Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 1999

 

BESLUIT  VERREKENINGEN  ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSFONDS  JONGGEHANDICAPTEN,  ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSFONDS  ZELFSTANDIGEN  EN  ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSKAS  MET  DE  UITVOERINGSINSTELLINGEN

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2000
(art. 13:1 Regeling van 15 december 1999, Stcrt. 1999, 249)

 
 

10 december 1997, Stcrt. 1997, 246
Inwerkingtreding: 1 januari 1998
(T.a.v. artt. 65:2 Wajong en 43:4d Osv 1997)

 

 

 

 
     Het Landelijk instituut sociale verzekeringen;
     Gelet op de artikelen 65, tweede lid, Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en 43, vierde lid, onderdeel d, Organisatiewet sociale verzekeringen 1997;

     Besluit:

 

 

HOOFDSTUK  1

 

Art. 1.
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. het Lisv: het Landelijk instituut sociale verzekeringen, genoemd in hoofdstuk 4 Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 (Osv 1997); ╣
b. de fondsen: het Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten (Afj), het Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen (Afz) en de Arbeidsongeschiktheidskas (Aok);
c. uitvoeringsinstelling: een uitvoeringsinstelling, als bedoeld in artikel 41, derde lid, Osv 1997;
d. maand: kalendermaand;
e. de uitgaven: de Afj-, de Afz-, de Aok- en de Rf-uitgaven;
f. de ontvangsten: de Afj-, de Afz-, de Aok- en de Rf-ontvangsten;
g. de Afj-uitgaven:
1. de verstrekte bedragen, bedoeld in artikel 65, eerste lid, onderdeel a, Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong); en
2. de betaalde premies over de Wajong-uitkeringen die niet op deze uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht, bedoeld in artikel 65, eerste lid, onderdeel b, Wajong;
h. de Afz-uitgaven:
1. de verstrekte bedragen, bedoeld in artikel 80, onderdeel a, Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ); en
2. de betaalde premies over de WAZ-uitkeringen die niet op deze uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht, bedoeld in artikel 80, onderdeel b, WAZ;
i. de Aok-uitgaven: de verstrekte uitkeringen, bedoeld in artikel 76f, eerste lid, Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
j.
de Rf-uitgaven: de verstrekte bedragen, bedoeld in artikel 43, eerste lid, onderdeel a tot en met h, en tweede lid, Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten;
k. de Afj-ontvangsten: de ontvangen bedragen, bedoeld in artikel 64, onderdeel b tot en met d, Wajong;
l. de Afz-ontvangsten: de ontvangen bedragen, bedoeld in artikel 79, onderdeel b tot en met d, WAZ;
m. de Aok-ontvangsten: de ontvangen bedragen, bedoeld in artikel 76e, onderdeel a tot en met e, en onderdeel g, WAO;
n.
de Rf-ontvangsten: de ontvangen bedragen, bedoeld in artikel 42, eerste lid, onderdeel b, Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten;
o. maanduitkeringen: uitkeringen die de uitvoeringsinstelling elke maand op een vooraf door haar bepaald tijdstip betaalt.

 

 

HOOFDSTUK  2

Algemene bepalingen

 

