Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

WET  ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSVOORZIENING  JONGGEHANDICAPTEN

 

 

 

rblz.|1| 

Kamerstukken II 1995-1996, 24 760

Voorziening tegen geldelijke gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid voor jonggehandicapten (Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten)

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1 Inleiding
2 Voorgeschiedenis
3 Adviezen
4 Hoofdlijnen wetsvoorstel
4.1 Wenselijkheid van een afzonderlijke voorziening voor jonggehandicapten en studerenden
4.2 Handhaving van recht op en hoogte en duur van de arbeidsongeschiktheidsuitkering
4.3 Financiering ten laste van de algemene middelen
4.4 Uitvoering door n bedrijfsvereniging
5 Overige aspecten in verband met het recht op uitkering
6 Enkele bijzondere aspecten
6.1 Mogelijkheden tot arbeidsdeelname voor jonggehandicapten
6.2 Recht van regres op degene die de arbeidsongeschiktheid heeft veroorzaakt
6.3 Rechtsbescherming
6.4 Informatievoorziening
xArtikelsgewijs
xxx Artikelen 1 t/m 77

 
 

 

Algemeen

 

1. Inleiding


     Dit wetsvoorstel voorziet voor jonggehandicapten en studerenden in een afzonderlijke voorziening op minimumniveau tegen de geldelijke gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid, gefinancierd uit de algemene middelen.
     De totstandkoming van een afzonderlijke regeling voor deze categorie vloeit voort uit de kabinetsvoornemens tot versterking van de marktwerking in de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Op de motieven en doelstellingen van deze kabinetsvoornemens wordt ingegaan in het voorstel van Wet premiedifferentiatie en marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (Pemba) (Kamerstukken II 1995-1996, 24 698, nrs. 1-3).
     Als gevolg van deze voornemens zal de huidige AAW haar betekenis als volksverzekering verliezen. Het zonder meer vervallen van de AAW zou tot gevolg hebben dat in ieder geval voor zelfstandigen en jonggehandicapten geen regeling tegen inkomensderving meer zou bestaan. Dit wordt ongewenst geacht. Het kabinet is van oordeel dat voor een ieder van rechtswege een regeling bij inkomensderving tengevolge van arbeidsongeschiktheid moet blijven bestaan. Om die reden worden twee nieuwe regelingen voorgesteld, namelijk een verzekering voor zelfstandigen, meewerkende echtgenoten en beroepsbeoefenaren (de WAZ) en een voorziening voor jonggehandicapten en studenten (Wajong). Wat betreft de regeling voor zelfstandigen wordt verwezen naar het voorstel van Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ).
     In het onderhavige wetsvoorstel wordt voorzien in een regeling voor jonggehandicapten die voorafgaand aan de leeftijd van 17 jaar arbeidsongeschikt zijn geworden. De regeling geldt ook voor studerenden die nadien tijdens de studie arbeidsongeschikt zijn geworden. Het voorliggende wetsvoorstel vormt daarmee een wettelijke voorziening tegen het risico van langdurige arbeidsongeschiktheid voor personen die arbeidsongeschikt zijn geworden op een tijdstip dat zij vanwege de jeugdige leeftijd nog niet konden deelnemen aan betaalde arbeid.
     Gekozen is voor een afzonderlijke wettelijke voorziening, omdat bij jonggehandicapten en studerenden, anders dan bij werknemers en
rblz.|2| zelfstandigen, geen sprake is van feitelijke inkomensderving maar van veronderstelde inkomensderving. Financiering door betrokkenen zelf via premieheffing is bij deze categorie, anders dan bij werknemers en zelfstandigen, niet aan de orde. De voorliggende voorziening wordt gefinancierd uit de algemene middelen.

     Uitgangspunt is dat aangesloten wordt bij de huidige situatie in de AAW. Dit geldt onder meer voor de voorwaarden voor het recht op uitkering, het arbeidsongeschiktheidscriterium en de duur en hoogte van de uitkering. Er bestaat individueel aanspraak op uitkering op minimumniveau wanneer betrokkene vr de leeftijd van 17 jaar arbeidsongeschikt is geraakt en een wachttijd van 52 weken heeft doorlopen. Toekenning van de uitkering kan op zijn vroegst plaatsvinden vanaf de leeftijd van 18 jaar. Voor studerenden die tijdens de studie arbeidsongeschikt zijn geworden vindt toekenning van de uitkering op een later tijdstip plaats, nadat de wachttijd van 52 weken is verstreken. De uitkering wordt verstrekt tot de eerste dag van de maand waarop de leeftijd van 65 jaar wordt bereikt. Er is geen toets op vermogen noch op het inkomen van de partner.
     Uiteraard is van de AAW afgeweken waar dit in verband met het gewijzigde karakter van de regeling en de doelgroep noodzakelijk bleek.

     In dit wetsvoorstel wordt voor het overige de opzet en vormgeving van het wetsvoorstel WAZ gevolgd.

     De uitvoering wordt, met het oog op de efficiency, opgedragen aan n bedrijfsvereniging, de Nieuwe Algemene Bedrijfsvereniging. Deze bedrijfsvereniging voert thans in de meeste gevallen ook de AAW uit ten aanzien van jonggehandicapten en studerenden. In het voorgenomen wetsvoorstel tot wijziging van de uitvoeringsorganisatie sociale verzekeringen (wetsvoorstel Organisatiewet sociale verzekeringen [zie Osv 1997, red.]) zal worden voorgesteld om de bedrijfsverenigingen van hun taak te ontheffen. Er zal een nieuwe verdeling van taken en verantwoordelijkheden tussen de uitvoeringsinstellingen en de rechtsopvolger van het Tica [Tijdelijk instituut voor cordinatie en afstemming, zie Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) en vervolgens Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.] worden vastgelegd. Gezien de fase waarin de voorbereidingen van dat wetsvoorstel zich thans bevinden, wordt in dit wetsvoorstel vooralsnog uitgegaan van de Nieuwe Algemene Bedrijfsvereniging als uitvoerende instantie.

     Door de aansluiting bij het regime van de AAW bevat deze regeling een groot aantal bepalingen die, gelet op de kring van rechthebbenden, in de praktijk naar verwachting van beperkte betekenis zullen zijn. Gewezen kan onder meer worden op de bepalingen met betrekking tot herziening van de uitkering vanwege toegenomen arbeidsongeschiktheid, de bepalingen met betrekking tot maatregelen en boeten en de bepalingen met betrekking tot het recht van regres. Niettemin is het kabinet van oordeel dat genoemde bepalingen in

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wet Wajong | sz-wetten | overige wetten | zoeken

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x