Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

             


vorige

Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 19 november 2004

 

REGELING  HERZIENING  ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSUITKERING  ZONDER  WACHTTIJD

Vervallen ¹
m.i.v. 22 september 2004
(art. XV,g Si04)

 
 

28 januari 1999, Stcrt. 1999, 27
Inwerkingtreding: 1 januari 1998
(T.a.v. artt. 39:1d WAO, 15:1d WAZ en 14:1d Wajong)

 

 

1. Laatstelijk gewijzigd, terugwerkend naar 1 januari 2004, bij Regeling van 12 november 2004 tot wijziging van enige regelingen in verband met de Wet verlenging loondoorbetalingsverplichting bij ziekte 2003 (Stcrt. 2004, 222), red.

 

 

 
28 januari 1999/nr. SV/WV/99/1193
Directie Sociale Verzekeringen

     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst;
     Gelet op artikel 39, eerste lid, onderdeel d, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 15, eerste lid, onderdeel d, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en op artikel 14, eerste lid, onderdeel d, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
b. WAZ: Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;
c. Wajong: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
d. belanghebbende:
1º. belanghebbende in de zin van de WAO;
2º. verzekerde in de zin van de WAZ;
3º. jonggehandicapte in de zin van de Wajong.

 

Art. 2. Herziening uitkering bij toename arbeidsongeschiktheid
Ter zake van toeneming van de arbeidsongeschiktheid vindt herziening van een arbeidsongeschiktheidsuitkering steeds plaats zodra de toeneming van de arbeidsongeschiktheid intreedt:
a. binnen vier weken na afloop van de in artikel 37, eerste lid, van de WAO, artikel 13, eerste lid, van de WAZ of artikel 12, eerste lid, van de Wajong bedoelde periode van 104 weken respectievelijk 52 weken en de arbeidsongeschiktheid van de belanghebbende bij afloop van die periode niet meer was toegenomen;
b. binnen vier weken na afloop van de in het artikel 38, eerste lid, van de WAO, artikel 14, eerste lid, van de WAZ of artikel 13, eerste lid, van de Wajong bedoelde periode van vier weken en de arbeidsongeschiktheid van de belanghebbende bij afloop van die periode niet meer was toegenomen.

 

Art. 3. Geen herziening uitkering bij toename arbeidsongeschiktheid
-1. De in artikel 2, onderdeel a, bedoelde herziening op grond van de WAO heeft niet plaats indien de belanghebbende bij de aanvang van de in dat onderdeel bedoelde periode van 104 weken niet verzekerd is op grond van de WAO en de op die periode betrekking hebbende toeneming van de arbeidsongeschiktheid kennelijk is voortgekomen uit een andere oorzaak dan die waaruit de ongeschiktheid ter zake waarvan uitkering wordt genoten, is voortgekomen.
-2. De in artikel 2, onderdeel a, bedoelde herziening op grond van de WAZ dan wel de Wajong heeft niet plaats indien de op die periode betrekking hebbende toeneming van de arbeidsongeschiktheid kennelijk is voortgekomen uit een andere oorzaak dan die waaruit de ongeschiktheid ter zake waarvan uitkering wordt genoten, is voortgekomen.

 

Art. 3a. Overgangsbepaling
Indien op de belanghebbende in verband met de toeneming van de arbeidsongeschiktheid, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, artikel 37, eerste lid, van de WAO van toepassing is, zoals dat luidde op 31 december 2003, wordt in de artikelen 2 en 3 voor "104 weken respectievelijk 52 weken" respectievelijk "104 weken" gelezen: 52 weken.

 

Art. 4. Intrekking
De Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken van 10 september 1976, nr. 54097, Directoraat-Generaal voor de Sociale Voorzieningen, Stafafdeling B.O., houdende aanwijzing van gevallen waarin ter zake van toeneming van arbeidsongeschiktheid de uitkering onmiddellijk wordt herzien (Stcrt. 1976, 179), wordt ingetrokken.

 

Art. 5. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1998.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

’s-Gravenhage, 28 januari 1999.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst.

 

 

 

TOELICHTING
[28 januari 1998]

 

     De bestaande ministeriële regeling op grond van artikel 29, eerste lid, onderdeel d, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet en artikel 39, eerste lid, onderdeel d, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) behoeft aanpassing als gevolg van de inwerkingtreding van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en de hieraan gekoppelde intrekking van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet. Gelet op de hoeveelheid benodigde wijzigingen is gekozen voor het opstellen van een geheel nieuwe regeling. In verband hiermee wordt de Regeling van 10 september 1976, Stcrt. 1976, 179, ingetrokken.
     Deze regeling komt vrijwel geheel overeen met de Regeling van 10 september 1976, Stcrt. 1976, 179, met dien verstande dat hetgeen geregeld was in het oude artikel 1, onderdeel b, is komen te vervallen. In de huidige regeling kan zich namelijk de situatie niet meer voordoen dat in verband met aanspraak op ziekengeld krachtens de Ziektewet geen recht op herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering bestaat. Zie hiervoor de Wet van 26 februari 1992, Stb. 1992, 82, die mede voorzag in het schrappen van de zinsnede in artikel 27, eerste volzin, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, luidende: "echter niet zolang de belanghebbende aanspraak heeft op ziekengeld krachtens de Ziektewet".

 

Artikel 2

     Dit artikel regelt dat herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering steeds plaatsvindt, zodra de toeneming van de arbeidsongeschiktheid intreedt, indien deze intreedt binnen vier weken na afloop van de wachttijd van onafgebroken 52 weken bij een arbeidsongeschiktheid van minder dan 45% dan wel binnen vier weken na afloop van de wachttijd van onafgebroken vier weken bij een arbeidsongeschiktheid van ten minste 45%. Voor de toepassing hiervan dient de arbeidsongeschiktheid van de belanghebbende bij afloop van die wachttijd niet meer te zijn toegenomen.

 

Artikel 3

     Dit artikel regelt de situatie dat herziening als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, niet plaatsvindt indien de belanghebbende bij de aanvang van de wachttijd van 52 weken niet verzekerd was op grond van de WAO en de toeneming van de arbeidsongeschiktheidsuitkering is voortgekomen uit een andere oorzaak. Een vergelijkbare regeling is getroffen voor de WAZ en de Wajong.

 

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x