Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.
   

 

 

 

 

 

 

MEMORIE VAN TOELICHTING

Nadere regelgeving:
- Bekendmaking op grond van de Wet beperking export uitkeringen 2003
- Beleidsregel boete werknemer 2010
- Beleidsregel boete werknemer 2013
- Beleidsregel kostenvergoeding UWV
- Beleidsregel maatregelen UWV
- Beleidsregel Protocol Jobcoach UWV 2014
- Beleidsregels buiten aanmerking laten van arbeidsongeschiktheid
- Beleidsregels proefplaatsing UWV 2013
- Beleidsregels schorsing, opschorting, intrekking en herziening uitkeringen 2006
- Beleidsregels uitbetaling arbeidsongeschiktheidsuitkering bij inkomsten uit arbeid
- Beleidsregel terug- en invordering
- Beleidsregel uurloonschatting 2008
- Beleidsregels UWV normbedragen voorzieningen 2008
- Beleidsregels UWV normbedragen voorzieningen 2009
- Beleidsregels UWV normbedragen voorzieningen 2010
- Beleidsregels UWV opschorting betaling bij vertrek naar onbekende bestemming
- Beleidsregel verhoging uitkering bij hulpbehoevendheid
- Besluit aanwijzing registraties gezamenlijke huishouding 1998
- Besluit beleid toetsing verblijfstitel
- Besluit betaling zonder machtiging aan het College voor zorgverzekeringen
- Besluit eenmalige herbeoordelingen arbeidsongeschiktheidswetten
- Besluit einde wachttijd en uitlooptermijn WAO, WAZ en Wajong 1999
- Besluit extramurale vrijheidsbeneming en sociale zekerheid
- Besluit loon- en inkomenssuppletie
- Besluit maatschappelijke ondersteuning
- Besluit regels export uitkeringen
- Besluit toekenning WAZ-uitkering met terugwerkende kracht t.a.v. (te) lang doorwerkende WAZ-verzekerden
- Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden WAZ
- Besluit uniformering loonkundige component arbeidsongeschiktheidsbeoordeling
- Besluit uurloonschatting 1999
- Besluit voorkoming of beperking samenloop AAW-uitkering met uitkering ingevolge de sociale wetgeving van een andere mogendheid
- Boetebesluit socialezekerheidswetten
- Controlevoorschriften arbeidsongeschiktheidswetten 2006
- Controlevoorschriften buitenland arbeidsongeschiktheidswetten 2006
- Inkomensbesluit WAZ
- Maatregelenbesluit socialezekerheidswetten
- Regeling afwijking datum Besluit eenmalige herbeoordelingen arbeidsongeschiktheidswetten
- Regeling bepaling eerste werkdag
- Regeling bepaling eerste werkdag (2006)
- Regeling herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering zonder wachttijd
- Regeling nadere invulling algemeen gebruikelijke bekwaamheden
- Regeling samenloop arbeidsongeschiktheidsuitkering met inkomen
- Regeling tenuitvoerlegging bestuurlijke boeten en terugvordering onverschuldigde betalingen
- Regeling terugvordering geringe bedragen
- Regeling uitzondering toepassingstermijn anticumulatie
- Reglement justitiële jeugdinrichtingen
- Reïntegratiebesluit
- Reïntegratieregeling
- Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten

