Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet werk en bijstand
Nadere regelgeving
Bijgewerkt naar laatste editie Staatsblad/Staatscourant

 

UITVOERINGSBESLUIT  TIJDELIJKE  WET  PILOT  LOONDISPENSATIE
 
 

28 mei 2010, Stb. 2010, 218
Inwerkingtreding: 9 juni 2010
Vervalt m.i.v. 1 januari 2013
(T.a.v. artt. 7:3, 8:2 en 14 Twpl)

 

 

 

 
BESLUIT van 28 mei 2010, houdende nadere regels ten aanzien van de uitvoering van de Tijdelijke wet pilot loondispensatie (Uitvoeringsbesluit Tijdelijke wet pilot loondispensatie)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 31 maart 2010, nr. R&P/RPA/2010/6669;
     Gelet op de artikelen 7, derde lid, 8, tweede lid, en 14 van de Tijdelijke wet pilot loondispensatie;
     De Raad van State gehoord (advies van 21 april 2010, nr. W12.10.0108/III);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 25 mei 2010, nr. R&P/RPA/2010/8973;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

ß 1.  Deelname gemeenten

 

Art. 1. Verzoek tot deelname en beoordeling
-1. Indien een gemeente wil deelnemen aan de pilot, doet het college van burgemeester en wethouders van die gemeente een verzoek daartoe aan Onze Minister.
-2. Het verzoek wordt gedaan binnen een bij ministeriŽle regeling vast te stellen periode door middel van een door Onze Minister ter beschikking gesteld aanvraagformulier. Toewijzing dan wel afwijzing van verzoeken vindt plaats met inachtneming van het derde tot en met vijfde lid. [UT]
-3. Aan de pilot nemen ten hoogste 32 gemeenten deel.
-4. Onze Minister stelt vast tot welke regio en tot welke categorie de gemeenten behoren die een verzoek tot deelname hebben gedaan. De categorieŽn die worden gehanteerd, bestaan uit de combinaties van de volgende criteria:
a. inwoneraantal van de gemeente;
b. de mate waarin binnen een gemeente uitstroom plaatsvindt van rechthebbenden op grond van de Wet werk en bijstand; en
c. de mate waarin een gemeente begeleid werken als bedoeld in artikel 7 van de Wet sociale werkvoorziening realiseert, dan wel werknemers in het kader van een arbeidsovereenkomst op grond van artikel 2 van de Wet sociale werkvoorziening ter beschikking stelt aan een derde om op grond van een met de gemeente afgesloten overeenkomst arbeid te verrichten onder toezicht en leiding van die derde.
-5. Nadat het vierde lid is toegepast, wijst Onze Minister met inachtneming van het derde lid de verzoeken van gemeenten zodanig toe dat een zo evenwichtige mogelijke verdeling wordt bereikt. Bij de toepassing van de vorige zin kunnen verzoeken van gemeenten met een grotere kring voorgaan op verzoeken van gemeenten met een kleinere kring.

 

Art. 2. Informatieverplichting gemeenten
-1. Het college verstrekt op verzoek van Onze Minister, aan hem dan wel aan een door hem aangewezen derde, de benodigde inlichtingen ten behoeve van de pilot. Onze Minister kan inzage vorderen van gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
-2. Het college voert een zodanige administratie dat alle van belang zijnde vastleggingen en bewijsstukken met betrekking tot het verloop van de pilot tijdig en controleerbaar zijn opgenomen.
-3. Ten aanzien van de inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, kunnen bij ministeriŽle regeling regels worden gesteld.

 

Art. 3. Bekostiging
-1. De tegemoetkoming, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de Tijdelijke wet pilot loondispensatie, bestaat uit

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Twpl | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x