Art. 2.
-1. De uitvoeringsinstelling draagt zorg voor een goed beheer van de liquiditeiten die zij verkrijgt uit de verschillen tussen de voorschotten, bedoeld in hoofdstuk 3, en de voorlopig gerealiseerde uitgaven en ontvangsten, bedoeld in dat hoofdstuk.
Dit liquiditeitenbeheer vindt plaats met inachtneming van het door het Lisv vastgestelde beleid inzake liquiditeitenbeheer.
-2. Indien de uitvoeringsinstelling niet voldoende middelen heeft om de uitgaven te verrichten, vraagt zij in aanvulling op de voorschotverstrekkingen en overige verrekeningen van uitgaven en ontvangsten, bedoeld in hoofdstuk 3, een voorschot aan bij het Lisv.
-3. Ter uitvoering van het bepaalde in het eerste lid mandateert het Lisv de directie van de uitvoeringsinstelling tot het uitvoeren van de handelingen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het beheer, bedoeld in dat lid.
-4. De directie van de uitvoeringsinstelling kan ondermandaat verlenen aan personen die in dienst zijn van de uitvoeringsinstelling tot het uitvoeren van de handelingen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het beheer, bedoeld in het eerste lid.
-5. De uitvoeringsinstelling brengt in januari van het jaar volgend op het boekjaar of zo spoedig mogelijk nadien de renteontvangsten uit het beheer, bedoeld in het eerste lid, ten gunste van de rekeningen-courant met het Lisv. Bij de verdeling van de renteontvangsten naar fonds wordt de volgende verdeelsleutel gehanteerd: de som van de gemiddelde standen per week van de rekeningen-courant gedeeld door 52.

 

Art. 3.
Indien een verrekendag als bedoeld in dit besluit een zaterdag, zondag of erkende feestdag is, verrekent het Lisv op de eerstvolgende dag, niet zijnde een zaterdag, zondag of erkende feestdag.

 

Art. 4.
De uitvoeringsinstelling verstrekt ramingen en opgaven aan het Lisv overeenkomstig hetgeen het Lisv bij instructie nader bepaalt.

 

 

HOOFDSTUK  3

Verrekeningen uitgaven en ontvangsten

 

Art. 5.
-1. Het Lisv verstrekt aan de uitvoeringsinstelling ten laste van het Afj een voorschot:
a. op de eerste dag van iedere maand ter grootte van het bedrag van de door de uitvoeringsinstelling geraamde Afj-uitgaven, niet zijnde Wajong-maanduitkeringen, in de periode van de eerste tot en met de veertiende dag van de maand;
b. ter grootte van het bedrag van de door de uitvoeringsinstelling geraamde Wajong-maanduitkeringen:
- op de negende dag van iedere maand aan SFB Uitvoeringsorganisatie Sociale Verzekering NV, maar in de maand mei op de zevende dag van de maand;
- op de tiende dag van iedere maand aan Cadans Uitvoeringsinstelling Sociale Verzekeringen;
- op de elfde dag van iedere maand aan GUO Uitvoeringsinstelling BV;
- aan GAK Nederland BV, waarvan 50% op de zevende dag van iedere maand en 50% op de tiende dag van iedere maand; en
- aan het USZO op de dag waarop de USZO deze maanduitkeringen betaalbaar stelt;
c. op de vijftiende dag van iedere maand ter grootte van het bedrag van de door de uitvoeringsinstelling geraamde Wajong-uitgaven, niet zijnde Wajong-maanduitkeringen, in de periode van de vijftiende tot en met de laatste dag van de maand.
-2. Het Lisv ontvangt van de uitvoeringsinstelling ten gunste van het Afj een voorschot:
a. op de vijftiende dag van iedere maand ter grootte van het bedrag van de door de uitvoeringsinstelling geraamde Afj-ontvangsten in de periode van de eerste tot en met de veertiende dag van de maand;
b. op de laatste werkdag van iedere maand ter grootte van het bedrag van de door de uitvoeringsinstelling geraamde Afj-ontvangsten in de periode van de vijftiende tot en met de laatste dag van de maand.
-3. Het Lisv verrekent tussen het Afj en de uitvoeringsinstelling:
a. op de tiende dag van iedere maand:
1. het verschil tussen de door de uitvoeringsinstelling voorlopig gerealiseerde Afj-uitgaven in de periode van de vijftiende tot en met de laatste dag van de vorige maand en de door de uitvoeringsinstelling geraamde Afj-uitgaven in die periode; en
2. het verschil tussen de door de uitvoeringsinstelling voorlopig gerealiseerde Afj-ontvangsten in de periode van de vijftiende tot en met de laatste dag van de vorige maand en de door de uitvoeringsinstelling geraamde Afj-ontvangsten in die periode;
b. op de vijfentwintigste dag van iedere maand:
1. het verschil tussen de door de uitvoeringsinstelling voorlopig gerealiseerde Afj-uitgaven in de periode van de eerste tot en met de veertiende dag van de maand en de geraamde Afj-uitgaven over die periode; en
2. het verschil tussen de door de uitvoeringsinstelling voorlopig gerealiseerde Afj-ontvangsten in de periode van de eerste tot en met de veertiende dag van de vorige maand en de door de uitvoeringsinstelling geraamde Afj-ontvangsten in die periode;
c. op de laatste werkdag van iedere maand:
1. de door de uitvoeringsinstelling gerealiseerde Afj-uitgaven in de vorige maand verminderd met de voorlopig gerealiseerde Afj-uitgaven in die maand;
2. de door de uitvoeringsinstelling gerealiseerde Afj-ontvangsten in de vorige maand verminderd met de voorlopig gerealiseerde Afj-ontvangsten in die maand; en
3. de loonheffing die in de vorige maand op de betaalde Wajong-uitkeringen is ingehouden.