Vervallen nadere regelgeving:
- Bekendmaking op grond van de Wet beperking export uitkeringen 2001 (vervallen)
- Beleidsregel afbakening maatregel en boete (vervallen)
- Beleidsregel boete werknemer (vervallen)
- Beleidsregels Protocol Jobcoach (vervallen)
- Beleidsregels UWV normbedragen voorzieningen 2006 (vervallen)
- Beleidsregels UWV normbedragen voorzieningen 2007 (vervallen)
- Beleidsregels UWV Protocol Jobcoach 2012 (vervallen)
- Beleidsregel zwijgrecht (vervallen)
- Besluit afstemming boete werknemers (vervallen)
- Besluit afwijking herbeoordelingstermijnen WAO, WAZ en Wajong 2003 (vervallen)
- Besluit beleidsregels uurloonschatting 2004 (vervallen)
- Besluit beoordelingskader loonkostensubsidie (vervallen)
- Besluit betaling zonder machtiging aan de Ziekenfondsraad (vervallen)
- Besluit buiten aanmerking laten van arbeidsongeschiktheid (WAO, WAZ en Wajong) (vervallen)
- Besluit herziening en intrekking uitkeringen (vervallen)
- Besluit kostenvergoedingen arbeidsongeschiktheidswetten (vervallen)
- Besluit vaststelling premiepercentage Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen 2002 (vervallen)
- Besluit verhoging arbeidsongeschiktheidsuitkering bij hulpbehoevendheid (WAO, WAZ en Wajong) 1999 (vervallen)
- Besluit waarschuwing (vervallen)
- Controlevoorschriften buitenland WAO, WAZ en Wajong (vervallen)
- Controlevoorschriften WAO, WAZ en Wajong 2001 (vervallen)
- Maatregelenbesluit Tica (vervallen)
- Maatregelenbesluit UWV (vervallen)
- Regeling aanwijzing ontwikkelingsorganisaties BEU 2002 (vervallen)
- Regeling aanwijzing uitvoeringsinstelling verplichte verzekeringen 2000 (vervallen)
- Regeling betaling, terugvordering en tenuitvoerlegging van boeten en onverschuldigde betalingen (vervallen)
- Regeling premieheffing WAZ (vervallen)
- Regeling rijksbijdrage WAZ (vervallen)
- Regeling schorsing, opschorting, herziening en intrekking uitkeringen (vervallen)
- Regeling vaststelling premiepercentages werknemersverzekeringen en volksverzekeringen 2002 (vervallen)
- Regeling vaststelling premiepercentages werknemersverzekeringen en volksverzekeringen 2003 (vervallen)
- Regeling vaststelling premiepercentages werknemersverzekeringen en volksverzekeringen 2004 (vervallen)
- Regeling verzekeringsgeneeskundige protocollen arbeidsongeschiktheidswetten (vervallen)

Relevante overige regelgeving:
- Beleidsregels Protocol Huisbezoeken Handhaving UWV
- Beleidsregels Protocol Scholing 2014
- Beleidsregels Protocol zeer moeilijk plaatsbaar (vervallen)
- Beleidsregels Protocol zeer moeilijk plaatsbaar 2011
- Besluit schadebeleid
- Besluit verrekeningen Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten, Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen en Arbeidsongeschiktheidskas met de uitvoeringsinstellingen
- Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen
- Regeling inzage- en correctierecht UWV
- Regeling overgang vermogensbestanddelen Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen
- Regeling subsidieplafond en tijdstip indiening aanvraag brugbanen uitkeringsgerechtigden (vervallen)
- Reglement behandeling bezwaarschriften UWV 2014
- Tijdelijk besluit brugbanen herbeoordeelden (vervallen)
- Tijdelijke regeling brugbanen niet-uitkeringsgerechtigde herbeoordeelden (vervallen)
- Tijdelijke regeling inkomensgevolgen herbeoordeelde arbeidsongeschikten
- Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering (vervallen)
- Wet beslistermijnen sociale verzekeringen

 

 

Inhoudsopgave WAZ

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen artt. 1 - 2
Hoofdstuk 2 Kring van verzekerden artt. 3 - 6
Hoofdstuk 3 De uitkeringen artt. 7 - 67
Afdeling 1x Het recht op en de hoogte van de uitkering artt. 7 - 32
§ 1x De arbeidsongeschiktheidsuitkering artt. 7 - 21c
§ 2x Uitkering in verband met bevalling (vervallen) artt. 22 - 24
§ 3x Vakantie-uitkering artt. 25 - 27
§ 4x Garantie voor oudere arbeidsongeschikten artt. 28 - 32
Afdeling 2x Het geldend maken van het recht op uitkering artt. 33 - 54b
§ 1x Melding artt. 33 - 34
§ 2x Toekenning artt. 35 - 44
§ 3x Maatregelen en bestuurlijke boeten artt. 45 - 54b
Afdeling 3x De betaling van de uitkering artt. 55 - 67
Hoofdstuk 3a Reïntegratie-instrumenten artt. 67a - 67h
Hoofdstuk 3b Tegemoetkoming arbeidsongeschikten art. 67i
Hoofdstuk 4 De invloed van de verzekering op het burgerlijk recht artt. 68 - 69
Hoofdstuk 5 Het verstrekken van inlichtingen art. 70
Hoofdstuk 6 Financiering (vervallen) artt. 71 - 80
Hoofdstuk 7 Uitvoering artt. 81 - 88
Hoofdstuk 8 Gemoedsbezwaren (vervallen) artt. 89 - 93
Hoofdstuk 9 Bepalingen in verband met de Algemene wet bestuursrecht en het beroep in cassatie artt. 94 - 98a
Hoofdstuk 9a Overgangsbepalingen art. 98b
Hoofdstuk 10 Strafbepalingen artt. 99 - 101
Hoofdstuk 10a Overgangsbepalingen artt. 101a - 101g
Hoofdstuk 11 Slotbepalingen artt. 102 - 104
xxxxxxxxxxxxx   xxxxxxxxxxxxxxx

Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 1995-1996, 1996-1997, 24 758.
Handelingen II 1996-1997, blz. 1658-1708, 1757-1784, 1931-1974, 2184-2185, 2187.
Kamerstukken I 1996-1997, 24 758 (95a, 95b, 95c, 95d, 95e, 96).
Handelingen I 1996-1997, zie vergaderingen d.d. 15 en 22 april 1997.

Geschiedenis:
Staatsblad 1996, 478Staatsblad 1997, 176Staatsblad 1997, 465Staatsblad 1997, 660 Staatsblad 1997, 773Staatsblad 1997, 789Staatsblad 1997, 794 Staatsblad 1998, 278Staatsblad 1998, 290Staatsblad 1998, 267 Staatsblad 1998, 742Staatsblad 1999, 24Staatsblad 1999, 185 Staatsblad 1999, 250Staatsblad 1999, 564Staatsblad 1999, 594 Staatsblad 1999, 595Staatsblad 2000, 496Staatsblad 2000, 571 Staatsblad 2000, 627Staatsblad 2001, 481Staatsblad 2001, 568 Staatsblad 2001, 625Staatsblad 2001, 628Staatsblad 2001, 695 Staatsblad 2003, 376Staatsblad 2003, 524Staatsblad 2003, 544 Staatsblad 2004, 306Staatsblad 2004, 324Staatsblad 2004, 416 Staatsblad 2005, 37Staatsblad 2004, 717Staatsblad 2005, 65Staatsblad 2005, 525Staatsblad 2005, 530 Staatsblad 2005, 573Staatsblad 2005, 624Staatsblad 2005, 710Staatsblad 2005, 708 Staatsblad 2006, 703Staatsblad 2006, 697Staatsblad 2007, 305Staatsblad 2007, 564Staatsblad 2007, 567 Staatsblad 2008, 199Staatsblad 2008, 603Staatsblad 2008, 510Staatsblad 2008, 590 Staatsblad 2008, 598Staatsblad 2008, 600Staatsblad 2009, 384Staatsblad 2009, 265 Staatsblad 2009, 390Staatsblad 2009, 282 Staatsblad 2009, 318Staatsblad 2009, 542Staatsblad 2009, 580 Staatsblad 2009, 589Staatsblad 2009, 596Staatsblad 2010, 350 Staatsblad 2010, 840Staatsblad 2010, 838Staatsblad 2010, 867Staatsblad 2011, 288Staatsblad 2011, 618Staatsblad 2011, 608Staatsblad 2012, 2 Staatsblad 2011, 645Staatsblad 2011, 650Staatsblad 2012, 224 Staatsblad 2012, 361Staatsblad 2012, 462Staatsblad 2012, 464Staatsblad 2012, 682Staatsblad 2013, 236Staatsblad 2013, 405Staatsblad 2013, 578Staatsblad 2014, 259Staatsblad 2014, 238Staatsblad 2014, 226Staatsblad 2014, 269Staatsblad 2014, 270.

 

 

WET van 24 april 1997, Stb. 1997, 176, houdende verzekering tegen geldelijke gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid en een uitkeringsregeling in verband met bevalling voor zelfstandigen, beroepsbeoefenaren en meewerkende echtgenoten (Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen). Laatste tekstplaatsing: Stb. 1999, 24. Inwerkingtreding: 1 januari 1998 (Stb. 1997, 391).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om in verband met de intrekking van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet een regeling te treffen met betrekking tot een arbeidsongeschiktheidsverzekering alsmede om een regeling te treffen ter zake van een uitkering in verband met bevalling voor personen die als zelfstandige werkzaam zijn, voor beroepsbeoefenaren en voor meewerkende echtgenoten;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

HOOFDSTUK  1

Algemene bepalingen

 

