vermeld welke vangsten aan boord zijn en op welke datum
en tijdstip de wateren van dat derde land zijn binnengevaren;
b. tijdens de visreis in de wateren van het derde land het
aldaar voorgeschreven logboek overeenkomstig de wetgeving van dat
land bij te houden;
c. in het geval van aanlanding van vis in een haven, binnen 48
uur na afloop van de lossing het roze exemplaar van het logboek-,
tevens vangstopgaveformulier, dat voldoet aan artikel 19, vierde
lid, en een exemplaar van het in het derde land voorgeschreven
logboek af te geven of toe te zenden aan de bevoegde instanties
van het land van aanvoer;
d. binnen 48 uur na afloop van lossing van vis in een haven het
originele exemplaar van het logboek-, tevens vangstopgaveformulier,
dat voldoet aan artikel 19, vierde lid, en een exemplaar van het
in het derde land voorgeschreven logboek toe te zenden aan de AID
ter attentie van het Visserij Controle Centrum (postbus 234, 6460
AE Kerkrade, telefax (31) 455461011);
e. binnen 8 dagen na het tijdstip van aanlanding in een haven
melding te maken van de aanlanding door middel van het inleveren
van het blauwe exemplaar van het logboek-, tevens
vangstopgaveformulier, dat voldoet aan artikel 19, vierde lid, en
een ingevuld exemplaar van het in het derde land voorgeschreven
logboek te zenden aan deAID ter attentie van het Visserij Controle
Centrum (postbus 234, 6460 AE Kerkrade, telefax (31) 455461011);
f. in geval van het verlaten van de wateren van het derde land:
1°. voor het verlaten van die wateren door middel van
datatransmissie met behulp van de satellietvolgapparatuur als
bedoeld in artikel 10 van de Regeling technische maatregelen
2000 of door verzending van een faxbericht aan de meldkamer
van de AID ter attentie van het Visserij Controle Centrum
(postbus 234, 6460 AE Kerkrade, telefax (31) 455461011)
melding te maken van:
– de roepletters van het vissersvaartuig;
– de naam van de schipper van het vissersvaartuig;
– de geografische positie van het vissersvaartuig;
– de wateren van welk derde land het vissersvaartuig gaat
verlaten;
– de datum en het tijdstip waarop het vissersvaartuig
vermoedelijk die wateren zal verlaten en
– de vangst aan boord, gespecificeerd naar soort;
2°. het in het derde land voorgeschreven logboek volledig
in te vullen, waarbij wordt vermeld welke vangsten aan boord
zijn en op welke datum en tijdstip de wateren van dat derde
land zijn verlaten.
2.Het eerste lid is van toepassing op een vissersvaartuig met een
lengte over alles van meer dan 24 meter dat in het gebied, bedoeld in
artikel 2, onderdeel a, van Verordening (EG) nr. 1936/2001 van de Raad
van de Europese Unie van 27 september 2001 tot vaststelling van
technische maatregelen voor de instandhouding van bepaalde over grote
afstanden trekkende visbestanden (PbEU L 263), vist op soorten genoemd
in bijlage I van die verordening.
3.In afwijking van artikel 5, tweede lid, van verordening nr.
2807/83 en in afwijking van artikel 15, vierde lid, vermeldt de
kapitein van een in het tweede lid bedoeld vaartuig in het logboek
alle vangsten van de soorten, genoemd in bijlagen I en II van de in
het tweede lid genoemde verordening, voor zover deze gevangen zijn in
het gebied, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van die verordening.
Artikel 24. Bewaarplicht logboek
De ondernemer bewaart een kopie van alle door of namens hem ingevulde
logboeken, tevens vangstopgaveformulieren, gedurende een periode van
drie jaar vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin een
formulier is ingediend.
Artikel 24a. Verdelen in partijen
1. Degene die gevangen of geoogste visserij- en
aquacultuurproducten voor de eerste verkoop aanbiedt, verdeelt de
genoemde producten in partijen.
2. Het is verboden in strijd te handelen met artikel 56, vierde
lid, van verordening nr. 1224/2009.
Paragraaf 5. Eisen aan administraties voor aanvoerders van vis,
afnemers en degenen die bemiddeling verlenen bij veilen vis
Artikel 25. Verplichting tot bijhouden administratie
1. De administratie van de overdracht en de opslag van vis wordt:
a. dagelijks bijgehouden door de aanvoerder van vis;
b. dagelijks, maar uiterlijk voordat de vis de plaats van
verkoop verlaat, per aanlanding bijgehouden door degene die in de
uitoefening van een beroep of bedrijf vis afneemt en degene die
zijn bemiddeling verleent bij het veilen van vis.
2. Degene die zijn bemiddeling verleent bij het veilen van vis
draagt er zorg voor dat op of bij de veiling aanwezige vis
registratienummer en nationaliteit van het vaartuig waarmee de vis is
gevangen of aangevoerd, duidelijk zijn vermeld.
3. Degene die vis op de veiling aanwezig heeft, draagt er zorg voor
dat op of bij de op de veiling aanwezige vis het registratienummer en
nationaliteit van het vaartuig, waarmee deze vis is gevangen of
aangevoerd, duidelijk zijn vermeld.
4. Degene die zijn bemiddeling verleent bij het veilen van vis die
afkomstig is van vaartuigen die de visserij in span uitoefenen, draagt
er zorg voor dat op of bij de op de veiling aanwezige vis
registratienummers en nationaliteit van de vaartuigen, waarmee deze
vis is gevangen of aangevoerd, duidelijk zijn vermeld.
5. Degene die vis op de veiling aanwezig heeft die afkomstig is van
vaartuigen die de visserij in span hebben uitgeoefend, is verplicht op
of bij de op de veiling aanwezige vis de registratienummers en
nationaliteit van de vaartuigen te vermelden waarmee deze vis is
gevangen of aangevoerd.
6. De verplichting, bedoeld in het eerste lid geldt niet voor zover
in de uitoefening van een beroep of bedrijf, in een voor het publiek
toegankelijke ruimte uitsluitend aan particulieren vis te koop wordt
aangeboden.
7. De verplichtingen, bedoeld in het tweede tot en met vijfde lid,
gelden niet indien de vis vergezeld gaat van een verkoopdocument als
bedoeld in artikel 29, vierde lid, dat op die vis betrekking heeft.
