Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             


vorige

Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2001

 

REGELING  AANWIJZING  UITVOERINGSINSTELLING  VERPLICHTE  VERZEKERINGEN  2000

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2002
(art. 2:1 ISUWI)

 
 

28 november 2000, Stcrt. 2001, 15
Inwerkingtreding: 25 december 1999
(T.a.v. artt. 55 ZW, 68 WAO, 83 WAZ, 66 Wajong en 100 WW)

 

 

 

 
16 januari 2001/SV/UB/00/81540
Directie Sociale Verzekeringen

     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst;
     Gelet op artikel 68, derde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;

     Besluit:

 

 

Goed te keuren artikel 2 en artikel 4, onderdeel 1, 3 en 4, van de door het Landelijk instituut sociale verzekeringen op 28 november 2000 getroffen Regeling aanwijzing uitvoeringsinstelling verplichte verzekeringen 2000.

 

 

     Dit besluit wordt, tezamen met de goedgekeurde regeling en de toelichting daarop, bekendgemaakt in de Staatscourant.

 

s-Gravenhage, 16 januari 2001.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst.

 

 

 

BIJLAGE

 

Regeling aanwijzing uitvoeringsinstelling verplichte verzekeringen 2000

 

     Het Landelijk instituut sociale verzekeringen;
     Gelet op de artikelen 55 van de Ziektewet, 68 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 83 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, 66 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en 100 van de Werkloosheidswet;

1. Ingevolge de Invoeringswet SUWI zijn de artikelen 68 WAO, 83 WAZ, 66 Wajong en 100 WW komen te vervallen; in de nieuwe uitvoeringsorganisatie zijn de uitvoeringsinstellingen opgegaan in het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), ofschoon zij ieder afzonderlijk blijven functioneren, onder namen als UWV GAK, UWV Cadans, enz., red.

     Besluit:

 

 

Art. 1. Ziektewet
De werkzaamheden in verband met de uitvoering van de verplichte verzekering voor de Ziektewet worden ten aanzien van de persoon, bedoeld in artikel 7, onderdeel b, van de Ziektewet, verricht door de uitvoeringsinstelling die de werkzaamheden verricht voor de werkgever ten aanzien van wie het laatste verlies aan arbeidsuren is ingetreden.

 

Art. 2. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
De werkzaamheden in verband met de uitvoering van de verplichte verzekering voor de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering worden ten aanzien van de hierna genoemde personen verricht door de hierna bedoelde uitvoeringsinstellingen:
1. de persoon, bedoeld in artikel 7, onderdeel b, respectievelijk artikel 7, onderdeel c, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, aan wie ingevolge een van overheidswege getroffen regeling geen uitkering wordt verleend, respectievelijk die ingevolge een van overheidswege getroffen regeling uitkering ontvangt; in door Onze Minister aan te wijzen gevallen, de persoon, bedoeld in artikel 7a, onderdeel b, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, die wegens arbeidsongeschiktheid niet werkt, doch aan wie geen ziekengeld wordt verleend op grond van enige bepaling van de Ziektewet: Uitvoeringsinstelling Sociale Zekerheid voor Overheid en onderwijs;
2. de persoon bedoeld in artikel 7, onderdeel b, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, aan wie geen uitkering wordt verleend op grond van enige bepaling van de Werkloosheidswet of van het uitkeringsreglement werkloosheidsverzekeringen: de uitvoeringsinstelling die de werkzaamheden verricht voor de werkgever ten aanzien van wie het laatste verlies aan arbeidsuren is ingetreden;
3. de persoon die arbeid verricht in een dienstbetrekking en die tevens een persoon is als bedoeld in artikel 7, onderdeel a tot en met c, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering: de uitvoeringsinstelling die de werkzaamheden verricht voor de werkgever;
4. de persoon aan wie een uitkering wordt toegekend op grond van artikel 43a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of - indien artikel 43a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering geen toepassing vindt vanwege toekenning van ziekengeld ingevolge artikel 29b van de Ziektewet - op grond van artikel 19 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering: de uitvoeringsinstelling die deze werkzaamheden met betrekking tot de ingetrokken respectievelijk niet toegekende uitkering heeft verricht;
5. in geval van samenloop prevaleert onderdeel 4 van artikel 2 boven de onderdelen 1 tot en met 3.

