Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 2 augustus 2006

 

CONTROLEVOORSCHRIFTEN
WAO,  WAZ  EN  WAJONG  2001

Vervallen
m.i.v. 3 augustus 2006
(art. 8 Ca06)

 
 

7 december 2001, Stcrt. 2001, 245
Inwerkingtreding: 1 december 2001
(T.a.v. artt. 27 WAO, 44 WAZ en 36 Wajong)

 

 

 

 
     Het Landelijk instituut sociale verzekeringen;
     Gelet op artikel 27 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 44 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en artikel 36 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;

     Besluit:

 

 

§ 1.  Definities

 

Art. 1.
In deze controlevoorschriften wordt verstaan onder:
a. uitvoeringsinstelling: een rechtspersoon als bedoeld in artikel 41, derde lid, van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997; ¹
b. Landelijk instituut sociale verzekeringen: het Landelijk instituut sociale verzekeringen, bedoeld in hoofdstuk 4 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997; ¹
c. WAO: de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
d. WAZ: de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;
e. Wajong: de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
f. uitkering: de uitkering in de zin van hoofdstuk II en VI van de WAO, hoofdstuk 3 van de WAZ of hoofdstuk 2 van de Wajong;
g. uitkeringsgerechtigde: de persoon aan wie een uitkering WAO, WAZ of Wajong is toegekend;
h. aanvrager: degene, bedoeld in de artikelen 34, derde lid, van de WAO, 35, vierde lid, van de WAZ en 28, vierde lid, van de Wajong.

1. Zie hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, red.

 

 

§ 2.  De aanvraag van uitkering

 

Art. 2.
De aanvrager maakt met betrekking tot zijn aanvraag voor toekenning, heropening dan wel voortzetting van de uitkering gebruik van een formulier, beschikbaar gesteld door de uitvoeringsinstelling, waarop de gegevens zijn vermeld die voor de beoordeling van de aanvraag door de uitvoeringsinstelling noodzakelijk zijn en dat door de aanvrager is ondertekend.

 

Art. 3.
-1. Degene die in het jaar voordat hij arbeidsongeschikt werd winst of inkomsten heeft genoten als zelfstandige, beroepsbeoefenaar of meewerkende echtgenoot, voegt bij de aanvraag de aangiften en de aanslagen voor de Wet inkomstenbelasting 2001 die betrekking hebben op de drie kalenderjaren die aan het intreden van de arbeidsongeschiktheid zijn voorafgegaan.
-2. De zelfstandige of meewerkende echtgenoot voegt tevens bij de aanvraag de jaarstukken die betrekking hebben op de drie kalenderjaren of niet met het kalenderjaar samenvallende boekjaren, die aan het intreden van de arbeidsongeschiktheid zijn voorafgegaan.
-3. Desgevraagd worden deze gegevens verstrekt over andere jaren.

 

Art. 4.
De aanvrager zorgt ervoor - voor zover dat in zijn vermogen ligt - dat de uitvoeringsinstelling in staat is om een onderzoek uit te voeren naar de juistheid en volledigheid van de gegevens die bij de aanvraag zijn verstrekt.

 

 

§ 3.  Controle in verband met de toekenning, heropening, voortzetting of continuering van uitkering

 