Artikel 26. Administratie aanvoerder vis
De aanvoerder van vis vermeldt in zijn administratie, bedoeld in
artikel 25, eerste lid, de volgende gegevens:
a. de vissoort;
b. per vissoort de hoeveelheid;
c. per hoeveelheid, registratienummer en nationaliteit van het
vaartuig waarmee de vis is gevangen of aangevoerd;
d. de datum van de aanvoer van de vis;
e. het vangstgebied van de vangst per deelgebied of sector;
f. de plaats van opslag, in het geval de vis door hem wordt
opgeslagen;
g. de naam van de koper, in het geval de vis zonder bemiddeling
van een veiling wordt verkocht;
h. de naam van de bemiddelaar, in het geval de vis via de
bemiddeling van een veiling ter verkoop wordt aangeboden.
Artikel 27. Administratie afnemer van vis
1.Degene die in de uitoefening van een beroep of bedrijf vis
afneemt, vermeldt in zijn administratie, bedoeld in artikel 25, eerste
lid, de volgende gegevens:
a. de vissoort;
b. per vissoort de hoeveelheid;
c. de naam van de aanvoerders en de registratienummers en
nationaliteit van de vaartuigen waarmee de vis is gevangen of
aangevoerd;
d. de datum van de aanvoer van de vis;
e. het vangstgebied van de vangst per deelgebied of sector.
2.Het eerste lid is niet van toepassing voor zover in de
uitoefening van een beroep of bedrijf, in een voor het publiek
toegankelijke ruimte uitsluitend aan particulieren vis te koop wordt
aangeboden.
Artikel 28. Administratie bemiddelaar veilen vis
Degene die zijn bemiddeling bij het veilen van vis verleent, vermeldt
in zijn administratie, bedoeld in artikel 25, eerste lid, de volgende
gegevens:
a. de vissoort;
b. per vissoort de hoeveelheid;
c. de naam van de aanvoerders en de registratienummers en
nationaliteit van de vaartuigen waarmee de vis is gevangen of
aangevoerd;
d. de datum van de aanvoer van de vis;
e. indien het vangstgebied door de aanvoerder bij het aanbieden
van vis op de veiling is vermeld, het vangstgebied van de vangst per
deelgebied of sector.
Artikel 29. Controle op de vangsten door middel van documenten
1. Indien de op Nederlands grondgebied aangevoerde vis voor de
eerste keer via bemiddeling van een visafslag op de markt wordt
gebracht, is de betreffende visafslag verplicht binnen 48 uur na de
verkoop een elektronisch verkoopdocument aan te leveren aan de AID,
overeenkomstig het model opgenomen in bijlage 3.
2. Het is verboden de op Nederlands grondgebied aangevoerde vis,
die voor de eerste keer anders dan via bemiddeling van een visafslag
op de markt wordt gebracht, in ontvangst te nemen en te vervoeren
voordat de koper, in het geval dat de vis is verkocht, of de houder in
de overige gevallen, heeft overhandigd aan een ambtenaar van de AID of
heeft gedeponeerd in een vangstopgavebus, hetzij:
a. een verkoopdocument, wanneer de vis is verkocht op de plaats
van aanlanding;
b. een kopie van de in artikel 30 genoemde documenten, wanneer
de vis te koop wordt aangeboden op een andere plaats dan de plaats
van aanlanding, alsmede na de verkoop een verkoopdocument, of
c. een overnameverklaring als bedoeld in het vijfde lid,
wanneer de vis niet te koop wordt aangeboden of bestemd is om
later te koop te worden aangeboden.
3. De in het tweede lid bedoelde documenten worden binnen 48 uur na
het voor het eerst op de markt brengen of de aanlanding overhandigd
aan een ambtenaar van de AID of worden gedeponeerd in een
vangstopgavebus, door:
a. de koper, indien het verkoopdocumenten betreft, of
b. de houder, indien het een van de andere in het tweede lid
bedoelde documenten betreft.
4. Het verkoopdocument, bedoeld in het eerste en het tweede lid,
bevat de gegevens, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van verordening
nr. 1224/2009 en de inhoud van het verkoopdocument stemt overeen met
de factuur of als zodanig dienstdoend document als bedoeld in de
artikelen 218 en 219 van Richtlijn (EG) 2006/112 van de Raad van de
Europese Gemeenschappen van 28 november 2006 betreffende het
gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde.
5. De door de eigenaar van de aangevoerde vis of diens gemachtigde
opgestelde overnameverklaring, bedoeld in het tweede lid, bevat ten
minste de gegevens, bedoeld in bedoeld in artikel 66, derde lid, van
verordening nr. 1224/2009.
6. Indien vis die overeenkomstig het eerste of tweede lid als
verkocht is opgegeven, naar een andere plaats dan de plaats van
aanlanding of van invoer wordt vervoerd, is de vervoerder verplicht op
elk moment, op verzoek van een met controle belaste ambtenaar, te
bewijzen dat die vis daadwerkelijk is verkocht.
7. Indien voor een bepaalde vissoort een minimumvismaat is
vastgesteld op grond van artikel 4 van verordening nr. 2371/2002, is
elke ondernemer die verantwoordelijk is voor de verkoop, de opslag of
het vervoer van partijen vis van een ondermaatse vissoort,verplicht op
elk moment, op verzoek van een met controle belaste ambtenaar, het
geografische oorspronggebied of de herkomst uit aquacultuur te
bewijzen.
8. De visafslag, respectievelijk de koper of houder, is in het
geval, bedoeld in het eerste lid, respectievelijk het tweede lid, en
voor zover het vis betreft als bedoeld in artikel 33, verplicht een
document als bedoeld in artikel 13 van de verordening inzake
weegprocedures, binnen 48 uur na weging van de vis te overleggen aan
een ambtenaar van de AID.
9. Het is verboden in strijd te handelen met artikel 62, vijfde
lid, van verordening nr. 1224/2009.
10. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, is niet van
toepassing ingeval van verkoop van visserijproducten van niet meer dan
30 kilogram die nadien niet op de markt worden gebracht maar
uitsluitend voor particuliere consumptie worden gebruikt.
11. In afwijking van het derde lid wordt een overnameverklaring als
bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, in het geval, bedoeld in
artikel 66, eerste lid, van verordening nr. 1224/2009 binnen 24 uur na
voltooiing van de aanlanding overhandigd aan een ambtenaar van de AID
of gedeponeerd in een vangstopgavebus door de houder van het
overnamedocument.