 

Art. 6.
-1. Het Lisv verstrekt aan de uitvoeringsinstelling ten laste van het Afz een voorschot:
a. op de eerste dag van iedere maand ter grootte van het bedrag van de door de uitvoeringsinstelling geraamde Afz-uitgaven, niet zijnde WAZ-maanduitkeringen, in de periode van de eerste tot en met de veertiende dag van de maand;
b. ter grootte van het bedrag van de door de uitvoeringsinstelling geraamde WAZ-maanduitkeringen:
- op de negende dag van iedere maand aan SFB Uitvoeringsorganisatie Sociale Verzekering NV, maar in de maand mei op de zevende dag van de maand;
- op de tiende dag van iedere maand aan Cadans Uitvoeringsinstelling Sociale Verzekeringen;
- op de elfde dag van iedere maand aan GUO Uitvoeringsinstelling BV;
- aan GAK Nederland BV, waarvan 50% op de zevende dag van iedere maand en 50% op de tiende dag van iedere maand; en
- aan het USZO op de dag waarop het USZO deze maanduitkeringen betaalbaar stelt;
c. op de vijftiende dag van iedere maand ter grootte van het bedrag van de door de uitvoeringsinstelling geraamde WAZ-uitgaven, niet zijnde WAZ-maanduitkeringen, in de periode van de vijftiende tot en met de laatste dag van de maand.
-2. Het Lisv ontvangt van de uitvoeringsinstelling ten gunste van het Afz een voorschot:
a. op de vijftiende dag van iedere maand ter grootte van het bedrag van de door de uitvoeringsinstelling geraamde Afz-ontvangsten in de periode van de eerste tot en met de veertiende dag van de maand;
b. op de laatste werkdag van iedere maand ter grootte van het bedrag van de door de uitvoeringsinstelling geraamde Afz-ontvangsten in de periode van de vijftiende tot en met de laatste dag van de maand.
-3. Het Lisv verrekent tussen het Afz en de uitvoeringsinstelling:
a. op de tiende dag van iedere maand:
1. het verschil tussen de door de uitvoeringsinstelling voorlopig gerealiseerde Afz-uitgaven in de periode van de vijftiende tot en met de laatste dag van de vorige maand en de door de uitvoeringsinstelling geraamde Afz-uitgaven in die periode; en
2. het verschil tussen de door de uitvoeringsinstelling voorlopig gerealiseerde Afz-ontvangsten in de periode van de vijftiende tot en met de laatste dag van de vorige maand en de door de uitvoeringsinstelling geraamde Afz-ontvangsten in die periode;
b. op de vijfentwintigste dag van iedere maand:
1. het verschil tussen de door de uitvoeringsinstelling voorlopig gerealiseerde Afz-uitgaven in de periode van de eerste tot en met de veertiende dag van de maand en de geraamde Afz-uitgaven over die periode; en
2. het verschil tussen de door de uitvoeringsinstelling voorlopig gerealiseerde Afz-ontvangsten in de periode van de eerste tot en met de veertiende dag van de vorige maand en de door de uitvoeringsinstelling geraamde Afz-ontvangsten in die periode;
c. op de laatste werkdag van iedere maand:
1. de door de uitvoeringsinstelling gerealiseerde Afz-uitgaven in de vorige maand verminderd met de voorlopig gerealiseerde Afz-uitgaven in die maand;
2. de door de uitvoeringsinstelling gerealiseerde Afz-ontvangsten in de vorige maand verminderd met de voorlopig gerealiseerde Afz-ontvangsten in die maand; en
3. de loonheffing die in de vorige maand op de betaalde WAZ-uitkeringen is ingehouden.

