Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             


vorige

Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 13 december 2007

 

BESLUIT  VERHOGING  ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSUITKERING  BIJ  HULPBEHOEVENDHEID  (WAO,  WAZ  EN  WAJONG)  1999

Vervallen
m.i.v. 14 december 2007
(art. 5 Bvuh)

 
 

11 februari 1999, Stcrt. 1999, 37
Inwerkingtreding: 23 januari 1998
(T.a.v. artt. 22 WAO, 10 WAZ en 9 Wajong)

 

 

 

 
     Het Landelijk instituut sociale verzekeringen;
     Gelet op artikel 22 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), artikel 10 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) en artikel 9 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong);

     Besluit:

 

 

Art. 1.
Het Lisv hanteert met betrekking tot verhoging van de WAO-, WAZ- en/of Wajong-uitkering in verband met hulpbehoevendheid het in de bijlage weergegeven beleid.

 

Art. 2.
Dit besluit treedt met terugwerkende kracht per 23 januari 1998 in werking. Het Besluit verhoging arbeidsongeschiktheidsuitkering bij hulpbehoevendheid (WAO, WAZ en Wajong) (Stcrt. 1998, 237) komt hiermee te vervallen.
Het beleid van de bedrijfsverenigingen 1 (Tabak en Agrarische bedrijven), 15 (Bakkers), 16 (Slagers), 24 (Overheid), 25 (Banken), 26 (Nieuwe Algemene BV) en 27 (Nieuwe IndustriŽle BV) en FBV-Mededeling M 92.60 komen per deze datum eveneens te vervallen.

 

Art. 3.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit verhoging arbeidsongeschiktheidsuitkering bij hulpbehoevendheid (WAO, WAZ en Wajong) 1999.

 

 

     Dit besluit zal met de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

 

Amsterdam, 11 februari 1999.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

BIJLAGE

Zakelijke weergave besluit

 

     De Federatie van Bedrijfsverenigingen [FBV, red.] had als beleid dat op grond van de artikelen 13 AAW en 22 WAO een AAW/WAO-uitkering bij een mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100% opgehoogd kan worden naar 85% of 100% van de grondslag respectievelijk het (vervolg)dagloon Ļ, indien sprake is van een althans voorlopig blijvende toestand van hulpbehoevendheid die geregelde oppassing en verzorging nodig maakt. Aangezien per 1 januari 1998 de Pemba-wetgeving in werking is getreden, dient dit beleid niet langer gebaseerd te worden op de artikelen 13 AAW en 22 WAO, maar op artikel 22 WAO, artikel 10 WAZ en artikel 9 Wajong.
     Verder heeft de CRvB [Centrale Raad van Beroep, red.] op 23 januari 1998 uitspraak gedaan waarbij hij van mening is dat voor een bepaalde categorie personen het huidige beleid niet voldoet.

1. x 100/108 in verband met reservering vakantietoeslag.


     Het Lisv [Landelijk instituut sociale verzekeringen, zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.] heeft besloten tot het hierna volgende beleid:
1. de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt tot 100% verhoogd in die gevallen waarin voldaan wordt aan het criterium van "geregelde oppassing" en "geregelde verzorging" volgens de restrictieve uitleg;
2. de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt eveneens tot 100% verhoogd in die gevallen waarin voldaan wordt aan ťťn van beide criteria "geregelde oppassing" of "geregelde verzorging" volgens de restrictieve uitleg en voor het andere criterium aan de minder restrictieve uitleg;
3. de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt tot 85% verhoogd in die gevallen waarin niet voldaan wordt aan het criterium voor oppassing en verzorging volgens de restrictieve uitleg, maar wel aan het criterium voor deze begrippen volgens de minder restrictieve uitleg;
4. Indien de uitkeringsgerechtigde opgenomen wordt in een inrichting, vindt beŽindiging van de toepassing van artikel 22 WAO, 10 WAZ en 9 Wajong plaats ingaande de eerste dag van de tweede maand volgende op de maand waarin de opname in de inrichting plaatsvond. De uitkeringsgerechtigde blijft de verhoogde uitkering dus nog ontvangen over de maand van opname en de gehele daarop volgende maand. De punten 1, 3 en 4 gelden ook vůůr 23 januari 1998 al.
     Hierna volgen de uitgangspunten die gehanteerd kunnen worden bij indeling in ťťn van de hierboven genoemde categorieŽn.

 

Criteria voor indeling in de categorieŽn 70%, 85% en 100%


Wanneer verhoging naar 100%?