Art. 5.
-1. De aanvrager en de uitkeringsgerechtigde voldoen aan een verzoek van de uitvoeringsinstelling of een daartoe schriftelijk door of vanwege de uitvoeringsinstelling gemachtigd persoon om ten behoeve van de uitvoering van de WAO, de WAZ en de Wajong:
a. mondeling of schriftelijk inlichtingen te geven en in het laatste geval binnen twee weken na datum dagtekening van het schriftelijke verzoek daartoe, tenzij de uitvoeringsinstelling een andere redelijke termijn bepaalt. De termijn wordt in verband met vakantie verlengd met de duur van de vakantie doch ten hoogste met vier weken;
b. inzage te verlenen in en desgevraagd afschrift te verstrekken van boeken, bescheiden, stukken en andere gegevensdragers, voor zover deze betekenis hebben of kunnen hebben voor het vaststellen van het recht op, de hoogte en/of de duur van de uitkering of het bedrag dat daarvan wordt uitbetaald;
c. controle door personen die daarmee door of namens de uitvoeringsinstelling zijn belast en die zich met een daartoe strekkende machtiging kunnen legitimeren, mogelijk te maken; daartoe dient hij op zijn woon- of verblijfsadres bereikbaar te zijn of er zorg voor te dragen dat de met controle belaste personen kunnen vernemen waar hij bereikbaar is;
d. op door of namens de uitvoeringsinstelling aan te wijzen dagen c.q. uren thuis te zijn en de door of namens de uitvoeringsinstelling aangewezen personen gelegenheid te geven tot controle.
-2. De aanvrager en de uitkeringsgerechtigde die in Nederland wonen, zijn verplicht een vragenformulier van de uitvoeringsinstelling volledig ingevuld en ondertekend binnen één maand na datum dagtekening van het schriftelijke verzoek daartoe terug te sturen. De termijn wordt in verband met vakantie verlengd met de duur van de vakantie doch ten hoogste met vier weken.
-3. De uitkeringsgerechtigde die arbeid verricht als zelfstandige, beroepsbeoefenaar of meewerkende echtgenoot legt vóór een door de uitvoeringsinstelling vastgesteld tijdstip een kopie van de jaarstukken van het jaar voorafgaande aan dat tijdstip over. De beroepsbeoefenaar die niet verplicht is jaarstukken op te stellen, legt in plaats hiervan over de aangifte Inkomstenbelasting.

 

Art. 6.
-1. De aanvrager en de uitkeringsgerechtigde zijn verplicht onverwijld mededeling te doen van een wijziging van hun woon- of verblijfplaats.
-2. De aanvrager en de uitkeringsgerechtigde die voor langer dan vier weken naar het buitenland vertrekken, doen hiervan zo spoedig mogelijk doch uiterlijk twee weken vóór het vertrek mededeling aan de uitvoeringsinstelling.

 

 

§ 4.  Slotbepalingen

 

Art. 7.
Het bepaalde in de voorgaande paragrafen is van overeenkomstige toepassing op de wettelijk vertegenwoordiger van de uitkeringsgerechtigde en de aanvrager alsmede de instelling als bedoeld in artikel 54 WAO, artikel 57 WAZ of artikel 49 Wajong aan welke de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt uitbetaald.

 

Art. 8.
De Controlevoorschriften WAO, WAZ en Wajong 1998 worden ingetrokken met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit besluit.

 

Art. 9.
Deze voorschriften treden in werking met ingang van 1 december 2001. Indien de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 30 november 2001, treedt het in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 december 2001.

 

Art.10.
Dit besluit wordt aangehaald als: Controlevoorschriften WAO, WAZ en Wajong 2001.

 

 

Amsterdam, 7 december 2001.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

TOELICHTING
[7 december 2001]

 

Algemeen

 

