Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             


vorige

Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
Nadere regelgeving
Bijgewerkt naar laatste editie Staatsblad/Staatscourant

 

BESLUIT  VASTSTELLING  FACTOREN  L  EN  R  VOOR  HET  BOEKJAAR  2003
 
 

6 januari 2003, Stcrt. 2003, 18
Inwerkingtreding: 1 januari 2003
(T.a.v. art. 4:6 en 4:7 RvcwpvW)

 

 

 

 
     Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
     Gelet op artikel 4, zesde en zevende lid, van de Regeling vordering contante waarde van periodieke verstrekkingen WAO;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
De factor L, bedoeld in artikel 3 van de Regeling vordering contante waarde van periodieke verstrekkingen WAO, wordt voor het boekjaar 2003 vastgesteld op 0,338893%.

 

Art. 2.
De factor r, bedoeld in artikel 3 van de Regeling vordering contante waarde van periodieke verstrekkingen WAO, wordt voor het boekjaar 2003 vastgesteld op 0,380278%.

 

Art. 3.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2003.

 

 

     Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

Amsterdam, 6 januari 2003.
T.H.J. Joustra, voorzitter Raad van bestuur UWV.

 

 

 

TOELICHTING
[6 januari 2003]

 

     Indien een verzekerde arbeidsongeschikt raakt, waarbij een derde aansprakelijk kan worden gesteld voor deze arbeidsongeschiktheid, dan heeft het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) als rechtsopvolger van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) het recht de arbeidsongeschiktheidsuitkering te verhalen op de aansprakelijke derde. Met het verhaal wordt een maximale compensatie van de uitkeringslasten beoogd en worden deze lasten bij degene gelegd door wie ze veroorzaakt zijn. Dit verhaalsrecht is vastgelegd in artikel 90, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Op grond van artikel 90, tweede lid, WAO heeft de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid regels gesteld waarbij UWV in plaats van periodieke betalingen de contante waarde van het verhaalsbedrag kan vorderen.
     Een tweetal factoren uit de ter zake in die regels opgenomen formule wordt door UWV jaarlijks vastgesteld, te weten: de factor L (= gemiddeld stijgingspercentage van het dagloon, bedoeld in artikel 14 van de WAO, over een periode van één maand) en de factor r (= het interestpercentage per maand). Voor het boekjaar 2003 is de factor L vastgesteld op 0,338893% en de factor r op 0,380278%. De waarde van de factor (1+L)/(1+r) wordt na afronding op zes decimalen 0,999588.

 

Amsterdam, 6 januari 2003.
T.H.J. Joustra, voorzitter Raad van bestuur UWV.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x