Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.
   

 

 

 

 

 

 

MEMORIE VAN TOELICHTING

Nadere regelgeving:
- Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten
- Beleidsregel boete werknemer 2010
- Beleidsregel boete werknemer 2013
- Beleidsregel maatregelen UWV
- Beleidsregels schorsing, opschorting, intrekking en herziening uitkeringen 2006
- Beleidsregels UWV opschorting betaling bij vertrek naar onbekende bestemming
- Beleidsregel terug- en invordering
- Besluit aanwijzing registraties gezamenlijke huishouding 1998
- Besluit beleid toetsing verblijfstitel
- Besluit betaling zonder machtiging aan het College voor zorgverzekeringen
- Besluit gelijkstelling loondervingsuitkering Toeslagenwet
- Besluit samenloop toeslagen ex artikel 16 Toeslagenwet
- Boetebesluit socialezekerheidswetten
- Controlevoorschriften Toeslagenwet
- Maatregelenbesluit socialezekerheidswetten
- Regeling tenuitvoerlegging bestuurlijke boeten en terugvordering onverschuldigde betalingen
- Regeling terugvordering geringe bedragen
- Regeling vervallen tweede maximeringsbepaling Toeslagenwet
- SZW-intrekkingsregeling 2004

Vervallen nadere regelgeving:
- Beleidsregel afbakening maatregel en boete (vervallen)
- Beleidsregel boete werknemer (vervallen)
- Beleidsregel zwijgrecht (vervallen)
- Besluit afstemming boete werknemers (vervallen)
- Besluit betaling zonder machtiging aan de Ziekenfondsraad (vervallen)
- Besluit herziening en intrekking uitkeringen (vervallen)
- Besluit kostenvergoedingen Werkloosheidswet (vervallen)
- Besluit waarschuwing (vervallen)
- Maatregelenbesluit Tica (vervallen)
- Maatregelenbesluit UWV (vervallen)
- Regeling betaling, terugvordering en tenuitvoerlegging van boeten en onverschuldigde betalingen (vervallen)
- Regeling gelijkstelling ander inkomen met loondervingsuitkering (vervallen)
- Regeling herziening kopjesbedragen IWS per 1 januari 2008 (vervallen)
- Regeling schorsing, opschorting, herziening en intrekking uitkeringen (vervallen)

Relevante overige regelgeving:
- Beleidsregel kostenvergoeding UWV
- Beleidsregels Protocol Huisbezoeken Handhaving UWV
- Besluit schadebeleid
- Besluit verzekeringsplicht zeevarenden
- Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid (vervallen)
- Regeling inzage- en correctierecht UWV
- Regeling SUWI
- Reglement behandeling bezwaarschriften UWV 2014
- Wet beslistermijnen sociale verzekeringen

 

 

Inhoudsopgave TW

Hoofdstuk I Algemene bepalingen artt. 1 - 1a
Hoofdstuk II De toeslag artt. 2 - 25
§ 1x De voorwaarden voor het recht op toeslag artt. 2 - 7
§ 2x De hoogte van de toeslag artt. 8 - 9
§ 3x De vakantie-uitkering art. 10
§ 4x Het geldend maken van het recht op toeslag artt. 11 - 14h
§ 5x De betaling van de toeslag artt. 15 - 25
Hoofdstuk III Financiering artt. 26 - 28
Hoofdstuk IV De Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen artt. 29 - 35
Hoofdstuk V Bepalingen in verband met de Algemene wet bestuursrecht en het beroep in cassatie artt. 36 - 39
Hoofdstuk VI Strafbepalingen artt. 40 - 43a
Hoofdstuk VII Overgangs- en slotbepalingen artt. 44 - 46
xxxxxxxxxxxxr   xxxxxxxxxxxr

Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 1985-1986, 19 257.
Handelingen II 1985-1986, blz. 4304-4367, 4369-4397, 4402-4455, 4458, 4463-4489, 4515-4542, 4558-4604, 4607-4630, 4633-4644, 4699-4751, 4836-4860, UCV 62(1-75), UCV 65(1-55), 4944, 4954-4958, 5017-5023.
Kamerstukken I 1985-1986, 19 257 (196, 196a); 1986-1987, 19 257 (21, 21a, 21b, 45, 45a, 45b, 45c, 45d, 45e, 45f).
Handelingen I 1986-1987, zie vergadering van 4 november 1986.

Geschiedenis:
Staatsblad 1995, 200Staatsblad 1995, 250Staatsblad 1995, 690Staatsblad 1995, 691Staatsblad 1995, 696Staatsblad 1996, 134Staatsblad 1996, 248Staatsblad 1997, 96Staatsblad 1997, 178Staatsblad 1997, 660Staatsblad 1997, 773Staatsblad 1997, 789Staatsblad 1997, 794Staatsblad 1998, 203Staatsblad 1998, 278Staatsblad 1998, 412Staatsblad 1998, 742Staatsblad 1999, 185Staatsblad 1999, 250Staatsblad 1999, 564Staatsblad 1999, 594Staatsblad 1999, 595Staatsblad 2000, 40Staatsblad 2000, 496Staatsblad 2001, 67Staatsblad 2000, 627Staatsblad 2001, 481Staatsblad 2001, 568Staatsblad 2001, 625Staatsblad 2001, 692Staatsblad 2003, 376Staatsblad 2003, 524Staatsblad 2003, 544Staatsblad 2003, 555Staatsblad 2005, 37Staatsblad 2004, 717Staatsblad 2005, 525Staatsblad 2005, 573Staatsblad 2005, 710Staatsblad 2005, 708Staatsblad 2006, 695Staatsblad 2006, 696Staatsblad 2007, 302Staatsblad 2007, 305Staatsblad 2007, 551Staatsblad 2007, 555Staatsblad 2008, 510Staatsblad 2008, 600Staatsblad 2009, 384Staatsblad 2009, 265Staatsblad 2009, 390Staatsblad 2009, 282Staatsblad 2009, 318Staatsblad 2009, 580Staatsblad 2009, 596Staatscourant 2009, 20547Staatsblad 2010, 840Staatsblad 2010, 838Staatscourant 2010, 21445Staatsblad 2010, 867Staatsblad 2011, 288Staatsblad 2011, 618Staatsblad 2012, 2Staatsblad 2011, 647Staatscourant 2011, 23884Staatsblad 2011, 645Staatsblad 2011, 650Staatscourant 2012, 13238Staatsblad 2012, 462Staatsblad 2012, 463 Staatscourant 2012, 25904Staatsblad 2012, 675Staatsblad 2012, 682Staatsblad 2013, 236 Staatscourant 2013, 17666 Staatsblad 2013, 316Staatsblad 2013, 405Staatscourant 2013, 34713Staatsblad 2013, 578 Staatsblad 2014, 216Staatsblad 2014, 238Staatscourant 2014, 18131Staatsblad 2014, 227Staatsblad 2014, 269Staatsblad 2014, 270.