     De wetten verplichten tot het vaststellen van controlevoorschriften. Tengevolge van de invoering van de Wet arbeid en zorg en bijbehorende Invoeringswet dienen de Controlevoorschriften WAO, WAZ en Wajong 1998 te worden aangepast. Deze controlevoorschriften worden daarom vervangen. De volgende uitgangspunten zijn bij het opstellen gehanteerd:
1. Lisv [Landelijk instituut sociale verzekeringen, zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.] is formeel uitvoerder. In de materiële wetten en lagere regelgeving wordt vrijwel steeds het Lisv genoemd als formele partij. Ook in dit besluit is het Lisv degene die de controlevoorschriften vaststelt. Uit de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 [zie ook hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, red.] volgt dat de uitvoeringsinstelling de feitelijke taken verricht die uit de formele bevoegdheid voortvloeien. Aangezien bij de controlevoorschriften het verkeer tussen de aanvrager/uitkeringsgerechtigde en de uitvoeringsinstelling op de voorgrond staat, wordt de uitvoeringsinstelling genoemd als degene die de feitelijke handeling verricht of degene aan wie de uitkeringsgerechtigde de gegevens moet leveren.
2. Concretisering van de wettelijke bepalingen. Wat in de wet voldoende duidelijk is geregeld, wordt niet in de controlevoorschriften herhaald. Zo is bijvoorbeeld in de artikelen 24 WAO, 43 WAZ en 35 Wajong geregeld dat het Lisv voorschriften van medische aard kan geven. Deze bepaling is dermate concreet dat opname in de controlevoorschriften overbodig wordt gevonden.
     De controlevoorschriften geven als het ware een concretisering van hetgeen wettelijk geregeld is. Een voorbeeld betreft de aanvraagprocedure voor een uitkering.
3. Ten behoeve van in het buitenland woonachtige gerechtigden zijn aparte Controlevoorschriften buitenland WAO, WAZ en Wajong opgesteld. De aanleiding hiervoor lag voornamelijk in de inwerkingtreding van de Wet beperking export uitkeringen.

 

 

Artikelsgewijs

 

§ 1. Definities


Artikel 1

     Dit artikel bevat enkele definitiebepalingen. Het begrip "uitvoeringsinstelling" is ingevoerd om aan te geven dat de formele taak van het Lisv materieel wordt uitgevoerd door de uitvoeringsinstelling. Om het onderscheid in administratieve handelingen tussen de aanvraag van uitkering en de controle in verband met de toekenning, heropening voortzetting of continuering van de uitkering tot uitdrukking te brengen, zijn in de definitiebepalingen de begrippen "aanvrager" en "uitkeringsgerechtigde" vermeld.
     Het bepaalde onder f en g leidt ertoe dat de bepalingen van dit besluit ook van toepassing zijn op de uitkeringen op grond van de vrijwillige verzekering ex hoofdstuk VI WAO. Artikel 86 WAO bepaalt immers dat de bepalingen van de overige hoofdstukken van de WAO voor zoveel nodig van overeenkomstige toepassing zijn, voor zover daarvan in of krachtens hoofdstuk VI van de WAO niet is afgeweken.

 

§ 2. De aanvraag van uitkering WAO, WAZ en Wajong


Artikel 2

     Ingevolge de artikelen 34, derde lid, van de WAO, 35, vierde lid, van de WAZ en 28, vierde lid, van de Wajong dient de belanghebbende die in aanmerking wenst te komen voor toekenning dan wel voortzetting van de uitkering zijn aanvraag te doen binnen negen maanden na aanvang van zijn arbeidsongeschiktheid onderscheidenlijk uiterlijk drie maanden vóór het einde van de termijn waarover de uitkering is toegekend.
     De uitvoeringsinstelling stelt de belanghebbende schriftelijk in kennis van de mogelijkheid van het doen van een aanvraag. Voor degene die een ZW-uitkering dan wel een WAO-, WAZ- of Wajong-uitkering heeft ontvangen en derhalve bekend is bij de uitvoeringsinstelling, is een summier formulier ontwikkeld. Voor degene die geen uitkering heeft ontvangen, wordt na ontvangst van de zogenaamde "melding WAO", "melding WAZ" of "melding Wajong" gebruik gemaakt van een uitvoerig vragenformulier teneinde de behandelende uitvoeringsinstelling en het recht op uitkering te kunnen bepalen.

