Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2010

 

BESLUIT  GEDIFFERENTIEERDE  PREMIE  WAO,  OPSLAGEN  EN  KORTINGEN  2006

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2011
(art. IV, onderdeel G, Whvs)

 
 

29 september 2005, Stcrt. 2005, 242
Inwerkingtreding: 1 januari 2006
(T.a.v. artt. 78 WAO en 37 Wfsv)

 

 

 

 
     Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
     Gelet op artikel 78 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en artikel 37 van de Wet financiering sociale verzekeringen;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
Voor de berekening van de gedifferentieerde premie op grond van artikel 78 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en artikel 37 van de Wet financiering sociale verzekeringen over het jaar 2006 worden voor alle takken van bedrijf en beroep de navolgende premies en parameters vastgesteld:
Gemiddeld premieplichtig loon: €|26 000,00
Grens grote/kleine werkgever: €|650 000,00
Gemiddeld percentage: 1,10%
Maximumpremie grote werkgevers: 4,40%
Gemiddeld werkgeversrisicopercentage: 1,67%
Rekenpercentage: 0,98%
Correctiefactor individuele werkgeversrisico: 0,59
Correctiefactoren bij onvolledige periode werkgever:
1 jaar bekend: 12,84
2 jaar bekend: 3,88
3 jaar bekend: 2,22
4 jaar bekend: 1,47

 

Art. 2.
Het rekenpercentage, bedoeld in artikel 1, wordt verhoogd respectievelijk verlaagd met de in artikel 4a van het Besluit premiedifferentiatie WAO en artikel 2.9 van het Besluit Wfsv bedoelde opslagen en kortingen voor kleine werkgevers, genoemd in de bijlage bij dit besluit.

 

Art. 3.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit gedifferentieerde premie WAO, opslagen en kortingen 2006.

 

Art. 4.
Dit besluit treedt, onder voorbehoud van goedkeuring door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van het rekenpercentage en het gemiddelde percentage, bedoeld in artikel 78, tweede lid, onderdeel a en b, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en artikel 37, eerste lid, onderdeel a en b, van de Wet financiering sociale verzekeringen, in werking met ingang van 1 januari 2006.¹

1. Goedkeuring is verleend bij Besluit van 3 november 2005, Stcrt. 2005, 242 (herplaatsing), red.

 

 

     Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

Amsterdam, 29 september 2005.
Raad van bestuur UWV,
de voorzitter,
J.M. Linthorst
.

 

 

 

TOELICHTING
[29 september 2005]

 

Algemeen

     Op grond van artikel 78, tweede lid, van de WAO en artikel 37, eerste lid, van de Wfsv stelt Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), onder goedkeuring van de minister, een voor alle takken van bedrijf en beroep gelijk rekenpercentage en gemiddeld percentage vast. Bij het Besluit premiedifferentiatie WAO zijn regels gesteld over de wijze waarop het rekenpercentage en het gemiddelde percentage worden vastgesteld. Tevens zijn daarin regels gesteld over de wijze waarop de opslag of korting wordt berekend en regels over de percentages die ten hoogste aan een werkgever in rekening mogen worden gebracht en die ten minste in rekening moeten worden gebracht.
     Met de wijziging van het Besluit premiedifferentiatie WAO (Besluit van 12 november 2003, Stb. 2003, 474) is geregeld dat branchegewijze premiedifferentiatie voor kleine werkgevers per 1 januari 2004 is ingevoerd. Dit besluit wordt per 1 januari 2006 vervangen door het Besluit Wfsv.
     Op grond van het Besluit premiedifferentiatie WAO en het Besluit Wfsv stelt UWV een aantal parameters vast die dienen als basis voor de vaststelling van de individuele premie WAO voor de werkgever. De parameters gelden voor de premie verschuldigd over het premieplichtige loon in het jaar 2006.


