Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 30 september 2004

 

BESLUIT  AFWIJKING  HERBEOORDELINGSTERMIJNEN  WAO,  WAZ  EN  WAJONG  2003

Vervallen
m.i.v. 1 oktober 2004
(Wet van 9 juli 2004, Stb. 2004, 416)

 
 

12 december 2003, Stcrt. 2004, 42
Inwerkingtreding: 4 maart 2004
(T.a.v. artt. 34:7 en 36:3 WAO, 12:3 en 35:7 WAZ, 11:3 en 28:7 Wajong,
XVIII:1 Wet TBA en XXI:1 en XXVII:1 Inga)

 

 

 

 
     Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
     Gelet op de artikelen 34, zevende lid, en 36, derde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 12, derde lid, en 35, zevende lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, 11, derde lid, en 28, zevende lid, Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, XVIII, eerste lid, van de Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen, XXI, eerste lid, en XXVII, eerste lid, van de Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
b. WAZ: Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;
c. Wajong: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
d. UWV: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
e. belanghebbenden: degenen die recht hebben op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de WAO, de WAZ of de Wajong;
f. eerstejaarsherbeoordeling: het verzekeringsgeneeskundig onderzoek en arbeidsdeskundig onderzoek naar de aanwezigheid van gronden voor herziening of intrekking van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in de artikelen 36, tweede lid, van de WAO, 12, tweede lid, van de WAZ en 11, tweede lid, van de Wajong;
g. vijfdejaarsherbeoordeling: het verzekeringsgeneeskundig onderzoek en arbeidsdeskundig onderzoek naar de mate van arbeidsongeschiktheid van een belanghebbende naar aanleiding van een aanvraag tot voortzetting van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, bedoeld in de artikelen 34 van de WAO, 35 van de WAZ en 28 van de Wajong.

 

Art. 2. Groep belanghebbenden
Ten aanzien van belanghebbenden waarvan is vastgesteld dat hun mogelijkheden om te functioneren, zoals bedoeld in artikel 3, tweede en derde lid, van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten, ongewijzigd zijn, worden met betrekking tot de eerstejaarsherbeoordeling en vijfdejaarsherbeoordeling afwijkende termijnen gehanteerd.

 

Art. 3. Eerstejaarsherbeoordeling
De termijn, genoemd in artikel 36, tweede lid, van de WAO, en het tijdvak, genoemd in de artikelen 12, tweede lid, van de WAZ en 11, tweede lid, van de Wajong, gelden niet ten aanzien van de in artikel 2 bedoelde groep belanghebbenden.

 

Art. 4. Vijfdejaarsherbeoordeling
De termijn, bedoeld in artikel 34 van de WAO en artikel XVIII, eerste lid, van de Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen, en het tijdvak, bedoeld in artikel 35 van de WAZ en 28 van de Wajong, artikel XXI Ļ, eerste lid, en XXVII, eerste lid, van de Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen, worden voor vijf jaar verlengd ten aanzien van de in artikel 2 bedoelde groep belanghebbenden.

1. Volgens de redactie dient "en 28 van de Wajong, artikel XXI" te worden vervangen door: , 28 van de Wajong, XXI.

 

Art. 5. Vooronderzoek
-1. Naar de ongewijzigde mogelijkheden om te functioneren zoals bedoeld in artikel 2 wordt vooronderzoek verricht door of onder verantwoordelijkheid van een verzekeringsgeneeskundige en omvat in elk geval een beoordeling aan de hand van een door belanghebbende ingevuld vragenformulier en dossieronderzoek.
-2. Indien de belanghebbende jonggehandicapte is en het opvragen van actuele gegevens via een vragenformulier bij de belanghebbende zelf niet zinvol wordt geacht, kan het UWV daarvan afzien.

 

Art. 6. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 2003.

 

Art. 7. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit afwijking herbeoordelingstermijnen WAO, WAZ en Wajong 2003.

 

 

     Dit besluit zal, na goedkeuring door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Ļ, met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

1. Goedkeuring is verleend bij Besluit van 23 februari 2004, Stcrt. 2004, 42, red.

 

Amsterdam, 12 december 2003.
T.H.J. Joustra, voorzitter Raad van bestuur
.