Artikel 29a
1. Het is verboden in strijd te handelen met artikel 59, tweede
lid, van verordening nr. 1224/2009.
2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing
ingeval van verkoop van visserijproducten van niet meer dan 30
kilogram die nadien niet op de markt worden gebracht maar uitsluitend
voor particuliere consumptie worden gebruikt.
3. Het Productschap Vis registreert de kopers van visserijproducten
van een vaartuig bij eerste verkoop, bedoeld in artikel 59, tweede
lid, van verordening nr. 1224/2009.
4. Het Productschap Vis stelt de lijst, bedoeld in artikel 2,
eerste lid, van verordening nr. 1077/2008, op en publiceert deze op
haar website tezamen met de lijst van geregistreerde kopers als
bedoeld in het tweede lid.
5. Het Productschap Vis neemt de aanwijzingen van de Minister in
acht bij de uitvoering van het bepaalde in het tweede en derde lid van
dit artikel.
Artikel 29b
In afwijking van artikel 29, tweede en derde lid, geven kopers en
visafslagen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van verordening nr.
1077/2008 de verkoopdocumenten en overnameverklaringen, bedoeld in
artikel 29, eerste en tweede lid, elektronisch door aan de AID, met
gebruikmaking van een door de Minister beschikbaar te stellen formaat.
Artikel 30. Documenten vereist indien verkoop plaatsvindt op andere
plaats dan aanvoer
1. Alle niet verwerkte of aan boord verwerkte vis die op Nederlands
grondgebied wordt aan- of ingevoerd en die naar een andere plaats dan
de plaats van aan- of invoer wordt vervoerd, moet totdat de eerste
verkoop heeft plaatsgevonden, worden vergezeld door:
a. een door de vervoerder opgesteld vervoersdocument dat de
gegevens bevat, bedoeld in artikel 68, vijfde lid, van verordening
nr. 1224/2009, of
b. een kopie van het volledig en naar waarheid ingevulde
logboek-, tevens vangstopgaveformulier, bedoeld in artikel 15.
2. In afwijking van het eerste lid moeten alle hoeveelheden schol
van meer dan 500 kilogram en alle hoeveelheden tong van meer dan 300
kilogram die op Nederlands grondgebied wordt aan- of ingevoerd en die
naar een andere plaats dan de plaats van aan- of invoer worden
vervoerd, vergezeld gaan van een kopie van het logboek- tevens
vangstopgaveformulier als bedoeld in artikel 15.
3. Het eerste lid is niet van toepassing ingeval voor aanvang van
het begin van het vervoer elektronisch de gegevens opgenomen in het
vervoersdocument, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, aan de AID
heeft toegezonden.
Artikel 31. Vervoersdocument aanlanding andere lidstaat dan Nederland
Indien vis, die in een andere lidstaat van de Europese Gemeenschap
dan Nederland wordt aangeland, voor het eerst op de markt wordt gebracht
op Nederlands grondgebied, overhandigt de vervoerder van de vis binnen
48 uur na het tijdstip van aanlanding een kopie van het vervoersdocument
aan een ambtenaar van de AID of deponeert de vervoerder deze in een
vangstopgavebus.
Artikel 32. Documenten herstelplannen
In afwijking van artikel 31 wordt elke hoeveelheid kabeljauw die is
gevangen in de gebieden, bedoeld in artikel 3 van verordening nr.
1342/2008, en elke hoeveelheid van meer dan 50 kg heek die is gevangen
in de gebieden, bedoeld in artikel 1 van verordening nr. 811/2004, die
wordt vervoerd naar een andere plaats dan de plaats van aanlanding of
invoer, vergezeld van de documenten, genoemd in artikel 29, tweede lid,
onderdeel a, en artikel 30, onderdeel a.
Artikel 33
1. De koper van verse vis weegt alle door hem ontvangen
hoeveelheden haring, makreel en horsmakreel die zijn gevangen in de
gebieden, bedoeld in artikel 1 van de verordening inzake
weegprocedures, overeenkomstig de artikelen 6 en 9, vierde lid, van
die verordening.
2. Het wegen van vis als bedoeld in het eerste lid wordt gedaan met
apparatuur die ten genoegen van de Minister is goedgekeurd, geijkt en
verzegeld, als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de verordening
inzake weegprocedures.
3. Degene die de weging, bedoeld in het eerste lid, uitvoert, houdt
een weeglogboek bij als bedoeld in artikel 9, derde lid, van de
verordening inzake weegprocedures.
4. De koper of houder van bevroren haring, makreel of horsmakreel,
die zijn gevangen in de in het eerste lid bedoelde gebieden, weegt de
van die vissoorten aangevoerde hoeveelheden overeenkomstig artikel 11,
eerste lid, van de verordening inzake weegprocedures.
5. Degene die de weging, bedoeld in het vierde lid, uitvoert, houdt
een register bij als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de
verordening inzake weegprocedures.
6. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 6, eerste
lid, 10 en 11, derde lid, van de verordening inzake weegprocedures.
Artikel 33a. Weging van kabeljauw
1. Het is verboden in strijd te handelen met artikel 20, eerste
lid, van verordening nr. 1342/2008.
2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing
indien de weging van de kabeljauw, bedoeld in artikel 20, eerste lid,
van verordening nr. 1342/2008, plaatsvindt in een visafslag en als ook
overigens wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 20, tweede lid,
van die verordening.
Artikel 33b
1. Het is verboden in strijd te handelen met artikel 23.1 van
bijlage IIc van verordening nr. 43/2009 van 16 januari 2009 van de
Raad van de Europese Unie tot vaststelling, voor 2009, van de
vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden
welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de
Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing
zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen
voorschriften.
2. Het wegen van tong als bedoeld in artikel 23.1 van bijlage IIc
van verordening nr. 43/2009 van 16 januari 2009 van de Raad van de
Europese Unie tot vaststelling, voor 2009, van de vangstmogelijkheden
voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren
van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere
wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling
van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften wordt gedaan met
apparatuur die ten genoegen van de Minister is goedgekeurd, geijkt en
verzegeld.
Artikel 33c. Verplichte weging bij overladen
1. Het is verboden te handelen in strijd met artikel 42, eerste
lid, van verordening nr. 1224/2009.
2. Als waarnemer of functionaris als bedoeld in artikel 42, tweede
lid, van verordening nr. 1224/2009 is aangewezen een functionaris van
de AID.
