Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg)

 

REGELING  TEGEMOETKOMING  CHRONISCH  ZIEKEN  EN  GEHANDICAPTEN

Tekst zoals deze geldt op 25 juli 2014

 

 

 

 
REGELING van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 23 december 2008, nr. DWJZ/SWW-2903108, houdende regels ter uitvoering van de Wet tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten (Regeling tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten)

     De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de Staatssecretaris van FinanciŽn;
     Gelet op de artikelen 5, vierde lid, 7, derde lid, 8, negende lid, van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten, artikel 2, eerste lid, onderdeel a, b, c, d, e en f, van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten, artikel 6.17, eerste lid, onderdeel f en g, van de Wet inkomstenbelasting 2001 en de artikelen 29, 31, eerste lid, onderdeel c, en 33, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op de loonbelasting 1964;

     Besluit:

 

 

Hoofdstuk 1. Tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. zorgverzekeraar: een verzekeraar als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet.

b. verzekerden: verzekerden als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet.

Artikel 1a

1. Als hulpmiddelen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten die recht kunnen geven op een tegemoetkoming, worden aangewezen de hulpmiddelen, opgenomen in tabel 1 van bijlage 1, mits de desbetreffende hulpmiddelen in het jaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft, voor rekening van de zorgverzekeraar zijn verkregen.

2. Als hulpmiddelen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten die recht kunnen geven op een tegemoetkoming, worden aangewezen de hulpmiddelen, opgenomen in tabel 2 van bijlage 1, mits de desbetreffende hulpmiddelen in het jaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft of in de twee daaraan voorafgaande jaren voor rekening van de zorgverzekeraar zijn verkregen of gerepareerd.

3. De hulpmiddelen bij een blijvende aandoening, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel g, van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten, die recht kunnen geven op een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet, zijn de hulpmiddelen opgenomen in tabel 3 van bijlage 1.

Artikel 2

1. Als een chronische groep die recht geeft op een lage tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten wordt aangemerkt een in bijlage 2 opgenomen chronische groep waarbij de verzekerde in dat jaar:

a. een ATC vergoed kreeg die op grond van artikel 3 als zwaar wordt aangemerkt;

b. een DBC vergoed kreeg die op grond van artikel 3a als zwaar wordt aangemerkt;

c. een op grond van artikel 3 als zwaar aangemerkte ATC in combinatie met een op grond van artikel 3a als licht aangemerkte DBC vergoed kreeg; of

d. een op grond van artikel 3 als licht aangemerkte ATC in combinatie met een op grond van artikel 3a als zwaar aangemerkte DBC vergoed kreeg.

2. Als een chronische groep die geen recht geeft op een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b of c, van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten wordt aangemerkt een in bijlage 2 opgenomen chronische groep waarbij de verzekerde in dat jaar:

a. een ATC vergoed kreeg die op grond van artikel 3 als licht wordt aangemerkt;

b. een DBC vergoed kreeg die op grond van artikel 3a als licht wordt aangemerkt;

c. een op grond van artikel 3 als licht aangemerkte ATC in combinatie met een op grond van artikel 3a als licht aangemerkte DBC vergoed kreeg.

3. Als een chronische groep die recht geeft op een hoge tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten wordt aangemerkt een in bijlage 2 opgenomen chronische groep waarbij de verzekerde in dat jaar een op grond van artikel 3 als zwaar aangemerkte ATC in combinatie met een op grond van artikel 3a in het jaar voorafgaand aan dat jaar als zwaar aangemerkte DBC vergoed kreeg.

4. Binnen een chronische groep wordt slechts de als zwaarste aangemerkte DBC en de als zwaarste aangemerkte ATC die voor de betrokken verzekerde werd vergoed, betrokken bij de bepaling van de hoogte van de tegemoetkoming bij die chronische groep als bedoeld in het eerste tot en met derde lid.

Artikel 3

1. Als lichte ATCís als bedoeld in artikel 2, worden aangewezen de in tabel 1 van bijlage 2 genoemde ATCís met het in de tabel daarbij vermelde minimumaantal verstrekte gestandaardiseerde dagdoseringen, die in de tabel als licht zijn aangemerkt.

2. Als zware ATCís worden aangewezen de in tabel 1 van bijlage 2 genoemde

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Wtcg | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x