Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
Nadere regelgeving
Bijgewerkt naar laatste editie Staatsblad/Staatscourant

 

BESLUIT  VASTSTELLING  FACTOREN  L  EN  R  VOOR  HET  BOEKJAAR  2010
 
 

8 januari 2010, Stcrt. 2010, 667
Inwerkingtreding: 20 januari 2010
(T.a.v. art. 4:6 en 4:7 RvcwpvWW)

 

 

 

 
8 januari 2010

     Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
     Gelet op artikel 4, zesde en zevende lid, van de Regeling vordering contante waarde van periodieke verstrekkingen WAO en Wet WIA;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
De factor L, bedoeld in artikel 3 van de Regeling vordering contante waarde van periodieke verstrekkingen WAO en Wet WIA, wordt voor het boekjaar 2010 vastgesteld op 0,209603%.

 

Art. 2.
De factor r, bedoeld in artikel 3 van de Regeling vordering contante waarde van periodieke verstrekkingen WAO en Wet WIA, wordt voor het boekjaar 2010 vastgesteld op 0,318527%.

 

Art. 3.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2010.

 

 

     Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

Amsterdam, 8 januari 2010.
Voorzitter Raad van bestuur UWV,
J.M. Linthorst
.

 

 

 

TOELICHTING
[8 januari 2010]

 

     Indien een verzekerde arbeidsongeschikt raakt, waarbij een derde aansprakelijk kan worden gesteld voor deze arbeidsongeschiktheid, dan heeft het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) het recht de arbeidsongeschiktheidsuitkering te verhalen op de aansprakelijke derde. Met het verhaal wordt een maximale compensatie van de uitkeringslasten beoogd en worden deze lasten bij degene gelegd door wie ze veroorzaakt zijn. Dit verhaalsrecht is vastgelegd in artikel 90, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) en artikel 99, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), alsmede in artikel 61 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) [lees: artikel 4:2 van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong), red.] en artikel 69 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) (oud) [lees: (WAZ), red.]. Op grond van artikel 90, tweede lid, van de WAO, artikel 99, tweede lid, van de Wet WIA, artikel 61, tweede lid, van de Wajong [lees: artikel 4:2, tweede lid, van de Wet Wajong, red.] en artikel 69, tweede lid, van de WAZ (oud) [lees: WAZ, red.] heeft de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid regels gesteld waarbij het UWV in plaats van periodieke betalingen de contante waarde van het verhaalsbedrag kan vorderen.
     Een tweetal factoren uit de in die regels opgenomen formule wordt door het UWV jaarlijks vastgesteld, te weten: de factor L (= gemiddeld stijgingspercentage van het dagloon, bedoeld in artikel 14 van de WAO en artikel 13 van de Wet WIA, over een periode van één maand) en de factor r (= het interestpercentage per maand). Voor het boekjaar 2010 is de factor L vastgesteld op 0,209603% en de factor r op 0,318527%. De waarde van de factor (1+L)/(1+r) wordt na afronding op zes decimalen 0,998914.

 

Voorzitter Raad van bestuur UWV,
J.M. Linthorst
.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x