 

Art. 7.
-1. Het Lisv verstrekt aan de uitvoeringsinstelling ten laste van het Aok een voorschot:
a. op de eerste dag van iedere maand ter grootte van het bedrag van de door de uitvoeringsinstelling geraamde Aok-uitgaven, niet zijnde WAO-maanduitkeringen, in de periode van de eerste tot en met de veertiende dag van de maand;
b. ter grootte van het bedrag van de door de uitvoeringsinstelling geraamde WAO-maanduitkeringen:
- op de negende dag van iedere maand aan SFB Uitvoeringsorganisatie Sociale Verzekering NV, maar in de maand mei op de zevende dag van de maand;
- op de tiende dag van iedere maand aan Cadans Uitvoeringsinstelling Sociale Verzekeringen;
- op de elfde dag van iedere maand aan GUO Uitvoeringsinstelling BV;
- aan GAK Nederland BV, waarvan 50% op de zevende dag van iedere maand en 50% op de tiende dag van iedere maand; en
- aan het USZO op de dag waarop het USZO deze maanduitkeringen betaalbaar stelt;
c. op de vijftiende dag van iedere maand ter grootte van het bedrag van de door de uitvoeringsinstelling geraamde Aok-uitgaven, niet zijnde WAO-maanduitkeringen, in de periode van de vijftiende tot en met de laatste dag van de maand.
-2. Het Lisv ontvangt van de uitvoeringsinstelling ten gunste van het Aok een voorschot:
a. op de vierde dag van iedere maand ter grootte van het bedrag van de door de uitvoeringsinstelling geraamde Aok-ontvangsten in de periode van de eerste tot en met de vierde dag van de maand;
b. op de zevende dag van iedere maand ter grootte van het bedrag van de door de uitvoeringsinstelling geraamde Aok-ontvangsten in de periode van de vijfde tot en met de zevende dag van de maand;
c. op de vijftiende dag van iedere maand ter grootte van het bedrag van de door de uitvoeringsinstelling geraamde Aok-ontvangsten in de periode van de achtste tot en met de veertiende dag van de maand;
d. op de vijfentwintigste dag van iedere maand ter grootte van het bedrag van de door de uitvoeringsinstelling geraamde Aok-ontvangsten in de periode van de vijftiende tot en met de vijfentwintigste dag van de maand;
e. op de laatste werkdag van de maand ter grootte van het bedrag van de door de uitvoeringsinstelling geraamde Aok-ontvangsten in de periode van de zesentwintigste tot en met de laatste dag van de maand.
-3. Het Lisv verrekent tussen het Aok en de uitvoeringsinstelling:
a. op de tiende dag van iedere maand:
1. het verschil tussen de door de uitvoeringsinstelling voorlopig gerealiseerde Aok-uitgaven in de periode van de vijftiende tot en met de laatste dag van de vorige maand en de door de uitvoeringsinstelling geraamde Aok-uitgaven in die periode; en
2. het verschil tussen de door de uitvoeringsinstelling voorlopig gerealiseerde Aok-ontvangsten in de periode van de vijftiende tot en met de laatste dag van de vorige maand en de door de uitvoeringsinstelling geraamde Aok-ontvangsten in die periode;
b. op de vijfentwintigste dag van iedere maand:
1. het verschil tussen de door de uitvoeringsinstelling voorlopig gerealiseerde Aok-uitgaven in de periode van de eerste tot en met de veertiende dag van de maand en de door de uitvoeringsinstelling geraamde Aok-uitgaven in die periode; en
2. het verschil tussen de door de uitvoeringsinstelling voorlopig gerealiseerde Aok-ontvangsten in de periode van de eerste tot en met de veertiende dag van de vorige maand en de door de uitvoeringsinstelling geraamde Aok-ontvangsten in die periode;
c. op de laatste werkdag van iedere maand:
1. de door de uitvoeringsinstelling gerealiseerde Aok-uitgaven in de vorige maand verminderd met de voorlopig gerealiseerde Aok-uitgaven in die maand;
2. de door de uitvoeringsinstelling gerealiseerde Aok-ontvangsten in de vorige maand verminderd met de voorlopig gerealiseerde Aok-ontvangsten in die maand; en
3. de loonheffing die in de vorige maand op de betaalde WAO-uitkeringen is ingehouden.

