Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2005

 

BESLUIT  GEDIFFERENTIEERDE  PREMIE  WAO,  OPSLAGEN  EN  KORTINGEN  KLEINE  WERKGEVERS  2004

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2006
(art. 3, onderdeel M, IWfsv)

 
 

3 december 2003, Stcrt. 2003, 245
Inwerkingtreding: 1 januari 2004
(T.a.v. art. 78 WAO)

 

 

 

 
     Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
     Gelet op artikel 78 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
Voor de berekening van de gedifferentieerde premie op grond van artikel 78 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering over het jaar 2004 worden voor alle takken van bedrijf en beroep de navolgende premies en parameters vastgesteld:
Gemiddeld premieplichtig loon: €|25 000,00
Grens grote/kleine werkgever: €|625 000,00
Gemiddeld percentage: 2,21%
Maximumpremie grote werkgevers: 8,84%
Gemiddeld werkgeversrisicopercentage: 1,86%
Rekenpercentage: 2,35%
Correctiefactoren bij onvolledige periode werkgever:
1 jaar bekend: 9,30
2 jaar bekend: 2,81
3 jaar bekend: 1,73
4 jaar bekend: 1,29

 

Art. 2.
Het rekenpercentage, bedoeld in het eerste lid, wordt verhoogd respectievelijk verlaagd met de in artikel 4a van het Besluit premiedifferentiatie WAO bedoelde opslagen en kortingen voor kleine werkgevers, genoemd in de bijlage bij dit besluit.

 

Art. 3.
Het Besluit gedifferentieerde premie, opslagen en kortingen WAO 2004 wordt ingetrokken.

 

Art. 4.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit gedifferentieerde premie WAO, opslagen en kortingen kleine werkgevers 2004.

 

Art. 5.
Dit besluit treedt, onder voorbehoud van goedkeuring door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van het rekenpercentage en het gemiddelde percentage, bedoeld in artikel 78, tweede lid, onderdeel a en b, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, in werking met ingang van 1 januari 2004.Ή

1. Goedkeuring is verleend bij Besluit van 23 december 2003, Stcrt. 2003, 251, red.

 

 

     Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

Amsterdam, 3 december 2003.
T.H.J. Joustra, voorzitter Raad van bestuur UWV
.

 

 

 

TOELICHTING
[3 december 2003]

 

     Met de wijziging van het Besluit premiedifferentiatie WAO (Besluit van 12 november 2003, Stb. 2003, 474) wordt geregeld dat branchegewijze premiedifferentiatie voor kleine werkgevers per 1 januari 2004 wordt ingevoerd. In verband met deze invoering behoeft het Besluit gedifferentieerde premie WAO 2004 aanpassing. Deze aanpassing betreft enerzijds de in het besluit opgenomen premies en parameters voor de berekening van de gedifferentieerde premie WAO 2004 en anderzijds de bepaling van de opslagen en kortingen waarmee het zogenoemde rekenpercentage wordt verhoogd respectievelijk verlaagd.


Algemeen

     Op grond van artikel 78, tweede lid, van de WAO stelt Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), onder goedkeuring van de minister, een voor alle takken van bedrijf en beroep gelijk rekenpercentage en gemiddeld percentage vast. Bij het Besluit premiedifferentiatie WAO (het besluit) zijn regels gesteld over de wijze waarop het rekenpercentage en het gemiddelde percentage worden vastgesteld. Tevens zijn daarin regels gesteld over de wijze waarop de opslag of korting wordt berekend en regels over de percentages die ten hoogste aan een werkgever in rekening mogen worden gebracht en die ten minste in rekening moeten worden gebracht.
     Op grond van het besluit stelt UWV een aantal parameters vast die dienen als basis voor de vaststelling van de individuele premie WAO voor de werkgever. De parameters gelden voor de premie verschuldigd over het premieplichtige loon in het jaar 2003.