Gemiddelde premieplichtige loon

     Het gemiddelde premieplichtige loon dient als basis voor het onderscheid tussen grote en kleine werkgevers als bedoeld in artikel 1, onderdeel e en f, van het Besluit premiedifferentiatie WAO en artikel 2.5, onderdeel b en c, van het Besluit Wfsv. Kleine werkgever is de werkgever te wiens laste in het tweede kalenderjaar (2004) dat aan het premiejaar (2006) vooraf is gegaan een premieplichtig loon is gekomen dat gelijk is aan of minder bedraagt dan 25-maal het gemiddelde premieplichtige loon (€|650 000,00); grote werkgever is de werkgever te wiens laste in dat jaar een premieplichtig loon is gekomen dat meer bedraagt dan 25-maal het gemiddelde premieplichtige loon.


Gemiddelde percentage

     Het gemiddelde percentage is het percentage, bedoeld in artikel 78, tweede lid, onderdeel b, van de WAO en artikel 37, eerste lid, onderdeel b, van de Wfsv en artikel 3, eerste lid, van het Besluit premiedifferentiatie WAO en artikel 2.7 van het Besluit Wfsv. Dit percentage is kort gezegd het totaalbedrag van de in 2006 verwachte lasten verminderd met de verwachte niet-premiebaten van de Arbeidsongeschiktheidskas, vermenigvuldigd met honderd, welke uitkomst wordt gedeeld door het totaalbedrag van het in het premiejaar verwachte premieplichtige loon én te betalen uitkeringen.


Rekenpercentage

     Het rekenpercentage, bedoeld in artikel 78, tweede lid, onderdeel a, van de WAO en artikel 37, eerste lid, onderdeel a, van de Wfsv en artikel 2 van het Besluit premiedifferentiatie WAO en artikel 2.6, van het Besluit Wfsv, wordt afgeleid van het gemiddelde percentage. Daarbij wordt gecorrigeerd voor het effect van de minimum- en de maximumpremie op de premieopbrengst en de intering op het vermogen van de Arbeidsongeschiktheidskas.


Maximumpremie

     De gedifferentieerde premie is ten hoogste viermaal het gemiddelde percentage (de maximumpremie, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van het Besluit premiedifferentiatie WAO en artikel 2.14, eerste lid, van het Besluit Wfsv). Het maximum vloeit voort uit de vaststelling van het gemiddelde percentage.


Minimumpremie

     In artikel 9, eerste lid, van het Besluit premiedifferentiatie WAO en artikel 2.14, eerste lid, van het Besluit Wfsv is bepaald dat de premie ten minste nihil is.


Gemiddelde werkgeversrisicopercentage

     Het gemiddelde werkgeversrisicopercentage is het percentage, bedoeld in artikel 4, derde lid, van het Besluit premiedifferentiatie WAO en artikel 2.8, derde lid, van het Besluit Wfsv, en is kort gezegd het quotiënt van de uitkeringslasten WAO 2004, gedurende de periode van vijf jaar vanaf de dag van ingang, bedoeld in artikel 76f WAO en artikel 117 Wfsv, dus ingegaan in de periode 1999 tot en met 2004, en het gemiddelde premieplichtige loon in de jaren 2000 tot en met 2004.


Correctiefactor werkgeversrisico

     Voor grote werkgevers wordt de spreiding van de individuele werkgeversrisicopercentages in lijn gebracht met het rekenpercentage door de afwijkingen van deze werkgeversrisicopercentages ten opzichte van het gemiddelde werkgeversrisicopercentage te vermenigvuldigen met een correctiefactor.
     Deze correctiefactor is gedefinieerd als een breuk met als teller het rekenpercentage en als noemer het gemiddelde werkgeversrisicopercentage.


Correctiefactor ontbrekende jaren

     Voor grote werkgevers die niet gedurende de gehele periode die bepalend is voor het individueel en het gemiddeld werkgeversrisicopercentage (berekeningstijdvak) werkgever zijn geweest, is in artikel 7 van het Besluit premiedifferentiatie WAO en artikel 2.12 van het Besluit Wfsv een correctie voorgeschreven op het individueel werkgeversrisicopercentage. De correctie doet zich voor indien de werkgever is gestart vóór 2004, maar niet gedurende de gehele periode van 2000 tot en met 2004 werkgever is geweest, of de werkgever heeft binnen de periode van 2000 tot en met 2004 een periode waarin hij geen werknemers heeft gehad en dus geen werkgever is geweest.
     In deze situaties kan een individueel werkgeversrisicopercentage worden bepaald over een onvolledige periode. Voor ieder ontbrekend jaar wordt een correctie toegepast. De correctiefactor is berekend door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage over de periode van 2000 tot en met 2004 te delen door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage over het aantal beschikbare jaren.


