Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2008

 

REGELING  SUBSIDIEPLAFOND  EN  TIJDSTIP  INDIENING  AANVRAAG  BRUGBANEN  UITKERINGSGERECHTIGDEN

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2009
(art. 2 Besluit van 29 december 2008, Stb. 2008, 591)

 
 

22 februari 2008, Stcrt. 2008, 41
Inwerkingtreding: 29 februari 2008
(T.a.v. art. 2:8 Tbbh)

 

 

 

 
REGELING van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 22 februari 2008, nr. SV/R&S/08/4679, houdende een subsidieplafond en regels omtrent het tijdstip van het indienen van een aanvraag met betrekking tot brugbanen voor uitkeringsgerechtigden

     De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op artikel 2, achtste lid, van het Tijdelijk besluit brugbanen herbeoordeelden;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
Het subsidieplafond, bedoeld in artikel 2, achtste lid, van het Tijdelijk besluit brugbanen herbeoordeelden, bedraagt voor de periode 29 februari 2008 tot en met 31 december 2010 €|48,6 miljoen.

 

Art. 2.
Indien de dienstbetrekking, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Tijdelijk besluit brugbanen herbeoordeelden, is aangegaan alvorens een aanvraag om subsidie voor loonkosten met betrekking tot die dienstbetrekking wordt ingediend, wordt de aanvraag om subsidie uiterlijk binnen drie maanden na de eerste dag van het verrichten van arbeid ingediend.

 

Art. 3.
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Tijdelijk besluit brugbanen herbeoordeelden in werking treedt.¹

1. Ingevolge artikel 5 van dat besluit is het Tijdelijk besluit brugbanen herbeoordeelden in werking getreden met ingang van 29 februari 2008, red.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

Den Haag, 22 februari 2008.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.P.H. Donner
.

 

 

 

TOELICHTING
[22 februari 2008]

 

Artikel 1

     Dit besluit [lees: deze regeling, red.] voorziet in artikel 1 in de vaststelling van een subsidieplafond voor de uitvoering van het Tijdelijk besluit brugbanen herbeoordeelden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid die het Tijdelijk besluit brugbanen herbeoordeelden biedt om bij ministeriële regeling een subsidieplafond vast te stellen.
     De hoogte van het plafond is bepaald op €|48,6 miljoen. Hiertoe is aangesloten bij het budget dat in de nota van toelichting bij het Tijdelijk besluit brugbanen herbeoordeelden is genoemd. Het gaat hierbij om de kosten van de subsidie zelf ten behoeve van herbeoordeelden die nog een uitkering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) ontvangen.
     Er is voor gekozen om een subsidieplafond te stellen voor de duur van meerdere jaren (29 februari 2008 tot en met 31 december 2010). Hiermee wordt voorkomen dat steeds per jaar een afzonderlijk plafond moet worden vastgesteld en kunnen de middelen voor de brugbanen worden ingezet op het moment dat dit het meest effectief is.
     Dit besluit [lees: deze regeling, red.] treedt in werking op dezelfde datum als het Tijdelijk besluit brugbanen herbeoordeelden. Het subsidieplafond geldt tot de datum van 31 december 2010. Voor het jaar 2010 zijn op grond van de gemaakte ramingen immers nog middelen beschikbaar, Hierdoor is er voldoende uitloop ten opzichte van het tijdstip waarop de herbeoordelingsoperatie eindigt (begin 2009). Een zekere uitloop is gewenst om herbeoordeelden die nog geen werk hebben met behulp van een brugbaan aan de slag te helpen.

 

Artikel 2

     Op grond van artikel 2, eerste lid, van het Tijdelijk besluit brugbanen herbeoordeelden kan loonkostensubsidie ook worden verstrekt als de dienstbetrekking reeds is aangevangen. Dit blijkt uit de zinsnede "of is aangegaan" in genoemd artikellid. Hierdoor hoeven werkgevers niet te wachten op de toekenning van de loonkostensubsidie met het in dienst nemen van de werknemer. Artikel 2 van deze regeling voorziet in een termijn waarbinnen een aanvraag om subsidie in die situatie moet zijn ingediend. Deze termijn bedraagt drie maanden na de eerste dag van het verrichten van arbeid. Dit moet als een redelijke termijn worden beschouwd waarbinnen een werkgever een aanvraag moet kunnen hebben ingediend bij het UWV.

 

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.P.H. Donner
.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x