Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten
Nadere regelgeving
Bijgewerkt naar laatste editie Staatsblad/Staatscourant

 

SUBSIDIEREGELING  SCHOLING  JONGGEHANDICAPTEN  MET  ERNSTIGE  SCHOLINGBEPERKINGEN
 
 

22 september 2005, Stcrt. 2005, 189
Inwerkingtreding: 1 oktober 2005
(T.a.v. artt. 2:29:1 en 2:29:2 en 3:49 Wet Wajong)

 

 

 

 
REGELING van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 22 september 2005, Directie Sociale Verzekeringen, nr. SV/R&S/2005/73174, houdende regels met betrekking tot de financiering van scholing van jonggehandicapten met ernstige scholingsbelemmeringen (Subsidieregeling scholing jonggehandicapten met ernstige scholingsbelemmeringen)

     De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op artikel 50a van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. de minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. jonggehandicapte met ernstige scholingsbelemmeringen: jonggehandicapte met kenmerken als opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage die:
1º. na scholing of opleiding, die strekt tot behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid, in staat is algemeen geaccepteerde arbeid te verrichten als bedoeld in 2:5 of 3:1 van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten; en
2º. als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebrek, ook met toepassing van voorzieningen als bedoeld in de artikelen 35 en 36 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en artikel 2.17 van de Wet invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, ernstige belemmeringen ondervindt bij het deelnemen aan dergelijke scholing of opleiding;
c. scholingsinstelling: rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf door scholing de inschakeling van jonggehandicapten met ernstige scholingsbelemmeringen in de arbeid bevordert;
d. cohort: een groep jonggehandicapten met ernstige scholingsbelemmeringen die in een bepaald kalenderjaar zijn opleiding aan een scholingsinstelling is aangevangen;
e. cohortperiode: periode van drie jaar en zeven maanden waarin een cohort een opleiding volgt aan een scholingsinstelling;
f. trajectprijs: omvang van de subsidie als bedoeld in artikel 8 gedeeld door het begrote opleidingsresultaat of de aangegane dienstbetrekking, bedoeld in artikel 13.

 

Art. 2. Subsidie scholingsinstellingen
-1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt één keer per drie jaar op aanvraag, telkens voor de duur van vijf kalenderjaren en zeven maanden, subsidie ten behoeve van een scholingsinstelling die beroepsonderwijs voor jonggehandicapten met ernstige scholingsbelemmeringen verzorgt als bedoeld in artikel 7.2.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en dat onderwijs is gericht op het verwerven van arbeidsmarktgerichte diploma’s of deelcertificaten.
-2. De beschikking tot verlening van subsidie als bedoeld in het eerste lid vermeldt de verhouding tussen het bedrag van de subsidie en de door de subsidieontvanger te verrichten activiteiten.

 

Art. 3. Subsidieplafond
De minister stelt één keer per vier jaar, telkens voor de duur van vijf kalenderjaren en zeven maanden, het subsidieplafond per cohort vast en doet hiervan mededeling in de Staatscourant. [Rss06-08] [Rss07-09] [Rss14-20]

 

Art. 4. Verdeling beschikbare subsidie over aanvragers
-1. Na het verstrijken van de periode van indiening, bedoeld in artikel 6, vijfde lid, worden de aanvragen per cohort ingedeeld naar de ernst van de handicap of de behoefte aan scholing van de cursisten op wie de aanvraag betrekking heeft.
-2. Per cohort worden de aanvragen in een rangorde geplaatst. Daarbij worden de aanvragen beoordeeld naar de verhouding tussen de kosten van de opleiding en het percentage jonggehandicapten dat na afronding van de door de scholingsinstelling verzorgde scholing een dienstbetrekking aangaat, waarbij de aanvraag met de gunstigste verhouding als eerste in de rangorde wordt geplaatst.
-3. Indien het subsidiebedrag dat verleend kan worden aan de subsidieaanvrager wiens aanvraag als eerste in de rangorde is geplaatst lager is dan het subsidieplafond per cohort, bedoeld in artikel 3, verleent het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen dat subsidiebedrag. Indien aan de aanvrager van de volgende aanvraag een subsidiebedrag kan worden verleend dat lager is dan het bedrag dat na beslissing op de eerste aanvraag resteert, verleent het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ook aan die aanvrager dat subsidiebedrag, en zo vervolgens.
-4. Indien in de rangorde een aanvraag aan de orde is waarop een hoger bedrag kan worden verleend dan het bedrag dat van het subsidieplafond per cohort resteert, wordt het subsidiebedrag bepaald gelijk aan het van het subsidieplafond per cohort resterende bedrag.
-5. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wijst resterende aanvragen af.

 

Art. 5. Subsidieaanvrager
-1. De subsidie wordt aangevraagd door een

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wet Wajong | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x