Artikel 34. Bewaarplicht administratie
1.Alle desbetreffende aantekeningen en bescheiden, zoals nota’s,
brieven, boeken, registers, andere bewijsstukken, of andere
hulpmiddelen waarin de gegevens als bedoeld in de artikelen 29, 30 en
32 zijn vastgelegd, dienen vanaf het tijdstip van hun opstelling of
verkrijging tot het tijdstip waarop drie kalenderjaren zijn verlopen
te worden bewaard.
2.Het weeglogboek en het register als bedoeld in artikel 33, derde
en vijfde lid, en alle aantekeningen en bescheiden waarin de gegevens
van het weeglogboek en het register zijn vastgelegd, worden gedurende
zes kalenderjaren bewaard vanaf het tijdstip van hun opstelling of
verkrijging.
Paragraaf 5a. Invoer- en uitvoercertificaten voor visserijproducten
Artikel 34a. Vangstcertificaten bij invoer
1. Het is verboden in strijd te handelen met artikel 12, eerste en
tweede lid, artikel 14, eerste en tweede lid, en artikel 22, vijfde
lid, van verordening nr. 1005/2008.
2. Indien de invoer betrekking heeft op visserijproducten van de
soorten, genoemd in artikel 2, onderdeel a, van verordening nr.
620/2010, artikel 3, onderdeel b en c, van verordening nr. 1984/2003
of artikel 3, onderdeel a, van verordening nr. 1035/2001, wordt voor
de toepassing van het eerste lid gebruik gemaakt van:
a. het vangstcertificaat, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van
verordening nr. 620/2010, dat overeenkomstig artikel 4 van die
verordening is afgegeven, ingevuld en gewaarmerkt,
b. het statistisch document, bedoeld in artikel 4 van
verordening nr. 1984/2003, dat overeenkomstig dat artikel is
afgegeven, ingevuld en gewaarmerkt, onderscheidenlijk
c. het vangstdocument, bedoeld in artikel 3, onderdeel b, van
verordening nr. 1035/2001, dat overeenkomstig die verordening is
afgegeven, ingevuld en gewaarmerkt.
3. In aanvulling op het eerste lid is de invoer van
visserijproducten als bedoeld in artikel 2, achtste lid, van
verordening nr. 1005/2008, verboden indien de invoer van die producten
is geweigerd op grond van artikel 18, eerste en tweede lid, van die
verordening.
4. Indien de vrijgave en het in de handel brengen van
visserijproducten op grond van artikel 17, zevende lid, van
verordening nr. 1005/2008 is opgeschort, komen de kosten voor de
opslag van die producten gedurende de periode, bedoeld in artikel 17,
vijfde lid, van die verordening ten laste van de marktdeelnemer.
Artikel 34aa. Vangstcertificaten bij aanlanding of overlading door
EU-vissersvaartuigen en bij interne verhandeling
1. Indien het betreft visserijproducten van de soorten, genoemd in
artikel 2, onderdeel a, van verordening nr. 620/2010, is het verboden
in strijd te handelen met de artikelen 3, tweede en tiende lid, en 4,
eerste lid, van die verordening, voor zover deze artikelen betrekking
hebben op aanlanden, overladen of intern verhandelen.
2. Voor zover het betreft visserijproducten van de soorten, genoemd
in artikel 3, onderdeel a, van verordening nr. 1035/2001, is het
verboden in strijd te handelen met de artikelen 8, 9 10, 11 en 12 van
die verordening.
3. De minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 4,
tweede lid, van verordening nr. 620/2010.
Artikel 34b. Bevoegde autoriteit
1. Het vangstcertificaat, bedoeld in de artikelen 12 en 14, eerste
lid, onderdeel a, en tweede lid, onderdeel c, onder i, van verordening
nr. 1005/2008, het vangstdocument, bedoeld in artikel 13, eerste lid,
van die verordening, het bewijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid,
onderdeel b, van die verordening, de verklaring, bedoeld in artikel
14, tweede lid, van die verordening, en de kopie van het
vangstcertificaat, bedoeld in de artikelen 14, tweede lid, onderdeel
c, onder ii, van die verordening worden overeenkomstig artikel 16,
eerste lid, van die verordening of overeenkomstig artikel 8 van
verordening nr. 1010/2009 ingeval de desbetreffende visserijproducten
met de in dit artikel bedoelde vervoermiddelen wordt getransporteerd,
ingediend bij de minister.
2. De minister is de bevoegde instantie, bedoeld in artikel 4,
derde lid, van verordening nr. 1984/2003.
Artikel 34c. Erkende marktdeeldemers
1. In afwijking van artikel 34b kunnen erkende marktdeelnemers als
bedoeld in artikel 16, tweede lid, van verordening nr. 1005/2008,
handelen overeenkomstig dat lid.
2. Marktdeelnemers dienen een verzoek in tot erkenning bij de
minister overeenkomstig artikel 14 van verordening nr. 1010/2009.
3. De minister verleent de erkenning, bedoeld in het tweede lid,
slechts indien de marktdeelnemer voldoet aan artikel 16, derde lid,
onderdelen a tot en met g, van verordening nr. 1005/2008 en de
artikelen 9 tot en met 13 van verordening nr. 1010/2009.
4. De minister schorst de erkenning, bedoeld in het tweede lid,
indien zich één van de in de artikelen 22 tot en met 26 van
verordening nr. 1010/2009 bedoelde gevallen voordoet.
5. De minister trekt de erkenning in indien zich één van de in
artikel 27 van verordening nr. 1010/2009 bedoelde gevallen voordoet.
Artikel 34d. Vangstcertificaten bij uitvoer
1. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 15,
eerste lid, van verordening nr. 1005/2008, 5, eerste en vijfde lid,
van verordening nr. 1984/2003 en 18, eerste lid, van verordening nr.
1035/2001.
2. De minister is de overheidsinstantie, bedoeld in artikel 12,
vierde lid, van verordening nr. 1005/2008, en de bevoegde autoriteit,
bedoeld in de artikelen 5, tweede lid, van verordening nr. 1984/2003
en 18, eerste lid, van verordening nr. 1035/2001.
3. De uitvoerder van vangsten van een vissersvaartuig dient het
verzoek tot validatie, bedoeld in de artikelen 15, eerste lid, van
verordening nr. 1005/2008, 5, tweede lid, van verordening nr.
1984/2003 en 18, eerste lid, van verordening nr. 1035/2001, in bij de
minister.