 

Art. 3. Werkloosheidswet
De werkzaamheden in verband met de uitvoering van de verplichte verzekering voor de Werkloosheidswet worden ten aanzien van de hierna genoemde personen verricht door de hierna bedoelde uitvoeringsinstellingen:
1. de werknemer die opeenvolgend uit meer dan n dienstbetrekking arbeidsuren verliest als bedoeld in artikel 16 van de Werkloosheidswet: de uitvoeringsinstelling die de werkzaamheden verricht voor de werkgever ten aanzien van wie het laatste verlies aan arbeidsuren is ingetreden;
2. de werknemer die gelijktijdig uit meer dan n dienstbetrekking arbeidsuren verliest als bedoeld in artikel 16 van de Werkloosheidswet: de uitvoeringsinstelling die de werkzaamheden verricht voor de werkgever ten behoeve van wie in het jaar onmiddellijk voorafgaande aan het verlies van arbeidsuren in ten minste 26 weken arbeid is verricht;
3. de persoon die in meer dan n van de dienstbetrekkingen of in geen van die dienstbetrekkingen in ten minste 26 weken heeft gewerkt: in afwijking van onderdeel 2: de uitvoeringsinstelling die de werkzaamheden verricht voor de werkgever die voor het verlies van arbeidsuren het hoogste bedrag aan loon per maand betaalde;
4. de werknemer die meer dan n recht heeft op uitkering op grond van de Werkloosheidswet: de uitvoeringsinstelling die het eerste recht op uitkering heeft vastgesteld;
5. de persoon voor wie meer dan n recht op uitkering op grond van de Werkloosheidswet gelijktijdig ontstaat: de uitvoeringsinstelling die de werkzaamheden verricht voor de werkgever die voor het ontstaan van de rechten het hoogste bedrag aan loon per maand betaalde;
6. de persoon voor wie een recht op uitkering op grond van de Werkloosheidswet ontstaat en voor wie tevens een geheel geindigd recht op uitkering op grond van die wet geheel of gedeeltelijk herleeft: de uitvoeringsinstelling die het recht heeft vastgesteld dat herleeft;
7. de werknemer die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en die recht verkrijgt op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet: de uitvoeringsinstelling die het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft vastgesteld, tenzij een recht op werkloosheidsuitkering geheel of gedeeltelijk herleeft;
8. ten aanzien van de werknemer die recht heeft op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet en die daarnaast recht verkrijgt op een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten: de uitvoeringsinstelling die werkloosheidsuitkering verstrekt, tenzij het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt toegekend op grond van artikel 43a WAO, respectievelijk 85 WAZ, respectievelijk 66c Wajong.

 

Art. 4. Internationaal
De werkzaamheden in verband met de uitvoering van EG-verordening 1408/71 worden ten aanzien van de hierna genoemde personen uitgevoerd door hierna bedoelde uitvoeringsinstellingen:
1. de werknemer met recht op een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, met restcapaciteit waarvoor een nieuw (geprorateerd) recht op een uitkering ingevolge deze wet ontstaat wanneer hij tijdens werkzaamheden en verzekering in een andere EU/EER-lidstaat arbeidsongeschikt is geworden: GAK Nederland BV;
2. de werknemer met recht op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet waarvoor een nieuw recht ingevolge deze wet ontstaat wanneer hij gedurende enige tijd in een andere EU/EER-lidstaat heeft gewerkt en recht op een uitkering ingevolge artikel 71 van EG-verordening 1408/71 heeft: GAK Nederland BV;
3. de werknemer met recht op een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, met restcapaciteit waarvoor een op grond van artikel 71 van Verordening 1408/71 nieuw recht op een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet ontstaat wanneer hij tijdens werkzaamheden in een andere EU/EER-lidstaat werkloos is geworden, voor het arbeidsongeschiktheidsdeel de uitvoeringsinstelling die deze uitkering heeft vastgesteld en voor het werkloosheidsdeel: GAK Nederland BV;
4. de werknemer met recht op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet waarvoor een door werkzaamheden gedurende enige tijd in een andere EU/EER-lidstaat nieuw geprorateerd recht op grond van hoofdstuk 2 van titel III van EG-verordening 1408/71 ontstaat, voor het werkloosheidsdeel de uitvoeringsinstelling die deze uitkering toekende en voor het arbeidsongeschiktheidsdeel: GAK Nederland BV;

 

Art. 5. Intrekking
Het Besluit aanwijzing uitvoeringsinstelling verplichte verzekeringen (Stcrt. 1998, 226, pag. 9) wordt ingetrokken op de datum van inwerkingtreding van dit besluit.

