Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 2 augustus 2006

 

CONTROLEVOORSCHRIFTEN  BUITENLAND
WAO,  WAZ  EN  WAJONG

Vervallen
m.i.v. 3 augustus 2006
(art. 6 Cba06)

 
 

21 november 2001, Stcrt. 2001, 234
Inwerkingtreding: 1 maart 2002
(T.a.v. artt. 27 WAO, 44 WAZ en 36 Wajong)

 

 

 

 
     Het Landelijk instituut sociale verzekeringen;
     Gelet op artikel 27 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 44 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en artikel 36 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;

     Besluit:

 

 

I.  Definities

 

Art. 1.
In deze controlevoorschriften wordt verstaan onder:
a. uitvoeringsinstelling: een rechtspersoon als bedoeld in artikel 41, derde lid van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997; ¹
b. WAO: de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
c. WAZ: de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;
d. Wajong: de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
e. uitkering: de uitkering in de zin van hoofdstuk II en VI van de WAO, hoofdstuk 3 van de WAZ of hoofdstuk 2 van de Wajong;
f. uitkeringsgerechtigde: de persoon aan wie een uitkering WAO, WAZ of Wajong is toegekend;
g. aanvrager: degene, bedoeld in de artikelen 34, derde lid, van de WAO, 35, vierde lid, en 39, tweede lid, van de WAZ en 28, vierde lid, van de Wajong.

1. Zie hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, red.

 

Art. 2.
Dit besluit is van toepassing op de aanvrager en de uitkeringsgerechtigde die in het buitenland wonen of verblijven.

 

 

II.  Controle in verband met de toekenning, heropening, voortzetting of continuering van uitkering

 

Art. 3.
De aanvrager of de uitkeringsgerechtigde is verplicht een vragenformulier van de uitvoeringsinstelling volledig ingevuld en ondertekend terug te sturen binnen een door de uitvoeringsinstelling vastgestelde termijn, met een maximum van drie maanden. De termijn wordt in verband met vakantie verlengd met de duur van de vakantie doch ten hoogste met vier weken.
De aanvrager of de uitkeringsgerechtigde zorgt ervoor - voor zover dat in zijn vermogen ligt - dat de uitvoeringsinstelling in staat is om een onderzoek uit te voeren naar de juistheid en volledigheid van de gegevens die door de aanvrager of uitkeringsgerechtigde zijn verstrekt.
De aanvrager en de uitkeringsgerechtigde voldoen aan een verzoek van de uitvoeringsinstelling om ten behoeve van de uitvoering van de WAO, WAZ en de Wajong:
a. op door de uitvoeringsinstelling vast te stellen tijdstippen een door een bevoegde autoriteit gewaarmerkt levensbewijs te overleggen;
b. na een oproep van de uitvoeringsinstelling op een door de uitvoeringsinstelling te bepalen kantoor te verschijnen en de gevraagde gegevens te verstrekken;
c. mee te werken aan verificatie van de gegevens door een door de uitvoeringsinstelling aangewezen orgaan. Indien nodig ondertekent de aanvrager of uitkeringsgerechtigde een machtiging van de uitvoeringsinstelling om verificatie door het aangewezen orgaan mogelijk te maken. Op deze machtiging dient vermeld te staan de naam van het orgaan en welke gegevens gecontroleerd mogen worden (informed consent).

 

III.  Slotbepalingen

 

     Het bepaalde in de voorgaande paragrafen is van overeenkomstige toepassing op de wettelijke vertegenwoordiging van de aanvrager en de uitkeringsgerechtigde (alsmede de instelling, bedoeld in de artikelen 54 WAO, 57 WAZ of 49 Wajong, aan welke de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt betaald).

 

Art. 4.
Deze voorschriften treden in werking met ingang van 1 maart 2002. Indien de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 maart 2002, treedt het in werking met ingang van de derde maand na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

 

Art. 5.
Dit besluit wordt aangehaald als: Controlevoorschriften buitenland WAO, WAZ en Wajong.

 

 

Amsterdam, 21 november 2001.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

TOELICHTING
[21 november 2001]

 

Algemeen

 

     De socialeverzekeringswetten verplichten tot het vaststellen van controlevoorschriften. Als gevolg van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 [zie ook de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, red.], de Wet boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale zekerheid en de invoering van de Wet beperking export uitkeringen (Wet BEU) voldoen de Controlevoorschriften WAO, WAZ en Wajong 1998 [zie Controlevoorschriften WAO, WAZ en Wajong 2001, red.] niet voor de in het buitenland woonachtige aanvrager of uitkeringsgerechtigde. De bevoegdheid tot het stellen van controlevoorschriften is geopend in de artikelen 27 WAO, 44 WAZ en 36 Wajong.
     Dit besluit bevat de in de artikelen 27 WAO, 44 WAZ en 36 Wajong bedoelde controlevoorschriften ten aanzien van de aanvrager of uitkeringsgerechtigde die in het buitenland woont. De aanvrager of uitkeringsgerechtigde is verplicht deze voorschriften op te volgen.
     Als de verplichtingen die in de controlevoorschriften worden opgelegd niet of niet behoorlijk worden nagekomen, is de uitvoeringsinstelling verplicht de WAO, WAZ of Wajong uitkering geheel of gedeeltelijk, tijdelijk of blijvend te weigeren.