Artikel 34e. Vangstcertificaten bij wederuitvoer
1. Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 21,
eerste lid, van verordening nr. 1005/2008, 3, tweede lid, van
verordening nr. 620/2010, voor zover dit artikel betrekking heeft op
wederuitvoer, 6, tweede lid, van laatstgenoemde verordening, 6,
eerste, vierde en zesde lid en 7 van verordening nr. 1984/2003 en 19,
eerste lid, van verordening nr. 1035/2001.
2. De minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikel 7,
eerste lid, van verordening nr. 620/2010, 6, tweede en vierde lid, van
verordening nr. 1984/2003 en 19, eerste lid, van verordening nr.
1035/2001.
3. De uitvoerder van producten, bedoeld in artikel 21, eerste lid,
van verordening nr. 1005/2008, dient het verzoek tot invulling van het
vangstcertificaat of een kopie van het vangstcertificaat, bedoeld in
dat artikellid, in bij de minister.
4. De uitvoerder van visserijproducten van de soorten, genoemd in
artikel 2, onderdeel a, van verordening nr. 620/2010, artikel 3,
onderdeel b en c, van verordening nr. 1984/2003 of artikel 3,
onderdeel a, van verordening nr. 1035/2001, dient het verzoek tot
waarmerking van het wederuitvoercertificaat, bedoeld in artikel 6,
tweede lid, van verordening nr. 620/2010, artikel 6, tweede en vierde
lid, van verordening nr. 1984/2003 onderscheidenlijk van het
vangstdocument, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van verordening nr.
1035/2001 in bij de minister.
5. De in het vierde lid bedoelde verzoeken gaan vergezeld van de
documenten, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van verordening nr.
620/2010, artikel 6, tweede lid, van verordening nr. 1984/2003
onderscheidenlijk artikel 19, eerste lid, van verordening nr.
1035/2001.
Artikel 34f. Medebewind Productschap Vis
1. Ter uitvoering van artikel 15, eerste lid, van verordening nr.
1005/2008 wordt medewerking gevorderd van het Productschap Vis.
2. De in het eerste lid bedoelde medewerking bestaat uit het
overeenkomstig artikel 12, vierde lid, van verordening nr. 1005/2008
valideren van vangstcertificaten voor zover deze certificaten
betrekking hebben op de vangst van garnalen of van platvis.
3. In afwijking van artikel 34d, derde lid, wordt het in dat lid
bedoelde verzoek tot validatie, voor zover het betrekking heeft op de
in het tweede lid van dit artikel bedoelde vissoorten, ingediend bij
het Productschap Vis.
Paragraaf 6. Controle
Artikel 35. Inschrijvingsbewijs visserijregister
Het bewijs van inschrijving, bedoeld in artikel 6, vijfde lid, van
het Registratiebesluit, is aanwezig aan boord van het desbetreffende
vissersvaartuig en wordt op eerste vordering van de met controle belaste
ambtenaren getoond.
Artikel 36. Controle
De schipper is op eerste vordering van een ambtenaar van de AID
verplicht te voldoen aan artikel 3, eerste en derde lid, van verordening
nr. 1382/87.
Artikel 37. Documenten volledig en naar waarheid invullen
Degene die ingevolge deze regeling gegevens moet vermelden of
anderszins moet bijhouden of die gegevens moet verstrekken, doet dit
volledig en naar waarheid.
Paragraaf 7. Slotbepalingen
Artikel 38. Wijziging Regeling technische maatregelen 2000
[Wijzigt de Regeling technische maatregelen 2000.]
Artikel 39. Wijziging Beschikking visserij visserijzone, zeegebied en
kustwateren
[Wijzigt de Beschikking visserij visserijzone, zeegebied en
kustwateren.]
Artikel 40. Intrekken regelingen
De volgende regelingen worden ingetrokken:
a. Regeling documenten visruimen en tanks voor gekoeld zeewater;
b. Regeling eisen aan administraties van transacties inzake
zeevis;
c. Regeling instelling 12-mijlszone;
d. Regeling logboek en opgave zeevis 1987;
e. Regeling loodsladders;
f. Regeling plaatsing opgavebussen;
g. Regeling registratienummers op kleine vaartuigen een
markeerboeien;
h. Regeling tonnage-meting vissersvaartuigen;
i. Registratieregeling vissersvaartuigen 1998;
j. Regeling van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en
Visserij van 23 juli 1998, Nr. J. 983764 (Stcrt. 140);
k. Regeling van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en
Visserij van 6 december 2001, Nr. TRCJZ/2001/16697 (Stcrt. 241).
Artikel 41. Overgangsbepalingen
1.Bescheiden die ingevolge de regelingen, bedoeld in artikel 40,
zijn verzameld, ingevuld, bewaard en bijgehouden, worden aangemerkt
als bescheiden op grond van deze regeling.
2.Voor zover er ter zake nog sprake is van enige
bestuursrechtelijke afdoening, met inbegrip van bezwaar- en
beroepsprocedures, vindt deze overeenkomstig de regelingen, bedoeld in
artikel 40 plaats.
3.Bestaande aanspraken en verplichtingen bij, op grond of in het
kader van de regelingen, bedoeld in artikel 40, blijven in stand.
Artikel 42. Inwerkingtreding en citeertitel
1. Deze regeling, met uitzondering van artikel 14, treedt in
werking met ingang van 1 augustus 2006.
2. Artikel 14 treedt in werking met ingang van de tweede dag na
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
3. Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling eisen,
administratie en registratie inzake uitoefening visserij.
Deze regeling
zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 5 juli 2006.
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
C.P. Veerman.
