Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2005

 

REGELING  ONTHEFFING  GARANTIEPLICHT  WAO  OVERHEIDSWERKGEVERS

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2006
(art. 3, onderdeel H, Iwfsv)

 
 

17 december 1997, Stcrt. 1997, 249
Inwerkingtreding: 31 december 1997
(T.a.v. art. 75:1 WAO)

 

 

 

 
REGELING houdende aanwijzing van overheidswerkgevers die geen garantie behoeven over te leggen als bedoeld in artikel 75, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering

17 december 1997/nr. SV/WV/97/5259
Directie Sociale Verzekeringen

     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Handelende in overeenstemming met de Minister van FinanciŽn;
     Gelet op artikel 75, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering:

     Besluit:

 

 

Art. 1.
Als werkgever, bedoeld in artikel 75 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, worden aangewezen:
a. de Koning, ten aanzien van door hem in dienst genomen overheidswerknemers die bij de Koninklijke Hofhouding werkzaam zijn en uit dien hoofde onder de Pensioenregeling van de Stichting tot verzorging van de pensioenen van het personeel van de Koninklijke Hofhouding van het Huis van Oranje-Nassau vallen;
b. het Rijk, de provincies, de gemeenten en de waterschappen;
c. rechtspersonen, anders dan bedoeld in onderdeel b, die:
1ļ. bij of krachtens de wet zijn ingesteld; en
2ļ. overheidswerknemers rechtstreeks ten laste van de rechtspersoon bezoldigen of belonen.

 

Art. 2.
Deze regeling treedt in werking met ingang van het tijdstip dat de Aanpassingswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen in werking treedt en werkt terug tot en met 1 oktober 1997.

 

Art. 3.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling ontheffing garantieplicht WAO overheidswerkgevers.

 

 

ís-Gravenhage, 17 december 1997
De Staatssecretaris voornoemd,
F.H.G. de Grave.

 

 

 

TOELICHTING
[17 december 1997]

 

     Indien een werkgever eigenrisicodrager wil worden in de zin van de WAO, dient hij aan het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) [zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.] een schriftelijke garantie over te leggen van een kredietinstelling of een verzekeraar. In die garantie stelt de kredietinstelling of verzekeraar zich borg voor, kort gezegd, de verplichtingen die een werkgever heeft uit hoofde van het eigenrisico dragen. Deze garantie strekt ertoe zeker te stellen dat indien een werkgever zijn verplichtingen (het betalen van WAO-uitkeringen) niet nakomt, geen afwenteling op het Algemeen arbeidsongeschiktheidsfonds plaatsvindt, maar dat het Lisv deze uitkeringskosten kan verhalen op de garant.
     Voor een aantal categorieŽn overheidswerkgevers ligt het verlangen van bedoelde schriftelijke garantie niet in de rede, omdat het niet voorstelbaar is dat zij in betalingsonmacht zullen komen te verkeren en de verplichting van een garantie derhalve niet doelmatig is. Voor hen geldt dat zij ontheven kunnen worden van de verplichting zoín garantie over te leggen. Het betreft op grond van dit besluit - kort gezegd - de overheidswerkgevers van personeel dat werkzaam is in de sectoren Rijk, Defensie en Rechterlijke Macht, dan wel bij de Koninklijk Hofhouding in dienst is genomen en uit dien hoofde onder haar pensioenregeling valt.
     In de toelichting bij de Aanpassingswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen is reeds aangegeven dat de gedachten uitgingen naar overheidswerkgevers die deel uitmaken van de Staat. Deze gedachte is geconcretiseerd in de eis dat het moet gaan om overheidswerkgevers in de sectoren Defensie en Rechterlijk Macht en Rijk. In het laatste geval moet de overheidswerkgever wel rechtstreeks ten laste van de rijksbegroting worden gefinancierd. Ook de werkgever van personeel dat werkzaam is bij de Koninklijke Hofhouding behoeft geen garantie over te leggen.
     De onderhavige regeling werkt terug tot en met 1 oktober 1997. Dit is eveneens het geval bij artikel 75, eerste lid, WAO. Dit is geschied om buiten twijfel te stellen dat aanvragen voor het eigen risico dragen die vůůr 1 oktober 1997 zijn ingediend, maar waar geen garantie was bijgevoegd, in het geval van bedoelde overheidswerkgevers in behandeling kunnen worden genomen en gehonoreerd.