 

Art. 7a.
-1. Het Lisv verstrekt aan de uitvoeringsinstelling ten laste van het Rf een voorschot:
a. op de eerste dag van iedere maand ter grootte van het bedrag van de door de uitvoeringsinstelling geraamde Rf-uitgaven in de periode van de eerste tot en met de veertiende dag van de maand verminderd met de door de uitvoeringsinstelling geraamde Rf-ontvangsten in die periode;
b. op de vijftiende dag van iedere maand ter grootte van het bedrag van de door de uitvoeringsinstelling geraamde Rf-uitgaven in de periode van de vijftiende tot en met de laatste dag van de maand verminderd met de door de uitvoeringsinstelling geraamde Rf-ontvangsten in die periode.
-2. Het Lisv verrekent tussen het Rf en de uitvoeringsinstelling:
a. op de tiende dag van iedere maand:
1. het verschil tussen de door de uitvoeringsinstelling voorlopig gerealiseerde Rf-uitgaven in de periode van de vijftiende tot en met de laatste dag van de vorige maand en de door de uitvoeringsinstelling geraamde Rf-uitgaven in die periode; en
2. het verschil tussen de door de uitvoeringsinstelling voorlopig gerealiseerde Rf-ontvangsten in de periode van de vijftiende tot en met de laatste dag van de vorige maand en de door de uitvoeringsinstelling geraamde Rf-ontvangsten in die periode;
b. op de vijfentwintigste dag van iedere maand:
1. het verschil tussen de door de uitvoeringsinstelling voorlopig gerealiseerde Rf-uitgaven in de periode van de eerste tot en met de veertiende dag van de maand en de door de uitvoeringsinstelling geraamde Rf-uitgaven in die periode; en
2. het verschil tussen de door de uitvoeringsinstelling voorlopig gerealiseerde Rf-ontvangsten in de periode van de eerste tot en met de veertiende dag van de maand en de door de uitvoeringsinstelling geraamde Rf-ontvangsten in die periode;
c. op de laatste werkdag van iedere maand:
1. de door de uitvoeringsinstelling gerealiseerde Rf-uitgaven in de vorige maand verminderd met de voorlopig gerealiseerde Rf-uitgaven in die maand;
2. de door de uitvoeringsinstelling gerealiseerde Rf-ontvangsten in de vorige maand verminderd met de voorlopig gerealiseerde Rf-ontvangsten in die maand.