 

 

 

TOELICHTING
[12 december 2003]

 

Algemeen

 

     Met betrekking tot herbeoordelingen geven de artikelen 34, zevende lid, en 36, derde lid, WAO en de artikelen 12, derde lid, en 35, zevende lid, WAZ en de artikelen 11, derde lid, en 28, zevende lid, Wajong het UWV de bevoegdheid om ten aanzien van bepaalde groepen arbeidsongeschikten te bepalen dat geen termijn geldt dan wel een termijn zal gelden die afwijkt van de in de eerder genoemde artikelen vermelde termijn. Een dergelijk besluit behoeft de goedkeuring van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
     De Sociale Verzekeringsraad heeft met betrekking tot de eerstejaarsherbeoordelingen het Besluit afwijking eerste herbeoordelingstermijn getroffen. Op grond van dit besluit wordt de eerstejaarsherbeoordeling voor bepaalde groepen verzekerden uitgesteld naar een later tijdstip of vindt deze in het geheel niet plaats. Dit besluit (thans een UWV-besluit) blijft van kracht. Voor de verzekerden die onder het Besluit afwijking eerste herbeoordelingstermijn vallen is bijgaand besluit niet van toepassing met betrekking tot de eerstejaarsherbeoordeling.
     De behoefte van het UWV om voor herbeoordelingen die niet kansrijk zijn af te wijken van de wettelijke termijnen is ontstaan uit de wens van het UWV om capaciteit aan medewerkers alleen in te zetten in de situaties waarin dit een wijzigend effect kan hebben op het uitkeringsvolume en wanneer reÔntegratiekansen van cliŽnten benut kunnen worden. De cliŽnten worden op die manier niet nodeloos belast met onderzoeken.

 

 

[Artikelsgewijs, red.]

 

Artikelen 2, 3 en 4

     Op het tijdstip waarop de wettelijke herbeoordelingen plaats zouden moeten vinden, beoordeelt het UWV of een wijziging in de mogelijkheden van belanghebbende om te functioneren, zoals bedoeld in het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten, is te verwachten.
     Via een vooronderzoek dat op zijn minst bestaat uit het beoordelen van een door belanghebbende ingevuld vragenformulier en dossieronderzoek beoordeelt het UWV of sprake is van een kansrijke beoordeling, dat wil zeggen of een kans op wijziging van de mogelijkheden om te functioneren bestaat. Zo nee, dan vindt er geen eerste- of vijfdejaarsherbeoordeling plaats. De mate van arbeidsongeschiktheid blijft ongewijzigd en de arbeidsongeschiktheidsuitkering loopt nog de rest van de toekenningstermijn (ca. vier jaar) respectievelijk vijf jaar door. In het laatste geval is een aanvraag voor een nieuwe toekenning van de arbeidsongeschiktheidsuitkering voor vijf jaar niet nodig. Indien uit het vooronderzoek voor de eerstejaarsherbeoordeling blijkt dat de belanghebbende niet kansrijk wordt geacht en er dus geen eerstejaarsherbeoordeling plaatsvindt, wordt hij uiteraard wel weer betrokken bij het vooronderzoek voor de vijfdejaarsherbeoordeling. Dan wordt opnieuw bekeken of hij kansrijk is en al dan niet voor een vijfdejaarsherbeoordeling in aanmerking komt.
     Het vooronderzoek is een gevalideerde procedure.
     Indien wel sprake is van een kansrijke herbeoordeling, volgt op de gebruikelijke wijze ook een eerste- of vijfdejaarsherbeoordeling.

 

Artikel 6

     Omdat de procedure om voor herbeoordelingen die niet kansrijk zijn af te wijken van de wettelijke termijnen reeds per 1 juli 2003 is ingevoerd, heeft dit besluit terugwerkende kracht tot 1 juli 2003.

 

Amsterdam, 12 december 2003.
T.H.J. Joustra, voorzitter Raad van bestuur
.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x