Gemiddelde premieplichtige loon

     Het gemiddelde premieplichtige loon dient als basis voor het onderscheid tussen grote en kleine werkgevers als bedoeld in artikel 1, onderdeel e en f, van het Besluit premiedifferentiatie WAO. Het gemiddelde premieplichtige loon is mede gebaseerd op informatie van het Centraal Planbureau (CEP2002). Kleine werkgever is de werkgever te wiens laste in het tweede kalenderjaar (2002) dat aan het premiejaar (2004) vooraf is gegaan, een premieplichtig loon is gekomen dat gelijk is aan of minder bedraagt dan 25-maal het gemiddelde premieplichtige loon (€|625 000,00); grote werkgever is de werkgever te wiens laste in dat jaar een premieplichtig loon is gekomen dat meer bedraagt dan 25-maal het gemiddelde premieplichtige loon.


Gemiddelde percentage

     Het gemiddelde percentage is het percentage, bedoeld in artikel 78, tweede lid, onderdeel b, van de WAO en artikel 3, eerste lid, van het besluit. Dit percentage is kort gezegd het totaalbedrag van de in 2004 verwachte lasten verminderd met de verwachte niet-premiebaten van de Arbeidsongeschiktheidskas, vermenigvuldigd met honderd, welke uitkomst wordt gedeeld door het totaalbedrag van het in het premiejaar verwachte premieplichtige loon ιn te betalen uitkeringen.


Rekenpercentage

     Het rekenpercentage, bedoeld in artikel 78, tweede lid, onderdeel a, van de WAO en artikel 2, van het besluit, wordt afgeleid van het gemiddelde percentage. Daarbij wordt gecorrigeerd voor het effect van de maximumpremie op de premieopbrengst en de noodzakelijke aanvulling van het vermogen van de Arbeidsongeschiktheidskas.
     Kleine werkgevers kennen in 2003 niet een individuele gedifferentieerde premie. Voor 2003 zijn de opslag en korting voor hen op nihil gesteld. Zij betalen dus voor 2003 het rekenpercentage. Voor 2004 heeft de wetgever gekozen voor een branchegewijze premiedifferentiatie voor kleine werkgevers.


Maximumpremie

     De gedifferentieerde premie is ten hoogste viermaal het gemiddelde percentage (de maximumpremie, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van het besluit). Het maximum vloeit voort uit de vaststelling van het gemiddelde percentage.


Minimumpremie

     In artikel 9, eerste lid, van het besluit is bepaald dat de premie ten minste nihil is. De werkelijke minimumpremie voor grote werkgevers bedraagt bij een individueel werkgeversrisicopercentage van nihil in 2004 0,49%. Dit percentage is, met toepassing van de afrondingen in artikel 4, achtste lid, en artikel 9, derde lid, van het besluit, als volgt tot stand gekomen:
rekenpercentage - (gemiddelde werkgeversrisicopercentage) = 2,35% - 1,86% = 0,49%.


Gemiddelde werkgeversrisicopercentage

     Het gemiddelde werkgeversrisicopercentage is het percentage, bedoeld in artikel 4, derde lid, van het besluit, en is kort gezegd het quotiλnt van de uitkeringslasten WAO 2002 gedurende de periode van vijf jaar vanaf de dag van ingang als bedoeld in artikel 76f WAO, dus ingegaan in de periode 1997 tot en met 2002, en het gemiddelde premieplichtige loon in de jaren 1998 tot en met 2002.


Correctiefactor ontbrekende jaren

     Voor grote werkgevers die niet gedurende de gehele periode die bepalend is voor het individueel en het gemiddeld werkgeversrisicopercentage (berekeningstijdvak) werkgever zijn geweest, is in artikel 7 van het besluit een correctie voorgeschreven op het individueel werkgeversrisicopercentage. De correctie doet zich voor indien de werkgever is gestart vσσr 2002, maar niet gedurende de gehele periode van 1998 tot en met 2002 werkgever is geweest, of de werkgever heeft binnen de periode van 1998 tot en met 2002 een periode waarin hij geen werknemers heeft gehad en dus geen werkgever is geweest.
     In deze situaties kan een individueel werkgeversrisicopercentage worden bepaald over een onvolledige periode. Voor ieder ontbrekend jaar wordt een correctie toegepast. De correctiefactor is berekend door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage over de periode van 1998 tot en met 2002 te delen door het gemiddelde werkgeversrisicopercentage over het aantal beschikbare jaren.