 

Artikel 3

     In dit artikel wordt aangegeven welke gegevens de zelfstandige en de persoon die niet in dienstbetrekking werkzaam is bij de aanvraag moet verstrekken. Met aanvraag wordt hier bedoeld de aanvraag die wordt gedaan met behulp van het aanvraagformulier.
     Om het maatmaninkomen te kunnen vaststellen, zijn de financiële gegevens nodig over een periode van drie kalender- of boekjaren voorafgaand aan het intreden van de arbeidsongeschiktheid. Met behulp van de aanslagen en aangiften Inkomstenbelasting en de jaarstukken (balans en winst- en verliesrekening) wordt het maatmaninkomen bepaald. Omdat beroepsbeoefenaars niet verplicht zijn jaarstukken voor de belasting op te stellen, is deze verplichting ook niet opgenomen in de controlevoorschriften.
     Vanzelfsprekend geldt dat de gevraagde gegevens alleen kunnen worden verstrekt als in de desbetreffende jaren ook als zelfstandige of beroepsbeoefenaar arbeid is gewerkt. Het vierde lid van dit artikel vervalt in verband met de overheveling van de uitkering in verband met bevalling naar de Wet arbeid en zorg.

 

Artikel 4

     In dit artikel wordt de medewerking gevorderd van de aanvrager van uitkering met betrekking tot de verificatie van de door hem verstrekte gegevens door de uitvoeringsinstelling.

 

§ 3. Controle in verband met de toekenning, heropening, voortzetting of continuering van uitkering


     Zowel bij de toekenning als bij de heropening, voortzetting en continuering van de uitkering ligt de nadruk in de controle op de vraag of de uitkering rechtmatig wordt verstrekt.
     Om deze vraag te kunnen beantwoorden, beschikt de uitvoeringsinstelling enerzijds over informatie uit eigen bronnen dan wel van andere uitvoeringsorganen en anderzijds over informatie van de uitkeringsgerechtigde zelf.
     Voor het beoordelen van het recht op en de hoogte van de uitkering is met name bepalend de mate van arbeidsongeschiktheid en de vraag of er inkomen uit of in verband met arbeid wordt genoten. Daarnaast dient de uitvoeringsinstelling te beschikken over de juiste inhoudingsgegevens en het juiste woon- of verblijfsadres. De plicht om op een aangegeven plaats en tijd te verschijnen is niet in de controlevoorschriften opgenomen, omdat dit thans in de wetten is geregeld.
     De uitvoeringsinstelling controleert regelmatig de juistheid van de in de administratie aanwezige gegevens door de uitkeringsgerechtigde te bezoeken of hem of haar een zogenaamd inlichtingen-, vragen- of enquêteformulier toe te zenden. Om dit onderdeel van het controleproces goed te laten verlopen, is een aantal bepalingen geformuleerd in paragraaf 3 van de controlevoorschriften.

 

Artikel 5


Eerste lid

     Om het recht en de hoogte van de uitkering vast te stellen, zal de uitvoeringsinstelling onderzoeken moeten instellen door onder meer een verzekeringsarts, een arbeidsdeskundige en een beoordelaar. Deze onderzoeken zullen veelal op het kantoor van de uitvoeringsinstelling plaatsvinden, waarbij gebruik gemaakt wordt van informatie van de aanvrager en de uitkeringsgerechtigde. Daarbij is het gewenst dat de uitvoeringsinstelling inzage kan krijgen en beschikken over een uitgebreid scala aan noodzakelijk geachte (merendeels schriftelijke) stukken, zoals bijvoorbeeld loonstroken, balans en winst-en-verliesrekening, kasboeken, ziekenfondsinschrijvingspapieren, loonbelastingverklaring, aangifte voor de Inkomstenbelasting, etc. De termijn voor het verstrekken van inlichtingen is twee weken. De uitvoeringsinstelling kan een andere redelijke termijn bepalen die langer kan zijn maar ook korter. Om problemen ten aanzien van tijdige terugzending in verband met vakantie te voorkomen, kan de termijn worden verlengd met vier weken.
     Daarnaast is het gewenst controle op het huisadres mogelijk te maken. Controle thuis heeft een meerwaarde in vergelijking met een controle ten kantore van de uitvoeringsinstelling. Anders dan bij een bezoek aan het kantoor van de uitvoeringsinstelling heeft de betrokkene thuis alle gegevens meestal bij de hand. Dat levert in de afhandeling een aanzienlijk tijdsvoordeel op.
     Met name bij de toekenning van een uitkering krachtens de WAO is het gebruikelijk dat de aanvrager bezocht wordt door een buitendienstfunctionaris van de uitvoeringsinstelling. Deze verzamelt alle benodigde aanvullende gegevens (in verband met bijvoorbeeld de ziekenfondsverzekering en inhouding op de uitkering) en verifieert samen met de betrokkene de bij diens werkgever verzamelde loongegevens die nodig zijn voor de vaststelling van het dagloon. Ook andere situaties kunnen evenwel aanleiding geven de aanvrager of de uitkeringsgerechtigde te vragen op bepaalde dagen c.q. uren thuis te zijn. Om de dagelijkse thuisbezoeken efficiënt te kunnen plannen, is het noodzakelijk dat de buitendienstmedewerkers ervan op aan kunnen dat zij hem thuis aantreffen. Om deze reden is de verplichting opgenomen dat een betrokkene - vanzelfsprekend na afspraak - op een afgesproken dag c.q. uren thuis dient te zijn.