Bijlage 1, bedoeld in artikel 10
Lettertekens gemeente
| Gemeente |
Lettertekens |
|
AMSTERDAM (Ransdorp) |
RD |
|
BERGEN OP ZOOM |
BZ |
|
BROEK IN WATERLAND |
BIW |
|
BUNSCHOTEN |
BU |
|
DE MARNE (Lauwersoog) |
LO |
|
DE MARNE (Zoutkamp) |
ZK |
|
DELFZIJL |
DZ |
|
DELFZIJL (Termunten) |
TM |
|
DEN HELDER |
HD |
|
DIEMEN |
DM |
|
DONGERADEEL (Westdongeradeel) |
WL |
|
DRIMMELEN (Hoge en Lage Zwaluwe) |
ZL |
|
EDAM (Volendam) |
VD |
|
EEMSMOND (Usquert) |
UQ |
|
ENKHUIZEN |
EH |
|
GENEMUIDEN |
GM |
|
GOEDEREEDE |
GO |
|
GOEDEREEDE (Ouddorp) |
OD |
|
GOEDEREEDE (Stellendam) |
SL |
|
GOES |
GOE |
|
HARDERWIJK |
HK |
|
HARLINGEN |
HA |
|
HEMELUMER OLDEFERD |
HL |
|
HINDELOOPEN |
HI |
|
HONTENISSE |
HON |
|
HOORN |
HN |
|
KATWIJK |
KW |
|
KLUNDERT |
KL |
|
LEMSTERLAND (Lemmer) |
LE |
|
MEDEMBLIK |
ME |
|
MIDDELBURG (Arnemuiden) |
ARM |
|
NIEUW-BEIJERLAND |
NB |
|
NOORD-BEVELAND (Kortgene) |
KG |
|
OOSTDONGERADEEL |
OL |
|
REIDERLAND (Finsterwolde) |
FL |
|
REIMERSWAAL (Yerseke) |
YE |
|
SCHOUWEN-DUIVELAND (Bruinisse) |
BRU |
|
SCHOUWEN-DUIVELAND (Midden-Schouwen) |
MS |
|
SCHOUWEN-DUIVELAND (Westerschouwen) |
WSW |
|
SCHOUWEN-DUIVELAND (Zierikzee) |
ZZ |
|
’S-GRAVENHAGE (Scheveningen) |
SCH |
|
SLOTEN (Fr.) |
SLO |
|
SLUIS (Breskens–Oostburg) |
BR |
|
STAVEREN |
ST |
|
TERNEUZEN |
NZ |
|
TERSCHELLING |
TS |
|
TEXEL |
TX |
|
THOLEN |
TH |
|
URK |
UK |
|
VELSEN (IJmuiden) |
IJM |
|
VLAARDINGEN |
VL |
|
VLIELAND |
VLL |
|
VLISSINGEN |
VLI |
|
WATERLAND (Monnickendam) |
MO |
|
WIERINGEN |
WR |
|
WORKUM |
WK |
|
WUNSERADIEL (Wonseradeel) |
WON |
|
ZEEVANG (Oosthuizen) |
OH |
Bijlage 2, bedoeld in artikel 15,
eerste lid
Omrekeningsfactoren van aanvoergewicht
naar levendgewicht
| Vissoort |
Code |
Aanbiedingsvorm |
Omrekeningsfactor |
|
Aal |
ELE |
gestript |
1.04 |
|
Aal |
ELE |
heel/dicht |
1.00 |
|
Aal |
ELE |
onbekend |
1.04 |
|
Ansjovis |
ANE |
heel/dicht |
1.00 |
|
Ansjovis |
ANE |
onbekend |
1.00 |
|
Blauwe leng |
BLI |
gestript |
1.15 |
|
Blauwe leng |
BLI |
heel/dicht |
1.01 |
|
Blauwe leng |
BLI |
onbekend |
1.15 |
|
Blauwe wijting |
WHB |
heel/dicht |
1.00 |
|
Blauwe wijting |
WHB |
onbekend |
1.00 |
|
Blauwvintonijn |
BFT |
heel/dicht |
1,10 |
|
Blauwvintonijn |
BFT |
onbekend |
1.10 |
|
Bot |
FLE |
gestript |
1.11 |
|
Bot |
FLE |
heel/dicht |
1.01 |
|
Bot |
FLE |
onbekend |
1.11 |
|
Doornhaai |
DGS |
heel/dicht |
1.00 |
|
Doornhaai |
DGS |
gestript |
1.33 |
|
Doornhaai |
DGS |
onbekend |
1.33 |
|
Garnaal |
CSH |
heel/dicht |
1.18 |
|
Garnaal |
CSH |
onbekend |
1.18 |
|
Penaeus garnaal |
PEN |
heel/dicht |
1.00 |
|
Penaeus garnaal |
PEN |
onbekend |
1.00 |
|
Noorse garnaal |
PRA |
heel/dicht |
1.01 |
|
Noorse garnaal |
PRA |
onbekend |
1.01 |
|
Geep |
GAR |
heel/dicht |
1.00 |
|
Geep |
GAR |
onbekend |
1.00 |
|
Grenadiervis |
RNG |
gestript |
1.13 |
|
Grenadiervis |
RNG |
heel/dicht |
1.01 |
|
Grenadiervis |
RNG |
onbekend |
1.13 |
|
Griet |
BLL |
gestript |
1.11 |
|
Griet |
BLL |
heel/dicht |
1.01 |
|
Griet |
BLL |
onbekend |
1.11 |
|
Harder |
MUL |
heel/dicht |
1.01 |
|
Harder |
MUL |
onbekend |
1.01 |
|
Haring |
HER |
gefileerd |
2.03 |
|
Haring |
HER |
gekaakt |
1.08 |
|
Haring |
HER |
gekaakt en gezouten |
1.20 |
|
Haring |
HER |
gezouten |
1.12 |
|
Haring |
HER |
heel/dicht |
1.00 |
|
Haring |
HER |
onbekend |
1.01 |
|
Heek |
HKE |
gestript |
1.17 |
|
Heek |
HKE |
heel/dicht |
1.01 |
|
Heek |
HKE |
onbekend |
1.17 |
|
Heilbot |
HAL |
gestript |
1.11 |
|
Heilbot |
HAL |
heel/dicht |
1.01 |
|
Heilbot |
HAL |
onbekend |
1.11 |
|
Zwarte heilbot |
GHL |
gestript |
1.11 |
|
Zwarte heilbot |
GHL |
heel/dicht |
1.01 |
|
Zwarte heilbot |
GHL |
onbekend |
1.11 |
|
Horsmakreel |
JAX |
heel/dicht |
1.00 |
|
Horsmakreel |
JAX |
onbekend |
1.00 |
|
Inktvis |
SQU |
heel/dicht |
1.00 |
|
Inktvis |
SQU |
onbekend |
1.00 |
|
St. Jacobsschelp |
SCE |
heel/dicht |
1.00 |
|
St. Jacobsschelp |
SCE |
onbekend |