 

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
F.H.G. de Grave.

 

 

 

 

WIJZIGING  REGELING  ONTHEFFING  GARANTIEPLICHT  WAO  OVERHEIDSWERKGEVERS
 
 

29 maart 2000, Stcrt. 2000, 64
Inwerkingtreding: 1 april 2000
(T.a.v. art. 75:1 WAO)

 

 

29 maart 2000/nr. SV/WV/00/19845
Directie Sociale Verzekeringen

     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst, handelende in overeenstemming met de Minister van FinanciŽn;
     Gelet op artikel 75, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;

     Besluit:

 

 

Art. I.
Artikel 1 van de Regeling ontheffing garantieplicht WAO overheidswerkgevers wordt vervangen door:
Art. 1.
Als werkgever, bedoeld in artikel 75 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, worden aangewezen:
a. de Koning, ten aanzien van door hem in dienst genomen overheidswerknemers die bij de Koninklijke Hofhouding werkzaam zijn en uit dien hoofde onder de Pensioenregeling van de Stichting tot verzorging van de pensioenen van het personeel van de Koninklijke Hofhouding van het Huis van Oranje-Nassau vallen;
b. het Rijk, de provincies, de gemeenten en de waterschappen;
c. rechtspersonen, anders dan bedoeld in onderdeel b, die:
1ļ. bij of krachtens de wet zijn ingesteld; en
2ļ. overheidswerknemers rechtstreeks ten laste van de rechtspersoon bezoldigen of belonen.

 

Art. II.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

Ďs-Gravenhage, 29 maart 2000.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst.

 

 

 

TOELICHTING
[29 maart 2000]

 

Algemeen

 

     Op grond van artikel 75, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) verleent het Landelijk instituut sociale verzekeringen [zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.] aan een werkgever onder de bepaalde voorwaarden toestemming om het risico van betaling van de arbeidsongeschiktheidsuitkering zelf te dragen. Tot deze voorwaarden behoort het overleggen van een schriftelijke garantie van een kredietinstelling of van een verzekeraar, waarin de kredietinstelling of de verzekeraar zich borg stelt voor de verplichtingen die een werkgever uit hoofde van het dragen van het eigen risico heeft.
     Voor bepaalde overheidswerkgevers ligt het vragen van een schriftelijke garantie niet in de rede, omdat het niet voorstelbaar is dat zij in betalingsonmacht zullen komen te verkeren. Ten aanzien van deze overheidswerkgevers voorziet de Regeling ontheffing garantieplicht WAO overheidswerkgevers in ontheffing van de schriftelijke garantieverplichting. De voorliggende wijziging van de Regeling ontheffing garantieplicht WAO overheidswerkgevers strekt ertoe om de groep overheidswerkgevers door wie de schriftelijke garantie niet hoeft te worden overgelegd, in belangrijke mate uit te breiden. Het is vooralsnog niet mogelijk alle overheidswerkgevers vrij te stellen van het vragen van een schriftelijke garantie nu het privaatrechtelijke deel van de overheid (te weten: de privaatrechtelijke rechtspersonen die krachtens aanwijzing van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties deelnemen aan de Stichting Pensioenfonds ABP, ook wel de B3-lichamen genoemd) [ABP: Algemeen burgerlijk pensioenfonds, red.] niet gevrijwaard is van faillissement. Gelet op dit faillissementsrisico is de regering van plan te onderzoeken of er aanleiding bestaat om B3-lichamen onder te brengen in het WW-premiesysteem. De consequenties hiervan zullen in de loop van het jaar 2000 worden onderzocht. Indien het eigen risico dragen WW is beperkt tot die overheidswerkgevers die geen faillissementsrisico lopen, kan bekeken worden of de regeling voor eigenrisicodragers WAO hierbij kan aansluiten.

