Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.
   

 

 

 

 

 

 

MEMORIE VAN TOELICHTING

Relevante overige regelgeving:
- Ziektewet

 

 

Inhoudsopgave Wet TZ

Hoofdstuk I Wetten op het terrein van de sociale zekerheid artt. I - XIII
Hoofdstuk II Burgerlijk Wetboek art. XIV
Hoofdstuk III Regeling voor het overheidspersoneel art. XV
Hoofdstuk IV Overgangs- en slotbepalingen artt. XVI - XXIV
xxxxxxxxxxxxr   xxxxxxxxxxxxxx

Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 1993-1993, 22 899.
Handelingen II 1992-1993, blz. 5073-5131, 5162-5170, 5172-5228, 5236-5238, 5400-5401, 5406.
Kamerstukken I 1992-1993, 22 899 (293); 1993-1994, 22 899 (83, 83a, 83b, 83c, 83d, 83e, 83f).
Handelingen I 1993-1994, zie vergaderingen d.d. 14, 15 en 21 december.

Geschiedenis:
Staatsblad 1993, 750;  Staatsblad 1994, 916;  Staatsblad 1995, 560Staatsblad 1995, 691Staatsblad 1996, 134Staatsblad 1997, 96Staatsblad 1997, 162Staatsblad 1997, 768Staatsblad 2001, 568Staatsblad 2001, 628Staatsblad 2003, 555Staatsblad 2004, 311Staatsblad 2005, 37Staatsblad 2005, 65Staatsblad 2005, 573Staatsblad 2005, 708.

 

 

WET van 22 december 1993, Stb. 1993, 750, tot wijziging van de Ziektewet, het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten, alsmede het treffen van een regeling voor het overheidspersoneel, in verband met terugdringing van het ziekteverzuim (Wet terugdringing ziekteverzuim). Inwerkingtreding: 1 januari 1994 en 1 juli 1994 (Stb. 1993, 751).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is door een vergroting van de financiële betrokkenheid van werkgevers en werknemers in de marktsector en bij de overheid het ziekteverzuim terug te dringen en daartoe de Ziektewet, het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten te wijzigen en een regeling te treffen voor het overheidspersoneel;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

HOOFDSTUK  I

Wetten op het terrein van de sociale zekerheid

 

Art. I. [Wijziging ZW]  [GeschiedenisVvWMvT]
De Ziektewet (Stb. 1987, 88) wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 19 wordt, onder vernummering van het tweede lid tot derde lid, een nieuw tweede lid ingevoegd, luidende:
-2. De vrouwelijke verzekerde heeft in verband met haar bevalling recht op ziekengeld overeenkomstig het bij of krachtens deze wet bepaalde.
B. [MvT]
In artikel 21 wordt "de artikelen 57 en 64" vervangen door: artikel 64.
C. [MvT]
In artikel 28 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1. Het eerste lid wordt vervangen door:
-1. De verzekerde is bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte verplicht, zo dikwijls dit nodig wordt geoordeeld, zich te onderwerpen aan een geneeskundig onderzoek door een door de bedrijfsvereniging aangewezen geneeskundige, zich op last van de geneeskundige tot het ondergaan van zodanig onderzoek te laten opnemen in de hem aangewezen inrichting en in het algemeen de voorschriften van de geneeskundige die ertoe strekken om een geneeskundig onderzoek mogelijk te maken, op te volgen.
2. In het tweede lid wordt "Het bestuur der bedrijfsvereniging" vervangen door: De bedrijfsvereniging.
3. In het derde lid wordt "De verzekerde, bedoeld in het eerste lid," vervangen door: De verzekerde.
4. In het vierde lid wordt de eerste volzin vervangen door: De voor de verzekerde aan een geneeskundig onderzoek verbonden kosten worden aan hem door de bedrijfsvereniging vergoed.
D. [MvT]
De artikelen 29 en 29a worden vervangen door de volgende drie artikelen:
Art. 29. [MvT]
-1. Het ziekengeld bedraagt 70% van het dagloon van de verzekerde.
-2. Het ziekengeld wordt uitgekeerd over iedere dag van de ongeschiktheid tot werken, doch niet over de zaterdagen en de zondagen en - behoudens het vijfde tot en met achtste lid - niet over een periode van zes weken, te rekenen vanaf de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken.
-3. Als eerste dag van de ongeschiktheid tot werken geldt de eerste werkdag waarop wegens ziekte niet is gewerkt of het werken tijdens de werktijd is gestaakt. De Sociale Verzekeringsraad kan voor bijzondere gevallen regels stellen inzake welke dag als eerste werkdag wordt aangemerkt.
-4. Voor het bepalen van het tijdvak waarover in verband met het tweede lid en het vijfde tot en met zevende lid geen ziekengeld wordt uitgekeerd, worden tijdvakken van ongeschiktheid tot werken samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
-5. Het ziekengeld van de verzekerde die in dienstbetrekking staat tot een werkgever die in een kalenderjaar aan de werknemers die tot hem in dienstbetrekking stonden tezamen minder loon heeft betaald dan vijftienmaal de gemiddelde loonsom per werknemer, wordt - behoudens het zesde en zevende lid - uitgekeerd na verstrijken van een periode van twee weken, te rekenen vanaf de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken.
-6. Het ziekengeld van de verzekerde van wie de arbeidsverhouding op grond van artikel 4 of 5, met uitzondering van artikel 4, eerste lid, onderdeel e, als dienstbetrekking wordt beschouwd, het ziekengeld van degene wiens aanspraak berust op het bepaalde in artikel 46, alsmede het ziekengeld van de vrijwillig verzekerde die niet in dienstbetrekking staat tot een werkgever, worden uitgekeerd vanaf de derde dag van de ongeschiktheid tot werken.
-7. Het ziekengeld van de verzekerde van wie de dienstbetrekking binnen het in het tweede lid genoemde tijdvak van zes weken eindigt, wordt - behoudens een eerdere aanspraak op grond van het vijfde lid - uitgekeerd vanaf de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken nadat de dienstbetrekking is geëindigd, doch niet eerder dan vanaf de derde dag van de ongeschiktheid tot werken.
-8. Het ziekengeld van de verzekerde die op grond van artikel 7 als werknemer wordt beschouwd, wordt uitgekeerd vanaf de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken.
-9. Geen ziekengeld wordt uitgekeerd op en na de eerste dag van de maand waarin de verzekerde de leeftijd van 65 jaar bereikt.
-10. Geen ziekengeld wordt uitgekeerd nadat een tijdvak van 52 weken van ongeschiktheid tot werken is verstreken, te rekenen vanaf de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken. Voor het bepalen van dit tijdvak worden tijdvakken van ongeschiktheid tot werken samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
-11. Ter uitvoering van het vijfde lid stelt de bedrijfsvereniging voor de groep of groepen van bij haar aangesloten werkgevers de gemiddelde loonsom per werknemer in een kalenderjaar vast. De gemiddelde loonsom wordt berekend met toepassing van het maximumdagloon op grond van artikel 9, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering.
-12. Van haar beslissing of een werkgever al dan niet een werkgever is als bedoeld in het vijfde lid, informeert de bedrijfsvereniging hem schriftelijk:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.