Verhouding tussen controlevoorschriften en mededelingsplicht

     De uitvoeringsinstelling kan slechts correct uitkeringen toekennen en uitbetalen als zij beschikt over de juiste en volledige gegevens. Om dit te bereiken, verplichten de artikelen 80 WAO, 70 WAZ en 62 Wajong de uitkeringsgerechtigde de uitvoeringsinstelling onverwijld spontaan, dan wel op verzoek, mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden die van invloed kunnen zijn op het recht op of de hoogte van de uitkering of op het bedrag van de uitkering dat wordt uitbetaald.
     Daarnaast heeft het Lisv [Landelijk instituut sociale verzekeringen, zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.] de bevoegdheid gekregen om controlevoorschriften vast te stellen. In deze voorschriften is vastgelegd op welke manieren uitkeringsgerechtigden op grond van de artikelen 23 WAO, 41 WAZ en 33 Wajong moeten meewerken aan algemene of op het individuele geval gerichte controles door de uitvoeringsinstellingen.
     De Controlevoorschriften buitenland WAO, WAZ en Wajong zien op de situatie dat een gerechtigde in het buitenland woont of verblijft. De Controlevoorschriften WAO, WAZ en Wajong [zie Controlevoorschriften WAO, WAZ en Wajong 2001, red.] blijven onverkort op de gerechtigde van toepassing.

 

 

Artikelsgewijs

 

I. Definities


Artikel 1

     Dit artikel bevat enkele definitiebepalingen. Het begrip "uitvoeringsinstelling" is opgenomen om aan te geven dat de formele taak van het Lisv materieel wordt uitgevoerd door de uitvoeringsinstelling. Om het onderscheid in administratieve handelingen tussen de aanvraag van uitkering en de controle in verband met de toekenning, heropening, voortzetting of continuering van de uitkering tot uitdrukking te brengen, zijn in de definitiebepalingen de begrippen "aanvrager" en "uitkeringsgerechtigde" vermeld.

 

Artikel 2

     De uitkeringsgerechtigde en de aanvrager moeten beiden aan de controlevoorschriften voldoen.

 

II. Controle in verband met de toekenning, voortzetting of continuering van uitkering


Artikel 3, eerste lid

     In dit lid is de verplichting neergelegd om een door de uitvoeringsinstelling toegezonden vragen- of inlichtingenformulier volledig in te vullen en binnen een bepaalde termijn terug te zenden. De uitvoeringsinstelling kan, afhankelijk van het woonland en andere externe factoren, maximaal een termijn van drie maanden stellen. Verondersteld wordt dat het postverkeer van een schriftelijk verzoek van de uitvoeringsinstelling in het extreme geval uiterlijk twee maanden in beslag neemt (bezorging heen en terug), zodat de aanvrager of de uitkeringsgerechtigde nog één maand heeft om het formulier in te vullen. In de verdragen die thans worden afgesloten dan wel herzien, wordt in de bepaling inzake weigering/schorsing/intrekking een maximumtermijn van drie maanden opgenomen voor het verstrekken van informatie. De periode van vakantie wordt met de duur van de vakantieperiode verlengd, maar maximaal met vier weken.

 

Artikel 3, tweede lid

     In dit lid wordt de medewerking gevorderd van de aanvrager van de uitkering en de uitkeringsgerechtigde met betrekking tot de verificatie van de door hem verstrekte gegevens door de uitvoeringsinstelling. Op het verzoek een levensbewijs op te sturen, staat vermeld welke autoriteit het bewijs mag waarmerken.
     De personen op wie dit besluit van toepassing is, kunnen een oproep krijgen om op het kantoor te verschijnen van bijvoorbeeld een instelling die in het woonland de wettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkeringen uitvoert, of van de Nederlandse ambassade.
     In Nederland is het mogelijk dat er informatie over onder andere adres, leefvorm, burgerlijke staat en inkomen door uitkeringsinstanties geverifieerd wordt buiten de uitkeringsgerechtigde om. Voor de WAO, WAZ en Wajong is dit geregeld in artikel 95 Organisatiewet sociale verzekeringen 1997. Gegevens over een uitkeringsgerechtigde achterhalen is mogelijk door middel van het sofinummer.
     In landen waarmee Nederland een verdrag inzake sociale zekerheid heeft gesloten, is het voor de meeste instanties eveneens mogelijk buiten betrokkene om gegevens te verstrekken aan de Nederlandse uitvoeringsinstelling. Wegens nationale privacywetgeving van een aantal landen zijn sommige instanties echter niet in staat gegevens te verstrekken, tenzij de betrokken uitkeringsgerechtigde een machtiging heeft ondertekend waarin hij verklaart dat gegevens opgevraagd mogen worden in het kader van controle. Indien betrokkene in een dergelijk land woont of verblijft, zal hem te kennen gegeven worden dat er zonder machtiging geen informatie uitgevraagd kan worden, hetgeen toekenning dan wel voortzetting van de uitkering praktisch onmogelijk maakt. De machtiging betekent geen extra voorwaarde voor het recht op uitkering voor de uitkeringsgerechtigde die in het buitenland woont of verblijft, maar vereenvoudigt voor de uitvoeringsinstelling de controle in een ander land.

 

Amsterdam, 21 november 2001.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x