Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wet op de jeugdzorg (Wjz)

 

UITVOERINGSBESLUIT  WET  OP  DE  JEUGDZORG

Tekst zoals deze geldt op 25 juli 2014

 

 

 

 
BESLUIT van 16 december 2004, houdende regels ter uitvoering van de Wet op de jeugdzorg (Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordrachten van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 18 september 2003, kenmerk DJB/JZ-2408602, van 13 mei 2004, kenmerk DJB/JZ-481048, van 18 september 2003, kenmerk DJB/JZ-2409926, van 18 september 2003, kenmerk DJB/JZ-2408604, van 18 september 2003, kenmerk DJB/JZ-2408605, van 13 november 2003, kenmerk DJB/JZ-2422233, en van 6 mei 2004, kenmerk DJB/JZ-2481049, gedaan mede namens Onze Minister van Justitie;
     Gelet op artikel 3, eerste en vijfde, achtste en negende lid, artikel 5, tweede lid, onderdeel b, artikel 6, vijfde lid, artikel 13, zevende lid, artikel 38, vijfde lid, en artikel 57, derde lid, de artikelen 69, eerste en tweede lid, 70, tweede lid, 71, eerste lid, onderdeel e, en 112, derde lid, van de Wet op de jeugdzorg, artikel 9b, tweede en vijfde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, artikel 11a, eerste lid, derde en vierde volzin, van de Beginselenwet justitiŽle jeugdinrichtingen, artikel 238, vijfde lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 77ff, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht;
     De Raad van State gehoord (adviezen van 24 november 2003, nr. W13.03.0399/III, van 30 augustus 2004, nr. W13.04.0213/III, van 24 november 2004, nr. W13.03.0396/III, van 24 november 2003, nr. W13.03.0398/III, van 24 november 2003, nr. W13.03.0397/III, van 19 december 2003, nr. W13.03.0476/III, en van 3 augustus 2004, nr. W13.04.0210/III);
     Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 14 december 2004, DJB/JZ-2537954, uitgebracht mede namens Onze Minister van Justitie;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Hoofdstuk 1. Algemene bepaling

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

aanvrager: degene die de aanvraag indient voor een indicatiebesluit;

advies- en meldpunt kindermishandeling: de stichting bij de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder e, van de wet;

autorisatielijst: autorisatielijst van jeugdzorgaanbieders, bedoeld in artikel 2y van de wet;

de wet: de Wet op de jeugdzorg;

geautoriseerde: in de autorisatielijst opgenomen zorgaanbieder;

gekwalificeerde gedragswetenschapper: degene die lid is van het Nederlands Instituut voor Psychologen en is opgenomen in het Register Klinisch Psychologen of het register Kinder- en Jeugdpsychologen en beschikt over de Basisaantekening Psychodiagnostiek van dit instituut of degene die lid is van de Nederlandse Vereniging van Orthopedagogen en Onderwijskundigen en geregistreerd is als Orthopedagoog-Generalist dan wel een BIG-geregistreerde gezondheidszorgpsycholoog;

gezinsvoogdijwerker: medewerker van de stichting die belast is met de uitoefening van de taak, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder b, van de wet;

indicatiebesluit: een besluit waarbij wordt vastgesteld of een cliŽnt is aangewezen op zorg als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet;

inrichting: een justitiŽle jeugdinrichting als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Beginselenwet justitiŽle jeugdinrichtingen;

jeugdbeschermings- en reclasseringstaken: de taken, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdelen a tot en met d, van de wet;

jeugdhulp: jeugdhulp als bedoeld in artikel 3;

jeugdreclassering: de stichting bij de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder c en d, van de wet;

jeugdreclasseringswerker: medewerker van de stichting die belast is met de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder c en d, van de wet.

melding: een melding van kindermishandeling of van een vermoeden daarvan;

observatiediagnostiek: observatiediagnostiek als bedoeld in artikel 5;

SBV-Z: sectorale berichtenvoorziening in de zorg, bedoeld in artikel 11 van het Besluit gebruik burgerservicenummer in de zorg;

toegangsmiddel: middel als bedoeld in artikel 24g, met inbegrip van de drager van het middel;

verblijf: verblijf als bedoeld in artikel 4;

verwijsindex: verwijsindex als bedoeld in artikel 2d van de wet;

voogdijwerker: medewerker van de stichting die belast is met de uitoefening van de taak, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a, van de wet;

vreemdeling: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet 2000.