 

 

Artikelsgewijs

 

Artikel I

     Op grond van het nieuwe artikel 1, onderdeel a, van de Regeling ontheffing garantieplicht WAO overheidswerkgevers hoeft de schriftelijke garantie, bedoeld in artikel 75, eerste lid, van de WAO, niet te worden overgelegd door de Koning, ten aanzien van overheidswerknemers die werkzaam zijn bij de Koninklijke Hofhouding en uit dien hoofde onder de Pensioenregeling van de Stichting tot verzorging van de pensioenen van het personeel van de Koninklijke Hofhouding van het Huis van Oranje-Nassau vallen.
     Deze vrijstelling komt inhoudelijk geheel overeen met de vrijstelling die voorheen in artikel 1, onderdeel d, van de Regeling ontheffing garantieplicht WAO overheidswerkgevers was opgenomen.
     In het nieuwe het artikel 1, onderdeel b, van de Regeling ontheffing garantieplicht WAO overheidswerkgevers is bepaald dat de schriftelijke garantie, bedoeld in artikel 75, eerste lid, van de WAO, eveneens niet hoeft te worden overgelegd door Rijk, de provincies, de gemeenten en de waterschappen. In het oude artikel 1 van de Regeling ontheffing garantieplicht WAO overheidswerkgevers was het Rijk al ontheven van de schriftelijke garantieverplichting, zij het dat deze ontheffing was geclausuleerd. De ontheffing van het Rijk gold slechts ten aanzien van personen werkzaam in de sectoren Rijk, Rechterlijke Macht en Defensie. De desbetreffende beperkingen zijn geschrapt; de ontheffing omvat thans alle personen die tot het Rijk in dienstbetrekking staan. Verder zijn nu ook de provincies, de gemeenten en de waterschappen ontheven van de schriftelijke garantieverplichting. Ook van deze openbare lichamen is het niet aannemelijk dat zij bij het dragen van het eigen risico in betalingsonmacht zullen komen te verkeren. De wettelijke bepalingen aangaande de financiŽn van provincies, gemeenten en waterschappen (titel IV van de Provinciewet; titel IV van de Gemeentewet en titel IV van de Waterschapswet), alsmede aangaande het toezicht op het bestuur van deze openbare lichamen (titel V van de Provinciewet; titel V van de Gemeentewet en titel V van de Waterschapswet), bieden voor de solvabiliteit voldoende waarborgen.
     Op grond van het nieuwe artikel 1, onderdeel c, van de Regeling ontheffing garantieplicht WAO overheidswerkgevers hoeven ook rechtspersonen die bij of krachtens de wet zijn ingesteld en overheidswerkgever als bedoeld in artikel 1, onderdeel k, van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen zijn, geen schriftelijke garantie meer te overleggen. Tot deze rechtspersonen behoren, onder meer, de regioís, bedoeld in de Politiewet 1993, alsmede openbare lichamen als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen. Het criterium "instelling bij of krachtens de wet", opgenomen in artikel 1, onderdeel b, onder 1ļ, van de Regeling ontheffing garantieplicht WAO overheidswerkgevers, biedt voldoende zekerheid dat deze rechtspersonen in staat zullen zijn om het risico van betaling van de arbeidsongeschiktheidsuitkering zelf te dragen. Bij het in artikel 1, onderdeel b, onder 2ļ, van de Regeling ontheffing garantieplicht WAO overheidswerkgevers opgenomen criterium dat de betreffende rechtspersoon "overheidswerknemers rechtstreeks ten laste van de rechtspersoon bezoldigen of belonen", is aangesloten bij de definitie van "overheidswerkgever", zoals deze definitie in artikel 1, onderdeel k, van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen is gegeven.

 

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x