1.00 |
|
Kabeljauw |
COD |
gefileerd |
2.48 |
|
Kabeljauw |
COD |
gestript |
1.15 |
|
Kabeljauw |
COD |
heel/dicht |
1.01 |
|
Kabeljauw |
COD |
onbekend |
1.15 |
|
Arctische kabeljauw |
POC |
gefileerd |
2.48 |
|
Arctische kabeljauw |
POC |
gestript |
1.15 |
|
Arctische kabeljauw |
POC |
heel/dicht |
1.01 |
|
Arctische kabeljauw |
POC |
onbekend |
1.15 |
|
Kever |
NOP |
heel/dicht |
1.00 |
|
Kever |
NOP |
onbekend |
1.00 |
|
Kommeraal |
COE |
heel/dicht |
1.01 |
|
Kommeraal |
COE |
onbekend |
1.01 |
|
Witte koolvis, pollak of |
POL |
gestript |
1.22 |
|
vlaswijting |
POL |
heel/dicht |
1.01 |
|
Idem |
POL |
onbekend |
1.22 |
|
Zwarte koolvis |
POK |
gestript |
1.22 |
|
Zwarte koolvis |
POK |
heel/dicht |
1.01 |
|
Zwarte koolvis |
POK |
onbekend |
1.22 |
|
Krab |
CRE |
heel/dicht |
1.01 |
|
Krab |
CRE |
onbekend |
1.01 |
|
Kreeft |
LBE |
heel/dicht |
1.00 |
|
Kreeft |
LBE |
onbekend |
1.00 |
|
Langoestine |
NEP |
heel/dicht |
1.00 |
|
Langoestine |
NEP |
onbekend |
1.00 |
|
Leng |
LIN |
gestript |
1.17 |
|
Leng |
LIN |
heel/dicht |
1.01 |
|
Leng |
LIN |
onbekend |
1.17 |
|
Lodde |
CAP |
heel/dicht |
1.00 |
|
Lodde |
CAP |
onbekend |
1.00 |
|
Lom |
USK |
gestript |
1.18 |
|
Lom |
USK |
heel/dicht |
1.01 |
|
Lom |
USK |
onbekend |
1.18 |
|
Makreel |
MAC |
gefileerd |
1.92 |
|
Makreel |
MAC |
gestript |
1.11 |
|
Makreel |
MAC |
heel/dicht |
1.00 |
|
Makreel |
MAC |
onbekend |
1.00 |
|
Rode Mul |
MUR |
heel/dicht |
1.01 |
|
Rode Mul |
MUR |
onbekend |
1.01 |
|
Engelse poon |
GUR |
heel/dicht |
1.00 |
|
Engelse poon |
GUR |
gestript |
1.24 |
|
Engelse poon |
GUR |
onbekend |
1.24 |
|
Grauwe poon |
GUG |
heel/dicht |
1.00 |
|
Grauwe poon |
GUG |
gestript |
1.24 |
|
Grauwe poon |
GUG |
onbekend |
1.24 |
|
Rode poon |
GUU |
heel/dicht |
1.00 |
|
Rode poon |
GUU |
gestript |
1.24 |
|
Rode poon |
GUU |
onbekend |
1.24 |
|
Puitaal |
ELP |
gestript |
1.01 |
|
Puitaal |
ELP |
heel/dicht |
1.00 |
|
Puitaal |
ELP |
onbekend |
1.01 |
|
Roggen |
SRX |
gestript |
1.14 |
|
Roggen |
SRX |
heel/dicht |
1.01 |
|
Roggen |
SRX |
onbekend |
1.14 |
|
Roodbaars |
RED |
gestript |
1.16 |
|
Roodbaars |
RED |
heel/dicht |
1.01 |
|
Roodbaars |
RED |
onbekend |
1.16 |
|
Sardine/Pelser |
PIL |
gestript |
1.00 |
|
Sardine/Pelser |
PIL |
heel/dicht |
1.00 |
|
Sardine/Pelser |
PIL |
onbekend |
1.00 |
|
Schelvis |
HAD |
gestript |
1.17 |
|
Schelvis |
HAD |
heel/dicht |
1.01 |
|
Schelvis |
HAD |
onbekend |
1.17 |
|
Schartong |
LEZ |
gestript |
1.11 |
|
Schartong |
LEZ |
heel/dicht |
1.01 |
|
Schartong |
LEZ |
onbekend |
1.11 |
|
Schar |
DAB |
gestript |
1.13 |
|
Schar |
DAB |
heel/dicht |
1.01 |
|
Schar |
DAB |
onbekend |
1.13 |
|
Schol |
PLE |
gefileerd |
2.38 |
|
Schol |
PLE |
gestript |
1.05 |
|
Schol |
PLE |
heel/dicht |
1.01 |
|
Schol |
PLE |
onbekend |
1.05 |
|
Amerikaanse schol |
PLA |
gestript |
1.11 |
|
Amerikaanse schol |
PLA |
heel/dicht |
1.01 |
|
Amerikaanse schol |
PLA |
onbekend |
1.11 |
|
Snotdolf |
LUM |
heel/dicht |
1.00 |
|
Snotdolf |
LUM |
gestript |
1.13 |
|
Snotdolf |
LUM |
onbekend |
1.13 |
|
Spiering |
SME |
heel/dicht |
1.00 |
|
Spiering |
SME |
onbekend |
1.00 |
|
Sprot |
SPR |
heel/dicht |
1.00 |
|
Sprot |
SPR |
onbekend |
1.00 |
|
Steenbolk |
BIB |
gestript |
1.30 |
|
Steenbolk |
BIB |
heel/dicht |
1.01 |
|
Steenbolk |
BIB |
onbekend |
1.30 |
|
Tarbot |
TUR |
gestript |
1.11 |
|
Tarbot |
TUR |
heel/dicht |
1.01 |
|
Tarbot |
TUR |
onbekend |
1.11 |
|
Tong |
SOL |
gestript |
1.04 |
|
Tong |
SOL |
heel/dicht |
1.01 |
|
Tong |
SOL |
onbekend |
1.04 |
|
Tong |
SOX |
gestript |
1.04 |
|
Tong |
SOX |
heel/dicht |
1.01 |
|
Tong |
SOX |
onbekend |
1.04 |
|
Tongschar |
LEM |
gestript |
1.11 |
|
Tongschar |
LEM |
heel/dicht |
1.01 |
|
Tongschar |
LEM |
onbekend |
1.11 |
|
Tonijn |
BFT |
heel/dicht |
1.00 |
|
Tonijn |
BFT |
gestript/ontkopt |
1.28 |
|
Tonijn |
BFT |
gestript/gevroren |
1.10 |
|
Wijting |
WHG |