1. Volgens de redactie dient, gelet op de Regeling aanwijzing uitvoeringsinstelling vrijwillige verzekeringen en artikel 4 van die regeling, "Het Besluit aanwijzing uitvoeringsinstelling vrijwillige verzekeringen (Stcrt. 1998, 226, pag. 9)" te worden vervangen door: De Regeling aanwijzing uitvoeringsinstelling vrijwillige verzekeringen (Stcrt. 1999, 246, pag. 15).

 

Art. 6. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 25 december 1999.

 

Art. 7. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing uitvoeringsinstelling verplichte verzekeringen 2000.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden gepubliceerd.

 

Amsterdam, 28 november 2000.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

TOELICHTING
[28 november 2000]

 

     In de verschillende wetten voor de uitvoering waarvan het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) [zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.] verantwoordelijk is, is geregeld welke uitvoeringsinstelling de werkzaamheden verricht voor de heffing van premie en verzorging van uitkering. In bepaalde gevallen kan het Lisv een uitvoeringsinstelling aanwijzen of regels stellen over de uitvoeringsinstelling die de werkzaamheden verricht. Deze regeling strekt daartoe.
     Vr inwerkingtreding van genoemde wetten werden de verzekeringen en voorzieningen uitgevoerd door bedrijfsverenigingen en was geregeld welke bedrijfsverenigingen ten aanzien van welke werkgevers en verzekerden bevoegd waren. In plaats van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) werd tot 1 januari 1998 de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) uitgevoerd.
     In dit besluit wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de uitvoeringsorganen die feitelijk de werkzaamheden verrichtten vr inwerkingtreding van genoemde wetten. Nieuw is de Uitvoeringsinstelling Sociale Zekerheid voor Overheid en onderwijs (USZO) die met ingang van 1 januari 1998 de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) uitvoert voor overheidspersoneel. Indien van een uitvoeringsinstelling door een belanghebbende werkzaamheden worden gevraagd waarvoor een andere uitvoeringsinstelling is aangewezen, is het de bedoeling dat de vraag wordt doorgeleid naar de aangewezen uitvoeringsinstelling.
     Dit besluit voorziet slechts in aanvullende regels op de wettelijke regelingen. Ten aanzien van de uitvoering van de Wajong is in een afzonderlijk besluit geregeld dat GAK Nederland BV de werkzaamheden uitvoert voor zover in de wet geen andere uitvoeringsinstelling is aangewezen. Ten aanzien van de uitvoering van de WAZ is nog niet gebleken dat er behoefte is aan aanwijzing van een uitvoeringsinstelling, in aanvulling of afwijking van de regeling in de wet.
     Uitgangspunten in de Regeling aanwijzing uitvoeringsinstelling verplichte verzekering 2000 zijn:
- bij samenloop van werkloosheidsuitkeringen worden de werkzaamheden uitgevoerd door de uitvoeringsinstelling die reeds uitkering verstrekt of heeft verstrekt;
- zijn er meerdere rechten op werkloosheidsuitkering en is er geen volgorde in vaststelling in de tijd, dan geldt het hoogst verloonde bedrag;
- bij vaststelling van arbeidsongeschiktheidsuitkering geldt dat de uitvoeringsinstelling die eerder werkzaamheden heeft verricht de werkzaamheden verricht;
- bij de regeling over de uitvoeringsinstelling in het kader van de verzekering voor de WAO is aandacht besteed aan de personen die werkloos zijn, dan wel deels werkloos zijn en deels arbeid verrichten in dienstbetrekking;
- met betrekking tot de toekenning van uitkering bij intreden of toename van arbeidsongeschiktheid door dezelfde oorzaak binnen vijf jaar na het niet toekennen van uitkering dan wel het intrekken daarvan (artikel 43a WAO) wordt aangesloten bij de regeling in artikel 85 WAZ en artikel 66c Wajong.


