Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
Nadere regelgeving
Bijgewerkt naar laatste editie Staatsblad/Staatscourant

 

REGELING  PROCESGANG  EERSTE  EN  TWEEDE  ZIEKTEJAAR ¹
 
 

25 maart 2002, Stcrt. 2002, 60
Inwerkingtreding: 1 april 2002
(T.a.v. artt. 25:2 en 25:7 Wet WIA, 71a:2 en 71a:7 WAO en 38:5 ZW)
(Zie ook: Bbp, Bvhr en Bvlp)

 

1. Redactie: ingevolge artikel I, onderdeel C, van de Regeling van 26 oktober 2004 tot wijziging van de Regeling procesgang eerste ziektejaar in verband met de Wet verlenging loondoorbetalingsverplichting bij ziekte 2003 (Stcrt. 2004, 213) is de Regeling procesgang eerste ziektejaar voorzien van een nieuwe citeertitel, luidende: Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar.

 

 

 

 
25 maart 2002/nr. SV/A&L/2002/23286
Directie Sociale Verzekeringen

     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst;
     Gelet op artikel 71a, tweede lid en zevende lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. arbodienst: een dienst als bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet;
b. bedrijfsarts: de persoon, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet, die belast is met de bijstand, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van die wet;
c. plan van aanpak: het plan van aanpak, bedoeld in artikel 71a, tweede lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en artikel 25, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
d. werkgever: een werkgever als bedoeld in artikel 71a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en artikel 25, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
e. werknemer: een werknemer als bedoeld in artikel 71a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de verzekerde, bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
f. UWV: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

 

Art. 2. Gegevensverstrekking aan de bedrijfsarts of de arbodienst
-1. De werkgever verstrekt aan de bedrijfsarts of de arbodienst tijdig alle noodzakelijke gegevens met betrekking tot het ziekteverzuim van zijn werknemers, teneinde de bedrijfsarts of arbodienst in staat te stellen de bijstand, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van de Arbeidsomstandighedenwet en in deze regeling, naar behoren te verrichten.
-2. De werkgever verlangt indien er naar de verwachting van de bedrijfsarts of de arbodienst sprake is van dreigend langdurig ziekteverzuim, binnen zes weken na de eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid een oordeel van de bedrijfsarts of de arbodienst over het desbetreffende ziektegeval.
-3. De werkgever verlangt onverwijld een oordeel van de bedrijfsarts of de arbodienst als bedoeld in het tweede lid indien eerst na zes weken blijkt dat het ziekteverzuim naar de verwachting van de bedrijfsarts of de arbodienst langdurig dreigt te zijn.

 

Art. 3. Houden van aantekening
Indien er op enig moment gedurende de ziekte van de werknemer naar de verwachting van de bedrijfsarts of de arbodienst sprake is van dreigend langdurig ziekteverzuim, houdt de werkgever aantekening als bedoeld in artikel 71a, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of artikel 25, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en legt hij in ieder geval alle gegevens, documenten en correspondentie vast die betrekking hebben op het verloop van het ziekteverzuim, het aantal feitelijk gewerkte uren en de op grond van deze regeling ondernomen activiteiten.

 

Art. 4. Het plan van aanpak
-1. Indien uit het oordeel van de bedrijfsarts of de arbodienst, bedoeld in artikel 2, tweede of derde lid, blijkt dat er nog mogelijkheden zijn om de terugkeer naar arbeid van de werknemer te bevorderen, stelt de werkgever in overeenstemming met de werknemer binnen twee weken na het oordeel een plan van aanpak op.
-2. Het plan van aanpak, bedoeld in het eerste lid, omvat in ieder geval:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x