gestript |
1.14 |
|
Wijting |
WHG |
heel/dicht |
1.01 |
|
Wijting |
WHG |
onbekend |
1.14 |
|
Witje |
WIT |
gestript |
1.11 |
|
Witje |
WIT |
heel/dicht |
1.01 |
|
Witje |
WIT |
onbekend |
1.11 |
|
Wulk |
WHE |
heel/dicht |
1.00 |
|
Wulk |
WHE |
onbekend |
1.00 |
|
Zalm |
SAL |
gestript |
1.22 |
|
Zalm |
SAL |
heel/dicht |
1.01 |
|
Zalm |
SAL |
onbekend |
1.22 |
|
Zandspiering |
SAN |
heel/dicht |
1.00 |
|
Zandspiering |
SAN |
onbekend |
1.00 |
|
Zeebaars |
BSS |
heel/dicht |
1.01 |
|
Zeebaars |
BSS |
onbekend |
1.01 |
|
Zeebrasem |
SBR |
heel/dicht |
1.01 |
|
Zeebrasem |
SBR |
onbekend |
1.01 |
|
Zeewolf |
CAT |
gestript |
1.30 |
|
Zeewolf |
CAT |
heel/dicht |
1.01 |
|
Zeewolf |
CAT |
onbekend |
1.30 |
|
Zeeduivel |
ANF |
gestript |
1.22 |
|
Zeeduivel |
ANF |
gestript/ontkopt |
3.00 |
|
Zeeduivel |
ANF |
heel/dicht |
1.00 |
|
Zeeduivel |
ANF |
onbekend |
3.00 |
|
Zilvervis |
ARG |
gefileerd |
2.70 |
|
Zilvervis |
ARG |
heel/dicht |
1.00 |
|
Zilvervis |
ARG |
onbekend |
1.00 |
|
Zonnevis |
JOD |
heel/dicht |
1.00 |
|
Zonnevis |
JOD |
gestript |
1.13 |
|
Zonnevis |
JOD |
onbekend |
1.13 |
|
Zwaardvis |
SWO |
heel/dicht |
1.15 |
|
Zwaardvis |
SWO |
onbekend |
1.15 |
Bijlage 3, bedoeld in artikel 29,
eerste lid
Recordstructuur door afslag aan te
leveren verkoopdocumenten
| Veld |
Posities |
Vanaf t/m |
Soort veld |
|
Voorlooprecord |
|
|
|
|
Recordsoort |
1 |
001–001 |
0 |
|
Afslagcode |
3 |
02–04 |
Alfanumeriek |
|
Vanaf Datum (dd/mm/jjjj) |
10 |
05–14 |
Datum (dd/mm/jjjj) |
|
T/m Datum (dd/mm/jjjj) |
10 |
15–24 |
Datum (dd/mm/jjjj) |
| |
|
|
|
|
Vaartuigrecord |
|
|
|
|
Recordsoort |
1 |
001–001 |
1 |
|
Vaartuig_a |
3 |
002–004 |
Alfanumeriek |
|
Vaartuig_n |
4 |
005–008 |
Numeriek |
|
Naam aanvoerder |
30 |
009–038 |
Alfanumeriek |
|
Adres aanvoerder |
30 |
039–068 |
Alfanumeriek |
|
Postcode aanvoerder |
7 |
069–075 |
Alfanumeriek |
|
Plaats aanvoerder |
25 |
076–100 |
Alfanumeriek |
|
Nationaliteit aanvoerder (CBS-code) |
3 |
101–103 |
Numeriek |
|
Groepscode |
2 |
104–105 |
Numeriek |
|
Uitbetalingsstaatnummer |
6 |
106–111 |
Numeriek |
| |
|
|
|
|
Transaktierecord |
|
|
|
|
Recordsoort |
1 |
01–01 |
2 |
|
Vissoort |
3 |
02–04 |
Alfanumeriek |
|
Grootteklasse |
1 |
05–05 |
Numeriek |
|
Aanbiedingsvorm |
3 |
06–08 |
Alfanumeriek |
|
gewicht in kilogrammen |
9 |
09–17 |
Numeriek |
|
Prijs per kg in centen |
6 |
18–23 |
Numeriek |
|
Aanvoerhaven |
3 |
24–26 |
Alfanumeriek |
|
Datum (dd/mm/jjjj) aanlanding |
10 |
27–36 |
Datum (dd/mm/jjjj) |
|
Datum (dd/mm/jjjj) veiling |
10 |
37–46 |
Datum (dd/mm/jjjj) |
|
Naam koper |
30 |
47–76 |
Alfanumeriek |
|
Uitbetalingsstaatnummer |
6 |
77–82 |
Numeriek |
| |
|
|
|
|
Sluitrecord |
|
|
|
|
Recordsoort |
1 |
01–01 |
9 |
|
Totaal aantal 1-records |
6 |
02–07 |
Numeriek |
|
Totaal aantal 2-records |
6 |
08–13 |
Numeriek |
|
Totaal gewicht |
12 |
14–25 |
Numeriek |
Bijlage 4, bedoeld in artikel 33,
vierde lid
Bemonstering en weging verpakte
bevroren haring, makreel of horsmakreel
1. Er wordt een monster genomen van
elke in de lading aanwezige vissoort.
2. Tijdens het lossen worden
afhankelijk van de hoeveelheid dozen die de lading omvat het aantal
pallets geselecteerd zoals vermeld in de onderstaande tabel. De
geselecteerde pallets worden overgebracht naar een koelhuis waar de
pallets worden gewogen.
Tabel
| Aantal
dozen (per vissoort) |
Aantal pallets
(bevat 52 dozen) |
|
5.000 of minder |
3 |
|
5.001–10.000 |
4 |
|
10.001–15.000 |
5 |
|
15.001–20.000 |
6 |
|
20.001–30.000 |
7 |
|
30.001–50.000 |
8 |
|
Meer dan 50.000 |
9 |
3. Uit de geselecteerde pallets worden
per vissoort vijf dozen in het monsterlokaal uitgepakt en wordt de
inhoud ontdooid tot 10 °C. De ontdooide vis wordt gewogen, evenals de
verpakking.
4. Per hoeveelheid vis worden negen
lege pallets gewogen teneinde het tarragewicht van de pallets vast te
stellen.
Bijlage 5 [Vervallen per 01-07-2009]
|