Tweede lid

     In dit lid is de verplichting neergelegd om een door de uitvoeringsinstelling toegezonden vragen- of inlichtingenformulier volledig in te vullen en binnen één maand terug te zenden. Vanwege het belang dat deze vorm van controle voor de uitvoeringspraktijk heeft, is deze verplichting afzonderlijk geformuleerd. Om problemen tijdens de vakantieperioden te voorkomen, wordt de termijn in die situatie verlengd.


Derde lid

     Voor de uitkeringsgerechtigde die (nog) werkzaam is als zelfstandige, beroepsbeoefenaar of meewerkende echtgenoot dient de uitvoeringsinstelling tijdig te beschikken over de jaarstukken (balans, de winst-en-verliesrekening) of de aangifte voor de Inkomstenbelasting over het voorafgaande (boek)jaar. In de praktijk blijkt men in vele gevallen niet aan deze verplichting te voldoen, hetgeen tot extra administratieve handelingen en te hoge of te lang doorlopende betalingen kan leiden.

 

Artikel 6


Eerste lid

     Om controle mogelijk te maken, dient de woon- of verblijfplaats van de aanvrager of de uitkeringsgerechtigde bekend te zijn. Derhalve is het noodzakelijk dat hij wijzigingen in zijn woon- of verblijfplaats meedeelt aan de uitvoeringsinstelling.


Tweede lid

     In dit voorschrift wordt geen onderscheid gemaakt tussen vertrek naar het buitenland bij wijze van vakantie en vertrek om andere redenen, bijvoorbeeld (r)emigratie.
     Met betrekking tot de termijn waarbinnen de aanvrager of uitkeringsgerechtigde mededeling dient te doen van zijn vertrek naar het buitenland is opgenomen dat hij dit zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk twee weken vóór vertrek, dient te doen. Voor alle duidelijkheid benadrukken wij nog eens dat de aanvrager of de uitkeringsgerechtigde van zijn voornemen alleen mededeling hoeft te doen aan de uitvoeringsinstelling; hij hoeft hiervoor geen toestemming te vragen.
     Door de kennisgeving van het voorgenomen vertrek kan de uitvoeringsinstelling tijdig (laten) beoordelen of er reden is om bezwaar te maken tegen het voorgenomen vertrek. Met name in die situaties waarin de aanvrager of de uitkeringsgerechtigde actief wordt begeleid of bemiddeld, zou hiervan sprake kunnen zijn en zou de uitvoeringsinstelling voorschriften kunnen geven. Of ingeval voorschriften zijn gegeven in het belang van de behandeling of genezing of tot behoud, herstel of ter bevordering van de arbeidsgeschiktheid (ex artikel 24 WAO/43 WAZ/35 Wajong).
     In overleg tussen de uitvoeringsinstelling en de aanvrager of de uitkeringsgerechtigde kan een kortere termijn worden afgesproken, bijvoorbeeld om last-minuteboekingen mogelijk te maken.

 

Amsterdam, 7 december 2001.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x