Art. 1. Algemene begrippen  [GeschiedenisMvTversie 24 april 1997Stb. 1997, 660 + bisStb. 1997, 789 Stb. 1997, 794 + bis Stb. 1998, 742versie 1 januari 1999Stb. 1999, 595 Stb. 2000, 496Stb. 2000, 571Stb. 2001, 625 Stb. 2004, 306Stb. 2004, 324Stb. 2005, 37Stb. 2005, 573Stb. 2005, 708Stb. 2006, 703 Stb. 2009, 318Stb. 2009, 596Stb. 2010, 838]
-1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
c. verzekerde: de persoon, bedoeld in artikel 3;
d. arbeidsongeschiktheidsuitkering: een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van deze wet;
e. dienstbetrekking: een dienstbetrekking in de zin van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
f. winst uit onderneming: de belastbare winst uit onderneming, bedoeld in paragraaf 3.2.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001, vermeerderd met de ondernemersaftrek, bedoeld in paragraaf 3.2.4 van die wet, en de MKB-winstvrijstelling, bedoeld in paragraaf 3.2.5 van die wet;
g. winst uit Nederlandse onderneming: de belastbare winst uit Nederlandse onderneming, bedoeld in afdeling 7.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, vermeerderd met de ondernemersaftrek, bedoeld in paragraaf 3.2.4 van die wet, en de MKB-winstvrijstelling, bedoeld in paragraaf 3.2.5 van die wet;
h. aanmerkelijk belang: aanmerkelijk belang als bedoeld in hoofdstuk 4 van de Wet inkomstenbelasting 2001;
i. inkomsten uit tegenwoordige arbeid: het gezamenlijke bedrag van:
1º. het belastbaar loon uit tegenwoordige arbeid, bedoeld in afdeling 3.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001;
2º. het belastbaar loon ter zake van het in Nederland verrichten van arbeid, bedoeld in afdeling 7.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001;
3º. het belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden, bedoeld in afdeling 3.4 van de Wet inkomstenbelasting 2001, behoudens voor zover het een werkzaamheid betreft als bedoeld in de artikelen 3.91, eerste lid, onderdeel a en b, en 3.92 van de Wet inkomstenbelasting 2001; en
4º. het belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden in Nederland, bedoeld in afdeling 7.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, behoudens voor zover het een werkzaamheid betreft als bedoeld in de artikelen 3.91, eerste lid, onderdeel a en b, en 3.92 van de Wet inkomstenbelasting 2001;
j. vreemdeling: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet 2000;
k. rechtens zijn vrijheid is ontnomen: rechtens zijn vrijheid is ontnomen, behoudens de gevallen, bedoeld in de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen en in artikel 37, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht;
l. justitiële inrichting: een penitentiaire inrichting, een inrichting voor verpleging van terbeschikkinggestelden of een inrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen;
m. reïntegratiebedrijf: een natuurlijk persoon dan wel rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevordert;
n. resterende verdiencapaciteit: datgene dat de persoon die recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van deze wet nog met arbeid kan verdienen en dat bij of krachtens artikel 2 is vastgesteld;
o. vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel: een bij onherroepelijk geworden vonnis opgelegde vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het Wetboek van Strafrecht, behoudens de gevallen, bedoeld in artikel 37, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
-2. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt gelijkgesteld met:
a. echtgenoot: geregistreerde partner;
b. echtgenoten: geregistreerde partners;
c. gehuwd: als partner geregistreerd.
-3. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt:
a. als gehuwd of als echtgenoot mede aangemerkt de ongehuwde meerderjarige die met een andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad;
b. als ongehuwd mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.
-4. Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins.
-5. Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de betrokkenen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en:
a. zij met elkaar gehuwd zijn geweest of eerder voor de toepassing van deze wet daarmee gelijk zijn gesteld;
b. uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de één door de ander;
c. zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract; of
d. zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding, bedoeld in het vierde lid.
-6. Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld welke registraties, en gedurende welk tijdvak, in aanmerking worden genomen voor de toepassing van het vijfde lid, onderdeel d. [Bargh98]
-7. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van hetgeen wordt verstaan onder het blijk geven zorg te dragen voor een ander, zoals bedoeld in het vierde lid.
-8. Onder bloedverwant in de eerste graad als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, wordt mede verstaan een meerderjarig aangehuwd kind of een meerderjarig voormalig pleegkind van de ongehuwde meerderjarige.
-9. Onder voormalig pleegkind als bedoeld in het achtste lid wordt verstaan een pleegkind waarvoor de ongehuwde meerderjarige een pleegvergoeding ontving of ontvangt op grond van de Wet op de jeugdzorg of kinderbijslag ontving op grond van de Algemene Kinderbijslagwet.