     In de gevallen waarin:
ē betrokkene hulp nodig heeft bij alle of nagenoeg alle essentiŽle, dagelijks terugkerende levensverrichtingen; en
ē er sprake is van de noodzaak van min of meer continue oppassing; en, voor zover daarvan sprake is,
ē betrokkene in een niet-beduidende omvang oppassing en verzorging geniet uit hoofde van een andere voorziening. Hiervan is sprake als betrokkene minder dan vier dagen per week een dagverblijf of een school voor speciaal of regulier onderwijs bezoekt.

     In de gevallen waarin:
ē betrokkene hulp nodig heeft bij sommige essentiŽle, dagelijks terugkerende levensverrichtingen; en
ē er sprake is van de noodzaak van min of meer continue oppassing; en, voor zover daarvan sprake is,
ē betrokkene in een niet-beduidende omvang oppassing en verzorging geniet uit hoofde van een andere voorziening. Hiervan is sprake als betrokkene minder dan vier dagen per week een dagverblijf of een school voor speciaal of regulier onderwijs bezoekt.

     In de gevallen waarin:
ē betrokkene hulp nodig heeft bij alle of nagenoeg alle essentiŽle, dagelijks terugkerende levensverrichtingen; en
ē er sprake is van geregelde handreikingen door derden; en, voor zover daarvan sprake is,
ē betrokkene in een niet-beduidende omvang oppassing en verzorging geniet uit hoofde van een andere voorziening. Hiervan is sprake als betrokkene minder dan vier dagen per week een dagverblijf of een school voor speciaal of regulier onderwijs bezoekt.


Wanneer verhoging naar 85%?

     In de gevallen waarin:
ē betrokkene hulp nodig heeft bij sommige essentiŽle, dagelijks terugkerende levensverrichtingen; en
ē er sprake is van geregelde handreikingen door derden; en, voor zover daarvan sprake is,
ē betrokkene in een niet-beduidende omvang oppassing en verzorging geniet uit hoofde van een andere voorziening. Hiervan is sprake als betrokkene minder dan vier dagen per week een dagverblijf of een school voor speciaal of regulier onderwijs bezoekt.

     In de gevallen waarin:
ē betrokkene hulp nodig heeft bij alle of nagenoeg alle essentiŽle, dagelijks terugkerende levensverrichtingen; en
ē er sprake is van de noodzaak van min of meer continue oppassing; en
ē betrokkene in een beduidende omvang oppassing en verzorging geniet uit hoofde van een andere voorziening. Hiervan is sprake als betrokkene gedurende ten minste vier dagen per week een dagverblijf of een school voor speciaal of regulier onderwijs bezoekt.

     In de gevallen waarin:
ē betrokkene hulp nodig heeft bij sommige essentiŽle, dagelijks terugkerende levensverrichtingen; en
ē er is sprake van de noodzaak van min of meer continue oppassing; en
ē betrokkene in een beduidende omvang oppassing en verzorging geniet uit hoofde van een andere voorziening. Hiervan is sprake als betrokkene gedurende ten minste vier dagen per week een dagverblijf of een school voor speciaal of regulier onderwijs bezoekt

     In de gevallen waarin:
ē betrokkene hulp nodig heeft bij alle of nagenoeg alle essentiŽle, dagelijks terugkerende levensverrichtingen;
ē er sprake is van geregelde handreikingen door derden; en
ē betrokkene in een beduidende omvang oppassing en verzorging geniet uit hoofde van een andere voorziening. Hiervan is sprake als betrokkene gedurende ten minste vier dagen per week een dagverblijf of een school voor speciaal of regulier onderwijs bezoekt.


Wanneer handhaven op 70%?

     In de overige gevallen wordt de uitkering gehandhaafd op 70%.

 

Schema indeling in de categorieŽn 85% en 100% bij hulpbehoevendheid:

Voorwaarden Indien per kolom wordt voldaan aan de aangekruiste voorwaarden, wordt de uitkering verhoogd naar het onder de kolom vermelde percentage
Hulp nodig bij alle of nagenoeg alle essentiŽle, dagelijks terugkerende levensverrichtingen, en X   X   X   X
Hulp nodig bij sommige essentiŽle, dagelijks terugkerende levensverrichtingen, en   X   X   X  
Noodzaak van min of meer continue oppassing X X     X X  
Er is sprake van geregelde handreikingen door derden     X X     X
Bezoekt ten minste vier dagen per week een dagverblijf of een school voor speciaal of regulier onderwijs         X X X
Resultaat 100% 100% 100% 85% 85% 85% 85%

 

 

Nadere inlichtingen kunnen worden verkregen bij het Landelijk instituut sociale verzekeringen, postbus 74765, 1070 BT Amsterdam [zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.].

 

Amsterdam, 11 februari 1999.
J.F. Buurmeijer, voorzitter
.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x