Startende grote werkgever

     De grote werkgever die in 2002, 2003 of 2004 start, betaalt op grond van artikel 8, eerste lid, van het besluit het rekenpercentage. Er kan namelijk geen individueel werkgeversrisicopercentage worden bepaald. Aan de hand van de loonsom in het jaar waarin de werkgever is gestart, wordt bepaald of de werkgever een grote of een kleine werkgever is.


Opslagen/kortingen grote werkgevers

     De individuele opslag of korting voor een grote werkgever is gelijk aan het individuele werkgeversrisicopercentage, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van het besluit, verminderd met het gemiddelde werkgeversrisicopercentage (artikel 4, eerste lid, van het besluit).


Opslagen/kortingen kleine werkgevers

     De opslag of korting is voor alle kleine werkgevers in een sector gelijk aan het sectorpercentage van de kleine werkgevers in de sector, bedoeld in artikel 4a, tweede lid, van het besluit, verminderd met de gemiddelde premie, bedoeld in artikel 3, eerste lid van het besluit.
     Als het totaalbedrag van de voor 2004 geraamde premieplichtige loonsom van de kleine werkgevers in een sector die geen eigen risicodrager zijn, gelijk is aan of kleiner is dan 25-maal het gemiddelde premieplichtig loon in 2004, dan wordt voor die sector de korting/opslag op nihil vastgesteld (artikel 4a, vierde lid, van het besluit). Dit is voor vier sectoren het geval (sectoren 19, 25, 26 en 63).


Intrekking Besluit gedifferentieerde premie, opslagen en kortingen WAO 2004

     Het Besluit gedifferentieerde premie, opslagen en kortingen WAO 2004 wordt ingetrokken, omdat dit gebaseerd was op een concept-wijziging van het Besluit premiedifferentiatie WAO. De definitieve wijziging wijkt op onderdelen van dit concept af.


Goedkeuring

     Dit besluit behoeft op grond van artikel 78, tweede lid, van de WAO op onderdelen de goedkeuring van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.


Inwerkingtreding

     Het onderhavige besluit treedt, onder voorbehoud van ministeriλle goedkeuring, in werking op 1 januari 2004.

 

Amsterdam, 3 december 2003.
T.H.J. Joustra, voorzitter Raad van bestuur UWV
.

 

 

 

BIJLAGE

Sectorale opslagen en kortingen voor kleine werkgevers in 2004

 

