Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2001

 

BESLUIT  BEVOEGDE  UITVOERINGSINSTELLING  WAJONG-UITKERINGEN

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2002
(art. 2:1 ISUWI)

 
 

4 maart 1998, Stcrt. 1998, 58
Inwerkingtreding: 1 januari 1998
(T.a.v. artt. 41:4 Osv 1997 en 66 Wajong) ¹

 

 

 

 
     Het Landelijk instituut sociale verzekeringen;
     Gelet op artikel 41, vierde lid, Organisatie wet sociale verzekeringen 1997 en artikel 66 Wet Arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten; ¹

1. Ingevolge de Invoeringswet SUWI is de Osv 1997 met ingang van 1 januari 2002 ingetrokken en is met ingang van diezelfde datum artikel 66 Wajong komen te vervallen; in de nieuwe uitvoeringsorganisatie zijn de uitvoeringsinstellingen opgegaan in het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), ofschoon zij ieder afzonderlijk blijven functioneren, onder namen als UWV GAK, UWV Cadans, enz., red.

     Besluit:

 

 

Art. 1.
Het Lisv wijst GAK Nederland BV aan als de bevoegde uitvoeringsinstelling ten aanzien van Wajong-uitkeringen die op of na 1 januari 1998 ingaan, indien daarnaast geen andere arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt of is verstrekt.

 

Art. 2.
Het Lisv wijst GAK Nederland BV aan als de bevoegde uitvoeringsinstelling ten aanzien van op 31 december 1997 lopende AAW-uitkeringen die per 1 januari 1998 in een Wajong-uitkering zijn omgezet, indien daarnaast geen andere arbeidsongeschiktheidsuitkering is verstrekt.

 

Art. 3.
Dit besluit treedt in werking op de tweede dag na bekendmaking van dit besluit in de Staatscourant en werkt terug tot en met 1 januari 1998.

 

Art. 4.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bevoegde uitvoeringsinstelling Wajong-uitkeringen.

 

 

Amsterdam, 4 maart 1998.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

TOELICHTING
[4 maart 1998]

 

     De Nieuwe Algemene Bedrijfsvereniging (NAB, ressorterend onder het GAK) was tot 1 maart 1997 in principe bevoegd ten aanzien van AAW-uitkeringen sec (geen samenloop met WAO-uitkering) en voorzieningen (mits geen samenloop met WAO-uitkering) met betrekking tot jonggehandicapten. Vanaf 1 maart 1997 is het Lisv [zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.] bevoegd. Op grond van artikel 41, vierde lid, Osv 1997 wijst het Lisv werkzaamheden aan die niet onder een sector vallen en die het Lisv laat verrichten door een uitvoeringsinstelling. De jonggehandicapten vallen niet onder een sector. Omdat het Lisv de administratieovereenkomst van de NAB met het GAK heeft overgenomen, is het GAK op basis hiervan de uitvoering van AAW-uitkeringen ten aanzien van jonggehandicapten blijven doen.
     Vanaf 1 januari 1998 worden geen AAW-uitkeringen meer verstrekt aan jonggehandicapten, maar Wajong-uitkeringen. Lopende AAW-uitkeringen verstrekt aan jonggehandicapten zijn per 1 januari 1998 omgezet in Wajong-uitkeringen. De Wajong wees oorspronkelijk als bevoegde bedrijfsvereniging eveneens de Nieuwe Algemene Bedrijfsvereniging aan ten aanzien van het verstrekken van Wajong-uitkeringen. Via de Aanpassingswet [Aanpassingwet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen, Stb. 1997, 794, red.] wordt de uitvoering niet meer aan de Nieuwe Algemene Bedrijfsvereniging, maar aan het Lisv opgedragen. Het Lisv kan dus in principe bepalen welke uitvoeringsinstelling verstrekkingen aan jonggehandicapten doet.
     Het Lisv heeft besloten om Wajong-uitkeringen sec te beleggen bij één uitvoeringsinstelling, namelijk GAK Nederland BV
     Thans lopen er nog een beperkt aantal Wajong-uitkeringen sec die door andere uitvoeringsinstellingen dan het GAK Nederland BV zijn verstrekt. Deze uitkeringen zullen in de loop van 1998 aan GAK Nederland BV overgedragen worden.


Opmerking

     Het besluit betreft alleen de Wajong-uitkeringen sec. Indien sprake is van samenloop van een Wajong-uitkering met een WAO- of WAZ-uitkering, is wettelijk geregeld (artikel 66, tweede en derde lid, Wajong) dat de instantie die bevoegd is ten aanzien van de WAO- of WAZ-uitkering dat ook is ten aanzien van een Wajong-uitkering. Voorwaarde hierbij is wel dat de WAO- of WAZ-uitkering gelijktijdig of eerder dan de Wajong-uitkering wordt/is toegekend. Wordt eerst een Wajong-uitkering en later een WAO- of WAZ-uitkering toegekend, dan blijft de uitvoeringsinstelling die bevoegd is ten aanzien van de Wajong-uitkering ook bevoegd voor de later toe te kennen WAO- of WAZ-uitkering.

 

Amsterdam, 4 maart 1998.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wet Wajong | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x