 

Art. 2. Begrip arbeidsongeschiktheid [Bbu04] [Bu08] [Bulca]  [GeschiedenisMvTversie 24 april 1997Stb. 1997, 794versie 1 januari 1999Stb. 2003, 544 Stb. 2004, 324Stb. 2005, 710Stb. 2009, 318Stb. 2013, 236]
-1. Arbeidsongeschikt, geheel of gedeeltelijk, is de persoon die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebreken, zwangerschap of bevalling geheel of gedeeltelijk niet in staat is om met arbeid te verdienen hetgeen gezonde personen, met soortgelijke opleiding en ervaring, ter plaatse waar hij arbeid verricht of het laatst heeft verricht, of in de omgeving daarvan, met arbeid gewoonlijk verdienen.
-2. De verzekerde die op en sedert het tijdstip dat zijn verzekering een aanvang neemt reeds gedeeltelijk arbeidsongeschikt is in de zin van het eerste lid, wordt voor wat de door hem aan deze wet te ontlenen aanspraken betreft als geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt aangemerkt indien hij als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebreken, zwangerschap of bevalling geheel of gedeeltelijk niet in staat is om met arbeid te verdienen hetgeen soortgelijke personen die in dezelfde mate arbeidsongeschikt zijn in de zin van het eerste lid, ter plaatse waar hij arbeid verricht of het laatst heeft verricht, of in de omgeving daarvan, met arbeid gewoonlijk verdienen.
-3. Indien de bij de aanvang van de verzekering aanwezige arbeidsongeschiktheid in de zin van het eerste lid naderhand is afgenomen, vindt het tweede lid vervolgens overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de aanvang van de verzekering in de plaats treedt het tijdstip waarop de arbeidsongeschiktheid in de zin van het eerste lid is afgenomen.
-4. Onder de in het eerste en tweede lid eerstgenoemde arbeid wordt verstaan alle algemeen geaccepteerde arbeid waartoe de verzekerde met zijn krachten en bekwaamheden in staat is.
-5. Bij de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid wordt buiten beschouwing gelaten of de verzekerde de arbeid feitelijk kan verkrijgen.
-6. Bij de toepassing van dit artikel wordt buiten beschouwing gelaten hetgeen wordt of kan worden ontvangen voor arbeid verricht bij wijze van sociale werkvoorziening.
-7. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot het eerste tot en met zesde lid nadere en zo nodig afwijkende regels worden gesteld. [Sa]
-8. De voordracht voor een krachtens het zevende lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur, dan wel de vaststelling van een ministeriële regeling op basis van een dergelijke algemene maatregel van bestuur, wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp in de Staatscourant is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister te brengen. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt het ontwerp aan de beide kamers van de Staten-Generaal overgelegd.
-9. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent een afwijkende wijze van vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid in gevallen waarin recht bestaat op een arbeidsongeschiktheidsuitkering en een uitkering inzake arbeidsongeschiktheid op grond van een andere wettelijke regeling ter verzekering tegen geldelijke gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid. [Sa]
-10. Bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid als bedoeld in deze wet maakt de verzekeringsarts zoveel mogelijk gebruik van wetenschappelijke inzichten die de beoordeling van arbeidsongeschiktheid kunnen ondersteunen. [Rvpa]

 

 

HOOFDSTUK  2

Kring van verzekerden

 

Art. 3. De verzekerde [Bbtv]  [GeschiedenisMvTversie 24 april 1997Stb. 1997, 794 + bisStb. 1998, 742versie 1 januari 1999Stb. 1999, 250 Stb. 1999, 594Stb. 1999, 595 + bis Stb. 2000, 496 + bis Stb. 2001, 568Stb. 2003, 544Stb. 2004, 324 + bis]
-1. Verzekerd op grond van deze wet is de persoon die vóór de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C, van de Wet einde toegang verzekering WAZ als zelfstandige, beroepsbeoefenaar of meewerkende echtgenoot arbeidsongeschikt is geworden:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.