 

 

HOOFDSTUK  4

Slotbepalingen

 

Art. 8.
Indien het bij koninklijke boodschap van 1 september 1997 ingediende voorstel van Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten tot wet wordt verheven, wordt dit besluit als volgt gewijzigd:
1. In artikel 1, onderdeel e, wordt "en de Aok-uitgaven" vervangen door: , de Aok- en de Rf-uitgaven;
2. In artikel 1, onderdeel f, wordt "en de Aok-ontvangsten" vervangen door: , de Aok- en de Rf-ontvangsten.
3. In artikel 1 wordt onder verlettering van de onderdelen j tot en met l tot onderdelen k tot en met m en van onderdeel m tot onderdeel o twee nieuwe onderdelen j en n ingevoegd:
j. de Rf-uitgaven: de verstrekte bedragen, bedoeld in artikel 43, eerste lid, onderdeel a tot en met h, Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten;
n. de Rf-ontvangsten: de ontvangen bedragen, bedoeld in artikel 42, eerste lid, onderdeel b, Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten;
4. Na artikel 7 wordt een nieuw artikel 7a ingevoegd:
Art. 7a.
-1. Het Lisv verstrekt aan de uitvoeringsinstelling ten laste van het Rf een voorschot:
a. op de eerste dag van iedere maand ter grootte van het bedrag van de door de uitvoeringsinstelling geraamde Rf-uitgaven in de periode van de eerste tot en met de veertiende dag van de maand verminderd met de door de uitvoeringsinstelling geraamde Rf-ontvangsten in die periode;
b. op de vijftiende dag van iedere maand ter grootte van het bedrag van de door de uitvoeringsinstelling geraamde Rf-uitgaven in de periode van de vijftiende tot en met de laatste dag van de maand verminderd met de door de uitvoeringsinstelling geraamde Rf-ontvangsten in die periode.
-2. Het Lisv verrekent tussen het Rf en de uitvoeringsinstelling:
a. op de tiende dag van iedere maand:
1. het verschil tussen de door de uitvoeringsinstelling voorlopig gerealiseerde Rf-uitgaven in de periode van de vijftiende tot en met de laatste dag van de vorige maand en de door de uitvoeringsinstelling geraamde Rf-uitgaven in die periode; en
2. het verschil tussen de door de uitvoeringsinstelling voorlopig gerealiseerde Rf-ontvangsten in de periode van de vijftiende tot en met de laatste dag van de vorige maand en de door de uitvoeringsinstelling geraamde Rf-ontvangsten in die periode;
b. op de vijfentwintigste dag van iedere maand:
1. het verschil tussen de door de uitvoeringsinstelling voorlopig gerealiseerde Rf-uitgaven in de periode van de eerste tot en met de veertiende dag van de maand en de door de uitvoeringsinstelling geraamde Rf-uitgaven in die periode; en
2. het verschil tussen de door de uitvoeringsinstelling voorlopig gerealiseerde Rf-ontvangsten in de periode van de eerste tot en met de veertiende dag van de maand en de door de uitvoeringsinstelling geraamde Rf-ontvangsten in die periode;
c. op de laatste werkdag van iedere maand:
1. de door de uitvoeringsinstelling gerealiseerde Rf-uitgaven in de vorige maand verminderd met de voorlopig gerealiseerde Rf-uitgaven in die maand;
2. de door de uitvoeringsinstelling gerealiseerde Rf-ontvangsten in de vorige maand verminderd met de voorlopig gerealiseerde Rf-ontvangsten in die maand.

 

Art. 9.
In 1998 evalueert het Lisv in overleg met de uitvoeringsinstellingen de toepassing van dit besluit.

 

Art.10.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1998.

 

 

     Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

Amsterdam, 10 december 1997.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

TOELICHTING
[10 december 1997]

 

Algemeen

 