 

 

WET van 6 november 1986, Stb. 1986, 562, houdende verlening van toeslagen tot het relevante sociaal minimum aan uitkeringsgerechtigden op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen (Toeslagenwet). Inwerkingtreding: 1 januari 1987 (Stb. 1986, 597).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regelen te stellen inzake het verlenen van toeslagen tot het relevante sociaal minimum aan uitkeringsgerechtigden op grond van de Ziektewet, de Werkloosheidswet, de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

HOOFDSTUK  I

Algemene bepalingen

 

Art. 1. [Begripsbepalingen]  [GeschiedenisVvWMvTStb. 1995, 691Stb. 1995, 696Stb. 1997, 96Stb. 1997, 178Stb. 1997, 660Stb. 1997, 789Stb. 1998, 203Stb. 1998, 742Stb. 2000, 496Stb. 2001, 625Stb. 2003, 544Stb. 2003, 555Stb. 2005, 573Stb. 2007, 302Stb. 2009, 390Stb. 2009, 580Stb. 2009, 596Stb. 2010, 838Stb. 2014, 227Stb. 2014, 270]
-1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
c. Toeslagenfonds: het fonds, bedoeld in artikel 31;
d. loondervingsuitkering: een uitkering krachtens de verplichte verzekering op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, alsmede een uitkering of inkomensvoorziening op grond van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg aan de werknemer of de gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van die wet, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen en de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen;
e. toeslag: een op een loondervingsuitkering of naast het recht op loon, bedoeld in artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel de bezoldiging of hetgeen daarmee overeenkomt, bedoeld in artikel 76a van de Ziektewet, te verlenen toeslag ingevolge deze wet;
f. minimumloon:
1º. voor de persoon, bedoeld in artikel 2, eerste of tweede lid, het minimumloon per maand, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Stb. 1968, 657), gedeeld door 21,75; en
2º. voor de persoon, bedoeld in artikel 2, derde lid, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon per maand, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag in verbinding met artikel 8, derde lid, van die wet, gedeeld door 21,75;
g. vervolgdagloon: het vervolgdagloon, bedoeld in artikel 21b van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
h. vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel: een bij onherroepelijk geworden vonnis opgelegde vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het Wetboek van Strafrecht.
-2. Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt gelijkgesteld met:
a. echtgenoot: geregistreerde partner;
b. echtgenoten: geregistreerde partners;
c. gehuwd: als partner geregistreerd;
d. gehuwde: als partner geregistreerde.
-3. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt:
a. als gehuwd of als echtgenoot mede aangemerkt de ongehuwde meerderjarige die met een andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad;
b. als ongehuwd mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.
-4. Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins.
-5. Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de betrokkenen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en:
a. zij met elkaar gehuwd zijn geweest of eerder voor de toepassing van deze wet daarmee gelijk zijn gesteld;
b. uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de één door de ander;
c. zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract; of
d. zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding, bedoeld in het vierde lid.
-6. Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld welke registraties, en gedurende welk tijdvak, in aanmerking worden genomen voor de toepassing van het vijfde lid, onderdeel d. [Bargh98]
-7. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van hetgeen wordt verstaan onder het blijk geven zorg te dragen voor een ander, zoals bedoeld in het vierde lid.
-8. Onder bloedverwant in de eerste graad als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, wordt mede verstaan een meerderjarig aangehuwd kind of een meerderjarig voormalig pleegkind van de ongehuwde meerderjarige.
-9. Onder voormalig pleegkind als bedoeld in het achtste lid wordt verstaan een pleegkind waarvoor de ongehuwde meerderjarige een pleegvergoeding ontving of ontvangt op grond van de Wet op de jeugdzorg of kinderbijslag ontving op grond van de Algemene Kinderbijslagwet.

 

Art. 1a. Vervallen[GeschiedenisStb. 1997, 789Stb. 1999, 564Stb. 2000, 627 + bis]

 

 

HOOFDSTUK  II

De toeslag

 

§ 1.  De voorwaarden voor het recht op toeslag

 

Art. 2. [Kring rechthebbenden]  [GeschiedenisVvWMvTStb. 1999, 595 + bisStb. 2007, 302 Stcrt. 2009, 20547Stb. 2010, 838Stcrt. 2010, 21445Stcrt. 2011, 23884 Stcrt. 2012, 13238Stcrt. 2012, 25904Stcrt. 2013, 17666Stcrt. 2013, 34713Stcrt. 2014, 18131Stb. 2014, 227Stb. 2014, 269]
-1. Recht op toeslag heeft een gehuwde die:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.