Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
Nadere regelgeving
Bijgewerkt naar laatste editie Staatsblad/Staatscourant

 

REGELING  AANWIJZING  UITVOERINGSINSTELLING  BIJ  NAWERKING  VERZEKERINGEN

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2002
(art. 2:1 ISUWI)

 
 

10 december 1999, Stcrt. 1999, 246
Inwerkingtreding: 23 december 1999
(T.a.v. artt. 46 ZW, 17 WAO en 3 BabWv)

 

 

 

 
     Het Landelijk instituut sociale verzekeringen;
     Gelet op de artikelen 46 van de Ziektewet en 17 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, zomede artikel 3 van het Besluit aanspraken bij beroepsziekten van niet ingevolge de WAO verzekerden (AMvB);

     Besluit:

 

 

Art. 1.
Het Landelijk instituut sociale verzekeringen laat de werkzaamheden met betrekking tot de personen, bedoeld in artikel 46 van de Ziektewet, respectievelijk artikel 17 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering verrichten door de uitvoeringsinstelling die laatstelijk ten aanzien van de betrokkene de werkzaamheden verrichtte.

 

Art. 2.
De werkzaamheden, uit te voeren in verband met de voortduring van aanspraken bij einde dienstbetrekking van degenen, bedoeld in artikel 1 van het Besluit aanspraken bij beroepsziekten van niet ingevolge de WAO verzekerden, dienen te worden verricht door de uitvoeringsinstelling van de werkgever bij wie de werkzaamheden die de beroepsziekte hebben veroorzaakt, zijn verricht, bij gebreke waarvan bevoegd is de uitvoeringsinstelling die laatstelijk ten aanzien van de betrokkene de werkzaamheden verrichtte.

 

Art. 3.
Het Besluit aanwijzing uitvoeringsinstelling bij nawerking verzekeringen, Stcrt. 1998, 226, pag. 8, wordt ingetrokken op de datum van inwerkingtreding van dit besluit.

 

Art. 4.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst.

 

Art. 5.
Dit besluit wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing uitvoeringsinstelling bij nawerking verzekeringen.

 

 

     Dit besluit wordt met de toelichting geplaatst in de Staatscourant.

 

Amsterdam, 10 december 1999.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

TOELICHTING
[10 december 1999]

 

     Op grond van artikel 46 van de ZW respectievelijk artikel 17 van de WAO heeft, kort gezegd, degene die verzekerd is geweest, na afloop daarvan bij intreden van ongeschiktheid tot werken, respectievelijk arbeidsongeschiktheid binnen een in de wet bepaalde termijn recht op uitkering alsof hij nog verzekerd is. Niet expliciet is geregeld welke uitvoeringsinstelling de werkzaamheden in verband hiermee uitvoert. Vr 1 maart 1997 was in de tekst duidelijk dat betrokkene beschouwd werd alsof hij nog verzekerd was bij de bedrijfsvereniging waarbij hij voorheen verzekerd was. Met de inwerkingtreding van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 met ingang van 1 maart 1997 is door de wetgever niet beoogd een wijziging aan te brengen in de uitvoering na het einde van de verzekering. Er is naar het oordeel van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) [zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.] geen aanleiding een andere uitvoeringsinstelling de werkzaamheden met betrekking tot de nawerking te laten verrichten dan de uitvoeringsinstelling die dit deed tijdens de verzekering.
     Uitzondering vormt het hierna volgende:
     Op grond van de artikelen 17, vierde lid, en 66, zevende lid, WAO zijn regels gesteld betreffende aanspraken bij beroepsziekten van niet-WAO-verzekerden (zie Besluit aanspraken bij beroepsziekten van niet ingevolge de WAO verzekerden).
     In artikel 3 van deze algemene maatregel van bestuur is bepaald dat het Lisv de uitvoeringsinstelling aanwijst die de werkzaamheden uitvoert ten aanzien van degene die ingevolge artikel 1 van de AMvB beschouwd wordt alsof hij verzekerd is krachtens de WAO. Het Lisv is van oordeel dat bevoegd is de uitvoeringsinstelling die bevoegd was of zou zijn geweest ten tijde van de werkzaamheden die de beroepsziekte hebben veroorzaakt. Wanneer causaal verband niet aantoonbaar is of indien aanwijzing op onoverkomelijke problemen stuit, is de uitvoeringsinstelling bevoegd die laatstelijk de werkzaamheden ten aanzien van de betrokkene verrichtte.
     Deze regeling volgt het Besluit aanwijzing uitvoeringsinstelling bij nawerking verzekeringen (Stcrt. 1998, 226, pag. 8), welk besluit tegelijk met inwerkingtreding van dit besluit wordt ingetrokken.

 

Amsterdam, 10 december 1999.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x