Sector Ή Opslag/korting xxrPremiexxr
1 Agrarisch bedrijf 0,15xxxx 2,50xxxx
2 Tabakverwerkende industrie –0,27xxxx 2,08xxxx
3 Bouwbedrijf 0,11xxxx 2,46xxxx
4 Baggerbedrijf –0,79xxxx 1,56xxxx
5 Hout- en emballage-industrie, houtwaren- en borstelindustrie –0,07xxxx 2,28xxxx
6 Timmerindustrie –0,86xxxx 1,49xxxx
7 Meubel- en orgelbouwindustrie 0,15xxxx 2,50xxxx
8 Groothandel in hout, zagerijen, schaverijen en houtbereidingsindustrie –0,07xxxx 2,28xxxx
9 Grafische industrie 0,53xxxx 2,88xxxx
10 Metaalindustrie 0,47xxxx 2,82xxxx
11 Elektrotechnische industrie –0,39xxxx 1,96xxxx
12 Metaalnijverheid –0,46xxxx 1,89xxxx
13 Bakkerijen 0,01xxxx 2,36xxxx
14 Suikerverwerkende industrie 0,92xxxx 3,27xxxx
15 Slagersbedrijven 0,09xxxx 2,44xxxx
16 Slagers overig 1,23xxxx 3,58xxxx
17 Detailhandel en ambachten 0,62xxxx 2,97xxxx
18 Reiniging 1,76xxxx 4,11xxxx
19 Grootwinkelbedrijf 0,00xxxx 2,35xxxx
20 Havenbedrijven –0,63xxxx 1,72xxxx
21 Havenclassificeerders 0,11xxxx 2,46xxxx
22 Binnenscheepvaart –0,62xxxx 1,73xxxx
23 Visserij –0,71xxxx 1,64xxxx
24 Koopvaardij –0,48xxxx 1,87xxxx
25 Vervoer KLM 0,00xxxx 2,35xxxx
26 Vervoer NS 0,00xxxx 2,35xxxx
27 Vervoer KPN -1,57xxxx 0,78xxxx
28 Taxi- en ambulancevervoer –0,09xxxx 2,26xxxx
29 Openbaar vervoer –1,38xxxx 0,97xxxx
30 Besloten busvervoer 0,31xxxx 2,66xxxx
31 Overig personenvervoer te land en in de lucht –0,49xxxx 1,86xxxx
32 Overig goederenvervoer te land en in de lucht –0,21xxxx 2,14xxxx
33 Horeca algemeen –0,33xxxx 2,02xxxx
34 Horeca catering 0,00xxxx 2,35xxxx
35 Gezondheid, geestelijke en maatschappelijke belangen –0,10xxxx 2,25xxxx
38 Banken –0,83xxxx 1,52xxxx
39 Verzekeringswezen –0,52xxxx 1,83xxxx
40 Uitgeverij –0,59xxxx 1,76xxxx
41 Groothandel I –0,88xxxx 1,47xxxx
42 Groothandel II –0,20xxxx 2,15xxxx
43 Zakelijke dienstverlening I –0,81xxxx 1,54xxxx
44 Zakelijke dienstverlening II –1,23xxxx 1,12xxxx
45 Zakelijke dienstverlening III –0,78xxxx 1,57xxxx
46 Zuivelindustrie –1,46xxxx 0,89xxxx
47 Textielindustrie 1,92xxxx 4,27xxxx
48 Steen-, cement-, glas- en keramische industrie –0,15xxxx 2,20xxxx
49 Chemische industrie 0,30xxxx 2,65xxxx
50 Voedingsindustrie 0,53xxxx 2,88xxxx
51 Algemene industrie 1,33xxxx 3,68xxxx
52 Uitzendbedrijven 0,46xxxx 2,81xxxx
53 Bewakingsondernemingen –1,20xxxx 1,15xxxx
54 Culturele instellingen –0,90xxxx 1,45xxxx
55 Overige takken van bedrijf en beroep 0,21xxxx 2,56xxxx
56 Schildersbedrijf 0,62xxxx 2,97xxxx
57 Stukadoorsbedrijf 1,03xxxx 3,38xxxx
58 Dakdekkersbedrijf –0,04xxxx 2,31xxxx
59 Mortelbedrijf –0,48xxxx 1,87xxxx
60 Steenhouwerijbedrijf 1,71xxxx 4,06xxxx
61 Overheid, Onderwijs en wetenschappen –0,09xxxx 2,26xxxx
62 Overheid, Rijk, politie en rechterlijke macht –0,95xxxx 1,40xxxx
63 Overheid, Defensie 0,00xxxx 2,35xxxx
64 Overheid, Provincies, gemeenten en waterschappen –0,15xxxx 2,20xxxx
65 Overheid, Openbare nutsbedrijven –0,86xxxx 1,49xxxx
66 Overheid, Overige instellingen –0,72xxxx 1,63xxxx
67 Werk en reοntegratie –0,50xxxx 1,85xxxx
68 Railbouw –1,10xxxx 1,25xxxx
69 Telecommunicatie –1,00xxxx 1,35xxxx

1. Zie ook Regeling indeling van het bedrijfs- en beroepsleven in sectoren, red.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x