     Ingevolge artikel 65, tweede lid, Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) kan het Lisv [zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.] nadere regels stellen omtrent hetgeen ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten (Afj) komt.
     Voorts kan het Lisv instructies geven aan de uitvoeringsinstellingen inzake de werkzaamheden met betrekking tot de voorbereiding en uitvoering van zijn besluiten die het Lisv aan de uitvoeringsinstellingen heeft opgedragen (artikel 43, vierde lid, onderdeel d, Osv 1997). Dit besluit sluit aan bij het besluit van het Lisv Besluit verrekeningen tussen de door het Lisv beheerde fondsen en de uitvoeringsinstellingen en afdrachten uitvoeringsinstellingen aan Ziekenfondsraad van 18 juni 1997 (Stcrt. 1997, 119 en 133) [zie voor Ziekenfondsraad: College voor zorgverzekeringen, red.]. Ook met het onderhavige besluit wordt beoogd de geldstromen tussen het Lisv en de uitvoeringsinstellingen zoveel mogelijk te laten aansluiten op de geldstromen tussen de uitvoeringsinstellingen en uitkeringsgerechtigden respectievelijk werkgevers.
     De verrekeningen vinden plaats in drie fasen:
- bevoorschotting van de geraamde uitgaven en ontvangsten;
- voorlopige afrekening van de voorlopig gerealiseerde uitgaven en ontvangsten;
- afrekening van de gerealiseerde uitgaven en ontvangsten.
     Voor de verrekeningsdata is aansluiting gezocht bij de verrekeningsdata voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds.
     Evenals in het verrekeningsbesluit van 18 juni 1997 is voorzien in een evaluatie in 1998. Daarbij zal tevens worden bezien of, en zo ja, in hoeverre harmonisatie mogelijk is in de data waarop het Lisv aan de uitvoeringsinstellingen de zogenoemde maanduitkeringen bevoorschot.

 

 

Artikelsgewijs

 

Artikel 1, onderdeel g, onder 1

     De bedragen, bedoeld in dit onderdeel, betreffen de Wajong-uitkeringen.

 

Artikel 1, onderdeel h, onder 1

     De bedragen, bedoeld in dit onderdeel, betreffen de WAZ-uitkeringen.

 

Artikel 1, onderdeel j

     De bedragen, bedoeld in dit onderdeel, betreffen:
- de vereveningsbijdragen (artikel 48 Wajong);
- de boeten (artikel 40 Wajong);
- de ontvangsten uit verhaal (artikel 61 Wajong).

 

Artikel 1, onderdeel k

     De bedragen, bedoeld in dit onderdeel, betreffen:
- de vereveningsbijdragen (artikel 56 WAZ);
- de boeten (artikel 48 WAZ);
- de ontvangsten uit verhaal (artikel 69 WAZ).

 

Artikel 1, onderdeel l

     De bedragen, bedoeld in dit onderdeel, betreffen:
- de gedifferentieerde premie (artikel 78, eerste lid) en de vervangende premie (artikel 78, zevende lid);
- de ontvangsten uit verhaal (artikelen 75a, vierde lid, 75b, vijfde lid, en 90 WAO);
- bedragen die werkgevers betalen, omdat zij degenen die recht hebben op een WAO-uitkering, zonder deugdelijke grond niet in de gelegenheid stellen hen passende arbeid te verrichten (artikel 46 WAO);
- de ontvangsten uit terugvordering (artikel 57 WAO);
- de bedragen die een werkgever verschuldigd is indien hij eigenrisicodrager wordt (artikel 78a WAO).

 

Artikelen 5, eerste lid, 6, eerste lid, en 7, eerste lid

     Het grootste deel van de Wajong-, WAZ- en WAO-uitkeringen wordt elke maand op een vooraf door de uitvoeringsinstelling bepaald tijdstip aan de uitkeringsgerechtigden betaald (hierna te noemen maanduitkeringen).
     Een klein gedeelte van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen wordt tussentijds aan de uitkeringsgerechtigden afgedragen. Het Lisv bevoorschot vanaf de datum waarop de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten in werking treedt de door de uitvoeringsinstelling geraamde tussentijdse arbeidsongeschiktheidsuitkeringen samen met de door de uitvoeringsinstelling geraamde re´ntegratie-uitkeringen op twee data in de maand: de eerste en de vijftiende.
     Het Lisv bevoorschot de door de uitvoeringsinstelling geraamde maanduitkeringen op de zevende, de negende, de tiende en de elfde van iedere maand. Dit is afhankelijk van de datum waarop de uitvoeringsinstelling de maanduitkeringen aan de uitkeringsgerechtigden betaalt. In afwijking van het voorgaande bevoorschot het Lisv het USZO de door deze geraamde maanduitkeringen op die dag van de maand waarop het USZO deze uitkeringen betaalbaar stelt. Deze dag kan per maand variŰren.