Startende grote werkgever

     De grote werkgever die in 2004, 2005 of 2006 start, betaalt op grond van artikel 8, eerste lid, van het Besluit premiedifferentiatie WAO en artikel 2.13, eerste lid, van het Besluit Wfsv het rekenpercentage. Er kan namelijk geen individueel werkgeversrisicopercentage worden bepaald. Aan de hand van de loonsom in het jaar waarin de werkgever is gestart, wordt bepaald of de werkgever een grote of een kleine werkgever is.


Opslagen/kortingen grote werkgevers

     De individuele opslag of korting voor een grote werkgever is gelijk aan het individuele werkgeversrisicopercentage, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van het Besluit premiedifferentiatie WAO en artikel 2.8, tweede lid, van het Besluit Wfsv, verminderd met het gemiddelde werkgeversrisicopercentage (artikel 4, derde lid, Besluit premiedifferentiatie WAO en artikel 2.8, derde lid, Besluit Wfsv), vermenigvuldigd met de correctiefactor werkgeversrisico.


Opslagen/kortingen kleine werkgevers

     De opslag of korting is voor alle kleine werkgevers in een sector gelijk aan het sectorpercentage van de kleine werkgevers in de sector, bedoeld in artikel 4a, tweede lid, van het Besluit premiedifferentiatie WAO en artikel 2.9, tweede lid, van het Besluit Wfsv, verminderd met de gemiddelde premie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Besluit premiedifferentiatie WAO en artikel 2.7, eerste lid, van het Besluit Wfsv.
     Als het totaalbedrag van de voor 2006 geraamde premieplichtige loonsom van de kleine werkgevers in een sector, die geen eigen risicodrager zijn, gelijk is aan of kleiner is dan 25-maal het gemiddelde premieplichtig loon in 2006, dan wordt voor die sector de korting/opslag op nihil vastgesteld (artikel 4a, vierde lid, Besluit premiedifferentiatie WAO en artikel 2.9, vierde lid, Besluit Wfsv). Dit is voor vijf sectoren het geval (sectoren 19, 25, 26, 27 en 63).


Goedkeuring

     Dit besluit behoeft op grond van artikel 78, tweede lid, van de WAO en artikel 37, eerste lid, van de Wfsv op onderdelen de goedkeuring van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.


Inwerkingtreding

     Het onderhavige besluit treedt, onder voorbehoud van ministeriële goedkeuring, in werking op 1 januari 2006.

 

Raad van bestuur UWV,
de voorzitter,
J.M. Linthorst
.

 

 

 

BIJLAGE

Sectorale opslagen en kortingen voor kleine werkgevers in 2006

 

