Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
Nadere regelgeving
Bijgewerkt naar laatste editie Staatsblad/Staatscourant

 

BESLUIT  VASTSTELLING  FACTOREN  L  EN  R  VOOR  HET  BOEKJAAR  2002
 
 

19 december 2001, Stcrt. 2002, 4
Inwerkingtreding: 1 januari 2002
(T.a.v. art. 4:6 en 4:7 RvcwpvW)

 

 

 

 
     Het Landelijk instituut sociale verzekeringen;
     Gelet op artikel 4, zesde en zevende lid, van de Regeling vordering contante waarde van periodieke verstrekkingen WAO van 14 juli 2000, Stcrt. 2000, 137;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
De factor L, bedoeld in artikel 3 van de Regeling vordering contante waarde van periodieke verstrekkingen WAO van 14 juli 2000, Stcrt. 2000, 137, wordt voor het boekjaar 2002 vastgesteld op 0,308541%.

 

Art. 2.
De factor r, bedoeld in artikel 3 van de Regeling vordering contante waarde van periodieke verstrekkingen WAO van 14 juli 2000, Stcrt. 2000, 137, wordt voor het boekjaar 2002 vastgesteld op 0,389864%.

 

Art. 3.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2002. Indien de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2001, treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt het terug tot en met 1 januari 2002.

 

 

     Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

Amsterdam, 19 december 2001.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

TOELICHTING
[19 december 2001]

 

     Indien een verzekerde arbeidsongeschikt raakt, waarbij een derde aansprakelijk kan worden gesteld voor deze arbeidsongeschiktheid, dan heeft het Lisv [Landelijk instituut sociale verzekeringen, zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.] het recht de arbeidsongeschiktheidsuitkering te verhalen op de aansprakelijke derde. Met het verhaal wordt een maximale compensatie van de uitkeringslasten beoogd en worden deze lasten bij degene gelegd door wie ze veroorzaakt zijn. Dit verhaalsrecht is vastgelegd in artikel 90, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Op grond van artikel 90, tweede lid, WAO heeft de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid regels gesteld waarbij het Lisv in plaats van periodieke betalingen de contante waarde van het verhaalsbedrag kan vorderen.
     Een tweetal factoren uit de ter zake in die regels opgenomen formule wordt door het Lisv jaarlijks vastgesteld, te weten: de factor L (= gemiddeld stijgingspercentage van het dagloon, bedoeld in artikel 14 van de WAO, over een periode van één maand) en de factor r (= het interestpercentage per maand). Voor het boekjaar 2002 is de factor L vastgesteld op 0,308541% en de factor r op 0,389864%. De waarde van de factor (1+L)/(1+r) wordt na afronding op zes decimalen 0,999190.

 

Amsterdam, 19 december 2001.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x