 

Artikelen 5, tweede lid, 6, tweede lid, en 7, tweede lid

     De uitvoeringsinstellingen bevoorschotten het Lisv voor de door hen geraamde ontvangsten in het kader van Wajong, WAZ en WAO op de vierde, de zevende, de vijftiende, de vijfentwintigste en de laatste werkdag van de maand.

 

Artikelen 5, derde lid, 6, derde lid, en 7, derde lid

     Op de tiende en de vijfentwintigste van de maand verrekent het Lisv het verschil tussen de voorlopig gerealiseerde uitgaven en ontvangsten en de geraamde uitgaven respectievelijk ontvangsten; op de laatste werkdag verrekent het Lisv het verschil tussen de gerealiseerde uitgaven en ontvangsten en de voorlopig gerealiseerde uitgaven respectievelijk ontvangsten.
     Ook betaalt het Lisv op de laatste werkdag van de maand aan de uitvoeringsinstellingen de loonheffing die in de vorige maand op de betaalde uitkeringen is ingehouden.

 

Artikel 8

     Indien de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten in werking treedt, vinden er ook verrekeningen plaats tussen het Re´ntegratiefonds en de uitvoeringsinstellingen.
     Deze verrekeningen volgen de systematiek voor de verrekeningen inzake het Afj, het Afz en de Aok, zij het dat de voor het Re´ntegratiefonds geraamde ontvangsten in mindering worden gebracht op de geraamde uitgaven. Bij de andere fondsen ontvangt het Lisv op vijf werkdagen een voorschot voor de geraamde ontvangsten.

 

Artikel 8, onder 3

     De hier bedoelde uitgaven betreffen:
- subsidies voor kosten van voorzieningen voor de eigen arbeid van de arbeidsgehandicapte werknemer (artikel 15 Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten (Wet Rea));
- herplaatsings- en plaatsingsbudgetten (artikelen 16 en 17 Wet Rea);
- pakketten op maat (artikel 18 Wet Rea);
- voorzieningen (artikelen 22 en 31 Wet Rea);
- re´ntegratie-uitkeringen bij proefplaatsing en scholing (artikel 23 Wet Rea);
- toelagen voor arbeidsgehandicapte zelfstandigen (artikel 28 Wet Rea);
- inkomenssuppleties voor arbeidsgehandicapte zelfstandigen (artikel 29 Wet Rea);
- starterskrediet zelfstandigen (artikel 30 Wet Rea);
- loonsuppleties (artikel 32 Wet Rea);
- persoonsgebonden re´ntegratiebudgetten (artikel 33 Wet Rea);
- bonusuitkeringen aan uitvoeringsinstellingen indien zij een arbeidsgehandicapte in een dienstbetrekking plaatsen (artikel 40 Wet Rea);
- uitkeringen, bedoeld in artikel 29b Ziektewet, en de daarover verschuldigde premies die niet op deze uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht.

 

Artikel 8, onder 4

     De hier bedoelde ontvangsten betreffen:
- teruggevorderde subsidies als bedoeld in artikel 15 Wet Rea, herplaatsings- en plaatsingsbudgetten, pakketten op maat (artikel 21 Wet Rea);
- teruggevorderde voorzieningen als bedoeld in de artikelen 22 en 31 Wet Rea.

 

Artikel 9

     Aangezien het besluit verschillende wijzigingen aanbrengt in de verrekeningssystematiek, wordt de toepassing van dit besluit in 1998 geŰvalueerd. In deze evaluatie zal ook aandacht worden besteed aan de verschillende betaaldata van de zogenoemde maanduitkeringen. Bezien zal worden of hierin harmonisatie mogelijk is.

 

Amsterdam, 10 december 1997.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wet Wajong | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

ę Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x