Internationale gevallen

     Er zijn een aantal samenloopgevallen tussen nationaal recht en rechten voortvloeiend uit EG-verordening 1408/71 waarvoor de aanwijzing van n bevoegde Nederlandse uitvoeringsinstelling noodzakelijk is.
Naast een bestaand WAO-recht (met restcapaciteit) ontstaat er een nieuw recht, omdat betrokkene tijdens werkzaamheden en verzekering in een andere EU/EER-lidstaat arbeidsongeschikt is geworden.
Naast een bestaande werkloosheidsuitkering ontstaat een nieuw recht doordat betrokkene gedurende enige tijd in een andere EU/EER-lidstaat heeft gewerkt (artikel 71 van EG-verordening 1408/71): het gaat om volledig werkloze werknemers zoals omschreven in de artikelen 71.1.a.ii en 71.1.b.ii van EG-verordening 1408/71.
     Er zijn een aantal samenloopgevallen tussen nationaal recht en rechten voortvloeiend uit EG-verordening 1408/71 waarin er twee bevoegde uitvoeringsinstellingen zijn. Aanwijzing van n bevoegde uitvoeringsinstelling is uit organisatorisch en praktisch oogpunt af te raden.
Naast een bestaand WAO-recht (met restcapaciteit) ontstaat er een nieuw recht, omdat betrokkene tijdens werkzaamheden en verzekering in een andere EU/EER-lidstaat werkloos is geworden.
Naast een bestaande werkloosheidsuitkering ontstaat een nieuw recht doordat betrokkene gedurende enige tijd in een andere EU/EER-lidstaat heeft gewerkt en vervolgens arbeidsongeschikt wordt (artikel 71 van EG-verordening 1408/71).
     In overweging nemend dat het EG-recht een hogere rechtsorde heeft dan het nationale recht en dat de bepalingen van de verordening hier zoveel mogelijk gevolgd moeten worden voor de bepaling van de materieel bevoegde uitvoeringsinstelling, zal bij al deze samenloopsituaties, respectievelijk bij al deze nieuwe rechten GAK Nederland BV als bevoegd orgaan zijn aangewezen. Dit vloeit voor een belangrijk deel voort uit de werkzaamheden die GAK Nederland BV verricht als orgaan van de woonplaats / aangewezen orgaan in de zin van de verordening.
     De Regeling aanwijzing uitvoeringsinstelling verplichte verzekeringen 2000 treedt in de plaats van het Besluit aanwijzing uitvoeringsinstelling verplichte verzekeringen (Staatscourant 1998, nr. 226, pag. 9), welk besluit wordt ingetrokken. De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van dit besluit behelzen:
In artikel 2, onderdeel 4, is een wijziging aangebracht middels toevoeging van een verwijzing naar artikel 19 WAO in die gevallen waarin artikel 43a WAO niet kan worden toegepast in verband met toekenning van ziekengeld op grond van artikel 29b ZW.
Bij samenloop is bepaald dat artikel 2, onderdeel 4, prevaleert boven artikel 2, onderdeel 1 tot en met 3.
Artikel 3, onderdeel 8, is nieuw.
Nieuw is ook artikel 4, waarin de aanwijzing van de bevoegde uitvoeringsinstelling(en) in een aantal samenloopgevallen tussen nationaal recht en rechten voortvloeiend uit EG-verordening 1408/71 worden geregeld.
     In Staatscourant 1999, nr. 248, is op pagina 40 gepubliceerd de Regeling aanwijzing uitvoeringsinstelling verplichte verzekeringen (besluit van 10 december 1999). De inwerkingtreding van dat besluit is gekoppeld aan de goedkeuring ervan door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Bij gebrek aan goedkeuring is dat besluit echter nooit in werking getreden. In de Regeling aanwijzing uitvoeringsinstelling verplichte verzekeringen 2000 zijn de bepalingen van genoemd besluit van 10 december 1999 - voor zover nog relevant - overgenomen. Het besluit van 10 december 1999 zal derhalve niet in werking treden.
     Voor zover het de uitvoering van de WAO betreft, is op grond van artikel 68, derde lid, van de WAO voor de regels tot aanwijzing van een uitvoeringsinstelling goedkeuring vereist door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

 

Amsterdam, 28 november 2000.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | WAO | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x