Sector ¹ Opslag/korting xxrPremiexxr
1 Agrarisch bedrijf 0,94xxxx 1,92xxxx
2 Tabakverwerkende industrie –0,05xxxx 0,93xxxx
3 Bouwbedrijf 0,70xxxx 1,68xxxx
4 Baggerbedrijf 0,47xxxx 1,45xxxx
5 Hout- en emballage-industrie, houtwaren- en borstelindustrie 0,21xxxx 1,19xxxx
6 Timmerindustrie –0,27xxxx 0,71xxxx
7 Meubel- en orgelbouwindustrie 0,20xxxx 1,18xxxx
8 Groothandel in hout, zagerijen, schaverijen en houtbereidingsindustrie 0,10xxxx 1,08xxxx
9 Grafische industrie 0,30xxxx 1,28xxxx
10 Metaalindustrie 0,65xxxx 1,63xxxx
11 Elektrotechnische industrie 0,50xxxx 1,48xxxx
12 Metaal- en technische bedrijfstakken 0,04xxxx 1,02xxxx
13 Bakkerijen 0,07xxxx 1,05xxxx
14 Suikerverwerkende industrie 0,21xxxx 1,19xxxx
15 Slagersbedrijven 1,34xxxx 2,32xxxx
16 Slagers overig 0,96xxxx 1,94xxxx
17 Detailhandel en ambachten 0,57xxxx 1,55xxxx
18 Reiniging 0,97xxxx 1,95xxxx
19 Grootwinkelbedrijf 0,00xxxx 0,98 *xxx
20 Havenbedrijven –0,36xxxx 0,62xxxx
21 Havenclassificeerders –0,33xxxx 0,65xxxx
22 Binnenscheepvaart –0,46xxxx 0,52xxxx
23 Visserij –0,52xxxx 0,46xxxx
24 Koopvaardij –0,47xxxx 0,51xxxx
25 Vervoer KLM 0,00xxxx 0,98 *xxx
26 Vervoer NS 0,00xxxx 0,98 *xxx
27 Vervoer posterijen 0,00xxxx 0,98 *xxx
28 Taxi- en ambulancevervoer 0,03xxxx 1,01xxxx
29 Openbaar vervoer –0,98xxxx 0,00xxxx
30 Besloten busvervoer 0,41xxxx 1,39xxxx
31 Overig personenvervoer te land en in de lucht –0,45xxxx 0,53xxxx
32 Overig goederenvervoer te land en in de lucht 0,26xxxx 1,24xxxx
33 Horeca algemeen –0,10xxxx 0,88xxxx
34 Horeca catering –0,33xxxx 0,65xxxx
35 Gezondheid, geestelijke en maatschappelijke belangen 0,19xxxx 1,17xxxx
38 Banken –0,71xxxx 0,27xxxx
39 Verzekeringswezen –0,39xxxx 0,59xxxx
40 Uitgeverij –0,34xxxx 0,64xxxx
41 Groothandel I –0,23xxxx 0,75xxxx
42 Groothandel II 0,07xxxx 1,05xxxx
43 Zakelijke dienstverlening I –0,23xxxx 0,75xxxx
44 Zakelijke dienstverlening II –0,49xxxx 0,49xxxx
45 Zakelijke dienstverlening III –0,32xxxx 0,66xxxx
46 Zuivelindustrie –0,59xxxx 0,39xxxx
47 Textielindustrie 0,85xxxx 1,83xxxx
48 Steen-, cement-, glas- en keramische industrie 0,09xxxx 1,07xxxx
49 Chemische industrie 0,68xxxx 1,66xxxx
50 Voedingsindustrie 0,29xxxx 1,27xxxx
51 Algemene industrie 1,00xxxx 1,98xxxx
52 Uitzendbedrijven –0,01xxxx 0,97xxxx
53 Bewakingsondernemingen –0,60xxxx 0,38xxxx
54 Culturele instellingen –0,40xxxx 0,58xxxx
55 Overige takken van bedrijf en beroep 0,14xxxx 1,12xxxx
56 Schildersbedrijf 0,58xxxx 1,56xxxx
57 Stukadoorsbedrijf 1,13xxxx 2,11xxxx
58 Dakdekkersbedrijf 0,33xxxx 1,31xxxx
59 Mortelbedrijf –0,48xxxx 0,50xxxx
60 Steenhouwerijbedrijf 0,86xxxx 1,84xxxx
61 Overheid, Onderwijs en wetenschappen –0,04xxxx 0,94xxxx
62 Overheid, Rijk, politie en rechterlijke macht 0,02xxxx 1,00xxxx
63 Overheid, Defensie 0,00xxxx 0,98 *xxx
64 Overheid, Provincies, gemeenten en waterschappen 0,43xxxx 1,41xxxx
65 Overheid, Openbare nutsbedrijven 0,23xxxx 1,21xxxx
66 Overheid, Overige instellingen –0,52xxxx 0,46xxxx
67 Werk en reïntegratie –0,10xxxx 0,88xxxx
68 Railbouw 1,09xxxx 2,07xxxx
69 Telecommunicatie –0,22xxxx 0,76xxxx


1. Zie ook Regeling Wfsv, red.
* De totale loonsom van kleine werkgevers binnen deze sector ligt beneden de loonsomgrens van €|650 000,-.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x