Hoofdstuk 1a. Landelijke verwijsindex

Paragraaf 1. CategorieŽn van instanties en functionarissen

Artikel 1a

Als categorieŽn van instanties als bedoeld in artikel 2b, eerste lid, onder a, van de wet in het domein jeugdzorg worden aangewezen:

a. bureaus jeugdzorg als bedoeld in artikel 4 van de wet;

b. instanties die voor de stichting taken als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a, b, c of d, van de wet uitoefenen;

c. instanties die, daartoe aanvaard door Onze Minister van Veiligheid en Justitie als rechtspersoon, bedoeld in de artikelen 254, tweede lid, en 302, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, de voogdij of de voorlopige voogdij uitoefenen met betrekking tot minderjarige vreemdelingen.

Artikel 1b

Als categorieŽn van instanties als bedoeld in artikel 2b, eerste lid, onder a, van de wet in het domein jeugdgezondheidszorg worden aangewezen:

a. instanties die de in artikel 5, tweede lid, van de Wet publieke gezondheid genoemde werkzaamheden in opdracht van het college van burgemeester en wethouders uitvoeren;

b. aanbieders van zorg als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onder b, van de wet.

Artikel 1c

1. Als categorieŽn van instanties als bedoeld in artikel 2b, eerste lid, onder a, van de wet in het domein gezondheidszorg worden aangewezen:

a. instanties voor verslavingszorg voor wie het op grond van artikel 35 van de Wet marktordening gezondheidszorg niet verboden is een tarief in rekening te brengen;

b. instanties voor gehandicaptenzorg, die zorg verlenen waarop aanspraak bestaat op grond van de Zorgverzekeringswet of de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;

c. instanties die integrale eerstelijns geneeskundige zorg aanbieden, zoals die door huisartsen pleegt te geschieden;

d. ziekenhuizen die krachtens artikel 5 van de Wet toelating zorginstellingen als zodanig zijn toegelaten, voor zover het spoedeisende hulp betreft.

2. Als categorie van functionarissen als bedoeld in artikel 2b, tweede lid, onder a, van de wet in het domein gezondheidszorg worden artsen aangewezen die integrale eerstelijns geneeskundige zorg aanbieden, zoals die door huisartsen pleegt te geschieden.

Artikel 1d

1. Als categorieŽn van instanties als bedoeld in artikel 2b, eerste lid, onder a, van de wet in het domein onderwijs worden aangewezen:

a. scholen als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs;

b. scholen als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;

c. scholen als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs;

d. instellingen als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

e. instellingen voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.2, onder a of b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

f. contactgemeenten als bedoeld in artikel 162b, derde lid, van de Wet op de expertisecentra, artikel 118h, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 8.3.2, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs ten behoeve van de regionale meld- en coŲrdinatiefunctie.

2. Als categorie van functionarissen als bedoeld in artikel 2b, tweede lid, onder a, van de wet in het domein onderwijs worden ambtenaren als bedoeld in artikel 16 van de Leerplichtwet 1969 aangewezen.

Artikel 1e

1. Als categorieŽn van instanties als bedoeld in artikel 2b, eerste lid, onder a, van de wet in het domein maatschappelijke ondersteuning worden aangewezen de instanties voor maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onder 2į, 3į, 6į, 7į en 9į, van de Wet maatschappelijke ondersteuning.

2. Een functionaris die werkzaam is voor een instantie als bedoeld in het eerste lid, kan door die instantie slechts worden aangewezen als meldingsbevoegde indien zijn beroep hoofdzakelijk bestaat uit het verlenen van hulp, zorg of bijsturing aan jeugdigen.

3. Als categorie van instanties als bedoeld in artikel 2b, eerste lid, onder a, van de wet in het domein maatschappelijke ondersteuning worden tevens gemeenten voor zover het betreft de coŲrdinatie van doelgroepenbeleid voor jeugdigen aangewezen.

Artikel 1f

Als categorieŽn van instanties als bedoeld in artikel 2b, eerste lid, onder a, van de wet in het domein werk en inkomen worden aangewezen de gemeentelijke kredietbanken, bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht.

Artikel 1g

Als categorieŽn van instanties als bedoeld in artikel 2b, eerste lid, onder a, van de wet in het domein politie en justitie worden aangewezen:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Wjz | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x